sabato

‘Ik heb auto's van Brussel tot Zwitserland'

Jacques Deneef bij zijn Packard Deluxe uit 1929 in het museum Autoworld. ©Thomas Vanhaute

'Je suis un représentant multicarte', zegt Jacques Deneef (82) terwijl hij een visitekaartje uit zijn portefeuille vist. Hij ontvangt ons eerst in Autoworld, het Brusselse automuseum waarvan hij bestuurder is. Deneef toont me trots de door hemzelf uitgebouwde Belgische sectie, met de rijke geschiedenis van zowel de autoproductie als de racerij in ons land. Het museum herbergt ook twee van zijn eigen wagens: 'De Packard Deluxe Eight Convertible uit 1929 komt uit de tijd van The Great Gatsby', lacht hij. 'Dertig jaar geleden gekocht op de Pebble Beach-automeeting in Californië. De Ford Sportsman uit 1947 doet dan weer denken aan The Beach Boys. Ook die heb ik al dertig jaar. Er bestaan maar 3.000 exemplaren van en dit is wellicht het enige in Europa. Zie die houten panelen: net als op een boot.'

In zijn Ford Sportsman uit 1947 voelt Deneef zich een Beach Boy. ©Thomas Vanhaute

'Een of twee keer per jaar komen ze buiten voor rally's. Ik ben bestuurder bij de Historical Vehicle Club of Belgium. En lid van de Zwitserse Veteran Car Club. En de Franse. En de Engelse. Om te kunnen deelnemen aan events.'

'Mijn auto's staan verspreid tussen Brussel, de Ardennen en Zwitserland', vertelt Deneef als we naar een van zijn echte garages gaan. 'Bijna van elk decennium heb ik een wagen. Ik heb twee Cadillacs: een zwarte uit 1904 en een rode uit 1908. Die tweede was te jong om deel te nemen aan de London to Brighton Veteran Car Run. En ik kan niet verkopen. Vandaar. Behalve Cadillac creëerde Henry M. Leland ook Lincoln. Uit bewondering voor zijn genie kocht ik ook deze Lincoln uit 1925. Kijk eens: dat leer is bijna een eeuw oud.'

Een Lincoln uit 1925, gekocht uit bewondering voor Henry M. Leland. ©Thomas Vanhaute

Ook in de collectie: een Austin 7 uit 1929, een MG L-Type Magna uit 1933, een luxueuze Bentley S1 uit 1959 naast een NSU Prinz uit 1965 met een tweecilindertje van 600 cc, een Volkswagen Kever Convertible - 'nieuw gekocht in juni 1979, en nu 50.000 kilometer op de teller' -, een Citroën 2CV 6 Charleston uit 1985 en een Porsche 911 Targa uit 1985 die na drie maanden stilstaan moeiteloos start. 'Behalve de dagelijkse auto's - vooral Citroën en Ford, omdat dat klanten waren - heb ik vijf Porsches gehad.'

'Als je ze zo lang bijhoudt, ontstaat er een hechte band. Je beleeft er avonturen mee. Als investering heb ik ze nooit gezien. Dat zijn ze gewoon geworden.' In een hoek staan nog een Citroën Mehari en enkele Duitse NSU's. 'Van een vriend zonder plaats.' En die Kever? 'Even denken. Ha ja, die is van mij. Soms weet ik het niet goed: mijn zoon heeft de microbe ook. Hij heeft een Minerva Land Rover, het laatste product van Minerva. En deze oranje R4 van de RTT is ook van hem.'

Mijn auto's staan verspreid tussen Brussel, de Ardennen en Zwitserland. Bijna van elk decennium heb ik een wagen.
Jacques Deneef

De verscheidenheid is opmerkelijk. 'Ik verzamel geen auto's omdat ze duur zijn. Ik wil een object waar ik van hou. Herontdekken hoe ze rijden maakt me telkens blij. Meer dan in Porsche, Ferrari of whatever ben ik geïnteresseerd in de sociaal-economische rol van de automobiel. Auto's betekenden een groot moment in de beschaving. Ze boden een ongekende vrijheid. De Ford T was een mijlpaal voor het grote publiek. Ook de politieke betekenis is reëel. Volgens mij heeft de auto de Sovjet-Unie doen vallen. Zodra mensen auto's hadden, wilden ze andere dingen zien en kwam er druk tot verandering.'

Dagelijkse auto: Audi A1 1.2 TFSI.
Eerste: Volkswagen Kever.
Beste: De vijf Porsches.
Slechtste: Renault R16.
Met spijt verkocht: Porsche 356B.

Lees verder

Advertentie
Advertentie