Bijna-onmenselijk perfect | Servies in sterlingzilver van Hermès

Een uniek staaltje zilversmeedkunst, dat is het servies dat wijlen de Amerikaanse kunstenaar Donald Judd ooit tekende. Decennia later brengt het Franse huis Puiforcat het nu uit.

Het verhaal van het servies van Donald Judd is niet simpel en rechtlijnig. Donald Judd ontwierp zijn borden, schalen en kopjes al in 1989. Maar de Amerikaan was een zoeker, een empirist, die alleen maar met het beste resultaat genoegen nam. Nadat hij een paar prototypes in staal en porselein had laten maken, hield hij de uitvoering van zijn servies voor bekeken. Er schortte iets aan de precisie van het resultaat, vond hij. Judd borg zijn tekeningen op. De schetsen bleven decennialang diep in de archieven van de Donald Judd Foundation zitten. Tot in 2015.

Dat zijn fameuze servies er vandaag tóch is – in sterlingzilver bovendien, een niet zo voor de hand liggend materiaal – is te danken aan het duo dat de artistieke leiding heeft over Hermès Maison en Puiforcat, de elitezilversmederij uit 1820 die eigendom is van de Hermès-groep.

Advertentie
Advertentie
Belgische Serax brengt servies uit met Marni-designer Francesco Risso

Kunsttheoreticus en filosoof

Donald Judd (1928-1994) wordt doorgaans weggezet als een minimalistisch kunstenaar – hoewel hij zelf lak had aan die term. Hij was als kunsttheoreticus en filosoof niet voor dat simpele gat te vangen. Judd ging verder dan de meeste minimalisten en wilde dat zijn werk puur ‘materiaal’ was, een fysieke aanwezigheid. Het mocht voor hem geen emotie teweegbrengen en het moest de kijker louter bewustmaken van zijn eigen materiële zijnsvorm.

Advertentie
Advertentie

Hoewel Judd vooral bekend werd met zijn magistrale en soms monumentale metalen en betonnen sculpturen in perfect geometrische vormen, ontwierp hij ook gebruiksvoorwerpen. Stoelen, kasten, een servies. Toegepaste kunst, zoals dat heet. Even strak, geometrisch, uitgezuiverd, gebalanceerd. Emotieloos en reductionistisch, en frappant bijna-onmenselijk perfect.

Donald Judd ontwierp deze collectie borden, schalen en kopjes al in 1989. Maar de Amerikaanse kunstenaar was er niet tevreden mee: er schortte iets aan de precisie van het resultaat, vond hij.
©Eric Poitevin

Verbluft in New York

Back to 2015. Charlotte Macaux Perelman en Alexis Fabry spotten bij een bezoek aan de nieuwe exporuimte van de Judd Foundation in New York de tekeningen van Judds servies. Ze waren verbluft: ‘Het was gewoon puur toeval dat we de tekeningen zagen, voor een servies dat nooit tijdens het leven van de kunstenaar was gerealiseerd’, aldus Perelman en Fabry.

Ze deden navraag. Dat er ook nog tekeningen van bestonden, ergens diep in het Judd-archief in Marfa, een legendarische artiestenstad diep in Texas, zagen ze als een glasheldere opportuniteit. Want wat zelfs Donald Judd onmogelijk scheen, wilden zij graag alsnog bewerkelijken: ‘Het trof ons dat het de juiste balans had tussen artistieke expressie en functionaliteit, eigenlijk net zoals in de nalatenschap van Jean Puiforcat. Ook door de technische uitdaging van de productie, de uitdaging van de nauwkeurigheid van de ontwerpen. We waren er meteen zeker van dat we het servies konden realiseren. We kenden het uitstekende vakmanschap van onze zilversmeden en de uitzonderlijke knowhow van ons atelier in Pantin.’

Perfecte spiegelglans

Perelman en Fabry stelden de boude vraag aan de zoon van Donald Judd, Flavin. En Judd ju­nior was geïntrigeerd. Een vraag van het eerbiedwaardige Maison Hermès scheep je uiteraard niet zomaar af. Er werd overlegd, gediscussieerd, geopperd en gesuggereerd. En hij stemde toe, onder welbepaalde voorwaarden. Want Flavin Judd bewaakt zijn vaders hoge lat van ultieme perfectie.

De uiteindelijke uitvoering van Judds servies kwam er pas na een intense lange­afstandsonderhandeling waarbij beide partijen heel wat geduld moesten oefenen, ook vanwege de pandemie. Het goede nieuws: Donald Judd had niet alleen schetsen gemaakt, zo bleek. Er bestonden ook heel gedetailleerde technische tekeningen die de uitvoering nog preciezer zouden kunnen maken. Perelman en Fabry vertellen: ‘Het is een lang proces geweest. We hebben de eerste prototypes in 2019 aan de foundation gepresenteerd en na de eerste set volgden er nog talloze uitwisselingen tussen Parijs en New York om een complete set te krijgen die voldeed aan alle specificaties van de kunstenaar. Technisch gezien zijn de stukken – hoewel ze er heel eenvoudig uitzien – ingewikkeld om te maken, om die perfecte spiegelglansafwerking en die perfect vlakke oppervlakken te verkrijgen.’

Het servies is een intrigerende proeve van de traditionele edelsmeedkunst van Puiforcat. Het worden bijna lichtgevende objecten, in een van alle tijd ontdane vorm. Rationeel, maar ook zinnelijk.
©Maxime Verret

Precisiewerk

Zoon Flavin Judd besliste, zodra de pandemie het toeliet, om zelf naar de smederij in Parijs te komen om het allemaal in situ te volgen. Dat was nodig, vond hij. De moeilijkheid om het servies te realiseren zat immers niet in een klein hoekje, maar letterlijk in de hoeken: het ontwerp bestond uit verfijnde cilindrische vormen die doorgesneden werden door ronde vlakken in strakke hoeken van negentig graden. Het kwam eropaan om die hoeken zo fijn en perfect mogelijk te krijgen. In zilver nog wel.

Het hele servies – met diner-, dessert-, salade-, soep- en broodborden, bekers en een grote serveerschaal – is een intrigerende proeve van de traditionele edelsmeedkunst van Puiforcat. Het wordt ook alleen maar gemaakt op bestelling.

Meester-zilversmeden krommen er de zilveren platen tot cilindrische houders en verhitten het voortdurend om het kneedbaar te houden. Vooral de dikte van het zilver constant houden, blijkt een precisiewerk, tot op de micron nauwkeurig: ‘De basis is een grote metalen plaat, waarvan de dikte varieert, afhankelijk van het soort voorwerp dat je wil maken: een klein kopje of een groot dienblad bijvoorbeeld’, zo leggen Perelman en Fabry uit.

‘We werken met een plaat van 25 mil­li­me­ter die vrij zwaar is, opdat de oppervlakken perfect vlak blijven tijdens het fabricageproces. Vervolgens worden alle elementen aan elkaar gemonteerd met behulp van een hardsoldeer-molseertechniek, zodat er geen laspunten zichtbaar blijven.’

Geen ‘D.J.’

In een laatste fase wordt het servies spiegelglad gepolijst. Het worden bijna lichtgevende objecten, in een van alle tijd ontdane vorm. Rationeel, maar door de rondingen ook zinnelijk.

Dat het servies uiteindelijk uitgevoerd werd in zilver, vormt misschien wel een curieuze ogenschijnlijke tegenstelling in de filosofie van Judd: hij eiste dat zijn kunstwerken werden uitgevoerd in geïndustrialiseerde, machinaal vervaardigde materialen, maar verkoos ambachtslui voor de uitvoering van zijn meubels en andere gebruiksvoorwerpen. Hij was bovendien gefascineerd door het maakproces in het ambacht. Dat zijn servies er nu komt in zilver, is dus geen onlogische beslissing. Judd beschouwde zijn servies immers niet als kunst. Wel als een ambachtelijk gebruiksvoorwerp. Perelman en Fabry: ‘Donald Judd ontwierp ook een groot aantal houten en metalen meubels voor dagelijks gebruik. Om te beginnen zijn eigen meubels, die bedoeld waren voor zijn huis in Soho. Het zilveren servies is daar een uitbreiding van, en zit dus in lijn met zijn denkwijze.’

Alle stukken zijn dan ook gestempeld met de initialen van zilversmid/oprichter Emile Puiforcat en niet getekend met de initialen van Donald Judd. Dat was een van de voorwaarden van zoon Judd, om de filosofie van zijn vader te respecteren. Want een servies is geen kunst. Het dient om te gebruiken en verdient de signatuur van een kunstenaar niet. Maar in dit geval dus wel die van de meesterlijke uitvoerder.

| Te bekijken en te bestellen in de boetiek van Puiforcat, Avenue Gabriel 48, 75108 Parijs en op puiforcat.com

Advertentie