sabato

De nieuwe Zes

Vlnr.: Ben Storms, Charlotte Jonckheer, Bram Vanderbeke, Linde Freya Tangelder, Cédric Etienne en Nel Verbeke. ©Alexander Popelier

Zes jonge ontwerpers hebben hun krachten gebundeld in Brut, een nieuw Belgisch kunstdesigncollectief. Op 17 april maken ze hun debuut tijdens het Salone del Mobile in Milaan. ‘Vanaf het begin was het duidelijk wie erbij moest.’

Twaalf ogen zijn op mij gericht. De zon schijnt fel binnen op de bovenste verdieping van het Vanderborghtgebouw in Brussel. Ik word verblind, maar zij zien mij. Zij, dat zijn de zes jonge designers van het nieuwe collectief Brut. ‘Het was vanaf het begin duidelijk wie erbij moest’, zegt Nel Verbeke, die samen met de twee andere vrouwen van het collectief de eerste stap zette. ‘Onze werken vullen elkaar aan, maar zijn ook verschillend genoeg om elkaar op nieuwe manieren te inspireren.’

‘We begeven ons alle zes op het relatief nieuwe segment tussen kunst en design, dus kwamen we elkaar vaak tegen op beurzen’, vult Linde Freya Tangelder aan. ‘Die wereld is nog niet zo groot.’

Ben Storms kent u misschien van zijn ‘InHale’-tafel, een massief marmeren blok dat op een goudkleurig kussen van metaal rust. Het object schopte het zelfs tot in de Londense flagshipstore van modeontwerper Alexander Wang.

Bram Vanderbeke, met zijn 26 jaar de jongste van het collectief, focust dan weer op hoe zijn ontwerpen de ruimte bepalen waarin ze staan. Hij denkt architecturaal en maakt, zeker in vergelijking met anderen van het collectief, zijn ontwerpen uit lichte materialen. ‘Terwijl de vijf anderen sjouwen met zwaargewichten of delicate objecten, heb ik mijn ontwerpen uit aluminium en mdf in geen tijd afgebroken en weer opgesteld in een andere ruimte’, lacht hij.

Nel Verbeke leunt het dichtst van al aan bij de beeldende kunsten, en onderzoekt abstracte thema’s als tijd en melancholie. Haar subtiele ontwerpen helpen om rustmomenten in te lassen in het dagelijks leven.

Wat de zes ook allemaal gemeen hebben, is het geloof in collectiviteit. ‘Je ziet zulke collectieven al veel meer in Nederland’, zegt Vanderbeke. ‘Nel en ik zitten ook bij Dutch Invertuals, zo’n Nederlands collectief, en we zien dat het heel goed werkt. Het geeft meerwaarde omdat je samen de aandacht van een publiek trekt en omdat je elkaars werk ook versterkt.’

Steenkool

Niemand van hen is een nieuwkomer op het Salone del Mobile, maar als collectief zijn ze dat wel. Brut laat zich voor het eerst zien in Milaan. Ze tonen er nieuw en bestaand werk van elke designer in een nieuwe, gedeelde scenografie. ‘Zo’n scenografie bepaalt de werken ook zelf’, zegt Tangelder. ‘Je krijgt een extra betekenislaag die onze gedeelde inspiraties versterkt. Alles draait om de wisselwerking tussen individueel en collectief werk.’

De Milanese setting, en grillige vloer van zwarte steenkool, weerspiegelt hun Belgische identiteit. ‘Een afspiegeling van ons Belgisch cultureel, materieel en zelfs industrieel erfgoed’, legt Verbeke uit. ‘Voor ons debuut wilden we duidelijk illustreren waarvoor Brut staat. Niet alleen toont de steenkool dat we Belgen zijn, het is door haar donkere kleur ook een ontzettend poëtisch materiaal.’

Ze zien het als een manifest om de Belgen meer op de kaart te zetten. ‘Op designbeurzen voel je altijd heel sterk de Nederlandse en Italiaanse aanwezigheid. Nu voegen wij ons daarbij’, zegt Cédric Etienne.

Voor de toekomst is het trouwens de bedoeling om één concept in zowel de scenografie als het nieuw individueel werk te stoppen, zodat alles gebaseerd is op een totaalconcept. Dat staat voor de Biënnale Interieur van Kortrijk in oktober alvast op de agenda. ‘Dat concept zal waarschijnlijk opnieuw een materiaal of een industrie zijn’, zegt Charlotte Jonckheer. ‘We zijn zeer benieuwd om te zien hoe iedereen van het collectief zijn eigen ding zal doen met het gekozen onderwerp.’

Naam niet gestolen

Een collectief vormen brengt heel wat voordelen met zich mee. Om te beginnen worden de praktische lasten verlicht. Er zijn de gedeelde transportkosten en subsidieaanvragen en het samenbrengen van netwerken. ‘Maar ook communicatief en zakelijk worden we sterker’, zegt Storms. ‘Dat idee vind ik interessant: de designer die de zakelijke kant zelf in handen neemt, zichzelf representeert en zijn eigen werk verkoopt. Door samen te werken staan we daarin sterker.’

©Alexander Popelier

Toch zijn de praktische overwegingen niet de enige bepalende factor binnen het collectief. ‘Het niveau wordt er ook door opgetild’, zegt Etienne. ‘We maken nog steeds elk apart ons eigen werk, maar we dagen elkaar uit en worden geïnspireerd.’

Wanneer ik naar de typische eigenschappen van Belgisch design vraag, zijn de antwoorden snel en resoluut. ‘Ik hoor vaak dat Belgen vrij ontwerpen’, begint Storms. ‘Neem nu de Fransen, die hebben veel meer referenties aan hun lange nationale geschiedenis. Wij hebben die niet, waardoor we vrijer en onbegrensder ontwerpen.’

Niet alleen die vrijheid, maar ook een donkere esthetiek brengen ze alle zes naar voor. ‘Dat kan in muziek, design of in een andere discipline zijn’, zegt Verbeke. ‘Belgen baden in de schoonheid van het donkere.’ Er is ook het ambacht, het aardse en de ruwheid dat België herkenbaar maakt: Brut heeft zijn naam niet gestolen. ‘Je ziet dat bij onze schilders en beeldhouwers, maar bijvoorbeeld ook bij architect Vincent Van Duysen’, zegt Vanderbeke. ‘Dat is heel Belgisch: hij gaat puur, monochroom en zuiver om met materialiteit. Of De Vylder Vinck Taillieu, ook van bij ons.’

Korte nachten

Of ze ooit samen een object zouden ontwerpen? ‘Dat kan interessant zijn’, antwoordt Jonckheer. ‘Al denk ik wel dat het zich voorlopig eerder op het niveau van een installatie of scenografie zal blijven afspelen. Maar mocht de vraag ooit komen om samen een meubel of object te ontwerpen, dan staan we ervoor open.’

‘Ik zou het ontzettend interessant vinden als een materiaalbedrijf mogelijkheden ziet in Brut en de vraag aan ons stelt’, zegt Tangelder. ‘Dat wij het materiaal niet kiezen, maar dat het zich omkeert.’

Kortom: mogelijkheden genoeg voor Brut. Maar eerst nog een paar lange dagen, korte nachten en vooral veel gesleur om de bestelwagens op tijd richting Milaan te krijgen. ‘Maar over enkele dagen is dat voorbij en vind je ons terug in Isola, een wijk net buiten het centrum, die sinds een paar jaar meer en meer gangbaar is als locatie tijdens de designweek in Milaan’, zegt Vanderbeke. ‘Mensen gaan daar meer naartoe voor totaalconcepten. Je hebt er minder het beursgevoel, je loopt er van site naar site. Het zit er vol met restaurantjes en jonge bewoners: de ideale plek voor ons debuut.’ ‘Gebouwen en galeries worden er voor de gelegenheid leeggemaakt en verhuurd aan designers. Wij hebben onderdak gevonden in de galerie Spazio Maraniello, een white cube die we een Belgische make-over geven. De voorbereidingen zijn druk en de stress zit erin, maar we kijken er enorm naar uit.’

Brut is tijdens het Salone del Mobile van 17 tot 22 april te zien in de galerie Spazio Maraniello, Viale Stelvio 66, Milaan.

Lees verder

Advertentie
Advertentie