sabato

Iconisch Brussels kantoorgebouw krijgt make-over

'Ik ben bang voor de toekomst van mijn CBR-gebouw', zegt de 93-jarige architect Constantin Brodzki. 'De eigenaar heeft een van mijn andere gebouwen, de Swift-building, echt gemassacreerd.' ©Karel Duerinckx

Een van de meest iconische kantoorgebouwen in Brussel krijgt een make-over. Wij zochten de 93-jarige architect op: Constantin Brodzki. Portret van een eigenzinnige vernieuwer, featuring Paul-Henri Spaak, de Rockefellers én een Tervuurse olifant.

Wat een 'co-workingplek' precies is, begrijpt architect Constantin Brodzki niet zo goed. Op zijn 93ste is het hem vergeven. Het belangrijkste: zijn CBR-gebouw in Watermaal-Bosvoorde heeft een nieuwe bestemming gekregen. In oktober wordt het 'een kantoorpand van de toekomst': 7.000 vierkante meter super-de-luxe gedeelde kantoorruimte met hotelservice voor flexwerkers én vaste klanten.

In 1970, toen het ingehuldigd werd, was het hoofdkwartier van het cementbedrijf CBR ook al revolutionair. Maar dan op architecturaal gebied. CBR wou uitpakken met een state-of-the-artontwerp, uiteraard met beton en cement in de hoofdrol. Ook voor Constantin Brodzki - zou het toeval zijn dat zijn initialen samenvallen met die van zijn opdrachtgever? - werd het een triomftocht: de renommee van de Brusselse architect valt zowat samen met het grensverleggende CBR-gebouw.

Futuristische Gaudí
Wie voor de gevel staat in Watermaal-Bosvoorde kan niet anders dan aan futuristische 'James Bond'- of 'space age'- architectuur denken. Of inspireerde Brodzki zich voor de façade misschien op vliegtuigraampjes? Hij schudt het hoofd. 'De vorm verwijst helemaal nergens naar, het was een rationeel, bouwkundig experiment. Beton is liquide: waarom zou je haakse vormen bedenken als je het materiaal in organische vormen kan gieten? In de middeleeuwen en gotiek zijn de zotste gebouwen bedacht met de gekste curves. Waarom moeten wij nu alles recht bouwen?'

'Kijk naar de Catalaanse architect Antonio Gaudí. Hij was rond 1900 revolutionair omdat hij gewapend beton tijdens het uitdroogproces in organische vormen boetseerde. In de jaren zestig wou ik beton gieten in zulke vrije vormen. De meeste architecten zagen toen beton als ruwbouwmateriaal. Ik wou de vormelijke vrijheid van Horta, maar dan in afgewerkte prefabmodules.'

Het werd een zoektocht van jaren. Concreet bedacht Brodzki vanaf 1963 samen met CBR een techniek om prefabbetonpanelen te maken in de vloeiende vormen. Voor de research werkte hij samen met twee Portugese broers, gespecialiseerd in klassieke sierlijsten in gips. Samen met de Pools-Belgische architect maakten zij tientallen maquettes van de module, in steeds verschillende vormen.

Zodra de basisvorm op punt stond, liet Brodzki er een mal in epoxy van maken. 'De gassen die vrijkomen in de epoxyfabriek zijn dodelijk, heb ik achteraf opgevangen. Ik heb dus een paar doden op mijn geweten, vrees ik.'

Bijzonder: in het prefabbetonelement zat het raam ook al ingewerkt. De panelen werden inclusief glas op de werf aangeleverd. 'De ramen in dubbelglas zijn goudkleurig, omdat ze de zon moeten reflecteren. Warmte is de grootste vijand van grote kantoorgebouwen. De warmte buitenhouden kost zeven keer minder dan afkoelen met airco.'

Zodra de 756 onderdelen geprefabriceerd waren bij CBR, ging het gelukkig sneller vooruit. De werf was nog maar een formaliteit: het kantoorgebouw groeide één etage per week, ongezien snel voor die tijd.

Architecturaal was het CBR-gebouw in 1970 revolutionair. In België bestaat er zelfs zoiets als 'de CBR-stijl': gebouwen met prefab-betonfaçades in expressieve vormen.

'Ik ben bang'

Constantin Brodzki, die ons qua looks wat doet denken aan modeontwerper Karl Lagerfeld, heeft voor zijn leeftijd ongezien veel flair en energie. En aangezien de architect niks meer te verliezen heeft, neemt hij geen blad voor de mond. En al zeker niet over zijn CBR-gebouw, dat lang leeg stond en zelfs afgebroken dreigde te worden. Die dreiging is ondertussen van de baan. Meer nog, het gebouw is intussen beschermd. Al geldt die bescherming alleen voor de buitengevels en niet voor binnenkant.

'Eerlijk gezegd: ik ben bang voor de toekomst van mijn CBR-gebouw. De eigenaar is een investeringsgroep die indertijd ook al mijn Swift-gebouw heeft gekocht. En dat hebben ze echt gemassacreerd. Ik hou dus mijn hart vast.'
'Het zou zonde zijn mochten alle authentieke interieurelementen zouden sneuvelen. Ik heb echt alles beslist in dit gebouw. Tot en met de knopjes voor de liften,' zegt Brodzki. 'Toen het opgeleverd was, vroeg de CEO zelfs of ik een fotokader wou kiezen voor zijn gezinsfoto op zijn bureau.'

Voorlopig lijkt het er wel op dat huurder en verbouwer Fosbury & Sons het architecturaal erfgoed met het grootste respect behandelt. Alle houten kasten worden gedemonteerd, gerenoveerd en opnieuw geïnstalleerd. Al blijft het afwachten wat er met de betonnen trap in de hall, met asymmetrische treden én een ingenieuze leuning, zal gebeuren. En of de prachtige lambriseringen in donker hout de make-over zullen overleven.

Opgepikt door MoMa

Het gebouw schreef destijds architectuurgeschiedenis. In België in de eerste plaats, waar zoiets bestaat als 'de CBR-stijl': gebouwen met prefabbetonfaçades in expressieve vormen. Ook in het buitenland werd het pand opgepikt. Niet het minst door het New Yorkse MoMa, dat het CBR-kantoor selecteerde als enige Belgische project voor een expo in 1979 over hedendaagse bouwkundige innovaties: 'Transformation in Modern Architecture'.

'Wil je het hele verhaal daarachter kennen?' vraagt de architect. Zijn ogen glimmen, ook al is hij aan een kant blind. 'Architect Marcel Breuer zat toen in het selectiecomité van die expo. Ik kende hem, omdat ik zijn ontwerp voor de Knoll-showroom in Brussel had opgevolgd.

En hij was door CBR betaald als 'peter' van het CBR-gebouw. De maquette is al in 1966 voorgesteld aan de toenmalige prins Albert, in het bijzijn van Breuer en andere notabelen. De aanwezigheid van de Amerikaanse architect moest het architecturale belang van het gebouw onderstrepen. En die acte de présence heeft dus tot in het New Yorkse MoMa weerklank gevonden.'

Spaak-connectie
Brodzki had sowieso iets met de States. Hij ging er enkele keren op studiereis om het werk van Breuer, Philip Johnson en andere modernisten of rationalisten te bekijken. Als kind van een Belgische moeder en Poolse diplomaat groeide hij eerst op in Italië en Finland. Hij kwam in 1938 in België terecht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog studeerde hij architectuur aan La Cambre, maar stak daar - naar eigen zeggen - bitter weinig op. 'Ik ging constant in de clinch met mijn prof Charles Van Nueten.

Na mijn opleiding ben ik naar de States vertrokken. Daar heb ik het meeste geleerd. Ik voer mee met een immigrantenboot: de oorlog was net gedaan. Tien dagen duurde die oversteek. Tijd genoeg om na te denken dus. Plots schoot het me te binnen dat de Belg Paul-Henri Spaak de eerste voorzitter was van de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York. Ik wist dat het nieuwe hoofdkantoor in East Manhattan binnenkort gebouwd zou worden. Dus vroeg ik via mijn Poolse vader contact op te nemen met de kabinetschef van Spaak, die goeie contacten had met de Belgische ambassade in Warschau. Via hem kon Spaak een 'stageplek' regelen voor mij bij het Amerikaanse architectenkantoor Harrison & Abramovitz, dat het ontwerp van Oscar Niemeyer moest opvolgen en uitvoeren.'

Whisky met crackers

'Het VN-gebouw was op dat moment misschien wel de belangrijkste bouwwerf op aarde. Ik kon gewoon over de schouder meekijken bij de architecten, de maquettemakers, de plannentekenaars en de ingenieurs: allemaal specialisten met veel ervaring. Ik was een spons. In vijf maanden tijd was ik 15 jaar vooruit qua kennis.'

Een van de belangrijkste lessen kwam van Wallace Harrison, de uitvoerend architect van het Rockefeller Center én het Verenigde-Natiesgebouw. Hij was een adviseur van de Rockefellers, die eigenaar waren van het terrein waarop de VN zijn hoofdkwartier bouwde. Op een 'afterwork drink' - 'whisky met crackers' - kwam hij Brodzki persoonlijk de hand schudden. 'Als je architect bent, dan moet je weten hoe je aan politiek moet doen. En als je aan politiek doet, heb je geen tijd meer voor architectuur,' zei Harrison aan Brodzki.

De raadselachtige quote zou een levensmotto worden: daar besefte hij het belang van politieke duwtjes in de rug, vooral in de besluitvorming rond architecturale projecten.

Getakelde olifant

Brodzki is in België intussen ietwat vergeten. Wellicht omdat hij wat minder productief was dan zijn tijdgenoten Jacques Dupuis, Georges Baines, Renaat Braem, André Jacqmain of Charles Vandenhove. En hoewel Brodzki's reputatie vooral vasthangt aan het CBR-gebouw, tekende hij nóg belangrijke realisaties, zoals de Cinematek in Brussel (1957), het Design Center in de Ravensteingalerie (1963), het kantoor van Generali in Watermaal-Bosvoorde (1976) en Swift I (1980-1983) en Swift II (1984-1988), beide in Terhulpen. Wel ontwierp Brodzki in zijn carrière slechts een tiental privéwoningen. 'In een huis stop je evenveel werkuren als in een kantoortoren, maar je verdient er twintig keer minder aan', zegt hij pragmatisch.

Voor Expo 58, exact zestig jaar geleden, haalde hij misschien wel de bijzonderste opdracht uit zijn loopbaan binnen: het Paviljoen van de Congolese Fauna. Een kans om zijn ideeën over organische vormen in de architectuur toe te passen. 'In de natuur komt geen enkele rechte lijn voor. Waarom zou ik dan een recht expopaviljoen tekenen?', zegt hij. Hij groef het perceel lichtjes uit en bouwde er een half verzonken, rond volume in. Dat overdekte hij met een koepel van 30 meter.

Langs een wandelpad konden toeschouwers tropische planten en exotische dieren ontdekken. 'Opgezette dieren uiteraard. Ik werkte daarvoor samen met de directeur van het Afrikamuseum in Tervuren. Hij trok speciaal naar Congo om wilde dieren te schieten: een giraf, leeuw, krokodil en antilopen. In Angola werd een van de grootste olifanten ooit neergeknald en opgezet bij Rowland Ward in Londen. Het beest was zo enorm dat we het met een kraan in de ruwbouwwerf moesten takelen. Pas daarna konden we het paviljoen met dak errond bouwen. Na de afbraak is de olifant naar het Afrikamuseum verhuisd, waar hij nog steeds staat.'

Een bijzondere parallel: net als het Museum van Tervuren is het CBR-gebouw op dit ogenblik in renovatie. Beide iconische Brusselse gebouwen gaan in het najaar van 2018 open in hun nieuwe vorm. Brodzki's olifant krijgen we gegarandeerd opnieuw te zien in Tervuren. En het lijkt erop dat we zijn originele CBR-interieur ook nog zullen terugzien. Het zou voor de hoogbejaarde architect de ultieme bekroning zijn.
www.fosburyandsons.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie