sabato

Zo hebt u het Zwin nog nooit gezien

©Thomas De Bruyne

Echt sexy klinkt het niet, 'bezoekerscentrum'. Toch moet een nieuw bezoekersgebouw én een uitkijkloggia van de architecten Klaas Goris en Ralf Coussée het Zwin-natuurreservaat opnieuw op de kaart zetten. We goten alles wat u moet weten in een handig alfabet: van Atlantikwall tot Zwinuitbreiding. Of was het nu van Architect tot Zomerbestemming?

Atlantikwall
Een bezoekerscentrum met resto, seminariezalen, een shop en documentatieruimtes. Een uitkijkgebouw, verscholen in de dijk. Zeven 'cabanes', een bijenhotel, een uitkijktoren én de heraanleg van een deel van de waterplassen van het Zwin. Dat is het ambitieuze project waarmee de architecten Coussée en Goris (zie: 'Coussée en Goris'), in samenwerking met het architectenbureau GAFPA en andere partners als Grontmij Vlaanderen, Siem Steur, Madoc, Bundl, Koen Van Synghel en Atelier Veldwerk, het Zwin een nieuw elan moeten geven. De aftandse cafetaria en de Koninklijke Villa gingen tegen de vlakte. Het oude natuurpark met paadjes langs vogelkooien werd vervangen door een nieuw wandelparcours.
Voor zijn kijkcentrum inspireerde het duo zich op de meer dan 5.000 kilometer lange verdedigingslinie van bunkers en kanonnen aan de Europese kust, de Atlantikwall. 'Het kijkcentrum bestaat uit een houten kern, met als buitenzijde vijf parallelle betonnen wanden', zegt architect Klaas Goris. 'Tussen twee van die wanden klim je naar boven tot aan de loggia die op het landschap uitkijkt. Doordat het gebouw in de dijk verzonken zit, doet het aan een bunker denken. De mens die zich verstopt, niet voor een vijand maar voor de dieren. Bedoeling is de vogels te observeren zonder hen te storen.' (zie: 'Hutjes')

Binnenstebuiten
Terwijl het kijkcentrum bestaat uit lagen beton met een houten kern, wordt de centrale betonnen hal van het bezoekerscentrum (zie: 'Luchthaven') geflankeerd door houten bijgebouwen. 'Vergelijk het met een jas die we binnenstebuiten keren', zegt Klaas Goris. 'Eigenlijk zijn de twee gebouwen elkaars negatief. We wilden geen twee aparte verhalen vertellen. Omdat het bezoekerscentrum achter de dijk en een bomenrij ligt, hoefden we het minder bunkerachtig te maken en konden we voor hout opteren. Het kijkcentrum ligt minder beschut in de windzone van de zee en zal dus meer erosie van zand en zee ondervinden.'

©Thomas De Bruyne

Coussée & Goris
Het gelauwerde architectenbureau van Ralf Coussée en Klaas Goris timmert sinds 1998 aan de architecturale weg. U kent ze van projecten als de nieuwe Gentse bibliotheek De Krook (die eind dit jaar moet opengaan) in samenwerking met het Spaanse bureau Aranda Pigem Vilalta, maar ook van hun aandeel in het vastgoedproject in Wijnegem van de familie Vervoordt. Ze transformeerden er de 19de-eeuwse bakstenen magazijnen tot appartementen. In Borgerhout bouwden ze een oude melkfabriek om tot de galerie Zeno X. Op dit ogenblik werken ze aan de transformatie van de oude Belgacomtoren in Gent.

Douglashout
'We kozen voor deze naaldhoutsoort, afkomstig van de douglasspar uit Zuid-Duitsland, omdat ze duurzaam is. Maar ook omdat ze zich gemakkelijk laat verwerken tot balken en kolommen. Daarbij laat ze zich goed impregneren met de zwarte beits (zie: 'Gepekt' en 'Woonboten') die we gebruikten. Reken op meer dan 100.000 planken.'

Egretta garzetta
De zilverreiger, ofwel de 'Egretta garzetta', is een van de vele vogels die in het Zwin neerstrijken. Het natuurgebied is een broedgebied voor lokale vogels en een tussenstop voor trekvogels. Enkele bewoners en passanten: veldleeuwerik, kluut, bergeend, aalscholver, scholekster, kokmeeuw en torenvalk. (zie: 'Luchthaven')

De funderingswerken waren niet zonder risico. Er werden zes bommen opgegraven. ©Thomas De Bruyne

Gepekt
Voor de diepzwarte kleur van het bezoekerscentrum baseerden de architecten zich op de zwarte kleur van de Zeeuwse schuren. De schuren, die je vandaag vooral bij onze noorderburen vindt, worden zwartgemaakt met teer, een soort pek. De teer beschermt tegen weer, wind en schimmels. (zie: 'Woonboten')

Hutjes
Zeven nieuwe themahutten vervangen de vroegere vogelkooien van het Zwin. Vanuit de cabanes, in een lus rondom het domein geplaatst, kijkt u bijvoorbeeld in het nest van de ooievaar, leert u meer over de dieren en hun habitat en kunt u de vogels voederen.

Luchthaven
Het bezoekerscentrum is opgevat als een luchthaven voor vogels. Elke bezoeker krijgt een paspoort met chip. Met dat paspoort krijgt iedereen een vogel toegewezen: een bergeend, lepelaar of ooievaar... Samen met die gevederde vriend vliegt de bezoeker door de tentoonstelling. Deels letterlijk: er is zelfs een vogelvluchtsimulator. Tegelijk leer je spelenderwijs meer over 'jouw' vogel: hoe slaagt een koekoeksjong erin om in zijn eentje naar Afrika te vliegen of hoe kan het dat een rosse grutto duizenden kilometers non-stop kan vliegen? Dat er vroeger behalve vogels ook vliegtuigen opstegen, is een mooi toeval. (zie: 'Vliegtuigloods')

Het kijkgebouw biedt een indrukwekkend uitzicht op het Zwin. Het gebouw zit deels verzonken in de dijk en doet aan een bunker denken. Van hieruit kunnen de toeschouwers de dieren gadeslaan zonder ze te storen. ©Thomas De Bruyne

Miljoenen
In totaal werd zo'n 24 miljoen euro geïnvesteerd in het nieuwe Zwin (inclusief bezoekers- en kijkcentrum plus cabanes). Dat bedrag werd bijeengebracht dankzij een samenwerking van het Agentschap voor Natuur en Bos (1,3 miljoen) en de provincie West-Vlaanderen (19,2 miljoen). Ook de Vlaamse regering, de Europese Unie, Knokke-Heist en Natura People financierden mee het project.

Natuurreservaat
Het Zwin heeft zijn bestaan als officieel reservaat te danken aan graaf Léon Lippens, toen directeur van de vastgoedmaatschappij Compagnie het Zoute. De vogelliefhebber richtte het op in 1952, waardoor het Zwin het eerste reservaat in België is. Lippens vormde de voormalige koninklijke tuin om tot een educatief vogelpark. Dat park kwam 10 jaar geleden in handen van de provincie West-Vlaanderen; het natuurgebied werd gekocht door het Agentschap voor Natuur en Bos. Vandaag is het Zwin 213 hectare groot en gelegen in Knokke-Heist (België) en Sluis (Nederland). De uitgestrekte zandvlakte wordt ingesloten door een brede duinenrij en een dijk, die via een getijdengeul in verbinding staat met de zee. Die geul is het laatste overblijfsel van de middeleeuwse verbinding tussen Brugge en de Noordzee. (zie: 'Overstromingen')

Overstromingen
Het Zwin dankt zijn unieke status als beschermd natuurgebied (zie 'Vogelliefhebber') aan overstromingen als gevolg van de getijden. Dagelijks stroomt er zout zeewater de Zwinvlakte in. Daardoor groeien er buitengewone planten en bloemen en vormt de grond een unieke biotoop van slikken en schorren. Die is de thuis van wormen en slakken, die dan weer een sterrenmenu zijn voor de vele vogels die in het Zwin neerdalen. (zie: 'Vogelliefhebber')

De centrale betonnen hal van het bezoekerscentrum wordt geflankeerd door houten bijgebouwen. ©Thomas De Bruyne

Sculptuur
Hun gebouwen moeten ten dienste staan van de natuur, aldus de architecten. Dus kozen ze voor het kijkcentrum een betonkleur uit die aansluit bij de zandkleur van het Zwin. Het duo noemt het kijkcentrum een 'sculptuur in het landschap, of een frame dat het landschap inkadert'. (zie: 'Atlantikwall')

Vliegtuigloods
Tijdens de graafwerken vonden de architecten funderingen van vliegtuigloodsen terug. 'Tegelijk hebben we ook zes bommen die we in de grond terugvonden onschadelijk moeten laten maken.' De verklaring: vroeger lag er niet ver van het nieuwe bezoekerscentrum een échte luchthaven, die eerst functioneerde als civiele luchthaven en daarna, tot in de jaren zestig, als (semi-)militaire basis. (zie: 'Luchthaven')

Woonboten
Coussée en Goris droomden van een zwart gebouw. Het pekken of teren van hout was echter niet mogelijk: de oude techniek wordt niet langer gebruikt, onder meer omdat koolteer giftig is. 'Dus gingen we op zoek naar een alternatief. In Nederland belandden we bij een ambachtsman die zich specialiseert in het zwart schilderen van woonboten. Die man heeft een voor een alle planken behandeld.'

Zwinuitbreiding
Slecht nieuws voor de fauna en flora van het Zwin: de Zwingeul is aan het verzanden. Om dat tegen te gaan worden de grove middelen ingezet. De bestaande Zwingeul wordt verbreed en verdiept, waardoor er meer zeewater kan binnenstromen. En dat zal dan weer de biodiversiteit ten goede komen. Het water zal ook verder en dieper in het natuurgebied kunnen doorstromen nadat het is uitgebreid: tegen 2019 moet er 120 à 130 hectare Zwin bijkomen. Er komt ook een nieuwe dijk die niet alleen het natuurgebied beter zal beschermen tegen stormen, maar ook voor wandelaars en fietsers een aangename promenade zal vormen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie