Advertentie
sabato

Veilig door het verkeer met een… driewieler

Luc Ryckaert bij zijn Morgan driewieler (1933). Achteraan de BSA (1934) waarmee ‘Mister Mole’ zijn hele leven reed. ©Thomas Vanhaute

'Sinds mijn brugpensioen heb ik het druk druk druk', lacht Luc Ryckaert. 'Ik bezoek oldtimerevents in binnen- en buitenland en doe vrijwilligerswerk bij de Belgische Federatie voor Oude Voertuigen in Vorst, waar we een documentatiecentrum oprichten. Als regionaal BFOV-ambassadeur help ik mensen ook bij vragen over de inschrijving van hun oldtimer en zo. Voorts ben ik bestuurslid van de Meetjeslandse Oldtimer Club, lid van de Belgische, Nederlandse en Engelse Morgan Club en van de Franse Amicale Tricyclecariste, en in Engeland ook van de Vintage Sports Car Club en de BSA Club.'

Een clubmens, dus. Maar bovenal is Ryckaert een rasverzamelaar. En niet alleen van boeken en miniaturen. 'Vroeger deed ik aan trial en snelheidsraces', vertelt hij. 'Ik heb wel honderd brommers en motoren gehad, ook zeer zeldzame, zoals een Moser uit 1906. Zo raakte ik bevriend met Chris Booth, die in Zuid-Engeland een fantastisch Morgan-museum heeft. In 1995, op weg naar Silverstone, trakteerde ik mijn oudste broer op een ritje in een Super Sport van Chris. Zelf reed ik toen voor het eerst mee in een Morgan-driewieler. Ik voelde meteen: that's it!'

Luc Ryckaert restaureert ook miniaturen. ‘Maar alleen als ze in erbarmelijke staat zijn.’ ©Thomas Vanhaute

'Mijn exemplaar stond op de Olympia Motor Show van 1933 in Londen. Ik vond de restanten via Booth. Ze lagen sinds 1955 - mijn geboortejaar - buiten. Op 5 december 1999 arriveerden ze hier. Bij de wederopbouw kreeg ik hulp van veel vrienden. Hugo, de specialist van het houtwerk, is gestorven aan een hartaderbreuk. Ik heb de restauratie aan hem opgedragen. De 'wedding' tussen het chassis en de body was natuurlijk een magisch moment, maar de eerste rit in mei 2010 was een grote desillusie: meteen motorpech. Uiteindelijk was hij pas na dertien jaar echt klaar. En in 2013 won ik op het Antwerp Concours d'Elegance de eerste prijs bij de vooroorlogse sportwagens.'

'Ik ga er vooral mee naar rally's en bijeenkomsten van clubs in binnen- en buitenland. Het Circuit des Ardennes heb ik er in de gietende regen mee gedaan - regen is geen reden om thuis te blijven. Hij heeft een 1.100 cc-motor en de top ligt bij 125 km/h. Het rijgevoel is erg bijzonder. Je zit laag en alles davert. Na wat aanpassingen remt hij nu ook een beetje. Of beter: vertraagt. De Britse WO I-piloot captain Albert Ball zei ooit: To drive this car is the nearest thing to flying without leaving the ground.' (lacht)

De Morgan 4/4, al meer dan 60 jaar niet fundamenteel gewijzigd. ©Thomas Vanhaute

Ryckaert is intussen kind aan huis bij de Morgan Motor Company in Malvern, die nog altijd in familiehanden is. 'Het was na een motorongeval dat Henry F.S. Morgan, zoon van een geestelijke, in 1909 voor zichzelf een driewieler bouwde: dat was veiliger', legt hij uit. 'Voor hun eeuwfeest wilden ze dat allereerste prototype reconstrueren, en ik kon ze aan de Peugeot-motor helpen die daarvoor nodig was. Sindsdien beschouwt Charles Morgan me formeel als 'one of the family'. Daar ben ik enorm trots op.'

'Een Morgan wordt nog echt met de hand gebouwd en heeft een frame van hout. Mijn rode 4/4 (1977) is sinds 1954 niet fundamenteel veranderd en is nog altijd te koop. Eigenlijk is dat mijn favoriet: je bindt er een koffer op, springt erin en vertrekt op reis. Ik kocht hem vijf jaar geleden op een veiling zonder dat ik hem had gezien. Na afloop bleken de sleutels en papieren zoek. En het stuur stond geblokkeerd.'

Eerste: Lada Niva (1978)
Daily: Volvo V70 (1999)
Beste: Volvo V70 (1999)
Slechtste: Citroën Evasion (2002)
Droom: Morgan Plus 8 van eind jaren zestig
Met spijt verkocht: 'Een Morgan-driewieler (1920) die achteraf waarschijnlijk de oudste Morgan-vierzitter ter wereld bleek.'

Van zijn Morgan Plus 4 (1956) zien we alleen het houten frame. 'Het chassis staat in hok twee, hiernaast', zegt hij en hij neemt ons mee. 'Hij ligt in onderdelen. Maar hier gebeurt het dus. Kijk, nu ben ik de wielen van de BSA aan het herspaken.'

Ook die BSA TW 35-2 De Luxe (1934) is een driewieler. 'Dat was mijn eerste oldtimer. Ik kocht hem meer dan 20 jaar geleden van de tweede eigenaar. Mister Mole had de auto in april 1934 nieuw gekocht en heeft er heel zijn leven mee gereden. Kijk, een foto van hem als jonge gast bij de auto, en hier als oud mannetje. Ik heb álle, maar dan ook álle documentatie.' Hij toont de aankoopfactuur: 108 pond, plus een 'observation mirror' van 7,6 pence.

Een Morgan-trapautootje dat Ryckaert twee jaar geleden op de kop tikte voor 1.500 euro. Intussen weigerde hij een bod van 10.000 euro. ©Thomas Vanhaute

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie