sabato

Waarom op bezoek gaan bij topdesigners levensgevaarlijk kan zijn

‘Het schilderij was een samenwerking met Nina Yashar van de designgalerie Nilufar naar aanleiding van haar ‘No Waste’-project. De dingen die ik beschouwde als afval of mislukkingen liet ze me níét naar de sloop brengen. Ze recupereerde ze voor enkele schilderijen.’ ©Patricia Parinejad

'Ooit zakte een vriendin hier door een van mijn stoelen.' Patricia Urquiola mag dan al de meest gevraagde meubelontwerpster ter wereld zijn, op bezoek gaan bij haar thuis is niet zonder gevaar. Sinds kort is de Spaanse creatief directeur van het Italiaanse meubelmerk Cassina. 'Mijn nieuwe meubelontwerpen zullen voor Cassina zijn, Maar ik kan nog altijd lampen voor Flos of objecten voor andere merken tekenen.'

Patricia Urquiola (54) is een wervelwind. Ze spreekt al even snel en gevarieerd als ze ontwerpt. In een smeltkroes van Frans, Italiaans, Spaans én Engels springt de Spaanse ontwerpster van de hak op de tak. 'Ik kom net terug van een presentatie in Modena. In een prachtig betonnen gebouw. Onwaarschijnlijk! Waar ik nu mee bezig ben? Met mijn nieuwe functie als creatief directeur bij Cassina. Une histoire bellissima! Een echte challenge. Ik ben molto contenta.'

Het heeft lang geduurd voor ik snapte dat ik als vrouw mijn eigen designstudio kon beginnen.
Patricia Urquiola

Urquiola tekende enkele jaren geleden al meubels en winkels voor Haworth, het Amerikaanse kantoormeubelmerk dat in 2014 een meerderheidsbelang nam in Poltrona Frau, het moederbedrijf boven Cassina. Als creatief directeur van Cassina mag Urquiola nu de creatieve krijtlijnen van het merk uittekenen. 'Dat betekent niet dat ik de designers zal controleren. Maar ik zal bijvoorbeeld wel showrooms ontwerpen en kijken naar de geschiedenis van het merk en hoe dat in de toekomst kan evolueren. Een werk van lange adem wordt het.'

Bestaande projecten voor andere meubelmerken werkt Urquiola nog af, maar daarna focust ze helemaal op Cassina. 'Dat lijkt me evident. De meubels die ik in de toekomst ontwerp, zullen voor Cassina zijn. Dat neemt niet weg dat ik bijvoorbeeld wel nog lampen voor Flos of objecten voor andere merken kan tekenen.'

In de 500 vierkante meter tellende studio’s bracht Urquiola een grote vergaderzaal onder. De tafel Mantis - in extra grote uitvoering - en de stoelen Lavenham Executive ontwierp ze voor DePadova. De draadmand op tafel is van Alessi. ©Patricia Parinejad

Eindeloze lijst
Urquiola's cv leest als een 'who is who' van het interieurdesign. Ze tekende stoelen, zetels, bedden, chaises longues en sofa's voor Italiaanse designgiganten als B&B Italia, Glas Italia, Moroso en Kartell. Maar tegelijk ook lichtontwerpen voor Flos en Foscarini, badkamerarmaturen voor Agape en Hansgrohe, een hangmat voor Louis Vuitton, horloges voor Alessi en juwelen voor Bigiotteria San Lorenzo: aan de lijst komt geen einde.

Ze richtte winkels in voor Missoni, Marks & Spencer, Santoni en Hermès en tekende interieurs voor hotelgroepen zoals Mandarin Oriental en Four Seasons, naast huizen (Londen, Tel Aviv) en restaurants (Doha) natuurlijk. 'Ik ben een uiterst nieuwsgierig persoon. Ik hou van design én architectuur en slinger heen en weer tussen die twee beroepen. Ik ben ongeduldig en spring van het ene project naar het andere. Maar het is niet zo dat ik duizend-en-een dingen tegelijk doe. Vergelijk het met een mooie tuin: sommige planten komen pas na twee jaar uit als je je tuin goed onderhoudt. Aan sommige designprojecten die nu op de markt komen, werk ik al zeven jaar. Capito?'

Een grote trap verbindt Urquiola’s studio met de leefruimte, waar ze met haar man en dochter woont. De rode draadmand ontwierp Urquiola voor Alessi. ©Patricia Parinejad

Naar de laars
Een van Urquiola's recentste projecten was een discotheek annex restaurant én markt in Ibiza én een modulair keukensysteem voor het Italiaanse merk Boffi. Ze noemde het systeem Salinas, naar het kuststadje in het noorden van Spanje waar haar grootvader woonde. Urquiola groeide op in het nabijgelegen Oviedo, maar besefte al heel vroeg dat aan de alomtegenwoordigheid van de laars in de designwereld niet te ontsnappen viel. 'Als twaalfjarige wist ik al dat ik architectuur en design wou studeren', zegt ze. 'En dat betekende dat ik Oviedo moest verlaten.' Eerst volgde ze een architectenopleiding in Madrid, later specialiseerde ze zich in design én architectuur aan het befaamde Politecnico-instituut in Milaan.

Sindsdien ging ze er niet meer weg. Jarenlang werkte Urquiola als assistent van de beroemde designer Achille Castiglioni, ze ontwierp stukken met Vico Magistretti en bedacht creaties voor het Milanese meubelbedrijf DePadova. In 1996 kwam ze onder de hoede van de Italiaanse toparchitect en designer Piero Lissoni, en besloot voor grote Italiaanse namen zoals Alessi, Artelano en Kartell te ontwerpen. Pas op haar veertigste richtte ze haar eigen ontwerpstudio op. 'Het heeft lang geduurd voor ik snapte dat ik als vrouw mijn eigen studio kon beginnen. Het besef kwam pas toen Piero Lissoni me zei dat ik er klaar voor was. Uiteindelijk, zo weet ik nu, doet het er niet toe of je een man of vrouw bent. Alles hangt af van de manier waarop je je persoonlijkheid in een ontwerp legt.'

De designer ontwierp de hoge Plywoodkasten als prototype voor een tentoonstelling van B&B Italia in Keulen. In de kantoren worden er schetsen, prototypes en studiemateriaal in opgeborgen. De talrijke bibliotheken in het huis staan vol met interieurtijdschriften, architectuurboeken en gadgets. ©Patricia Parinejad

Schotse ruiten
Drie jaar geleden verhuisde Urquiola naar een oud Milanees stoffenpakhuis. Vroeger werden hier stoffen met schotse ruiten geproduceerd. Behalve de studio brachten Urquiola en haar man Alberto Zontone - die ook de financiële partner in de studio is - in de industriële ruimte ook hun woning onder. Die bevindt zich op de bovenverdieping van het pand. Ze wonen er met hun dochtertje van tien. 'Ik heb lange werkdagen en wil geen tijd verspillen met pendelen tussen mijn studio en huis. Dit is een moderne variant van de casa e bottega: onze werkplek, onze studio en ons laboratorium bevinden zich op de benedenverdieping, waar ook een binnentuin is; boven is er het huis met een daktuin. Zelfs wanneer het hier een drukte van jewelste is, kan ik me goed concentreren. Soms help ik mijn dochtertje in de studio met haar huiswerk. Ik hou wel van wat leven rondom mij. Zelfs met al dat gedoe kan ik me goed concentreren. Ik ben een gemeenschapsmens.'

In de weelderige daktuin geeft de rode stoel Re-Trouvé voor Emu kleur. De Canasta voor B&B Italia is een echte loungebank. ©Patricia Parinejad

De ruwe wanden van het gebouw, hartje Milaan, kregen een laag wit stuc en op de vloer kwamen cementtegels en wit hars. Op de benedenverdieping van het pand bevindt zich de 500 vierkante meter grote ontwerpstudio. De grote open ruimte, enkele kleinere kantoren en de vergaderruimtes worden allemaal verlicht door een glazen plafond. Gemiddeld zit er een vast team van zes designers te zwoegen. 'Maar dat is alleen het designteam', zegt Urquiola. 'Voor omvangrijke architecturale projecten kan het team uitbreiden tot wel 30 man. En neen, die zitten niet allemaal in de studio. Op dit ogenblik heb ik bijvoorbeeld medewerkers in Miami zitten voor een project.'

Urquiola's thuis- en werkleven zijn dus vervlochten. Niet alleen omdat ze in één gebouw zijn ondergebracht, maar ook omdat Urquiola resoluut woont tussen haar ontwerpen: designs voor Moroso, Molteni, Alessi, Kartel en Flos. 'Ik leef inderdaad met mijn werk', zegt ze. 'Maar meestal zijn het prototypes die hier staan. Ons huis staat vol dingen die ik bric-à-brac heb ineengezet. Ooit is een vriendin zelfs door een van mijn stoelen gezakt. Ze dacht dat het haar fout was, maar eigenlijk was het een productiefout.'
www.patriciaurquiola.com

De kantoren op de benedenverdieping grenzen aan een binnentuin. ‘Gelukkig staan er ook tafels, want in de zomer werk ik vaak buiten.’ ©Patricia Parinejad

Lees verder

Advertentie
Advertentie