sabato

'Mijn mooiste Mercedes haal ik enkel uit bij blauwe hemel'

Pronkstuk in de garage: de Mercedes W123 280E (1979)

Amper 24 is mechanicus Casper Janssens, maar zijn Mercedesliefde is minstens zo diepgeworteld als die van zijn vader.

Casper Janssens (24) Mechanicus bij Mercedes-Benz
Daily: Mercedes-Benz W202 C180 (1999) van de eerste eigenaar.
Eerste: Mercedes-Benz W124 200D (1987). 
Beste: Mercedes-Benz W211 220 CDI (2003). 
Minst betrouwbare: Mercedes-Benz 190E 2.3-16 (1985). Droom: Mercedes-Benz 500E.

 

‘Dat is nu nog nooit gebeurd!’ Casper Janssens, piepjong maar al jaren Mercedesrijder, is wat later op de afspraak. ‘Ik wilde mijn 190 even warm rijden, maar kreeg pech.’ Samen met de vriend die de auto hielp slepen, inspecteert hij de motor. Onder jonge autoliefhebbers kan de ‘Baby-Benz’ uit de jaren 80 sowieso op veel bijval rekenen, maar dit is niet zomaar een 190.

De 190E 2.3-16 (1985) werd van peper en zout voorzien door de Engelse tuner Cosworth en beschikte over 185 pk. In zijn klasse was dat destijds indrukwekkend. Op de hogesnelheidspiste in het Italiaanse Nardo vestigde de auto meerdere records. Zo legde hij in 201 uur, 39 minuten en 43 seconden 50.000 kilometer af.

‘Nadat ik ermee had meegereden, was ik helemaal verkocht’, vertelt Janssens. ‘Deze kocht ik in 2017 voor 9500 euro. Dat was toen de doorsneeprijs voor een wrak. Het was compleet doorgeslagen. Goede exemplaren zie je nog altijd aangeboden voor 20.000 tot 30.000 euro, maar dat krijgen is wat anders. De markt is ingestort.'

De Mercedes-Benz 190E 2.3-16 (1985) was destijds een ware sensatie.

'En het is met hartzeer, maar de mijne mag weg voor wat ik er destijds voor betaald heb. Hij rijdt prima en trekt als een tierelier. Tot 4000 toeren gedraagt hij zich zoals een gewone 190, dan schiet hij wakker en trekt door tot 6500 toeren. Hij is hard en sportief: helemaal anders dan een gewone Mercedes.’

Janssens heeft al een tiental auto’s gekocht en weer verkocht. ‘Eigenlijk ben ik een W124-man. Die voorloper van de E-klasse is minder in trek bij jongeren. Dat vinden ze meer een auto voor boeren, denk ik. Maar ik voel me helemaal thuis in zo’n grote sedan. Zo heeft mijn vader er drie versleten. De beige 200D (1987) kocht hij in 2006. Dat was onze gezinswagen. Toen ik zestien was, werd hij uitgeschreven en bewaard tot mijn achttiende verjaardag. Deze auto doe ik nooit meer weg.'

Zijn mooiste exemplaar is de W123 280E (1979)

'Op zich is hij zeer eenvoudig, maar met 250.000 kilometer is hij nog fris - mijn vader had er een met bijna het dubbele op de teller. Ik rijd er slechts sporadisch mee, uit schrik dat er iets mee gebeurt. Toen ik vorige zomer met enkele vrienden deelnam aan de Budapest Rally, kocht ik speciaal daarvoor een andere, die ik achteraf weer verkocht. In één week reden we 4000 kilometer. De max!’

Toen ik vorige zomer met enkele vrienden deelnam aan de Budapest Rally, kocht ik speciaal daarvoor een Mercedes-oldtimer, die ik achteraf weer verkocht.

Hij heeft ook een break. ‘De 230 TE (1991) is nog properder. Die is van mijn vader. Allez, hij kocht hem. Ik zorg ervoor. Ook bij hem is de liefde voor dat model blijven hangen. En ikzelf ben erin groot geworden, natuurlijk. Maar het is ook de ongelooflijke kwaliteit van die auto’s, het rijgedrag, de ster op de motorkap, dat grote stuur... En alle onderdelen zijn gemakkelijk verkrijgbaar. Dat laatste geldt trouwens voor álle Mercedessen, al zijn de prijzen voor zeer oude exemplaren soms schrikwekkend hoog.’

Janssens maakt geen reclame voor Mercedes omdat hij er werkt: het is omgekeerd. ‘Omdat ik zo van die auto’s hou, liep ik tijdens mijn opleiding automechanica stage bij Mercedes Antwerpen. Nadien werkte ik een tijdje bij Opel, maar toen kreeg ik weer een telefoontje: ze zochten iemand. Op 1 oktober 2015 ben ik begonnen.’

De 280E (1979) vond hij bij het obligate oude vrouwtje.

De topper uit de W123-serie.

Zijn mooiste exemplaar is de W123 280E (1979). Die vond hij in september 2014, bij het obligate oude vrouwtje - ze bestaan, jawel. ‘En uiteraard de eerste eigenaresse’, lacht hij. ‘De auto stond in een villa, maar de dame woonde al in een rusthuis. Net toen ik hem wilde kopen, overleed ze. Waarna de notaris de deal stopzette. Ik wilde de auto absoluut hebben: zo vind je geen tweede exemplaar.'

'Na enkele spannende weken kon ik hem kopen voor 2300 euro, mét het complete onderhoudsboekje in het originele etui. Er stond 131.000 kilometer op de teller. Intussen kreeg ik een veelvoud geboden, maar ook deze verkoop ik nooit meer. Hij is ongerestaureerd en in zijn eerste lak - al werd die in de loop der jaren wellicht deels bijgewerkt. Het ‘brilliant red metallic’ - er zit een tikje oranje in - is zeldzaam: die kleur was voorbehouden voor de 280 en de coupés.’

‘De 280 was de zwaarste W123, met een zescilindermotor van 185 pk. Maar dat zijn andere pk’s dan in de 190. Dit is geen racemachine, maar een soepele cruiser. Ook het Pullman-interieur in velours is zeldzaam bij dit model. Het was veel duurder dan leder, maar zeer slijtagegevoelig. In mijn auto is het in topstaat. Op de achterbank heeft wellicht nooit iemand gezeten.’

‘Ik rij er nooit mee op een nat wegdek’, lacht hij. ‘Alleen bij blauwe lucht, zodat ik zeker ben dat het niet gaat regenen. Tot groot jolijt van mijn vrienden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie