sabato

'Ik had beter in Porsches geïnvesteerd'

Julien Verheyden bij zijn Volvo PV 544 Sport (1966) en tussen honderd oude benzinepompen. ©Thomas Vanhaute

Thuis heeft Julien Verheyden een BMW 2002 (1974) naast een al even mooie Volvo P1800 S (1967) achter zijn poort staan, maar pas echt indrukwekkend is de inhoud van zijn grote schuur wat verderop. 'Ik heb ze voor de gelegenheid wat afgestoft', zegt hij als we tussen 14 auto's wandelen. 'A Product of Superb Swedish Engineering' lezen we op de rug van een melkgrijze Volvo PV 444 (1954) met bordeaux interieur. 'Die kocht ik ruim 15 jaar geleden in Zweden. Hij werd er gerestaureerd door een jongen van 17.'

Alle motoren zijn kermisreplica's. ©Thomas Vanhaute

Hij heeft vooral Volvo's. 'Ik woonde vlak bij de eerste vestiging van garage Vermant', luidt de verklaring. 'Als dagelijkse auto had ik 15 Volvo's. De eerste klassieker was een gerestaureerde Amazon 122 S die ik acht jaar lang dagelijks gebruikte. Toen was hij weer versleten en kocht ik deze blauwe Amazon (1969). Dat is 33 jaar geleden. Nu staat er 89.000 kilometer op de teller. Maar hij heeft wel geleefd, en dat mag je zien. Een auto dient om te rijden, vind ik. De remmen zitten wel vast. Van stil te staan.' (lacht)

'Dan kwam de ene na de andere. In de jaren negentig kocht ik veel auto's in Zweden. Ik ging er alleen naartoe en kwam met een auto terug. Ik ben lid van de Svenska Volvoklubben. Het contact met de Zweden is altijd speciaal. Voor buitenlanders verhogen ze meteen de prijs. Ze zijn zeer chauvinistisch als het over hun auto's gaat. Ze hebben niet graag dat ze het land verlaten.'

'De rode Volvo PV 544 Sport (1966) kocht ik in Florida, kant-en-klaar gerestaureerd. Een zeer fijne auto met dubbele carburatie waarmee ik vaak rij.' Terwijl hij erbij poseert, loop ik langs een half afgebroken PV 544 en een zwart PV 444 A-model (1948): de eerste Volvo die op grote schaal werd gebouwd. Zowat de Scandinavische Kever. De PV 544 (1960) in twee groentinten is niet origineel, wel mooi uitgevoerd. Het interieur is wel origineel en in topstaat. 'Zo gekocht van een verzamelaar', zegt Verheyden terwijl hij een oranje (1963) en een witte (1967) Amazon Break toont.

Een vroege Volvo PV 444 (1948). ©Thomas Vanhaute

'Tegenwoordig komen de goede klassiekers uit Spanje en Portugal. De groene Leyland Mini Clubman (1974) werd in Portugal gebouwd en gerestaureerd. De Portugese nummerplaat zit er nog op. Ik moet hem nog inschrijven. Alle chroom is nieuw. Het motortje staat zeer proper. De bekleding is origineel. En hij heeft nog de kilometerteller in het midden van het dashboard. Tot in 1968 werd dit model in Engeland gebouwd - die zijn nu een pak duurder.'

JULIEN VERHEYDEN (60)
Voormalig bouwondernemer
Daily: Volvo C70 Cabriolet (2011).
Eerste: Volvo 343 (1977).
Beste: Volvo 544 Sport (1966).
Droom: Porsche 911 van begin jaren zeventig.

'In de Triumph TR3 (1963) heb je spieren nodig. Zodra hij bolt, bolt hij goed, maar hij vertrekt als een vrachtwagen. De TR4A IRS (1967) rijdt veel beter. Beide komen uit de VS. De Ford Anglia Sportsman (1967) kocht ik op een beurs in Ciney, van iemand die hier vlakbij woont. Ik was er al jaren zot van. Hij werd in België gebouwd en was een van de eerste auto's met metaalglanslak. Een typisch Engels autootje. Maar het reservewiel op de achterzijde is een kenmerk van de Belgische exemplaren. Het standlichtje vooraan maakte er een 'Deluxe' van. Ermee gereden heb ik nooit.'

'Een auto uit elkaar halen kan ik. Weer in elkaar schroeven is al moeilijker. En restaureren kan ik al helemaal niet. Dat doe ik later wel, als ik tijd heb, dacht ik vroeger. Nu heb ik tijd, maar geen goesting. Ik ben tot het besef gekomen dat ik 200 jaar moet worden als ik ze gerestaureerd wil krijgen. En ik wil rijden. Al die jaren heb ik amper auto's verkocht. Tot voor kort. Er zijn er al acht weg. Ik wil de loods verkopen en iets kleiners kopen, voor nog een zestal auto's. Aan jonge gasten raad ik altijd aan om het bij twee klassiekers te houden. Maar ja, als je plaats hebt, koop je bij, hé. Afscheid nemen valt best mee. En straks zie ik ze misschien gerestaureerd terug.'

'Ik had beter in Porsches geïnvesteerd. Met Volvo's word je niet rijk. Al heeft de P1800 wel zijn waarde: een Zweedse auto met een Italiaans design. De onderdelen zijn wel peperduur: er werden slechts 8.000 exemplaren van gebouwd. Maar ik rij liever met de kattenruggen: de PV 444 en PV 544.'

Achter het kermistuigje staat de Volvo PV 444 (1954), een van de trofeeën uit Zweden. ©Thomas Vanhaute

Lees verder

Advertentie
Advertentie