sabato

'In mijn garage staat ook nog de Cadillac van wijlen koning Leopold III'

Beide Packards werden nieuw door de Amerikaanse consul in Marseille gekocht. ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: 'Les folles américaines' van Olivier Dejong.

Autoliefde een-twee-drie verklaren is lastig, weet Olivier Dejong. ‘Er is zo veel: de rijsensatie, hun schoonheid, de vakanties, de vrijheid, de technische uitdagingen, het licht in de ogen van bewonderaars...Een Porsche is amusant, een 2pk evenzeer. Vaak begint het met jeugdherinneringen. Laatst zag ik een jongeman met de Renault 19 van zijn tante. Geen bijzondere machine, maar als alleen uitzonderlijke of succesrijke auto’s werden verzameld, zou er veel verdwenen zijn.

'De Cadillac Series 62 Convertible (1952) die door Leopold III werd gekocht en een jaar later diende op het huwelijk van Jan Van Luxemburg en prinses Joséphine-Charlotte staat te koop.'

Met het ouder worden merk ik dat een auto ook een medium is om contact te leggen. Veel mensen houden ervan. Ikzelf rij trouwens open van 1 januari tot en met 31 december - als het droog is, al kom ik ook weleens in een bui terecht, maar je wordt pas nat als je stilstaat.’

Toch doorboort de regen tijdens de fotosessie zijn hart. Zijn schoonheden zijn pas gepolijst. ‘Mijn Mercedes-Benz 350 SL (1975) is jonger dan ikzelf, en al bij al veeleer een occasieauto dan een classic car’, vertelt hij. ‘Ik wilde ook iets wat me zou verplichten om bij te leren.

Het Goddess of Speed-ornament op de Packard Super Clipper Eight Club Sedan (1947). ©Thomas Vanhaute

De Packard Super Clipper Eight Club Sedan (1947) arriveerde hier op 23 december 2014. Mijn grootste angst: kan hij binnen? Het lukt net. Ik vreesde ook dat ik geen onderdelen zou vinden. Packard ging failliet in 1958 en is in Europa wat vergeten. Maar in de VS vind je bijna alles. Daar is het merk meer blijven leven. Cadillac was de grote concurrent.’

Wat hem bijzonder maakt? Ask the man who owns one, luidt de merkslogan. ‘De bouwkwaliteit was super, zonder de macht van een grote groep als GM. En voor mij het belangrijkste: die lijn! Ze zijn als oude schilderijen die je uit een museum haalt. Als een trotse grootmoeder die nog eens buitenkomt. Van dit type zouden er nog een vijftiental bestaan.

Het originele interieur van de Packard Super Eight Victoria (1937). ©Thomas Vanhaute

Op het handschoenkastje vond ik het naamplaatje van Mr. Bradford, de Amerikaanse consul in Marseille die hem nieuw kocht. In 1964 verkocht hij hem aan een verzamelaar in Nice. In 1972 kwam hij bij een Brusselaar terecht, die hem later verkocht aan de man van wie ik hem kocht. In zeventig jaar had de auto 63.337 kilometer gereden. Inmiddels kwamen er 10.000 bij. Telkens ik thuiskom bij mooi weer, maak ik een ritje. Naar de bakker en zo. Maar ik reed ook al naar Le Mans Classic.’

‘Dit exemplaar staat in ‘Les folles américaines’: het allereerste autoboek dat ik kocht, toen ik twaalf was. Kijk, het ligt hier in de garage.’ Het originele interieur is in topstaat. De radio werkt nog, de lederen sleutelhanger is intact. ‘Toen ik de auto destijds een tweede keer ging bekijken, had een mot aan de wollen zetel geknabbeld. Die werd hersteld. Een flinke mot eet in enkele weken een interieur op. Het stuur laat ik misschien nog opnieuw bekleden: het voelt niet lekker.’

De Super Eight Victoria (1937), met 16 lagen lak. ©Thomas Vanhaute

‘Nadat ik de auto had gekocht, ontmoette ik de voorzitter van de Packard Club Belgium. Een oude meneer die kort nadien overleed. Zijn begrafenis leek wel een huwelijk, met heel veel Packards. Men vroeg me om zijn plaats in te nemen. En er kwam een tweede exemplaar. De Super Eight Victoria (1937) zag ik in 2016 in een catalogus van het veilinghuis RM Auctions. Hij bleek te hebben toebehoord aan... Leonard George Bradford. Op die veiling werd de auto niet verkocht.

Olivier Dejong
Gebouwenbeheerder bij Belfius.

Daily: Audi A5 Cabriolet (2018).

Eerste: Ford Consul Corsair (1965). ‘Gekocht toen ik 17 was en nog steeds in bezit, ergens in een hoekje, in slechte staat. Zo had ik er vier.’

Met spijt verkocht: ‘Geen. Wel met spijt niet gekocht: Maserati Ghibli.’

Droom: ‘Véél. Maar boven alles een Jaguar E-Type Series 1.’

 

Pas vorig jaar ging ik hem halen in het Zuid-Franse Villefranche. Met mijn trailer kon ik er niet bij. Ik moest de mastodont door de kleine, steile straatjes van het dorp manoeuvreren. De remmen werkten amper en de eigenaar hielp niet: hij wilde de auto niet zien verdwijnen. Om het oude, gescheurde leder te redden liet ik het op stof kleven.’

‘Als eerste auto wilde ik een Citroën DS. “Veel te groot”, zei mijn vader. Hij had een BX en droomde wellicht nog van zijn eigen DS. Het werd een Ford Consul Corsair (1965) - zo had niemand er een. Toen ik er als student eens mee rondreed in Ukkel hielp ik een man in een Chevrolet met pech. Hij vroeg of ik al een studentenjob had.

Kort erna ging ik met een volgeladen koffer sigaretten uitdelen aan de drive-in-cinema in het Jubelpark. Met die Chevy uit 1959, maar ook een Buick en een Dodge Dart Convertible. Sindsdien heb ik met veel auto’s van anderen mogen spelen. Een Ferrari 612 Scaglietti, een Jaguar XK 150, maar ook een Panhard 24 - die heeft iets meer macht dan een 2pk. Soms was ik babysitter voor mensen zonder tijd. Ik ben altijd verwonderd hoeveel vertrouwen ze me geven.’

‘Thuis hadden we ook een BMW 320i Cabriolet, een Jaguar XJS Convertible V12 en een Jaguar XJ12. Nu is er nog een Jaguar XK Convertible (2007), een Porsche 911 Cabriolet (1990) en de Cadillac Series 62 Convertible (1952) die door Leopold III werd gekocht en in 1953 diende op het huwelijk van Jan Van Luxemburg en prinses Joséphine-Charlotte. Die laatste twee staan nu te koop.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie