sabato

Van driewieler tot passagiersdrone: verleden, heden en toekomst van de auto

Hispano-Suiza Type H6B ‘Skiff Torpedo’ (1922) met een koets van Henri Labourdette: puur hand- en maatwerk. ©Daimler AG

‘Het is onzeker of hij overleeft.’ In Londen kijkt het Victoria & Albert Museum naar het verleden, maar ook naar de toekomst van de automobiel.

Neen, ze kan geen ander object bedenken dat een vergelijkbare passie teweegbrengt. ‘Daarvoor is de combinatie van eigenschappen die in de auto samenkomen te uniek’, zegt Lizzie Bisley, de co-curator van de auto-expo die momenteel plaatsvindt in het Victoria & Albert Museum in Londen.

De auto is het ultieme voorbeeld van hoe een nieuwe uitvinding totaal onverwachte gevolgen kan hebben.

Toch zit ze ook vol twijfels. ‘Het is onzeker of de auto overleeft. De komende twintig jaar zullen we wellicht evolueren van lawaaierige, individueel gecontroleerde vroemtuigen naar stille, autonoom bewegende voertuigen.’ Waar zit dan nog de thrill van het rijden? Ze heeft er geen idee van.

‘Er is een shift in hoe mensen denken over auto’s. Veel jongeren verlangen vandaag niet meer naar een eigen wagen. Misschien evolueren we simpelweg naar openbaar massatransport in de week en schuiven auto’s op naar louter recreatief gebruik?’

Pop.Up Next: een autonoom, elektrisch rijdend én vliegend vehikel, ontwikkeld door Airbus, Audi en Italdesign. ©rv

‘s Werelds eerste roadtrip

En zeggen dat het er 133 jaar geleden allemaal nog zo rooskleurig uitzag. Een van de tentoongestelde voertuigen in Londen is de Patent Motorwagen Nr. 3, de eerste auto die Karl Benz in 1886 te koop aanbood en waarmee zijn echtgenote Bertha twee jaar later als eerste een ‘roadtrip’ van zo’n honderd kilometer ondernam - in het geniep, zo wil de overlevering.

De topsnelheid van de driewieler bedroeg 16 kilometer per uur, maar de technologie zou razendsnel evolueren - toen al, jawel. Het is slechts een lichte overdrijving te stellen dat de eerste race werd gereden zodra er twee auto’s bestonden.

Lowrider Convention in Los Angeles. ©rv

‘In 130 jaar tijd groeide de auto uit van een experimentele technologie tot een van de meest alomtegenwoordige objecten ter wereld, cruciaal in de levens van talloze mensen - op dit ogenblik rijden er meer dan 1 miljard auto’s rond op de wereld’, zegt Bisley.

‘Ook de trein en de telegraaf maakten alles sneller, maar wat auto’s onderscheidt, is dat je zelf aan het stuur zit en hem controleert. Dat geeft een zeer directe ervaring van snelheid. En jij bepaalt de richting. Die vrijheid was ook een belangrijk verkoopargument voor de eerste auto’s: de beleving van nieuwe plekken ontdekken, ook over lange afstanden.’

Van hand- naar bandwerk

De tentoonstelling is opgebouwd rond drie zwaartepunten. ‘Going Fast’ behandelt hoe de auto onze relatie met snelheid veranderde, ‘Making More’ gaat over de impact van de automobiel op hoe we dingen produceren en verkopen, en ‘Shaping Space’ toont hoe de wagen onze openbare ruimte en het landschap vormgaf.

Tatra T77 (1934): een toonbeeld van stijl en rijkelijke welvingen. ©rv

Vijftien modellen staan er opgesteld in het V&A. Dat lijkt niet veel, maar het zijn stuk voor stuk historische zwaargewichten. Behalve de Patent Motorwagen Nr. 3 van Karl Benz - zeg maar de allereerste productieauto - vind je er ook de Tsjechische Tatra T77 (1934): een toonbeeld van stijl en rijkelijke welvingen. Want jawel, als er één object is dat heeft getoond hoezeer design de wereld kan veranderen, dan is het wel de auto.

Dat Michelin in 1900 al 35.000 exemplaren drukte van zijn gids, hoewel er toen amper 3000 auto’s op Franse bodem reden, zegt veel over het grenzeloze optimisme van die dagen.

Ook de Hispano-Suiza Type H6B ‘Skiff Torpedo’ (1922) met een koets van Henri Labourdette - een auto die speciaal op bestelling werd gemaakt voor de Franse pilote Suzanne Deutsch de la Meurthe - is een en al luxe, puur hand- en maatwerk. Bijna net het omgekeerde van de Ford Model T, die werd vervaardigd vanaf 1908.

De automobiel gooide immers al snel na zijn uitvinding de productiemethoden van de mens helemaal om: Henry Ford introduceerde een revolutionaire bewegende productielijn, die ook zou verschijnen in tal van andere industrietakken. De ‘lopende band’ was op zich al een spektakel om te zien, maar vooral: hij democratiseerde de auto en gaf een duw aan het consumentisme. Ford werd er dé wereldspeler mee. Goedkoper of meer produceren was bijna onmogelijk.

Messerschmitt KR200. ©Michael Rietveld

Grenzeloos optimisme

Concurrent General Motors keek dan weer naar de modesector en werd in de jaren 20 de eerste autofabrikant met een designafdeling: de Art & Colour Studio. Die introduceerde jaarlijkse stijlupdates, waardoor auto’s bliksemsnel verouderden en de behoefte aan een nieuwer model ontstond. Stijl werd een competitief element. Zoals bij luxewagens, maar dan goedkoper, voor de massa.

De auto was dan allang geen gebruiksgoed meer, maar een voorwerp van verlangen. Stilaan zouden mensen auto’s gaan verzamelen, samenkomen rond hun bolides en er hun identiteit mee uitdrukken. Zo staat er in Londen een omgebouwde lowrider, typisch voor Californië. Een film toont de subculturen rond Zuid-Afrikaanse spinners, duinracers uit de Emiraten en Japanse truckchauffeurs die van hun vrachtwagens kunstobjecten maken.

Hispano-Suiza Type H6B ‘Skiff Torpedo’ (1922) met een koets van Henri Labourdette: puur hand- en maatwerk. ©rv

De auto leent zich bovendien tot verre reizen en avontuur. Michelin gaf vanaf 1900 een gids uit om zijn klanten op weg te zetten. Dat de bandenproducent 35.000 exemplaren drukte, hoewel er toen amper 3000 auto’s op Franse bodem reden, zegt veel over het grenzeloze optimisme van die dagen.

Creaturen

Maar ook de keerzijde van de medaille gaan ze bij het V&A Museum niet uit de weg. We zien de geografische gevolgen van de oliewinning. Die werd aanvankelijk voorgesteld als een eindeloze bron van energie, maar kwam in de jaren 70 in een diepe crisis, waaruit auto’s zoals de Messerschmitt KR200 en de Ford Nucleon voortvloeiden. Die laatste is een conceptauto, aangedreven door een minikernreactor. Vandaag beloven de lithiummijnen in Chili een nieuwe elektrische toekomst.

‘De grote tol van de auto werd in de jaren 60 duidelijk’, zegt Bisley. ‘De schade had niemand voorzien 130 jaar geleden. De auto is het ultieme voorbeeld van hoe een nieuwe uitvinding totaal onverwachte gevolgen kan hebben.’

Toch meent ze dat er ook vandaag reden is tot optimisme. ‘Op dit moment worden we ons massaal bewust van de nood aan verandering, ook in hoe we auto’s ontwerpen, produceren en gebruiken. De geschiedenis toont dat dingen drastisch kunnen veranderen.’

De expo ‘Cars’ toont hoe de auto de drijvende kracht was achter de vooruitgang in de 20ste eeuw. ©Peter Kelleher

In Londen staat de Pop.Up Next: een autonoom, elektrisch rijdend én vliegend vehikel, onlangs ontwikkeld door Airbus, Audi en Italdesign. De cabine kan zowel met wielen als met propellers worden uitgerust. Voorlopig is dit nog een concept, maar wereldwijd werken zo’n 140 bedrijven - onder meer Uber en het Duitse Volocopter - aan vliegende auto’s en passagiersdrones. Volgens hen komt de autonoom vliegende taxi er al in 2023 aan. Al is het de vraag of er tegen dan al een wetgevend kader zal zijn.

In een film rijst de vraag of innovatie de oorspronkelijke beloftes van de auto (vrijheid, snelheid, efficiëntie) in de 21ste eeuw zal kunnen realiseren zonder de kwalijke nevenwerkingen (vervuiling, verkeersslachtoffers, files). ‘We zitten weer op een technologisch kantelpunt, net als op het eind van de 19de eeuw’, aldus Bisley. ‘We moeten alleen het momentum grijpen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie