Roadtrip Italië in een Alfa Romeo Spider uit 1981 | Deel 1: Ward en zijn auto

Sabato journalist Bert Voet rijdt deze zomer met één van zijn beste vrienden naar Italië. Een roadtrip op zoek naar de roots van hun reisgezel: de Alfa Romeo Spider.

Zomerreeks | Italië roadtrip in een Alfa Romeo Spider (1981)

In 1990 kocht Ward Bogaert (58) zijn eerste auto. De Alfa Romeo Spider (1981) was een coup de foudre waarmee hij alles zou beleven wat met een auto te beleven valt. Inmiddels is hij ermee vergroeid, onder het Italiaanse motto donne e motori, gioie e dolori - vrouwen en auto's, vreugde en verdriet. Deze zomer maakt hij met onze journalist een roadtrip naar Turijn en Milaan, waar de Spider respectievelijk werd ontworpen en gebouwd. 'Maar je mag er niet van uitgaan dat je aankomt waar je wil aankomen, laat staan wanneer je dat wil.'

Het is een woensdagochtend iets voor zeven uur als Ward Bogaert me in Gent oppikt. Hoewel Ward van oordeel is dat 'een auto dient om van A naar B te rijden, en het liefst zo snel mogelijk', houdt hij op de snelweg naar Kortrijk en Rijsel een kruissnelheid van 110 tot 120 kilometer per uur aan, een principe dat hij de hele reis zal volhouden. 'Ik wil hem niet overdoen', lacht hij. En hoewel Ward vooraf aankondigde altijd met het dak open te rijden, doet hij dat nu nog niet. Vriestemperaturen zijn geen probleem, maar regen in het interieur tolereert hij niet. 'Al word je zolang je rijdt eigenlijk niet nat', zegt hij. Voor de inzittenden is de Alfa Romeo Spider vrij luidruchtig. Door de draagbare speaker die hij ter hoogte van mijn voeten heeft neergezet, zijn Wards favoriete Franse chansons slecht hoorbaar.

Advertentie
Advertentie

Ik moet 17 geweest zijn toen ik hem in een jeugdcafé leerde kennen als een levenslustige kinesitherapeut, de dertig al voorbij maar jong van geest - wat hij nog altijd is. Hij vertelde toen over zijn Spider, en dat er iets mee scheelde. Gebeten door auto's als ik was, informeerde ik bij onze volgende ontmoeting naar zijn auto. 'Ze zijn eraan bezig', zei hij dan. Jaren aan een stuk bleef ik ernaar vragen, en altijd waren ze eraan bezig.

Ook het obligate verhaal over seks op de motorkap heb ik meegemaakt - ik weet niet meer wie de gelukkige was, wel dat het op de Muur van Geraardsbergen was, met zicht op de stad.
Ward Bogaert

Ward kocht zijn Alfa Romeo 34 jaar geleden. 'In april 1990', herinnert hij zich. 'Het was een coup de foudre. Hoewel hij pas negen jaar oud was, stond hij op de oldtimerbeurs in Gent. Ik was 25 en het werd mijn eerste eigen auto. Hij was toen lichtgroen en had een zwart stoffen dakje. Het was niet de auto die ik dagelijks gebruikte, maar ik reed er wel vaak mee. Ik heb er waanzinnige avonturen mee beleefd. Toen ik op een kiezelweg de achterzijde eens wilde laten uitbreken, belandde ik in een gracht. Na een bal tijdens de winter viel ik op een parking achter het stuur in slaap en werd ik uren later rillend van de kou wakker. En ja, ook het obligate verhaal over seks op de motorkap heb ik meegemaakt - ik weet niet meer wie de gelukkige was, wel dat het op de Muur van Geraardsbergen was, met zicht op de stad.'

Advertentie
Advertentie
Alfa Romeo's in de Italiaanse driekleur: 'Mijn oldtimers vindt iedereen schattig'

De startmotor vormde jarenlang een tere plek. 'Meestal startte hij op den duur wel, maar zelden raakte ik waar ik wilde zijn', lacht hij. 'Ik herinner me nog heel goed dat ik op een winterdag op het Sint-Pietersplein in Gent stond. Het had gesneeuwd en ik kreeg de motor weer eens niet aan de praat. Daarom had ik altijd een ijzeren staaf in de koffer liggen. Daarmee kon ik onderaan de motor enkele tikken geven op de starter, waarna de auto normaliter in gang schoot. Maar die keer dus niet. Na een dertigtal pogingen bereikte ik mijn kookpunt. Ik sloeg uit pure colère de staaf los door het stoffen dakje. Om eerlijk te zijn: ik was toen nogal geschrokken van mezelf.'

Groen, rood en bruin

Achter het stuur van de Alfa
©Bert Voet

De hele reis zullen de verhalen blijven komen. 'Toen ik de auto kocht, was hij al in niet te beste staat. Toen een paar jaar later na een ongeval de voorkant werd vernieuwd, bleken de wielkasten opgelapt met papier mâché en Rutex (coating, red.). Met andere woorden: hij was rot.’

Uit pure colère sloeg ik een ijzeren staaf los door het stoffen dakje van de auto. Om eerlijk te zijn: ik was toen nogal geschrokken van mezelf.
Ward Bogaert

‘Ik heb ermee gereden tot in 1997, het jaar waarin mijn vader stierf. In dat jaar zouden mijn toenmalige vriendin en ik ermee op reis gaan naar Zuid-Frankrijk. Maar toen we wilden vertrekken, startte hij alweer niet. Met de staaf kloppen was verloren moeite. De auto werd getakeld en toen de garagist hem op de brug zette, schoot een van de steunpunten dwars door de bodem. Ik zie het nog zo gebeuren. Elk jaar werd ik afgekeurd wegens roest - ‘ik’, ja, want zo voelt dat. Er waren al zoveel plaatjes in de bodem gelast dat ik het beu was en hem aan de kant heb gezet. In datzelfde jaar trok ik in het huis dat ik een paar jaar eerder had gekocht - ik woonde bij mijn ouders in.

Omdat ik geen budget en geen garage had, heeft de auto vijf jaar onaangeroerd op mijn oprit gestaan. Tot een garagist uit het dorp hem is komen halen. In zijn werkplaats heb ik de auto grotendeels zelf ontmanteld. Elk laspuntje van de bodem maakte ik los met een boor, zeer voorzichtig om niets stuk te maken. Alleen dat al duurde drie à vier maanden. Ook de kofferdeksels voor- en achteraan heb ik eigenhandig tot op het blote metaal proper gezet. Onder het groen zat een laag plamuur, dan verscheen rode verf, weer een laag plamuur, en dan bruine verf, wat erop wees dat de auto meermaals herlakt was. De verf en het plamuur verwijderen lukte niet met schuurpapier. Dat deed ik voorzichtig met de schuine kant van een slijpschijf, op aanraden van de carrossier. Hij zou de restauratie uitvoeren, maar in de praktijk ging ik er elke avond naartoe en werkte ik aan mijn eigen auto tot hij ging slapen. Want als het aan mij had gelegen, had ik de hele nacht doorgewerkt.'

'Alfa Romeo is geen microbe, maar een gevaarlijk virus'

'Hij heeft er ook aan gewerkt - het koetswerk gezandstraald onder andere. Hij rekende niet door, maar hij werkte ook niet door. Hij was een goede carrossier en mecanicien, maar als iemand binnenkwam, stond hij een hele avond te praten, waardoor het niet vooruitging. Op den duur ben ik zelf een carrosserieopleiding gaan volgen in een avondschool. Maar daaraan heb ik weinig gehad. Ik kreeg telkens een portier, waar ik een bluts in en weer uit moest kloppen. Lassen en zo leerde ik niet. In mijn kinepraktijk moest ik ’s avonds telkens patiënten weigeren, waardoor die opleiding volgen niet houdbaar was. Met als resultaat dat de auto na negen jaar nog altijd in die werkplaats stond. Ik kan niet zeggen dat hij in de vergetelheid verzeild geraakt was, maar er werd niet aan verdergewerkt. Hoe vaak ik daarop ook heb aangedrongen.'

Leeg blikje in de deur

Ward en zijn Alfa Romeo
©Bert Voet

Op 29 februari 2008 - 'een schrikkelijke dag', grapt Ward - ontmoette hij Evi, met wie hij in 2010 trouwde. Een jaar later begonnen ze aan de verbouwing van zijn huis. Uitgerekend dan kwam hij op het idee om ook de Alfa Romeo te restaureren. 'Marc Blemberg van Albion Motorcars - we hadden eind jaren 90 samen enkele rally’s gereden - is hem in 2011 komen halen. Toen hij de auto ontmantelde - compleet, dit keer - bleken er een schroevendraaier en een leeg blikje Jupiler in de linker deurdorpel te zitten. Toen pas kwam ik aan de hand van het chassisnummer ook de originele bruine kleur te weten. Die zou de auto opnieuw krijgen. Alleen rekende Marc wél door, maar na een negental maanden was het koetswerk gerestaureerd. Fantastisch werk, waarvoor had ik wat centen aan de kant had gezet, maar dat volstond niet.'

Intussen weet mijn vrouw dat mijn auto en ik verweven zijn. Die auto, dat ben ík. Iedereen kent me zo
Ward Bogaert

De facturen kwamen binnen, en bleven binnenkomen. De nagel aan haar doodskist, noemde mevrouw Bogaert de Alfa Romeo van haar man. 'Er waren momenten waarop ik de ruzies beu was. Ik wierp zelfs op dat ik hem zou verkopen', erkent Ward. 'De ontmoeting met Evi was ook een coup de foudre, maar als we ooit zouden scheiden - waar voor de duidelijkheid geen sprake van is - is mijn auto het eerste dat ik meeneem. Daar zou Evi ook geen punt van maken. Intussen weet ze dat mijn auto en ik verweven zijn. Die auto, dat ben ík. Iedereen kent me zo. En ook Evi heeft er intussen zoveel mee meegemaakt dat ze nu ook vindt dat hij nooit meer weg mag. Ook al niet omdat we drie zonen hebben.'

Ook nadat de restauratie van het koetswerk in 2012 was afgerond, bleef de Spider een zorgenkind. 'Aan de motor scheelde altijd wel iets. Twee keer heb ik een Alfa Romeo-specialist veel betaald, zonder beterschap. In 2022 liet ik een complete motorrevisie uitvoeren. Sindsdien doet de motor het erg goed. Nu zijn we klaar om samen oud te worden', zegt Ward. 'Misschien wil ik wel in mijn auto begraven worden, in een grote put. Dat zou toch schitterend zijn? (lacht)'

"De restauratie van mijn Alfa Romeo duurde langer dan die van mijn huis"

Doorheen de jaren heeft hij er ruim 40.000 euro in geïnvesteerd. 'Veel meer dan hij waard is. En hij is nog altijd niet tiptop in orde. Hij davert en rammelt en er zit speling op het stuur. Ik zou hem graag eens helemaal perfect in orde willen laten zetten, zodat hij weer veertig jaar verder kan. Over 15 jaar ben ik er bijna 75 en kan ik er niet meer in of uit. Maar ik denk aan het nageslacht. De kinderen kibbelen vaak over wie mag meerijden. Léon is zes, maar op z'n vierde zag hij al het verschil tussen een oldtimer en een nieuwe auto. En hij speelt met miniatuurautootjes, zoals ik dat als kind deed. Meer dan Lou en Jules, onze tweeling van negen.

Met mijn Matchbox-opbergvaliesjes hebben de oudsten nooit mogen spelen. Ze waren me te dierbaar. Maar toen Léon zo begeesterd bleek, heb ik ze hem getoond, waarna mijn autootjes tussen de zijne verzeilden. Ik zou ze er eens van tussen moeten vissen en weer in mijn valiesjes stoppen, want ze blijven wel van mij. (lacht) Ik ben benieuwd of er later ook benzine door hun aderen zal vloeien. Is dat zo, dan zal ik daar blij om zijn - ze kunnen de Spider dan beurtelings gebruiken. Maar is dat niet zo, dan is het zo. Ik hóéf de microbe niet door te geven. Ik berust in die dingen.'

Sticker van Studio Brussel

De Alfa op een Italiaans plein.
©Bert Voet

We zijn Dijon voorbij en rijden naar Grenoble, waar we onze eerste nacht zullen doorbrengen. De zon breekt door, de kap gaat open. Ward toont de sticker van Studio Brussel die alles heeft overleefd. 'De ruiten zijn origineel. Net als het dashboard en enkele koetswerkonderdelen. De helft van de auto, zeg maar. (lacht)'

'Ik zie mijn auto zo graag dat ik er altijd al eens mee naar zijn roots wilde rijden', zei Ward op een zomeravond in 2023. Toen ontstond ons idee. Onze primaire bestemming is de fabriek in Arese nabij Milaan, waar de Spider werd gebouwd en waar nu het indrukwekkende Museo Storico Alfa Romeo gevestigd is. Daar zullen we ook kunnen afdalen in de indrukwekkende reserve van auto’s en memorabilia, werd ons beloofd. Zowat maandelijks worden backstage review series georganiseerd, conferenties die focussen op een element uit de rijke geschiedenis van het merk. Uitgerekend nu is er zo'n sessie over de Spider, die teruggaat tot 1958. Omdat hij niet afkerig is van enige theatraliteit, is Ward erop gebrand deel te nemen aan de parade van Spiders die vooraf zal plaatsvinden op het circuit voor de voormalige fabriek.

Ondergetekende autoschrijver, die sporadisch het stuur zal overnemen, is ook een foodwriter, waardoor goed eten en drinken niet kunnen ontbreken. In Turijn zullen we onze landgenoot Lowie Vermeersch bezoeken. Hij was jarenlang de designdirecteur van Pininfarina, de legendarische designstudio waar de Spider lang voor Vermeersch' aantreden werd ontworpen, net als talloze andere iconen uit de automobielsector. Sinds Vermeersch in 2011 Pininfarina verliet, gooit hij hoge ogen met zijn eigen ontwerpbureau GranStudio. Daarmee ontwierp hij zowel Ferrari's als peperdure one-offs voor miljardairs. Maar hij zette zijn bureau ook breder in de markt als een plek waar diepgaand wordt nagedacht over mobiliteit. Over een groots project dat hij nu opzet, vertelt hij in primeur.

Auto als bindmiddel

En zo vertrekken twee kameraden ruim een kwarteeuw na hun eerste ontmoeting op reis, met als bindmiddel de auto die er al die jaren was. Met onderweg uiteraard een overdosis aan car talk maar ook bespiegelingen over waar we zijn beland, over wat we goed en fout hebben gedaan, over de gemiste afslagen en de afslagen die we beter niet hadden genomen. 'Mijn auto is een levensles', zal Bogaert zich tijdens een memorabele avond laten ontvallen. 'Een les in omgaan met tegenslagen, in kalm blijven, aanvaarden, relativeren, geduld hebben. Door de jaren ben ik er zó vaak mee in panne gevallen. Je mag er niet van uitgaan dat je aankomt waar je wil aankomen, laat staan wanneer je dat wil. Je mag er zelfs niet van uitgaan dat hij zal starten. Het is altijd spannend. En één ding is zeker: telkens als ik vertrek, vertrek ik met een brede glimlach, omgeven door de geur van olie en benzine.'

Advertentie