sabato

'Voor de leek zijn mijn tanks roest, voor mij historie en emotie"

Pierre Rieu en zijn Achilles Tank Destroyer.

Pierre Rieu, zoon van orkestleider André Rieu, heeft een opvallende verzameling: legervoertuigen uit WOII, geworteld in het oorlogsverleden van de eigen familie. Wij namen een kijkje tussen de tanks en pantserwagens.

Pierre Rieu (38) Manager van violist-orkestleider André Rieu. Eerste: Willys Jeep CJ3A (1953). 

Daily: Tesla S (2015). 
Beste: Humber Box. 
In slechtste staat: Ford Quad. 
Met spijt verkocht: ‘Ik heb nog nooit iets verkocht.’ 
Droom: ‘Dit nog heel lang te mogen doen.’

‘Moderne auto’s interesseren me niet, die dienen om van a naar b te rijden’, zegt Pierre Rieu. Buiten aan zijn loods in Maastricht staat een Engelse Achilles Tank Destroyer met 17-pounder-kanon. ‘Hem rijdend maken vergt nog jaren werk’, klinkt het.

Verderop: een kapotte motor van een tank. ‘De Chrysler A57 Multibank bestond uit vijf zescilindermotoren die aan elkaar werden gezet tot een dertigcilinder-stermotor. Voor de leek is het een hoop roest, voor mij historie en emotie. Dankzij de mensen die hiermee werkten, spreken wij nu geen Duits. Hen ermee door de straten zien rijden: dat betekende wat. Zowat elke familie in West-Europa heeft een link met de oorlog.’

Een Humber Mark IV-pantserwagen.

Zeker voor de zijne is dat het geval. Pierre is de zoon van de Nederlandse violist en orkestleider André Rieu. ‘De vader van mijn moeder was een Duitse Jood die in 1933 naar Maastricht vluchtte, waar hij mijn bomma leerde kennen. Mijn broer en ik waren vaak bij hen. Ik bladerde dan in fotoboeken, zij vertelden verhalen. Een van de broers van mijn grootvader was naar Engeland gevlucht en werd er koerier bij het leger. Ik vond een foto van hem op een Matchless G3L-motor. '

'Dankzij de mensen die hiermee werkten, spreken wij nu geen Duits.’
Pierre Rieu

'Zo heb ik er intussen ook een die diende bij de Noord-Afrikaanse Desert Rats. Behalve die ene broer is mijn opa zowat heel zijn familie verloren in de uitroeiingskampen. In het verzet speelde bomma een fascinerende rol. Ze heeft veel mensen van de dood gered.’

Een Humber Snipe zoals de Britse generaal Montgomery er een had.

Legerwagens

De Ordnance QF 25-pounder Field Gun was de belangrijkste Engelse houwitser tijdens WO II.

Het was de trigger voor de collectie. ‘Op mijn achttiende was mijn eerste auto een logische keuze. Ik kocht hem als een Willys uit WO II. Pas nadat ik hem had opgeknapt, bleek hij van 1953. Maar ik heb hem nooit verkocht: het is mijn eerste auto. Grootvader heeft er nog in gereden. Dat vond hij fantastisch. Ik hoop dat ook mijn tweeling ermee leert rijden. Nu zijn ze tien. Ze komen hier met vriendjes spelen. Voor hen is het een paradijs.’

Inmiddels heeft hij ook een echte Willys uit de oorlog. ‘Een Canadese uitvoering, die hier from scratch werd gerestaureerd. Toen werd nog rubber van goede kwaliteit gemaakt: wij rijden op banden uit 1943’, lacht hij, en toont een vrij unieke combinatie van drie Humbers. De Snipe - zoals de Britse generaal Montgomery er een had - werd hier gerestaureerd.

Buiten roest een naoorlogse Austin Ten rustig verder.

Voorts een Heavy Utility Car 4WD, ook wel de ‘Box’ genoemd, die diende in de Belgische Brigade Piron, en een Mark IV. ‘Ik tel ze niet meer. Als je verzamelt, denk je: die mag er nog bij, dan is de collectie compleet. Maar zodra dat gat is gevuld, ontstaat er een nieuw verlangen. Pas op: ik wil niet zoveel mogelijk voertuigen. Wel speciale dingen.'

'Nu ben ik gek op gepantserd materieel. Tegenwoordig hebben we kranen en heftrucks nodig om de motoren eruit te halen. Het allergrootste ding is de geweldige Dragon Wagon, een recente aanwinst. Volgend jaar knappen we hem op. Boys & toys, zeker?’ We zien ook een groot luchtafweergeschut. ‘Dat werkt, ja. Ik heb er een vergunning voor. Dat is verplicht. Maar de munitie wordt niet meer gemaakt. Natuurlijk, als je het richt, weten de mensen dat niet.’ (lacht)

Oorlogsvliegtuig

‘Op dit ogenblik staat er niets meer op mijn wishlist. Of toch: een M5 half-track. En misschien een vliegtuig. Een kameraad heeft zo’n Warbird van Stinson. Ik heb er al een paar keer in gevlogen. Meesterlijk. Thuis heb ik al een Link Trainer: de mechanische simulator waarmee oorlogspiloten werden getraind voordat ze in een echte kist kropen. Die ga ik straks echt gebruiken om op instrumenten te leren vliegen. Al heb ik hem omgebouwd tot een elektronische versie.’

Rond zijn collectie bouwde hij de voorbije vijftien jaar een clubje. ‘Fifty Shades of Green’, lacht hij. ‘Een twintigtal vrienden komt elke woensdag vrijwillig helpen. Een divers gezelschap van vijftien tot tachtig jaar: monteurs, een goudsmid, een autospuiter, een arts. Sommigen zijn vooral geboeid door auto’s, anderen door de oorlog, of het clubleven op zich.'

'Ik probeer hen telkens een voertuig toe te wijzen waaraan ze graag werken. Er is een grote leerlust. Onze professionele lassers organiseerden op zondagochtend een cursus. Daar was veel animo voor. Ze mogen ook dingen lenen. Eén regel: ik moet het weten. Anders is het niet lenen.’ (lacht)

Hij wil ook scholen naar hier halen. ‘We gaan een museum inrichten, met diorama’s en filmpjes. We hebben er al een extra verdieping voor gebouwd. Wanneer het klaar is, weet ik niet. Hier zijn geen deadlines en niets moet. Maar we hebben wel een gezonde drive. We werken hard, maar trappen ook lol en eten veel vlaai. En één keer per jaar neem ik de groep mee op uitstap, als geste.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie