sabato

Zeldzame Bugatti-oldtimers uit Belgische schuur volgende week onder de hamer

De Bugatti Type 57 Cabriolet (1937), met een koetswerk van Herman Graber, is in goede staat. ©Xavier de Nombel

'Voor één miljoen Bugatti's verborgen in Lanakens schuurtje': kopten enkele kranten onlangs. Sabato ging op zoek naar het verhaal achter de spectaculaire oldtimervondst. En stootte op zandzakjes, een verpauperde kunstenaar, oorlogssabotage, zelfmoord én enkele olifanten uit de Antwerpse Zoo.

Matthieu Lamoure, managing director van Artcurial Motorcars. ©Xavier de Nombel

Een schuurvondst doet het hart van een autoliefhebber altijd een slagje overslaan, maar als er plots drie Bugatti's verschijnen, is de 'attaque' nabij. Het overkwam eind vorig jaar schattenjager Matthieu Lamoure, managing director van Artcurial Motorcars, en zijn assistent Pierre Novikoff.

Alleen al bij de auto's komen was een huzarenstukje: voor het bouwvallige schuurtje in het Limburgse Lanaken lagen zowat 200 zandzakjes van 25 kilogram gestapeld, helemaal nat van de regen. De ingang was gebarricadeerd en versperd door een moderne Rover die er al 15 jaar stond. Maar daarachter verschenen ze: drie Bugatti's en een Citroën 5HP uit de jaren 20 van vorige eeuw. 'Als jongeling had ik nooit durven dromen dat ik ooit dergelijke auto's zou vinden', aldus Lamoure.

Beeldhouwer

Bugatti Type 57 Cabriolet (1937). ©Xavier de Nombel

Het meest indrukwekkende juweel is de Bugatti Type 57 Cabriolet (1937). In december 1960 kwam de auto - die zich in goede staat bevindt - in handen van August Thomassen, een Nederlandse beeldhouwer die vlak bij de grens woont en in Lanaken zijn atelier annex garage heeft. Thomassen heeft er slechts sporadisch mee gereden. Volgens Artcurial gebruikte hij de auto voornamelijk voor vormonderzoek voor zijn artistieke werk.

Het chassis met nummer 57500 van de Bugatti Type 57 werd vanuit de fabriek in Molsheim naar koetswerkbouwer Herman Graber in Zwitserland gebracht, die tussen 1934 en 1937 voor dit type negen carrosserieën bouwde. De auto heeft de originele mechanische componenten en dashboardinstrumenten. Hij wordt geschat op 405.000 tot 608.000 euro.

Bugatti Type 49 Limousine uit 1932. ©Xavier de Nombel

Daarnaast stond in de schuur een Bugatti Type 49 Limousine, met een koetswerk van het Franse atelier Vanvooren. In 1932 was dit een demowagen op het Parijse autosalon in het Grand Palais. Deze auto is al voor de twee keer een schuurvondst.

Hij werd voor het eerst verkocht in 1935 en was vervolgens eigendom van meerdere Franse families. In 1939, net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, kwam hij in handen van Georges Ponsart, een boerenzoon in Germigny-des-Prés, in het Franse departement Loiret. Voor Artcurial getuigde diens kleinzoon hoe zijn opa de wielen verwijderde, opdat de Duitsers de auto niet zouden meenemen.

Het interieur van de Bugatti Type 49. ©Xavier de Nombel

Na de oorlog werd er nog maar weinig mee gereden. De kleinzoon herinnert zich hoe hij er als kind in speelde. Toen Thomassen de auto in 1957 kocht, moest hij hem uit Ponsarts schuur slepen met twee trekpaarden. Ponsart kocht in de plaats een Peugeot 203. Mechanisch is ook deze auto origineel, net als de zwart-gele lak. Schatting: 150.000-200.000 euro.

Rally du Mont-Blanc

Voor de Bugatti Type 40 (1929) bouwde kunstenaar August Thomassen een nieuw koetswerk, dat niet afgewerkt raakte. ©Xavier de Nombel

Het lijkt erop dat Thomassen met de derde Bugatti, een Type 40 (1929), wél geregeld reed. Hij kocht hem in 1958 en stalde hem aanvankelijk in zijn vakantiehuis in de Haute-Savoie. Daar nam hij soms deel aan Alpenrally's. Tijdens een daarvan, de Rallye du Mont-Blanc in juli 1984, werd het koetswerk beschadigd.

Thomassen bouwde vervolgens zelf een nieuw, vierzits-torpedokoetswerk, dat echter niet werd afgewerkt. Chassis en motor zijn origineel. Schatting: 70.000-130.000 euro.

Zoo van Antwerpen

August Thomassen kocht de auto's voor een habbekrats en redde ze van de sloop. Dat hij een Bugatti-fan was, blijkt ook uit de buste die hij maakte van Ettore Bugatti, de oprichter van het merk. Ze is nog altijd te zien in het Cité de L'Automobile-museum in Mulhouse. Rembrandt Bugatti, de jongere broer van Ettore, was overigens een vakbroeder van Thomassen, die tussen 1907 en 1914 in België woonde.

In de Zoo van Antwerpen maakte hij bronzen beelden van olifanten, panters en leeuwen die vandaag veel geld waard zijn - een aantal daarvan staat er nog altijd.

Nooit durven dromen dat ik ooit dergelijke auto's zou vinden.

De vrij teruggetrokken Rembrandt Bugatti kende een tragisch einde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte de dierentuin een aantal dieren af. Daarvoor waren er meerdere motieven: ze dreigden te verhongeren, en bij een bombardement zouden ze kunnen ontsnappen. Bugatti, een extreem gevoelige ziel, zou daar mogelijk zozeer door zijn geraakt dat hij in 1916 uiteindelijk zelfmoord pleegde. Hij was amper 31.

August Thomassen is inmiddels 95. Het bestaan van de schuur met Bugatti's hield hij jarenlang stil. Naarmate de waarde ervan steeg, kwamen er wel geregeld 'Bugattisten' aankloppen die ze wilden kopen.

Maar Thomassen weigerde. 'Hoewel je gerust mag stellen dat we arm waren', aldus een van zijn dochters in de Nederlandse krant De Telegraaf. Ze getuigt dat het op den duur bijna verboden was om nog over de auto's te praten. Dat was de beste manier om ze te beveiligen. Zo dacht de kunstenaar.

Maar vorige herfst werd er tóch ingebroken in de schuur. Hoewel er niets werd gestolen - het leek eerder een verkenningsactie - begon de familie zich zorgen te maken. Waarna ze besliste om een aantal Franse veilinghuizen te contacteren, naar verluidt in samenspraak met August Thomassen zelve.

De drie Bugatti's worden op 8 februari om 14 uur geveild op de beurs Rétromobile in Parijs. Expo op 6, 7 en 8 februari, Salon Rétromobile Hall 2.1, Paris Expo - Porte de Versailles, Parijs. 


Lees verder

Advertentie
Advertentie