sabato

'Ik maakte mijn 'Laurel & Hardy'-auto op basis van een postkaart'

Norbert Huyghebaert bij zijn Speedsport, op basis van een Ford T (1918). ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: auto's en kastelen restaureren met Norbert Huyghebaert.

Norbert Huyghebaert ontvangt ons in Château Bleu in Trooz, in de provincie Luik, waar hij en zijn vrouw Marcella een hotel uitbaten. 'Mijn eerste oldtimer kocht ik in 1988: een MG VA', vertelt hij. Doelbewust een vierzitter, voor als er kinderen kwamen. Maar in 1994 verkocht ik die weer. Toen deden we ook ons tuinbouwbedrijf in Duffel van de hand. Een jaar later kwamen we naar hier. Het kasteel hadden we in 1991 gekocht, en zelf gerestaureerd. Dat zat erin van toen ik klein was. Knutselen was mijn lang leven. Maar hier was geen garage. Ooit koop ik nog wel een andere oldtimer, dacht ik bij mezelf.'

De MG TA (1938) met een nagebouwd koetswerk van een Q-type. ©Thomas Vanhaute

Dat duurde tot 2010. 'Toen kwam de MG Q-Type en begon ik hier in plaats van gastronomische weekends oldtimerweekends te organiseren. Neen, het is geen originele Q. Daarvan werden er slechts enkele gebouwd: racewagens die onder meer de grote prijs van België reden. Dit is een MG TA uit 1938 met Q-body. Een replica, dus. Dat koetswerk werd in Engeland gebouwd, een paar jaar voor ik hem kocht. De motor werd bijgewerkt tot een halve racemotor.'

De iconische Chevrolet Corvette C1 (1961). ©Thomas Vanhaute

'Ik zal hem starten, hij zal er deugd van hebben', zegt hij. Na enkele pogingen weerklinkt geknal en gedaver. 'Dit is mijn lieveling! Zijn waarde stijgt niet, maar het genot is onbetaalbaar. Hij is smal en vinnig. Speedy. In vergelijking daarmee is de Chevrolet Corvette C1 (1961) een lui ding. Zijn V8 draait geruisloos, maar hij rijdt als een limo. Het blijft wel een prachtmodel, en nog met veel chroom - dat zie ik graag. Ik voerde hem in uit de VS zonder hem gezien te hebben.'

Met de Jaguar E-Type (1968) rijdt Huyghebaert het vaakst. ©Thomas Vanhaute

'Het vaakst rij ik met de Jaguar E-Type 4.2 (1968). Die kocht ik in Brussel. Natuurlijk de open versie: aan gesloten auto's geef ik geen geld. Je hebt E-Types voor 60.000 euro, maar ook voor 180.000 euro. De eerste serie, zeker de Europese, zijn de duurste. De mijne is een zogenaamde 1 1/2, in Amerikaanse uitvoering.'

'Van de Alfa Romeo 2000 Touring Spider (1959) droomde ik allang. Ik kocht hem terwijl Marcella op vakantie was. Toen ze thuiskwam, stond hij hier. Even was er ruzie. Maar nu vindt ze hem ook mooi. Hij kwam uit Zweden en ik had hem alleen op foto gezien. De haaienvinnen waren rot en zijn moeilijk na te maken. Maar ik heb zelf mallen gemaakt. Voorlopig heb ik er alleen maar mee in de tuin gereden, maar binnenkort is hij klaar - nu is hij bij de bekleder.'

Norbert Huyghebaert (64)
Hotelier

Daily: Land Rover Freelander 2 HSE TD4 (2008) en Volvo C70 T5 (2006).

Eerste: Mercedes-Benz 206 D (jaren 70).

Met spijt verkocht: BMW 525 (1981), 'de eerste auto die Marcella en ik samen kochten'.

Fijnste: MG TA met Q-Type-body (1938).

Slechtste: 'Geen, ik herstel ze gewoon.' Droom: 'Het is genoeg geweest. De Alfa Romeo is fantastisch.'

'Dit is mijn laatste klassieker. Op mijn leeftijd moet je tevreden zijn met wat je hebt. Al kocht ik voor een prikje wel nog een Rover P2 Type H16 Saloon (1947). Maar die is gesloten, en lui, en hij stinkt vanbinnen. Ik heb er wat aan gewerkt, maar grote liefde is het niet. Onlangs kocht ik ook een Jaguar XKR (1998) in British Racing Green, met groene kap en beige leder. Met zijn V8-supercharger is dat een geweldige machine. Al heb ik er nog niet mee gereden. Hij moet eerst oud worden. Nu is het nog onbetaalbaar om hem in Wallonië in te schrijven.'

Aan zijn Ford T (1918) hangt een straf verhaal. 'Die vond ik in Antwerpen en brak ik af, om later weer op te bouwen. Los daarvan vonden we een postkaart uit de jaren 20, met daarop het huis hiertegenover en een onbekend autootje. "Die bouw ik na!", besloot ik. Ik ben zeer handig. Vroeger al maakte ik bootjes en zeilen. En het was mijn droom om ooit zelf zo'n tuftufding te bouwen dat ik in mijn kinderjaren in de films van 'Laurel & Hardy' had gezien. Als ze dat vroeger konden, moest ik dat ook kunnen.'

'Van de postkaart liet ik uitvergrote detailbeelden maken. De pijl op het radiatorrooster bracht ons bij het merk. Het was mijn nichtje die het las: Speedsport. Daarover vind je nagenoeg niets, maar toen ik de merknaam bevestigd zag, voelde ik me als in een film. De auto bleek gebouwd bij Baertsoen & Bonar in Schaarbeek, op basis van een... Ford T. Oorspronkelijk heette hij Speedford, maar Ford protesteerde, waarna het Speedsport werd.'

Speedsport, op basis van een Ford T (1918). ©Thomas Vanhaute

'Ik leerde plaatwerk slaan en plooien. Het koetswerk is dus een eigen fabricaat, op basis van die ene, uitvergrote foto. De 'boat tail' is improvisatie: de achterzijde kon ik op de foto niet zien. Ik heb er drie jaar aan gewerkt, met vallen en opstaan. Intussen sprak ik er met niemand over - voor indien het zou mislukken: dan zette ik gewoon de oude koets weer op de Ford. Maar twee jaar geleden was hij klaar. Kijk, ik heb een identieke foto genomen. Toen en nu. Zo perfect mogelijk.'

De Ford-motor start meteen en op zijn houten wielen rolt de Speedsport de garage uit. Huyghebaert demonstreert de claxon. En toont de oude foto. 'Het is dezelfde hé! Ook hiermee rij ik weinig', erkent hij. 'Maar voor zijn honderdste verjaardag heb ik hem wel vier nieuwe banden gegeven. Speciaal laten overkomen uit de VS.'





Lees verder

Advertentie
Advertentie