Logo
Deze content is een initiatief van Sabato Connect, buiten de verantwoordelijkheid van de redactie van Sabato.

Vrolijke vrienden

Robert Greubel & Stephen Forsey ©DOC

De haute horlogerie is een lang verhaal van innovatieve durvers. Veel merken dragen de naam van zo’n pionier. Nog vaker dragen ze de naam van twee pioniers. Het zijn stille getuigen van een rijke bedrijfsgeschiedenis waarin één plus één gelijk was aan drie.

De meeste van de hedendaagse horlogemerken vinden hun oorsprong in de negentiende eeuw in Zwitserland. Zo ook Jaeger-LeCoultre en Patek Philippe. Al heette die laatste oorspronkelijk Patek, Czapek & Cie. In 1839 maakte Genève deel uit van het Zwitserse Eedgenootschap. Het was een bloeiende internationale handelsstad die nauw aanleunde bij Frankrijk. Daar ontmoette de gevluchte Poolse zakenman Antoine Norbert de Patek (1812-1877) de Boheemse horlogemaker François Czapek (1811-1869). Samen richtten ze een horlogebedrijf op.

Kroon op het werk

Antoine Norbert de Patek & Jean Adrien Philippe ©DOC

Algauw gingen de twee zakenvrienden hun eigen weg. Patek zette het bedrijf voort en ontmoette op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1844 de Fransman Jean Adrien Philippe (1815-1894). Op zijn achttiende vond deze zoon van een horlogemaker dat hij niets meer van zijn vader kon leren. Hij verliet zijn ouderlijk huis, en werd een van de belangrijkste horlogiers aller tijden. Patek en Philippe besloten samen in zee te gaan als Patek Philippe & Cie. In het hart van de onderneming werkte Philippe een van zijn meest revolutionaire ideeën uit: hij ontwikkelde een zakhorloge dat de gebruiker gemakkelijk kon opwinden met een kroon. De daaropvolgende jaren verbeterde Philippe zijn uitvinding en ging hij wereldwijd op zoek naar oplossingen voor andere technische problemen.

De naam van de grote oprichters blijft behouden, net als hun drang naar kwaliteit en innovatie.

Met succes. Hij schreef ze neer in het naslagwerk Les montres sans clef. Later ontwikkelde hij nog een patent voor een eeuwigdurende kalender die je niet meer manueel hoefde aan te passen. In 1890 kreeg Jean Adrien Philippe de hoogste Franse onderscheiding: het Légion d’Honneur. Vier jaar later stierf hij, maar zijn uitvindingen bleven voortleven, aangezien hij de weg had vrijgemaakt voor het polshorloge. In 1932 nam de familie Stern het bedrijf over en ze heeft het nog altijd in haar bezit. De naam van de grote oprichters blijft behouden, net als hun drang naar kwaliteit en innovatie, getuige de 70 patenten die het bedrijf sinds 1845 aanvroeg.

©BELGAIMAGE

Ondernemen op stoom

Een gecompliceerd eerbetoon

Met twee horloges bewijst Jaeger-LeCoultre zijn belangrijkste stichters eer. In 1949 bracht het een rechthoekig horloge uit met een volledige kalender en maanfase. Het was een eerbetoon aan Jacques- David LeCoultre, de kleinzoon van Antoine, die overleed in 1948.

Hij had het bedrijf 45 jaar geleid. In 2015 lanceerde JLC een platina horloge in de Master Minute Repeater-collectie met een gangreserve van vijftien dagen. Het werd ontwikkeld in de geest van innovatie van Antoine LeCoultre.

 

Patek Philippe ontwikkelde niet al zijn onderdelen zelf. In de tijd van Philippe deed het een beroep op onderdelen van de instrumentenfabriek die Antoine LeCoultre (1803-1881) oprichtte in de mythische Vallée du Joux. Hij verwierf wereldfaam met zijn ultraprecieze tandwielen, assen en andere onderdelen die hij industrieel, maar extreem kwalitatief produceerde. In 1847 ontwikkelde ook Antoine een systeem waarmee de gebruiker zijn horloge kon opdraaien zonder de gebruikelijke sleutel. Toen Antoines zoon Elie in het bedrijf kwam, besloten ze alle ambachten en vaardigheden voor de productie van horloges onder een dak te brengen. Ze installeerden zelfs een stoommachine om hun machines te doen draaien.

De eerste manufactuur van de Vallée du Joux betekende een industriële revolutie in een tijd dat de meeste horlogemakers zelfstandig in een atelier werkten. Het bedrijf telde algauw 500 medewerkers. De derde generatie nam het roer over in 1900. Jacques-David LeCoultre (1875- 1948) werd uitgedaagd door de Parijzenaar Edmond Jaeger (1850-1922). Die vroeg hem ultraplatte kalibers te ontwerpen. LeCoultre slaagde er met de Caliber 145 in het dunste mechanische uurwerk te ontwikkelen, amper 1,38 millimeter dik.

Jaeger en LeCoultre deden niet alleen zaken, maar werden ook hartsvrienden. In 1937 fuseerden de beide ondernemingen. Jaeger-LeCoultre is nog altijd een manufactuur die over zowat alle horlogeambachten beschikt. Ze draagt O&O hoog in het vaandel en heeft de voorbije jaren ruim 1.000 mechanische uitvindingen op haar naam staan en ruim 300 patenten.

Meer vriendenhorlogiers

Audemars Piguet
Techniekstudent Jules Audemars ontmoet de economiestudent Edouard-Auguste Piguet. Bij wijze van experiment richten ze in 1875 een horlogefabriek op.

Baume & Mercier
De Frères Baume zijn horlogehandelaars uit de Jura. Hun nakomelingen zoeken een commerciële partner en gaan in 1918 samen met Paul Mercier.

Greubel Forsey
Robert Greubel en Stephen Forsey werken vanaf 1992 samen in de manufactuur van Renaud & Papi aan de complicaties van horloges. In 2004 pakken ze uit met de Double Tourbillon 30°.

Vacheron Constantin
Telg van de derde generatie Jacques- Barthélemy Vacheron associeert in 1819 met François Constantin om een buitenlandse expansie aan te vatten. 

 

Logo
Deze content is een initiatief van Sabato Connect, buiten de verantwoordelijkheid van de redactie van Sabato.