sabato

'Met de Ferrari naar de bakker gaan: dat komt niet goed'

Johan Claeys was jarenlang automonteur in de racerij. Ook zijn Ferrari 328 GTS herstelt hij meestal zelf. ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: de jongensdromen van Johan Claeys.

In zijn garage getuigen netjes geordend gereedschap en talloze bekers, vlaggen en foto's van 45 jaar autoliefde. 'Jarenlang was ik actief in de Carglass Cup en later Belcar', vertelt Johan Claeys. 'Niet als piloot, maar in de technische ondersteuning, de jongste jaren in het team LVC Motorsport. Je doet dat niet voor het geld, maar voor de eer en glorie - de bekers, dus. Ik deed dat samen met mijn broer, die elf jaar geleden bij een motorongeval overleed. Toen verloor ik ook een goede vriend.'

Johan Claeys (63)
Gepensioneerd technical department manager bij Kellogg Company.

Daily: Jaguar XF (2011) en Audi A3 2.0 TDI S-Line Cabriolet (2010).

Eerste: Honda S800 Cabriolet (1967). 'Die vind je nu niet meer: niemand wilde toen een Japanse auto.'

Beste: de Porsches.

Droom: Ferrari F430.

'Al toen we dertien waren, hielden we van alles wat lawaai maakte. Onze ouders waren hoveniers. Elke dag moesten we voor en na schooltijd helpen met de tomaten en asperges. Voor vader was het een grote desillusie dat we de stiel niet overnamen, maar we konden geen tomaten meer zien. In de buurt verdienden we ook wat bij. Zo waren er twee jonkmans wier land wij gingen omploegen met de tractor. In ruil kregen we een brommer die er al jaren stilstond. 'Als je hem aan de praat krijgt, krijg je ze allemaal', klonk het. Dat waren er zes of zeven. Later kochten we elk een autootje om te restaureren. Mijn broer een Triumph Spitfire, ik een Honda S800 Cabriolet voor minder dan 200 euro.'

'Ik studeerde automechanica en ging bij busbouwer Van Hool werken. Om auto's te kopen kluste ik bij.' Hij kocht zowat elk jaar een andere, zo blijkt uit het album dat hij samenstelde. We bladeren onder meer langs een Mini Cooper John Player Special, BMW 2002 Ti, Porsche 914 en 924, Triumph Spitfire, TR3 en TR7, BMW Isetta, MGA Coupé, Volkswagen Scirocco GTI, Ford Escort XR3, Mercedes Bar 8 en 280 SL.

'De Morgan 4/4 1600 van begin jaren 80 hield ik wel lang. Hij had de Fiat-motor die in de Abarth-rallywagens werd gebruikt. Ik bezocht ook de fabriek in Engeland. In mijn herinnering werkten er alleen tachtigplussers met een pijp in de mond. Niets gebeurde machinaal. Het was wel een goede auto. Kijk, ik had er een kinderzitje in gemaakt. Maar toen Tim vier was, paste hij er niet meer in.'

Porsche 911 Carrera Coupé (1987). ©Thomas Vanhaute

Kort erna kwam de eerste van een hele reeks Porsches 911, met de Carrera GTS Cabriolet (2012) als recentste. 'Toen ik jong was, woonde er vlak bij ons een vrijgezel met een gloednieuwe Targa. Het geluid van de boxermotor, dat was zoals het tikken van een hart.

Later kocht ik voor minder dan 20.000 euro een van de laatste exemplaren (1979) van de Rijkswacht, in uitstekende staat - voor herstellingen hadden ze een eigen garage. Er een gewone van maken had ik nooit mogen doen, als je ziet wat er nu voor wordt betaald. Maar toen mocht je er niet mee rondrijden. Ook de streep moest eraf. De gele 911 T 2.2 Targa (1969) was de laatste auto die ik samen met mijn broer restaureerde. Spijtig genoeg verkocht ik die acht jaar geleden. Nu zie ik ze voor het drievoudige te koop staan.'

De opgefriste Porsche Carrera 2 Cabriolet (1992) is net zo oud als zoon Tim. ©Thomas Vanhaute

Hij toont hoe Tim al op zijn elfde mee sleutelde. 'Hij is nu 27 en komt geregeld een auto van stal halen. Bij het minste krasje is hij ongelukkig. Een goede ingesteldheid. Hij rijdt vaak met de Carrera 2 Cabriolet van zijn geboortejaar 1992.

Onlangs hebben we samen de koppeling vervangen. De 911 Coupé (1987) kocht ik in 2011. Vroeger heeft deze auto vooral binnen gestaan: nu staat er 139.000 kilometer op de teller. Hiermee nam ik zopas voor de derde keer deel aan de Coppa d'Europa. Je rijdt dan vijf dagen 400 tot 600 kilometer per dag, van 's morgens vroeg tot 20 of 21 uur 's avonds. Ik heb al dertien jaar dezelfde copiloot. We komen altijd met een beker naar huis. Nu behaalden we de vierde plaats van 112 deelnemers. In 2008 wonnen we The Belgian Classic Tour. Om tijdens zo'n regulariteitsrally de vooropgestelde tijd tot op de seconde te benaderen, heb je ook goede boordinstrumenten en een betrouwbare auto nodig.'

'De Ferrari 328 GTS (1989) schiet toch wat te kort vergeleken met een Porsche.' ©Thomas Vanhaute

'Dat doen we niet met de Ferrari 328 GTS (1989), neen', lacht hij. 'Dat was de ultieme kinderdroom - zoals van veel Porschisten. Maar intussen kan ik hem relativeren. Hij is veel mooier, maar schiet toch wat tekort vergeleken met een Porsche. In eerste en tweede versnelling rechtdoor kan een Porsche niet volgen, maar zodra er een bocht bijkomt, is het in de Ferrari echt werken. En hij is gevoeliger voor pech, al rij ik er amper 2.000 kilometer per jaar mee.

Onderhoud en herstellingen doe ik veelal zelf. Ik haal dan onderdelen in een Ferrari-garage. Onlangs had ik een riempje nodig. Dat was precies speelgoed, gemaakt om stuk te gaan. Je gelooft niet dat dat op zo'n auto kan zitten. Maar wel peperduur, net als het uurloon in het officiële net.'

'Met de Ferrari naar de bakker gaan: dat komt niet goed. Hij is minder wendbaar en het is altijd afwachten of je aan een drempel blijft hangen.' Toch droomt hij van een F430. 'Onder invloed van de Duitsers zijn Italiaanse sportwagens veel verbeterd. Zoals velen hoop ik op een kilometerheffing die de BIV en verkeersbelasting vervangt. Dat zou duizenden euro's schelen voor liefhebbers die weinig rijden.'



Lees verder

Advertentie
Advertentie