sabato

'Ooit was de Alfa Romeo Montreal een alternatief voor een Ferrari'

Patrick Vercammen bij zijn gerestaureerde Alfa Romeo Giulia 1600 Sprint (1963). ©Thomas Vanhaute

'Onze eerste auto was de Peugeot 304 van vader die al vijf jaar stilstond', vertelt Patrick Vercammen. 'Mijn broer en ik stelden hem weer op punt - hem schilderen deden we met een borstel. De ene week reed mijn broer met de wagen en ik met de brommer, de week erna wisselden we.

Mijn eerste eigen auto was een Alfa Romeo Giulietta van de vuilnisbelt. Ik knapte de auto op. Zodra je met een Alfa hebt gereden, lost het virus je niet meer. Daarmee vergeleken was de Golf GTI een loom bakje. Mijn broer kocht een Alfasud TI. Met zo'n auto reed bijna niemand. Iedereen wilde Golfs en Kadetts en zo. Die hebben we gedemonteerd en opgeknapt. We hielpen elkaar.'

Patrick Vercammen (54)
Werfleider

Daily: Fiat Tipo (2019) en Ford Ranger 3.2 (2018).

Eerste: Alfa Romeo Giulietta (1978).

Slechtste: Volkswagen Golf II diesel.

Beste: Alfa Romeo Giulia Veloce diesel.

Droom: de assistentie verzorgen tijdens de Mille Miglia-rally.

'Wegens de kleine koffer verkocht ik mijn Alfa. Nadat ik getrouwd was, kocht ik met de centen van mijn eerste overuren een aftandse MG MGB. Toen ik ermee thuiskwam, kon mijn vrouw er niet mee lachen. Nadat we kinderen kregen, kwam er een motorhome in de plaats van de MG. Een Alfa Romeo heb ik toen lang niet gehad. Ik had een firmawagen, mijn vrouw reed met een bestelwagen.'

Rond de eeuwwisseling sloeg het virus weer toe. 'Voor 2.500 euro kocht ik een Alfa Romeo Spider (1983) - alweer een die klaar stond voor het stort. Die heb ik nog altijd. Mijn kinderen hebben er hun communie in gedaan. Later kwamen een BMW 2000C en 2000 CS. Die heb ik weer verkocht om de zwarte Alfa Romeo Giulia 1300 TI (1970) te kunnen kopen: een vierkante schoendoos, maar zó mooi ontworpen. En hij rijdt als een echte Alfa.'

'De Alfa Romeo Montreal was al een mythische, onbereikbare auto toen ik kind was. In 2008 vond ik er een in redelijke staat voor 15.000 euro. Plots stond mijn droom in de garage. Ik heb toen een jaar lang slecht geslapen. Na twee jaar was hij helemaal in orde. Vorig jaar heb ik hem verkocht voor een naar mijn normen enorm bedrag - tegenwoordig betaal je 20.000 euro voor een wrak.

Ooit was de Montreal een alternatief voor een Ferrari. Zijn chassis is eigenlijk te licht voor de 2.6-achtcilindermotor uit de racerij. Het is een gevaarlijk beest, zeker in de regen. Van de 3.925 gebouwde exemplaren werden er veel kapot gereden.'

De Montreal (1972) is een gewilde, zeldzame klassieker, hier helaas niet rijdend. ©Thomas Vanhaute

'Het was een keiharde beslissing. Maar ik kan er mijn hobby verder mee financieren. Bovendien: er staat nog een project.' Hij toont een blauw, compleet maar niet-rijdend exemplaar, ook van 1972. 'Er is amper zeven jaar mee gereden. Daarna werd hij in een tuin gezet. Hij heeft veel roest.

Ik heb ook nog veel onderdelen: je kan stellen dat ik anderhalve Montreal heb. Maar het is een moeilijke auto om in stand te houden. En voor restauraties vragen de schaarse specialisten bijna Ferrari-prijzen. Misschien komt het er ooit van. In elk geval: zolang ik geen centen nodig heb, blijft hij hier. De donkerrode Alfa GTV6 (1984) is een waardig alternatief. Die is nagenoeg rijklaar.'

De Giulia 1300 TI (1970), een vierkante schoendoos, maar o zo mooi. ©Thomas Vanhaute

In een aparte garage staat zijn bijou: de Giulia 1600 Sprint (1963). 'Vorig jaar gekocht. De 1.6 is vrij schaars, maar je vindt wel alle onderdelen en kunt er gemakkelijk zelf aan werken.' In een derde garage, een straat verderop, vinden we de GT 1300 Junior (1966). 'Gekocht als bouwpakket', lacht Vercammen. 'Alles zat in dozen.'

Daar staat nog iets aparts: een bestelwagen van Alfa Romeo. 'De F12 diesel (1978) heeft de originele belettering van een Alfa-garage in Italië. Hij bestaat vooral uit Alfasud-onderdelen. Het lak is origineel, maar dof: ik zal het koetswerk laten polijsten.'

De Alfa Romeo Spider (1983), lang geleden gered van het stort. ©Thomas Vanhaute

'In 2010 besliste ik samen met een groep fans om naar de 'Centenario' te gaan, het eeuwfeest van Alfa Romeo in Milaan', vertelt hij nog. De groep vertrok op een ochtend om 6 uur. Mijn Montreal was niet klaar, mijn Spider stond al twee jaar stil. De nacht voor ons vertrek zocht ik online naar een recentere 916 Spider, en de volgende middag had ik er een. Met de garageplaat reed ik naar de keuring, naar mijn verzekeraar en vervolgens naar het DIV-kantoor. Daar waren er zeventig wachtenden voor me.

Ik belde mijn makkers en zei dat het hopeloos was. Maar iemand die ook aan het wachten was, hoorde dat gesprek. Hij trok altijd twee nummertjes, vertelde hij, en gaf me er een. Zo had ik tijdig mijn nummerplaat. Om middernacht stond ik in de Vogezen.' Hij toont een fotoboek van de trip, met bezoek aan de Alfa-fabriek en rijplezier in de Zwitserse bergpassen.

'Alle Alfisten waarmee ik op stap ga, zijn zulke paljassen', lacht hij. Het is ook een familietrekje. 'Mijn zoon van 28 heeft er al drie versleten. Mijn broer is twee jaar geleden overleden. Zijn zoon werkt nu de Alfasud af waaraan hij was begonnen.

Ikzelf kocht twee jaar geleden wel een Rover SD (1984) om mee op vakantie te gaan: een prachtmodel dat ik ooit wilde hebben. Maar zodra hij was afgevinkt, heb ik hem weer verkocht. Geen Alfa, hé. Heb je al eens met een Alfa Romeo gereden? Alleen BMW benadert dat rijgevoel. Een beetje.'




Lees verder

Advertentie
Advertentie