sabato

'Ik liet mij niet uitbetalen in geld, maar in trapauto's'

Jozef Van Assche, verzamelaar van trapautootjes. (Foto: Thomas Vanhaute)

Ruim 250 trapautootjes heeft de familie Van Assche al verzameld. Duur speelgoed: alleen al de Chenard & Walcker-tweezitter is vlotjes een paar duizend euro waard.

Autobiografie: Jozef Van Assche (88)

Gepensioneerd leraar metaalbewerking.
Eerste: T-Ford (1916).
Laatste: Volvo Amazon (1970).
Beste: Mercedes-Benz 190D (1988).
Slechtste: Opel Kadett (1965).
Met spijt verkocht: Citroën Type B12 Torpédo (1926).

In het atelier achter zijn garage in Deinze toont Jozef Van Assche (88) het wieltje van een trapauto. ‘Onvindbaar, dus heb ik het zelf gemaakt’, zegt hij. ‘Met platte spaken, en inclusief de wieldopjes. Drie dagen werk.’ Hij restaureert een ‘camionette plus remorque’ van Euréka. Zo staat het in het boek waarin hij het origineel terugvond. Hij is hier elke dag bezig. Voor- én namiddag. ‘Hier amuseer ik me al sinds 1958’, lacht hij.

Vroeger stonden zijn oldtimers hier. Ergens heeft hij nog een Citroën Rosalie (1932). Maar sinds hij enkele epilepsieaanvallen kreeg, mag hij niet meer rijden. ‘Dat doet zeer’, weet zijn zoon Geert (61). ‘Auto’s zijn z’n leven.’

Als metaalbewerker gaf Jozef les aan het VTI in Kortrijk. Hij toont een zelfgeschreven cursus ‘Methodisch nazicht, onderhoud en herstellen van de carrosserie’. ‘Ik heb ook veel oldtimers van rijke mensen gerestaureerd’, vertelt hij.

‘Onder meer een Porsche, die op de beurs in Essen de eerste prijs won. En op school ontwierpen we op het chassis van een Kever een eigen, unieke auto.’ Hij toont foto’s. ‘Geert heeft er jaren mee gereden. Maar hij was niet zo veilig. En draaide niet zeer kort. Zeer lang, eigenlijk. Ik heb wel spijt dat ik hem verkocht heb. De koper crashte ermee.’

Trapautooje van Torck. (Foto: Thomas Vanhaute)

Sommige trapautootjes zien eruit alsof ze pas de fabriek verlieten, andere zijn mooi bespeeld. (Foto: Thomas Vanhaute)

Hier in Deinze was er een grote speelgoedindustrie, met onder meer Torck, Swan en Periclès. En na zijn pensioen ging Jozef trapauto’s restaureren. ‘Het begon met een exemplaar voor een tentoonstelling van koninklijk speelgoed in het speelgoedmuseum in Mechelen. In ruil kreeg ik een ander te restaureren exemplaar. En ik was vertrokken. Als vergoeding verkoos ik trapauto’s boven geld. Soms kreeg ik er zeven ineens. Ook kocht ik exemplaren met veel werk aan. Vaak hebben ze geen lichten, stuur, sierstukken, bumpers, wielen. Dan maak ik zelf mallen naar origineel model. Dat vergt soms weken werk.’

Trapauto’s tot 1910 zijn doorgaans in hout, vervolgens tot 1970 in metaal, en later in plastic. Geert gaf 39 jaar lang houtbewerking aan het VTI in Deinze. Vader en zoon vullen elkaar aan. En ook de derde generatie helpt mee. Ward (32) is metaalbewerker. ‘Ik blijf eraf’, lacht Bert (30). ‘Ik schuim vooral de markt af. Soms kopen we een auto, alleen voor de originele wieldopjes.’

Op de ‘ingerichte zolder’ – die een slaapkamer blijkt te zijn – staan liefst 84 exemplaren. (Foto: Thomas Vanhaute)

Inmiddels telt de collectie dik 250 stuks. Sommige zien eruit alsof ze pas de fabriek verlieten, andere zijn mooi bespeeld. Op Berts slaapkamer tonen ze een van de meest waardevolle exemplaren: een zeldzame Chenard & Walcker-tweezitter van het Franse Euréka, met een onvindbare ‘kalender’ en brandende lichten.

‘De laatste die we op een beurs zagen, moest 10.000 euro kosten’, zegt Geert. ‘Toen hadden wij de onze gelukkig al. De Torck Francorchamps werd gebouwd voor Expo 58 – en slechts één jaar, want kinderen bezeerden zich aan de scherpe kanten.’

Een van de meest waardevolle exemplaren: de Chenard & Walcker-tweezitter van het Franse Euréka, met brandende lichten. (Foto: Thomas Vanhaute)

Op de ingerichte zolder staan liefst 84 exemplaren. ‘De gezochte Jaguar E-Type is het laatste model van Torck, dat in 1971 failliet ging. We vonden hem in tweevoud. Ook Swan is van Deinze, maar had een kleinschaliger productie. Zo hebben we er vijf, en die kwamen we slechts één keer tegen.’

Soms kopen we zo’n trapautootje, alleen maar voor de originele wieldopjes.
Jozef Van Assche
Verzamelaar trapautootjes

Voorts staan hier Italiaanse trapauto’s van Giordani en Rosca, Duitse van Ferbedo, en een wondermooie Ferrari van het Franse Devillaine. Het oudste exemplaar gaat terug tot vóór 1900. ‘Ja, ze pakken veel stof’, lacht Ward. Verborgen in een hoek zien we plots een bed staan. Blijkt dat we niet op zolder zijn, maar op zijn slaapkamer.

De Englese Triang kreeg Van Assche van een Nederlander aangeboden. (Foto: Thomas Vanhaute)

‘De Engelse Triang komt van een Nederlander die ons belde. Hij wilde dat de trapauto waarin hij als kind had gereden in onze collectie terechtkwam. Hij zou hem brengen en noemde een prijs én een kilometervergoeding. Maar hij woonde vrij ver.'

Kees in de jaren 1950. (Foto: Thomas Vanhaute)

'De prijs betaalden we, de kilometervergoeding liet hij vallen. Hij is hier een hele dag gebleven.’ Ze tonen foto’s van Kees, als kind in de jaren 1950, bij zijn trapauto.

'Vroeger betaalde je 50 euro voor een trapauto, nu voor een wieltje. Voor ons was het nooit een investering. Dat ze later misschien minder waard zullen zijn, daar zijn we niet mee bezig. We zullen ze dus ook niet te gelde maken. Je vindt ze nooit meer terug, en dan staat dat geld daar ook maar te staan. En is het hier helemaal leeg.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie