sabato

'Ik rij niet met mijn Porsche 911 T, het is een snel spaarboekje'

Vader en zoon Verelst in de speelschuur. ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: Gert Verelst en zoon.

In de knusse schuur achter de 200 jaar oude hoeve van Gert Verelst houdt een kachel de boel warm en de lucht droog. Er staat een twintigtal brommers en motorfietsen, allemaal uit de jaren zeventig. Sommige zijn in maagdelijke toestand.

'Thuis kreeg ik geen brommer, als tiener was ik aangewezen op die van vrienden', lacht hij. 'Ik was al 22 toen ik mijn eerste Honda Dax kocht, een icoon uit mijn jeugd. Hij is van 1972 en staat nu in de slaapkamer van mijn zoon Luca. Motor en frame zijn origineel, maar 95 procent van de onderdelen is zogenaamde new old stock die ik op beurzen vind.'

Met de Dax begon de liefde voor Honda. 'Dit is de oudste en meest begeerde Monkey, de CZ100 (1964). De Z50M (1967) is z'n opvolger. Die twee móét je hebben als je Monkeys verzamelt. Ik restaureerde ze zelf. Intussen zijn ze vrij waardevol. Zodra iets in mijn bezit is, kan ik het nog maar moeilijk verkopen.'

De Honda CB750. ©Thomas Vanhaute

We zien ook zware kleppers, in de heerlijke kleuren van toen. 'Op een CB750 Four ben ik getrouwd', lacht Verelst. 'Dit exemplaar restaureerde ik vijftien jaar geleden. Toen hij werd gelanceerd, was hij een bom. Hij groeide uit tot een legende. Zijn kleine broertje, de CB350 Four (1974), is in zijn eerste lak en ongerestaureerd. Die kocht ik van iemand aan de kust. Het was een erfstuk van zijn broer, een moeilijke situatie.'

Ermee rijden doet hij amper. 'Elke ochtend sta ik op om tien over vier. Om acht uur 's avonds kom ik weer thuis. Mijn groot plezier is dan: hier binnenkomen en ze wat poetsen of eraan werken. Zondag en donderdag zijn mijn vrije dagen. Ook dan ben ik vaak hier.'

'Brommers met grote wielen vond ik vroeger minder mooi. Dat veranderde twee jaar geleden, toen ik een SS50Z kocht met vier versnellingen. Een vriend was ermee bezig en ik begon erover te lezen. Ineens kwam die klik, intussen heb ik er zes.

Onlangs ging ik in München dit rode exemplaar uit 1974 halen, de versie met vijf versnellingen en een kleine koplamp die nu echt gezocht wordt. Ik vond hem op eBay, met maar 13.000 kilometer op de teller. Ik schrijf hem misschien in zodra hij technisch helemaal in orde is. Verder ga ik hem niet restaureren. Zijn eerste lak heeft hij maar één keer.

De eigenaar had een serieuze verzameling en was overleden. De verkoper was zijn zoon. Er stond ook een SL120. Die koop ik níét, had ik me voorgenomen. Uit voorzorg had ik alleen centen bij me voor de SS50. Intussen is de deal wel rond. Binnenkort rij ik opnieuw naar München.'

De Porsche 911 T (1972): een snel spaarboekje. ©Thomas Vanhaute

Gert Verelst (47)
Slager

Eerste: Nissan Sunny 1300 Pulsar (1986). 'Het stuurtje heb ik nog liggen.'

Daily: BMW S1000XR (2015). Mercedes Vito 3.0 V6 (2010).

Beste: Volkswagen Passat 2.0 TDI R-Line Variant (2012).

Droom: Porsche 356 pre A. 'Maar de prijzen zijn niet te verantwoorden.'

Het bleef niet bij tweewielers. 'De Porsche 911 T (1972) wilde ik altijd al hebben. Deze versie, de Ölklappe, werd maar één jaar gemaakt. Ik kocht hem in 2004 voor de prijs van een kleine stadswagen. Vorig jaar wilde ik wat kleine werkjes laten uitvoeren, maar de auto is veertien maanden weggeweest en werd uiteindelijk tot het bloot ijzer afgeschuurd.

Ik rij er niet mee, het is een spaarboekje. De 964 Carrera 4 (1989) neem ik wel vaak. Het is een totaal andere auto, een oldtimer die toch rijdt als een vrij moderne auto. Met zijn vierwielaandrijving is hij onverzettelijk bij regen.'

'Ik moet opletten', zucht hij. 'Met Nieuwjaar zei ik dat ik dit jaar niets zou kopen, maar januari was nog niet om en ik had al twee brommers extra. Soms ben ik bang dat het er wat over is, het verzamelplezier. In een straal van 15 kilometer leerde ik een twintigtal gelijkgezinden kennen. 's Zomers bezoeken we meetings, 's winters beurzen.' Hij opent een kluis. 'Kijk, zo'n zadel in goede staat, dat is het zeldzaamste onderdeel voor een Honda SS50. Telkens als ik er een vind, ben ik dolblij.'

De Volkswagen Karmann Ghia (1966) van zoon Luca (19). ©Thomas Vanhaute

Zoon Luca (19) is zelfstandig tuinaanlegger. 'Rond mijn vijftiende ben ik mee in het verhaal gerold', vertelt hij. 'Nu zijn we hier vaak samen bezig. Toen ik achttien werd, kreeg ik een som geld van mijn bompa. Ik mocht ermee doen wat ik wilde. Een deel investeerde ik in mijn zaak, met een ander deel kocht ik de Volkswagen Karmann Ghia (1966) waarop ik zo verliefd was geworden. De auto werd 23 jaar geleden body off gerestaureerd. Het koetswerk is alweer wat aangetast, maar het is een mooie basis. Ik rij er zeer geregeld mee.'



Lees verder

Advertentie
Advertentie