sabato

Architecte Marie-José Van Hee presenteert eerste meubelcollectie

Voor de meubelcollectie maakten Marie Mees en Cathérine Biasino van The Alfred Collection zeven kussens, gemaakt van zuivere gevilte wol. ©Filip Dujardin

Een koffer die een dienblad wordt, een bed dat een bank wordt, een tafel die een plank wordt: in de eerste - very limited edition - meubelcollectie van architecte Marie-José Van Hee is niets wat het lijkt. ‘Een bed kan in het midden serieus afzien.’

Marie-José Van Hee is een Belgische architecte met re­nom­mee. Toch had ze nog altijd geen eigen meubellijn, iets wat nochtans bon ton is onder top­architecten. Meer zelfs: nog maar sinds vorig jaar heeft Van Hee thuis een zetel staan. ‘Voor het eerst in mijn leven’, vertelt ze. ‘Het is een prachtig vintage exemplaar van de Deen Børge Mogensen, maar ik heb er nog maar één keer in gezeten. Toen ik ziek was.’ Om maar te zeggen: de Gentse architecte is uit sober hout gesneden. Voor haar is het beter te weinig dan te veel.

Van de grond
Maar nu heeft Van Hee dus zélf een bank getekend. Of beter: een ‘bed-bank’. Een inventief dubbelbed dat je kan omtoveren tot een bank door de ene helft rechtop te zetten als rugleuning. Om te voorkomen dat de rug wegschuift, bind je de poten aan elkaar vast met lederen riempjes. Een oplossing die de architecte in haar jeugdjaren al bedacht, weliswaar in een eenvoudigere versie. ‘Met een vriendje sliep ik in een jeugdherberg. We schoven twee bedden tegen elkaar en sjorden de poten vast met sokken, om gezellig samen te kunnen slapen.’

Ook het bed zelf gaat een hele tijd terug. Van Hee ontwierp het in 1997 voor haar eigen huis in Gent, dat toen net af was. ‘Mijn bed was altijd een matras op de grond. Ik vond het tijd om die eens van de grond te krijgen. Dus maakte ik een eenvoudig bed: een witgeschilderd eikenhouten kader met daartussen smalle cederhouten latten waarop de matras lag’, vertelt Van Hee. Het bed sluit naadloos aan bij haar huis, dat is uitgepuurd tot zijn essentie. De proporties, de materialen, de lichtinval en het kleurgebruik: alles ademt een bijna sacrale rust uit. Geen toeval, want Van Hee laat zich graag inspireren door religieuze architectuur, bijvoorbeeld van Dom Hans van der Laan. ‘Mijn huis ziet er misschien uit als een klooster, er wordt niet geleefd als in een klooster’, schaterlacht Van Hee.

Architecte Marie-José Van Hee op de sculpturale trap van haar huis in Gent. ©Guy Kokken

Verliefd op de poten
Vorig jaar herwerkte Van Hee haar ontwerp. De aanleiding: de expo ‘Een meubel is ook een huis’ in het Gentse Designmuseum, waar het bed getoond werd. De latten werden breder, voor een mooier effect in bankopstelling. En in plaats van wit schilderde ze het in haar favoriete groen.

FURNITURE IS FEMALE

Marie-José Van Hee begon in 1975 haar eigen architecten­­bureau. Ze ontwierp onder meer het Modemuseum en de Modenatie in Antwerpen. Samen met Robbrecht en Daem tekende ze ook de Gentse Stadshal en de Leopold De Waelplaats in Antwerpen.

Marie Mees en Cathérine Biasino startten als freelance­textielontwerpsters en werken sinds 2006 samen, onder meer voor toparchitect John Pawson en het restaurant The Jane in Antwerpen. In 2009 richtten ze hun eigen label op, The Alfred Collection.

Amaryllis Jacobs runt samen met haar man Kwinten Lavigne de galerie Maniera. Ze vragen aan kunstenaars en architecten - zowel jonge namen als gevestigde waarden - om meubels te ontwerpen. Vorige week namen ze voor het eerst deel aan Design Miami.

Dat was Amaryllis Jacobs meteen opgevallen. Zij richtte in 2014 samen met haar man Ma­niera op: een Brusselse galerie die aan kunstenaars en architecten vraagt om meubels te ontwerpen. Toen zij in Gent de ‘bed-bank’ van Van Hee spotte, belde ze haar meteen op. ‘Ze stond al heel lang op ons verlanglijstje. Een fantastische stielvrouw, de grande dame van de Bel­gische architectuur. Haar meubels sprongen er voor mij op de expo echt uit. Je ziet dat er lang over het ontwerp is nagedacht’, oppert Jacobs. ‘Kijk die lijn, die is toch prachtig.’ Ze wijst naar het daybed, de enkelvoudige versie van de ‘bed-bank’. ‘De poten die aan de ene kant meer naar binnen staan: dáár ben ik op gevallen.’ Hoewel ze het bed elegant laten zweven, zijn die inspringende poten geen vormelijk folietje. Ze maken het bed steviger in het midden. ‘Omdat een dubbelbed kan afzien in het midden’, knipoogt Van Hee.

De ‘bed-bank’ is een uitzondering in Van Hees werk. Meestal zijn haar meubels een integraal onderdeel van de architectuur. De muur is tegelijk bibliotheek, de trap een vestiaire. In haar spaarzame woonfilosofie zijn losse meubels zeldzaam. Ze liet zich in een eerder interview zelfs ontglippen dat meubels het laatste zijn waaraan ze geld besteedt. En dat ze liever investeert in steen en boeken. ‘Dat is overdreven’, zegt ze als we haar de quote voorleggen. ‘Maar als architect ben ik meer bezig met de ruimte dan met wat erin staat.’

Voor de Maniera-collectie herwerkte Van Hee haar ‘bed-bank’ nóg eens. Het is typisch voor haar werkwijze. Als een beeldhouwer blijft ze schaven aan een ontwerp. De versie van het Design­­museum was in bankopstelling niet zo comfortabel, door de harde rugleuning. Daar­om ontwikkelde ze een speciale matras die aan één kant geribbeld is, zodat je ze kan oprollen of dubbelplooien tot rugleuning. ‘We zochten lang naar een oplossing’, aldus Jacobs. ‘Tot Marie-José op een dag een geribbeld oprolmatje meenam waarop ze soms een dutje doet in haar tuin. Zo kwamen we op het idee.’

Koninginnen
Behalve de matras liet Van Hee ook kussens maken. Daarvoor klopte ze aan bij de textielontwerpsters Marie Mees en Cathérine Biasino met wie ze al vaker samenwerkte. De eerste keer in 2010. Van Hee had toen een nieuwbouwwoonst ontworpen in Zuidzande (Zeeuws-Vlaanderen) en vroeg de tandem Mees-Biasino om textiel te ontwerpen op maat van het huis. Van de tapijten en de gordijnen tot de handdoeken en het bedlinnen. ‘We gieten geen ‘textielsaus’ over Marie-Josés architectuur. Het is er een integraal onderdeel van. Is er veel bloot beton, dan zoeken we stoffen die aansluiten bij die textuur’, legt Marie Mees uit. De drie Gentse dames delen hun liefde voor ambacht, tactiliteit, natuurlijke materialen en getemperde kleuren. ‘Ze hebben dezelfde extreem verfijnde soberheid’, weet Jacobs. ‘En ze werken alle drie heel nauwkeurig en doordacht. Marie en Cathérine zijn de koninginnen van de kleur.’ Cathérine Biasino glimlacht als ze dat hoort. ‘We zijn heel subtiel in onze kleuren en besteden daar veel tijd aan. Blauw is voor ons nooit zomaar blauw. Het moet precies dát blauw zijn.’

Voor de collectie maakten Biasino en Mees zeven kussens, gemaakt uit zuivere gevilte wol. ‘We kozen voor een bijzondere breitechniek met ribbels die verwijzen naar de latten in de bank. Ook de grafische patronen zijn daarop geïnspireerd’, zeggen ze.

Bij de ‘bed-bank’ ontwierp Van Hee nog de ‘dien-blad-tafel’, opnieuw een multifunctioneel meubel. Het is tegelijkertijd bijzettafel, dienblad en opberger. ‘Je kan er een lakenpakket in opbergen wanneer je de ‘bed-bank’ als sofa gebruikt. Wissel je naar bed, dan steek je er de kussens in’, merkt Cathérine Biasino op. Het tafeltje heeft hetzelfde eikenhouten kader als de ‘bed-bank’ en ook het lichte cederhout komt terug. ‘Tegelijkertijd lijkt het op een babybedje dat ik in de jaren tachtig ontwierp’, aldus Van Hee. ‘Als cadeau voor mijn broer toen hij vader werd. Daarna is het de hele familie rondgereisd.’

©Filip Dujardin

Mijn huis ziet er misschien uit als een klooster, er wordt niet geleefd als in een klooster.

Fundamenteel lui
Het derde item uit de limited edition-collectie - van elk item zijn er maar zeven exemplaren en de meubels worden één voor één volledig met de hand gemaakt ín België - is een tafel, ‘huis-werk-tafel’ genoemd. Van Hee tekende die in 2011 voor datzelfde huis in Zuidzande. Ook hier zit het geniale opnieuw in de details. Zoals het geschilderde tafelblad. ‘De laatste laag laat ik altijd met de borstel doen, zodat je de penseelstreek ziet’, verklapt de architecte. Maar ook de poten, die kan je op verschillende plaatsen bevestigen door een ingenieus systeem met ijzeren pinnen. ‘De bouwheer vond geen tafel die hij mooi vond, dus vroeg hij er een aan mij. Een geluk, want anders zou deze tafel nu niet bestaan. Ik schiet maar in gang als er iets nodig is. Mijn fundamentele luiheid laat het niet toe iets te tekenen zonder dat het écht nodig is’, lacht Van Hee. Dat kunnen we moeilijk geloven van iemand die liever aan tafel zit dan in de zetel hangt.

De collectie van Marie-José Van Hee, Cathé­rine Biasino en Marie Mees is al de 16de op rij voor Maniera. ‘Wij vragen kunstenaars en archi­tecten om meubels te ontwerpen op dezelfde manier als ze hun kunst of architectuur aanpakken. Vandaar de naam Maniera. Je ziet dat architecten echt meubels bouwen. Ze denken vanuit constructie, terwijl kunstenaars vertrekken bij een concept’, oppert Jacobs. ‘In Marie-Josés meubels zie je duidelijk haar architectuur terug. Even doordacht, zuiver en ascetisch.’ Ook de werkwijze is parallel: de tijd nemen om het ontwerp uit te puren. ‘Te sublimeren’, noemt Van Hee het zelf. Of, om het met de woorden van Le Corbusier te zeggen: ‘Huizen ontwerpen vraagt geduld en intensieve arbeid, om te kunnen doordringen tot de essentie, een job die mijlenver van bandwerk ligt.’

Van elk meubel worden maar 7 exemplaren gemaakt. Prijzen op aanvraag. De ‘bed-bank’ is beschikbaar als sofa in een enkelvoudige en dubbele versie, met en zonder matras en kussens. De tentoonstelling loopt nog tot 24 februari 2018 bij Maniera, Gerechtsplein 27-28 in Brussel, maniera.be

De enkelvoudige versie van de ‘bed-bank’ doet dienst als daybed, met vooraan het dienblad. ©Filip Dujardin

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content