sabato

‘Guy Verhofstadt kocht bij ons zijn oldtimer'

Theo, Dick (r.) en Harry (l.) Jansen, en een Lancia Artena Berlina (1931). ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs bijzondere garages. Deze week, de uit de hand gelopen Lancia-liefde van de familie Jansen.

Af en toe steken we de grens over voor een bijzonder verhaal. Zoals dat van de familie Jansen in Knegsel, Nederland. 'Toen ik in 1959 vanuit Eindhoven hierheen kwam wonen, had ik al twee auto's', vertelt Theo Jansen. 'Het schoolhoofd had er ook een. Dat was het. Het was de tijd waarin ze belden om meneer pastoor even weg te brengen. Tien jaar later had ik 35 Lancia's. Technologisch was Lancia z'n tijd ver vooruit. Een Bugatti was ouderwets.'
'Mijn oudere broer Harry en ik gingen van kleins af met plezier mee naar beurzen', zegt Dick Jansen, de zoon. 'En onze neef kwam hier 's zomers wonen, om te sleutelen. Mijn zwager is nu ook helemaal mee.'

De Lancia Astura Drop Head Coupé James Young by Pinin Farina (1932): geruild voor een Aurelia B20. ©Thomas Vanhaute

In de garage nestelen we ons in de sofa, tussen meterslange rekken vol boeken en knipselmappen, en alvast twee van de elf Lancia's: de Artena (1931), een zevenzitter, en z'n voorganger, de Lambda. 'Die laatste was van 1929 tot 1979 van 'air commodore' Buckle van de Royal Air Force', vertelt Dick. 'Wij kochten hem halverwege de jaren 80. Bij de eerste rit zakten we door de bodem. We hebben er tien jaar aan gerestaureerd.'

'Vincenzo Lancia zag dingen die anderen niet zagen. Deze auto had het eerste zelfdragende koetswerk, remmen rondom, onafhankelijk geveerde voorwielen die hem erg wendbaar maakten, een revolutionaire V4 en een verfijnd, licht chassis uit één geheel. Dit is een van de zes exemplaren die in de fabriek werden ingekort, om te racen. Daarvan resten er twee: een in de VS, en deze.'

Lancia Lambda Torpedo (1929). ©Thomas Vanhaute

'Onze passie evolueerde naar vooroorlogse auto's. Hoe ouder, hoe beter. Lancia's van voor de jaren 20 zijn bijna niet meer te betalen.' Hij toont een modelletje van een 1936 Astura Pinin Farina Bocca. 'Zopas voor 2,4 miljoen dollar geveild. Exorbitant.'

In de werkplaats achter het huis staan de projecten. 'De Flaminia Berlina (1962), een directieauto, was té goed', zegt Dick. 'En té duur. Kostte evenveel als een Jaguar E-Type. Kijk, na ruim 50 jaar heeft hij slechts een klein beetje roest. En écht, glimmend chroom. Later moest Lancia overschakelen op goedkopere materialen: zijn ondergang.'

Ik neem plaats in zijn gerestaureerde Flaminia Berlina (1957). Op de zwarte knoppen staat niet waarvoor ze dienen. 'Typisch Lancia: je moet het gewoon weten', lacht hij. En wat een lijnen. 'Pinin Farina op z'n best. De paus had er een. Dit exemplaar was van een Italiaanse directeur van een theeplantage in Malawi. Hij had olifantenschade.'

'Deze Astura (1938) is de volgende restauratie. Zijn geschiedenis gaat terug tot in Ethiopië. Onlangs werd er in Australië een geveild voor 250.000 euro. Daar hebben wij niks mee. We kregen als eerste de kans om hem te kopen, en zoiets vind je nooit meer.'

'Dit is kunst', klinkt het als hij een andere poort opent. Er verschijnt een glimmende, diepblauwe Astura (1932) met een koetswerk van James Young. 'Hij was van een Italiaanse ambassadeur. We rijden er geregeld mee, maar hij is nog te netjes. Een auto moet eruitzien alsof hij dagelijks gebruikt wordt.'

Theo Jansen
Gepensioneerd technicus.
Daily: Fiat Panda (2009).
Eerste: Citroën Traction Sport (1948).
Beste: Lancia Flaminia Berlina.
Slechtste: 'Voor wie kan sleutelen, bestaan er geen slechte auto's.'
Droom: Lancia Theta (1913-1919).

De rode Appia Convertible Vignale (1961) heeft patina met overschot. 'Je kunt er geen deur van een andere in zetten: ze werden een na een met de hand gemaakt', zegt Jansen. 'Voorheen was hij van de jazzpianiste en -zangeres Pia Beck. Toen was hij babyblauw.'

'Op een dag stond Guy Verhofstadt aan mijn deur. Hij kocht hier een Appia Coupé. We verkopen geregeld, ja. Hij wijst naar de in Frankrijk gebouwde Belna (1935). 'Die heeft een free wheel: een hendel waardoor je niet meer hoeft te ontkoppelen. Hij mag weg. We hebben centen nodig voor andere restauraties. De hobby moet zichzelf betalen.'

Buiten Italië is Lancia dood. 'Ach, eind jaren 60 werden het al Fiats. We zijn wel altijd met het merk blijven rijden. De laatste Delta was gedurfd. En onze Thesis was ook speciaal. En goed. Reed heel lekker. Vreemd dat ze zo'n sterke merknaam lieten doodbloeden.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie