sabato

'De hele kamer hebben we bekleed met goudleder, het budget was immens'

©Philippe Debeerst

De Gentenaars Fred Poppe en Lut De Paepe verhuisden naar een dorpje in Zuid-Frankrijk en richtten er toevallig een wereldwijd gerenommeerd atelier op voor goudleder. De prestigieuze wandbekleding was een hit van de 16de tot 18de eeuw en kent nu een revival.

‘Op een dag kregen we een opdracht binnen van de Amerikaanse verzekeraar MetLife. Die verhuisde van Fifth Avenue in New York naar de voormalige PanAm-building op Park Avenue. Maar de onderneming wilde wel haar immense boardroom naar het nieuwe gebouw mee verhuizen, zogenaamd om de continuïteit te verzekeren. Drie verdiepingen neemt die zaal nu in.'

Reeks: Belgen doen het beter

3 artisans die puur dankzij hun savoir-faire en mond-tot-mondreclame de luxe-wereld veroveren.

Lees ook: 

- Op papier de beste: illustratrice Florine Asch

- Luxelederwever Charles Schambourg

 

'De hele kamer hebben we bekleed met goudleder, exact gepatineerd zoals in hun vorige gebouw. Dat budget was immens. Maar het was nog niet onze grootste opdracht ooit. Die kwam van de casino- en hotelgroep MGM uit Las Vegas voor een project van super-de-luxe resorthotels in Macao, China. Exact 700 vierkante meter bestelde die, goed voor bijna 800 goudlederpanelen. Een jaar hebben Lut, ikzelf en onze dochter Géraldine daaraan gewerkt’, zegt Fred Poppe.

Aangezien goudleder tussen 1500 en 2000 euro per vierkante meter kost, afhankelijk van de afwerkingsgraad, begrijp je: dat was een immense opdracht voor Lutson, het Zuid-Franse atelier waar Fred Poppe en Lut De Paepe met de hand goudleder maken voor prestigieuze projecten.

©Philippe Debeerst

Snot

Hoe het Gentse koppel in 1994 in het dorpje Préchac-sur-Adour belandde, een plek met amper 200 inwoners nabij Lourdes en Pau, is een verhaal apart. ‘In Gent runden we in een charmante achtertuin in de Walpoortstraat een glas-in-loodatelier, waar we ook restauraties deden. Lut en ik volgden daarvoor een opleiding aan Sint-Lucas in Gent. Maar de huur van de studio plus de afbetaling van ons huis werd te hoog, dus zochten we in Frankrijk naar een mooie, nieuwe plek. Via een tip van een kasteelheer die we kenden, belandden we uiteindelijk hier. Een toeval’, vertelt Poppe aan de telefoon, nog steeds met een Gents accent.

‘Roer het goedje tot het de consistentie heeft van snot’, stond er in een 17de-eeuws secreetboek.

‘Dat we ons in goudleder lanceerden, was evenzeer toeval. Een Vlaamse antiquair kocht in 1985 op een veiling een partij goudleder, maar wou die gerestaureerd doorverkopen aan de stad Kortrijk. Niemand wist toen hoe je zo’n leder restaureerde. Omdat hij had opgevangen dat ik weleens restauraties deed, belde hij mij op. Ik zag de uitdaging zitten.’

Poppe en zijn vrouw Lut wisten eigenlijk niet goed hoe ze het moesten aanpakken. Maar met wat gezond verstand klaarden ze de klus. Omdat er niet echt een geijkte manier bekend was om goudleder te maken, begon het koppel opzoekingswerk te doen. In allerlei bibliotheken, musea en archieven zochten ze naar authentieke stukken goudleder en naar bronnen over het productieproces.

©Philippe Debeerst

‘Roer het goedje tot het de consistentie heeft van snot’, stond er in een 17de-eeuws secreetboek van een Mechelse goudleermaker dat De Paepe had gevonden in het Mechelse stadsarchief. Veel had ze er niet aan: het recept was niet duidelijk genoeg. Maar na jaren intensieve R&D stelde het Gentse koppel in 1991 eindelijk zijn eigen productiemethode op punt: Goudlederatelier Lutson was geboren.

Voor de leek: goudleder is geen verguld leder. Er komt zelfs geen bladgoud aan te pas. De glans komt van een metaalfolie, goud- of zilverkleurig, die warm op het leder wordt geperst. ‘Met haar vorming in toegepaste kunsten aan de Academie van Gent verzorgt Lut de artistieke kant van Lutson: het snijden van een mal - al dan niet naar een authentiek design -, het inschilderen van de panelen, de polychrome toevoegingen. Ikzelf sta in voor het voorbereiden van het leder, het persen, het vernissen, de patina’s en het maken van de persmal. Alles wat we doen, is maatwerk. Een stock goudleder hebben we niet’, vertelt Poppe.

De boardroom van verzekeraar MetLife, waar Ludson goudleder leverde. ©rv

Moorse techniek

Lutson Goudleder is een verborgen parel. Reclame maken ze niet. En behalve een reportage in het magazine ‘World of Interiors’ in 1993 haalden ze maar één keer de pers. ‘De kennis over het materiaal is wereldwijd zeer schaars. In de jaren 80 en 90 was er een protocol om authentiek goudleder aan de achterkant te voeden met een olie-emulsie. Maar na 10 jaar begon die vetlaag aan de voorkant te vreten aan de grond- , verf- en metaallagen. Gevolg: veel goudlederpanelen zijn nu onherroepelijk verwoest’, zegt Poppe.

In tegenstelling met wat velen denken, is goudleder geen verguld leder. Er komt zelfs geen bladgoud aan te pas. De glans komt van een metaalfolie, die warm op het leder wordt geperst. ©Philippe Debeerst

Al bij al is dat niet oninteressant voor Lutson: zij doen geen goudlederrestauraties meer, wel produceren ze vaak exacte replica’s van oude goudlederstukken, specifiek voor erfgoedprojecten. Tegelijk ontwikkelen ze ook een eigen collectie met nieuwe dessins: De Paepes opleiding grafische kunsten komt dan goed van pas. Die creaties zijn gericht op decorateurs van Scandinavië tot Rusland, van Amerika tot Azië.

Men zegt vaak dat de geschiedenis van het goudleder teruggaat op de Moren in het middeleeuwse Spanje, al leiden er ook sporen tot in Libanon. Van de 16de tot 18de eeuw waaide goudleder over naar de Lage Landen, waar het erg in de mode was als wandbekleding en als bekleding van meubilair.

©Philippe Debeerst

‘De eerste bron over goudleder in Vlaanderen dateert van 1504, toen Filips de Schone goudleder bestelde voor zijn paleis. Mechelen en Antwerpen werden belangrijke centra vanaf de 17de eeuw. In 1764 werkten in het Mechelse Goudenleerhuys maar liefst 83 ambachtslui. Goudleder was toen al erg duur’, zegt Poppe.

In interieurs van rijke burgers of in officiële staatsgebouwen diende goudleder als chique voorloper van behangpapier. Nu nog kan je in het Rubenshuis en in het Museum Plantin-Moretus, beide in Antwerpen, kamers bezoeken die bekleed zijn met ‘guadameciles’, de originele naam voor Spaans goudleder. Het materiaal was indertijd al zo duur dat het bij een erfenis verdeeld werd.

‘Maar het succes bleef niet duren. Toen het goedkopere behangpapier opkwam, verdwenen de goudlederateliers in onze streken heel snel’, zegt Poppe. ‘Het duurde tot de 19de eeuw, toen de neostijlen opkwamen, vooraleer het product een revival kende. Maar onder invloed van de industriële revolutie werd het 19de-eeuwse goudleder grotendeels machinaal gemaakt. En vaak in veel te donkere kleuren: ateliers kopieerden toen oude stukken goudleder, die mettertijd heel bruin waren geworden. Oorspronkelijk waren de metaalglans en de inkleuring veel feller.’

In het Metropolitan Museum in New York staat een neorenaissancestoel uit het luxeinterieur van ondernemermiljardair William H. Vanderbilt op Fifth Avenue. Lutson maakte de replicabekleding. ©The Metropolitan Museum of Art

Blinkende Russen

In België heeft Lutson al sinds het begin nauwelijks opdrachten. Maar daar liggen de Gentenaars niet van wakker. ‘Toen we pas begonnen, maakte ik een mooie brochure voor decorateurs in binnen- en buitenland. Uit België reageerde er niemand, in Amerika en het Verenigd Koninkrijk had ik na een week al tien antwoorden en bestellingen binnen. Vandaag komen er ook veel opdrachten binnen uit Noorwegen en Zweden, maar evengoed uit het Midden-Oosten of Rusland. Daar willen ze hun goudleer het liefst zo blinkend mogelijk.’

Schilderij 'De man in de stoel' (1876) van Henri de Braekeleer uit het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen: een scène in het Antwerpse Brouwershuis met Mechels goudleder aan de muren. ©rv

Lutson was lange tijd het enige atelier ter wereld dat goudleder maakte. Nu zijn er vijf producenten, die volgens het koppel weliswaar niet allemaal dezelfde kwaliteit afleveren. In ieder geval is Lutson het enige atelier dat nog alles handmatig reliëfdrukt en daarna zelf manueel inschildert. Vandaar dat nogal wat grote musea en belangrijke erfgoedarchitecten de Belgen contacteren.

‘In het Metropolitan Museum in New York staat een neorenaissancestoel uit het luxe-interieur van ondernemer-miljardair William H. Vanderbilt op Fifth Avenue. Wij zijn de trotse makers van de replicabekleding. Het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston heeft een enorme collectie goudleder. Testamentair bepaalde Isabella dat niks mocht worden toegevoegd of verwijderd uit de verzameling. Maar omdat hun restauratieatelier ten einde raad was, klopten ze toch bij ons aan voor replicagoudleder. De grootste eer die we konden krijgen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie