Ga naar De Tijd ×
×

Elektrische oldtimer in opmars

Zelfgebouwd: racewagen van formule 1-kampioen Jack Brabham

Binnenkijken in de garage van Werner Castelyns.

  • 09
    februari 2018

Werner Castelyns stak zijn hart en ziel in de zelfgebouwde Brabham-replica. © Thomas Vanhaute

Werner Castelyns is de zolderverdieping van zijn werkhuis aan het isoleren. 'Daarna ga ik eindelijk verwarming installeren - dan kan ik hier ook 's winters werken', vertelt hij.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Wat hij hier de voorbije jaren presteerde, is bewonderenswaardig. 'Het spookte al twintig jaar door mijn hoofd: zelf een historische eenzitter nabouwen. Eerder had ik een Simca 1000 Rallye 1 gerestaureerd, waarmee ik wedstrijden voor klassiekers reed. Er was ook een klasse voor dergelijke wagens. Ik dacht: hightech is dat niet, eerder een grote meccano. In mei 2015 ben ik eraan begonnen. Wachten tot mijn 65ste had geen zin: dan geraak ik er niet meer in.'

'Met weinig geld kan je veel doen. Ik bouwde de auto voor zo'n 2.500 euro. Mee dankzij de goede raad en hulp van vrienden, onder meer voor het koetswerk, dat deels in polyester, deels in aluminium is. De uitvoering deed ik. Ook het buizenchassis en de radiator maakte ik zelf. De motor en versnellingsbak kreeg ik en haalde ik eigenhandig uit elkaar. De grote kosten komen op het einde: de velgen, de vering, de klokken voor het dashboard. De banden kon ik tweedehands op de kop tikken voor 150 euro. Nieuwe kosten 800 euro.'

 © Thomas Vanhaute © Thomas Vanhaute

In augustus vorig jaar was hij klaar. 'De eerste test op het militair domein van Weelde was best spannend, na twee jaar werk. Maar het viel tegen: schakelen ging goed, sturen veel minder. Bij 80 km/u daverde hij. Een akelig gevoel. Inmiddels staat de uitlijning op punt. Ik heb al twee tanks van 15 liter leeggereden - hij verbruikt 4 tot 5 liter per 100 kilometer. Zoiets is niet vergelijkbaar met een auto: het rijdt en stuurt echt als een kart.'

Tot vorig jaar had ik nog nooit een originele Brabham gezien. Ik vond wel een technische tekening uit een bouwdoos, die ik uitprintte op A1-formaat. Op basis daarvan heb ik deze historische racewagen nagebouwd

De legendarische Australiër Jack Brabham werd in 1959 en 1960 wereldkampioen formule 1 in het Cooper Car Company-team. Samen met Ron Tauranac begon hij in 1961 een eigen renstal. In 1966 werd hij wereldkampioen in hun zelfgebouwde wagen. Dat is nog steeds een unicum. 'Ik baseerde me op de Brabham BT 21 uit 1967, waarvan er 45 à 50 gebouwd werden', vertelt Castelyns. 'Er waren drie uitvoeringen: een voor formule 3 met een bij Cosworth aangepaste Ford Anglia-motor; een voor formule Ford met een 1.6-liter Cortina-motor; en een voor formule 2 met een Lotus Twin Cam. En niet een is gelijk. Tot vorig jaar had ik nooit een originele Brabham gezien. Maar ik vond wel een technische tekening uit een bouwdoos, die ik uitprintte op A1-formaat. Op basis daarvan heb ik de racewagen nagebouwd. Weliswaar met een 1.3-liter-motor van Simca. Ook de versnellingsbak is van Simca. Uit nostalgie.'

De gele Suzuki bouwde Castelyns om van een TS 250 (enduro-uitvoering) tot een TM 250 (crossmodel).
 © Thomas Vanhaute De gele Suzuki bouwde Castelyns om van een TS 250 (enduro-uitvoering) tot een TM 250 (crossmodel). © Thomas Vanhaute

'Ik ben in de mechaniek opgegroeid', vertelt hij. 'Mijn ouders hadden sinds 1962 een Simca-garage. Die zetten ze stop toen Simca, later Talbot, opging in Peugeot. Mijn vader ging lesgeven in autotechniek. In 2015 is hij overleden. Ikzelf ben altijd een oldtimerfan geweest en gebleven. Mijn twee broers ook, maar minder fanatiek.'

Het ding oogt levensgevaarlijk. Veiligheidsgordels zijn er niet, de zitplaats is een aluminium bak - zónder kuipjes. 'Vroeger reed iedereen zo', lacht Castelyns. 'Ik rij ook met een open helm. De veiligheid moet van de chauffeur komen. Hoe veiliger de auto, hoe meer risico's je neemt. Maar gordels komen er wel degelijk nog in.'

'De F1-wagens waren destijds bijna letterlijk bommen: je zat rond een benzinetank van 200 of 300 liter.'

Werner Castelyns
Auto voor elke dag: Suzuki Vitara 2.0 (1998).
Eerste: Simca 1100 Automatic au LPG.
Beste: Suzuki Vitara 1.6 (2000).
Slechtste: Aucune.
Droom: Construire une monoplace avec un bloc V12.

'Nu levert de motor ongeveer 70 pk bij 6.000 toeren per minuut. De auto haalt 160 km/u. Da's erg snel in een ding van 420 kilogram. Je voelt je heel klein. Ik wil de motor verder opvoeren. Als ik hem betrouwbaar wil houden, kom ik wel aan 115 pk en 200 km/h. Ik zal ook zelf een andere versnellingsbak maken. Ook de vering en de stabilisatiestangen moeten beter. En ik wil originele Brabham-velgen. Ik blijf er continu mee bezig. Hij is nooit echt klaar.'

'De Classic Racing & Automobile Club Belgium (CRAC) huurt geregeld circuits af. Zo reed ik vorige week nog op Zolder. Dat is louter voor de fun, geen competitie. Ik ontdekte ook een gigantische, verlaten parking van zowat vijf hectare. Waar die ligt, zeg ik niet: anders staat er volgende week 300 man. Ook daar kan ik voluit gaan. In de toekomst zou ik wel graag deelnemen aan de 'hill climb'-competitie. Daarom probeer ik nu het vereiste FIA-paspoort te krijgen voor de auto. Maar dat is niet eenvoudig als je hem zelf gebouwd hebt.'

Bron: Sabato

Advertentie

Advertentie
× Sluiten