sabato

Vijfhonderd kilo zuiver rijplezier

Martin Van den Heede zal sneller de Fiat nemen, zoon Iben is vooral gek op de Ford. ©Alexander D.Hiet

Een tocht langs garages in België. Deze week: de Koppenberg op met Iben (23) en Martin (64) Van den Heede.

Wat doet een 23-jarige met een auto van 91 jaar oud? ‘Rijden natuurlijk’, lacht Iben Van den Heede. ‘Al is mijn vader wel de sponsor. Hij kocht de Ford Model A Tudor Sedan (1928) twintig jaar geleden als wrak. De verkoper en zijn vrouw zouden hem restaureren toen ze met pensioen gingen. Maar een paar weken na haar pensionering overleed de vrouw. Het was een gezamenlijk project, en na het verlies wilde de weduwnaar dat hoofdstuk afsluiten.’

De Ford Model A Tudor Sedan (1928) zit strak in de lak. ©Alexander D.Hiet

‘In 2004 was hij klaar’, vertelt Martin. ‘Ik was toen aan de slag in het atheneum van Oudenaarde. Op de afdeling carrosserie werkten leraars en leerlingen eraan. Ze hebben dat perfect gedaan. En het kostte niet veel.’ De auto zit goed in de lak en heeft een knap interieur in beige stof, met houten elementen. Dit was de opvolger van de roemruchte T-Ford. Er werden er bijna 5 miljoen van verkocht.

‘Dit exemplaar was wellicht ooit van een kleine zelfstandige. Hij had een aangepaste achterklep en laadruimte. Die hebben we zelf weer omgevormd, zodat we een achterbank konden monteren. De auto is even oud als mijn moeder. Op haar 90ste verjaardag brachten we haar ermee naar het feest. Nu bezoek ik haar er soms mee in het rusthuis.’

Het logo van de Ford Model A Tudor Sedan (1928) ©Alexander D.Hiet

Maar het is de zoon des huizes die er het vaakst mee rijdt. ‘Dat is een eigenzinnige combinatie van afzien en genieten. Mijn eerste rijles ermee herinner ik me zeer goed. Starten doe je met de voet, gas geven met een handhendel én een bol op de vloer. En dan dat gekraak!'

'De dubbele koppeling hanteren vergt wat oefening. Om te schakelen moet je hem op het juiste toerental brengen. Er zijn drie versnellingen, waarvan je de eerste amper gebruikt - daarin haal je hooguit 5 kilometer per uur. Aan een verkeerslicht moet je hem nét voor je stilstaat in tweede zetten, klaar om weer te vertrekken. Onderweg blijven de kleppen soms even hangen. Dan hoor je een ontploffing in de uitlaat, die vrij luid kan zijn. Ik zie soms medeweggebruikers schrikken en stoppen, om te kijken of hun auto geen klapband had.’

De Fiat 500 (1972): vijfhonderd kilo rijplezier. ©Alexander D.Hiet

‘De Koppenberg oprijden vergt een aanloop’, lacht Martin. ‘Onderweg schakelen lukt bijna niet: het vergt wat tijd, waardoor je veel snelheid verliest. Ooit begon ik aan de klim, waarna net voor de top een andere auto plots halt hield. Het is goed gekomen, maar op die helling vanuit stilstand vertrekken is een huzarenstukje.’

Martin Van den Heede (64)
Zelfstandig schilder.

Daily:
Opel Vivaro (2017).

Eerste:
Opel Kadett (1970).

Beste:
Opel Vivaro (2017).

Slechtste:
Mercedes-Benz Vito (2001).

Droom:
Range Rover Evoque.

‘Het is niet zo’n auto waarmee je gauw eens een toertje maakt’, zegt Iben. ‘Eigenlijk gebruiken we hem alleen als we een hele dag vrij hebben. Eerst moeten we de banden en vloeistoffen checken, we moeten koelvloeistof maken en meenemen om onderweg bij te vullen, net als olie.’

Iben is automechanicus van opleiding, maar werkt als bewakingsagent. ‘In een moderne garage auto’s aan de laptop hangen zegt me weinig. Werken bij een oldtimerspecialist zou een optie zijn, maar daar zijn de plaatsen schaars. Hedendaagse auto’s boeien me matig.'

'Ja, ik wil graag eens met een Ferrari of Lamborghini rijden, maar finaal verkies ik zo’n oude knar. Je oogst er veel sympathie mee. Er zit niks van luxe aan. De eenvoudige motor is het enige dat je hebt. Dit is de Europese tweeliterversie - in de VS was er een 3.2-liter. Hij trilt en leeft, en je moet er goed naar luisteren. Hij vertelt je wanneer je wat moet doen - luide muziek is niet wenselijk.’

'Ik rij dolgraag met de Fiat 500 (1972). De ouders van mijn eerste lief hadden er zo eentje.' ©Alexander D.Hiet

In een klein hokje staat nog een autootje. ‘Vijfhonderd kilo zuiver rijplezier’, zegt Martin over de Fiat 500 (1972). De ouders van mijn eerste lief hadden er zo eentje. Ik rij er dolgraag mee. Hij is klein en wendbaar, heeft een open dakje en maakt een leuk geluid.’

‘Die Fiat is plezierig, maar toch wat te vrouwelijk’, meent Iben, die vooral gek is op de Ford. Hij herinnert zich hoe het virus oversloeg. ‘Hier in de straat mochten we als kind soms op vaders schoot zitten en het stuur overnemen. Mijn zus en ik kibbelden dan over wiens beurt het was. Mijn eerste auto was de Opel Astra (2002) die ik erfde van mijn opa. Nu rijdt mijn zus ermee. Ook die auto blijft in de familie.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie