sabato

'Een delicate evenwichtsoefening met hedendaagse architectuur én warme materialen'

De betonnen plafonds lopen door van binnen naar buiten. De bekistingsplanken hadden drie verschillende diktes en breedtes, waardoor een ritmisch spel ontstond. ©Jacques Pépion

Wat gebeurt er als je de Gentse architect Paul Robbrecht en de Parijse interieurontwerper Bruno Moinard samenbrengt in Knokke?

Paul Robbrecht ontwierp al een woning in Knokke, en ook de Parijse interieurarchitect Bruno Moinard heeft in het Zoute al realisaties op zijn palmares. Maar samen werkten de twee kleppers nog nooit aan een opdracht.

Een woning in Anglo-Normandische stijl met een strooien dak en dakkapellen: dat zag de bouwheer, die graag anoniem wil blijven, niet zitten. Tegelijk was hij niet te vinden voor een superminimalistisch interieur. Hij wou een huis met een sterk architecturaal concept, dat ook warmte en comfort uitstraalt. Dus leek het hem een uitdaging om de Belg en de Fransman rond de tafel te brengen.

©Jacques Pépion

Het was geen evidente evenwichtsoefening, want beide heren hebben een kenmerkende ontwerpaanpak. Paul Robbrecht, van het kantoor Robbrecht en Daem, is bekend van het Concertgebouw in Brugge, het VRT-gebouw, het winkelcentrum K in Kortrijk, de Stadshal in Gent en het Rubensplein in Knokke.

De Gentenaar benadert elke opdracht filosofisch en empathisch binnen zijn context. Zijn kenmerkende vaste maatvoering - de priemgetallenreeks 3-5-7 waarin hij alles, van meubilair tot grote stedelijke ingrepen, ontwerpt - bepaalt hier weer de verhoudingen.

Bruno Moinard is met zijn Parijse bureau 4BI & Associés bekend om zijn elegante Franse stijl vol delicate details in expressieve materialen. Hij ontwierp onder meer boetieks voor Cartier, Thierry Mugler en Karl Lagerfeld. Maar evengoed Château Latour voor François Pinault, Hôtel Plaza Athénée in Parijs, hotel Morgans in New York, het Four Seasons in Londen en Hôtel du Marc van het champagnehuis Veuve Clicquot in Reims.

©Jacques Pépion

Ook voor Obumex, dat deels het maatwerk van deze woning in Knokke verzorgde, ontwierp Moinard al een keukenconcept.

Wie de Fransman al aan het werk zag, weet dat hij zweert bij een vintage schooltasje met ontelbare viltstiften. Daarmee kan hij in geen tijd ruimtes schetsen, zelfs ondersteboven als je tegenover hem zit. Zijn ontwerpwerk beperkt zich overigens niet tot interieurs. Behalve zijn bureau 4BI & Associés runt de binnenhuisarchitect ook Bruno Moinard Éditions: een eigen meubellijn, waarvan je in deze woning onder meer stoelen, sofa's, een eettafel en een bureau ziet.

Zilverkwartsiet

De moeilijkheid was hier: de bouwheer wou een woning waar buiten en binnen naadloos in elkaar overliepen. Dus moesten de architectuur en het interieur mooi in symbiose zijn. Paul Robbrechts architecturale keuzes hadden veel gevolgen voor het interieur.

Het dak, de gevels, de terrassen, de vloeren en de stapstenen in de tuin zijn bijvoorbeeld allemaal in zilverkwartsiet uitgevoerd. Dat gesteente is veel zeldzamer dan de alomtegenwoordige roestbruine variant. Wereldwijd heeft slechts één procent van het kwartsiet een zilveren schijn, afkomstig van een micalaagje dat glanst onder een welbepaalde lichtinval.

De asymmetrische tv-hoek, aan de buitenkant bekleed met wandpanelen van kunstenaar Pierre Bonnefille. ©Jacques Pépion

Een andere dominante keuze van Robbrecht was het accoyahout, een duurzame epicea-houtsoort die verbleekt werd om - zowel binnen als buiten - mooi aan te sluiten bij de kleur van het kwartsiet. Het was ook Robbrechts idee om enkele plafonds uit te voeren in beton met zichtbare houtbekisting. De planken hadden drie verschillende diktes en breedtes, waardoor een ritmisch spel ontstond dat zowel de binnen- als buitenruimtes domineert.

Bruno Moinard bracht Robbrechts 'harde' materiaalkeuzes mooi in evenwicht met warme accenten. Een goed voorbeeld is de hal: Robbrechts betonnen plafond wordt daar gecounterd met parket in Amerikaanse notelaar, wandbekleding in een couturestof van het modelabel Oscar de la Renta, een liftdeur in gepatineerd brons en natuurstenen traptreden met nerftextuur. De panelen in delicate groennuances zijn maatwerk van de Parijse kleurenkunstenaar Pierre Bonnefille, die elders in de woning ook wanden in waterige tinten plaatste.

Het binnenzwembad in zilverkwartsiet en accoyahout zit ondergronds en komt uit op een duinpan. ©Jacques Pépion

Ook typisch Moinard: de architecturale lijnen worden niet geaccentueerd met plafondspots, maar met led- en xenonstrips. Ze creëren niet alleen een heel diffuus licht, maar maken het interieur extra grafisch. Door de ledstrips lijken de traptreden zelfs te zweven. En in het zwembad creëert het indirecte licht tegelijk diepte én een warme gloed.

Om maar te zeggen: in essentie is het werk van Robbrecht en Moinard even zuiver en even uitgelijnd. Alleen hun palet van materialen en texturen is anders.

Duinhuis

De Knokse woning ligt op een vroegere duin, die ooit was afgegraven om plaats te maken voor een zwembad. Een van de uitgangspunten voor dit project was: de duin in ere herstellen en de woning ertegenaan bouwen.

Het nieuwbouwhuis bestaat nu uit vier bouwlagen. De bovenste verdieping is een overdekt terras, dat naar het westen georiënteerd is. Doordat je er net boven de boomkruinen zit, zie je de zon er perfect ondergaan. Het binnenzwembad zit ondergronds en komt uit op de duinpan.

In de Knokse woning staat ook een reeks meubelen van Bruno Moinard Éditions: zijn eigen high-end designlijn. ©Jacques Pépion

Via een trapeziumvormige lichtput in de leefruimte op het gelijkvloers heb je een bovenaanzicht op het bassin. De Britse kunstenaar Lubna Chowdhary creëerde de bespoke tegels rond de asymmetrische 'waterput', die formeel een rappel is aan de geknikte daklijn. Ook Bruno Moinards gefacetteerde haard in brons, in het salon op de eerste verdieping, knipoogt ernaar.

De tuin moet niet onderdoen voor de architectuur en het interieur. Omdat de woning zelf al zo sculpturaal is, was een formele tuin hier geen optie. Eerst contacteerde de bouwheer de Nederlandse tuinarchitect Piet Oudolf, bekend van zijn 'wilde prairietuinen' voor de New Yorkse High Line, het kunstencentrum Hauser & Wirth Somerset House, het Serpentine Pavilion in Londen en het Museum Voorlinden in Wassenaar. Maar Oudolf zag de opdracht niet zitten, wegens zijn hoge leeftijd.

Dominique Eeman en Chris Ghyselen uit Beernem creëerden in zijn plaats een heel informele, kleurrijke tuin, die mooi contrasteert met het witte huis. Met verkleurende grassen, beukenhagen en planten die in verwelkte staat ook mooi zijn, is hij interessant in elk seizoen. Net als het huis zelf: er hangt een sfeer van vakantie, maar de eigenaar woont er permanent.



Lees verder

Advertentie
Advertentie