sabato

Stevige auto's voor een stevige jongen

De 110 Double Cab Pick-Up (2008) kreeg heel wat onderdelen van Bowler mee. ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: de Land Rover Defenders van Filip Herman (39).

‘Binnenin zijn ze nogal krap’, knipoogt Filip Herman (39). Vier Land Rover Defenders heeft hij. En niet zomaar vier. ‘Het begon omstreeks 2008. Aangevuurd door een kameraad kocht mijn schoonvader toen de Defender 90 (2004), de korte versie dus. Al snel gingen we samen offroad rijden in Wales. Dat was fantastisch. Nu delen we die auto. Dat komt erop neer dat hij er af en toe eens mee naar het containerpark rijdt. Ermee reizen doet hij niet langer.’

De Defender 110 (2007) is uitgerust voor lange reizen, inclusief daktent. ©Thomas Vanhaute

‘Twee jaar later kocht ikzelf de Defender 110 (2007), de lange versie, met toen 25.000 kilometer op de teller. Hij was in standaarduitvoering. Dan kunnen ze al heel veel op het terrein, maar toch is het een bodemloze put geworden. Hij kreeg een rolkooi, een winch, een snorkel, een grotere intercooler, een andere uitlaat, andere bumpers... Op een bepaald moment woog hij in plaats van 2 ton bijna 3,5 ton. Daardoor ging hij niet meer vooruit en moest ik een andere turbo monteren.'

'Origineel was hij zwart, maar ik liet hem herlakken in ‘grasmere green’, de kleur van de allereerste Land Rover in 1948. Inmiddels heb ik er zelf 100.000 kilometer mee gereden. Nu staat hij nog smerig van een vijfdaagse tocht met vrienden in de Morvan, Centraal-Frankrijk. Mijn vrouw was er niet bij, neen. Zij krijgt al de kriebels bij de gedachte aan overnachten in de daktent. Ikzelf ga minstens vier keer per jaar offroaden. Frankrijk ben ik al volledig doorgesjeesd. Ook Roemenië is prachtig. En Wales: top - het kleine Schotland.’

Het Engelse Ruskin Design verzorgde het interieur van de 110 Double Cab Pick-Up (2008). ©Thomas Vanhaute

‘Vorig jaar kreeg ik op een ochtend een bericht van een vriend. Ik lag nog in bed, maar een uur later stond ik bij de verkoper van de 110 Double Cab Pick-Up (2008). De motor was opgeblazen. Hij reed nog, maar niet zoals het hoorde. Sindsdien heeft hij vooral bij garagehouders gestaan.'

'Nu is het de Defender waarmee we iets gaan eten. Het is niet bij een nieuwe motor gebleven. Ik hou heel erg van de accessoires van Bowler, een Engels bedrijf dat van Defenders racewagens maakt. Zo is er een met de 440 pk sterke V6-motor van de Jaguar F-Type, maar die is in België niet gehomologeerd.'

Filip Herman (39)
Zelfstandig cybersecurityspecialist (Defendit).

Eerste: Volkswagen Golf III Diesel.

Daily: Range Rover Sport 3.0 TDV6 (2017) en Land Rover Discovery 4 SDV6 Landmark (2017).

Beste: Land Rover Discovery 4 SDV6 Landmark (2017).

Slechtste: Peugeot 307 (2003).

Droom: Bowler en Bentley Continental GT.

'Mijn exemplaar heb ik uitgerust met een hoop Bowler-onderdelen, onder meer een speciale ophanging voor de weg, waardoor hij zeer strak door de bocht gaat. Voor het interieur stuurde ik de auto naar Ruskin Design in Engeland. Jij kiest een koeienvel voor het leer en het suède, en zij doen de rest. Echt handwerk, op maat.’

Het hout in de laadbak zou niet misstaan op een luxejacht. ‘Ik heb er nog niets in vervoerd’, lacht Herman. ‘Als we met deze auto op reis gaan, leg ik er dekens in. Een Defender is per definitie traag, maar hij mag wel wat meer power hebben dan de standaard 134 pk. Zodra hij ingereden is, krijgt ook deze een andere turbo, zodat ik op de snelweg een sappige 120 kilometer per uur kan aanhouden en vlot kan accelereren.’

De zeldzame 101 FC (1978) van het Luxemburgse leger. ©Thomas Vanhaute

‘Wacht, ik zal mijn oldtimer halen’, zegt hij. Wat later arriveert hij met de monsterachtige 101 FC (1978). ‘Dit is mijn nieuwe project - of mijn volgende bodemloze put. FC staat voor Forward Control. Je zit bijna letterlijk op de motor - een V8 van 3,5 liter, weliswaar met amper 78 pk. Hiervan werden er slechts 2000 geproduceerd, op het Defender-chassis, vooral voor het Engelse leger.'

‘Mijn vrouw krijgt al de kriebels bij de gedachte aan overnachten in de daktent. Maar ikzelf ga minstens vier keer per jaar offroaden met de Defender 110.’

'Hij werd ook de ééntonner genoemd: je kan de kap, de deuren en andere onderdelen gemakkelijk demonteren om hem met een helikopter op te pikken. De vorige eigenaar kocht hem van het Luxemburgse leger. Daardoor is het een uiterst zeldzame, links gestuurde versie. Ik betaalde er 15.000 euro voor. Is dat veel? Voor mij telt de emotionele waarde: zo zal een auto nooit meer worden gebouwd. En al bij al is hij in goede staat. Er staat 7331 kilometer op de teller. Eigenlijk is hij nieuw. Onderdelen zijn bijna niet meer te vinden, maar in Engeland vond ik iemand die geweldig gepassioneerd is en er massa’s heeft opgekocht. Indien nodig produceert hij er ook zelf.’

‘Dit is de enige van mijn auto’s die ook hartje winter altijd start’, zegt hij. ‘En hieraan werk ik zelf. Hij zit echt eenvoudig in elkaar. Twee of drie keer per jaar rij ik ermee rond. Doorgaans naar een oldtimerbeurs. Maar ik speel met het idee om ermee deel te nemen aan de Tour Amical.’

In september stelde Land Rover na 71 jaar de nieuwe Defender voor. Of hij er al een heeft besteld? ‘Neen, die zegt me niets. Hij is zijn doel voorbijgeschoten, vind ik. Hij was beter onder een andere naam gelanceerd. Een Defender was een auto voor boeren, het leger enzovoort. En hij kostte 25.000 euro. Nu bedraagt de aanvangsprijs het dubbele. Er is niets authentieks aan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie