Het succesverhaal van het Antwerpse modelabel Bernadette | ‘Je moet wat lef hebben in deze sector’

Het verhaal van het Belgische label Bernadette – van moeder en dochter De Geyter – is er een dat letterlijk over rozen gaat. ‘Op fifth avenue in New York je ontwerpen in de etalage zien: dat was een bijzonder moment.’

Tea-time in Dallas, Texas. En een tuinfeest in Charlotte, de grootste stad van de Amerikaanse staat Noord-Carolina. De plannen voor dit Moederdagweekend van moeder Bernadette en dochter Charlotte klinken ambitieus en uitbundig. Precies zoals zij het leven graag vieren.

In amper tweeënhalf jaar tijd schreven ze samen een Belgisch succesverhaal: Bernadette, met een pak ervaring in de modewereld, en Charlotte, die met glans afstudeerde aan de Antwerpse Modeacademie.

Advertentie
Advertentie

Met de events voor Moederdag voor de Amerikaanse klanten willen ze hun trouwe fans onderdompelen in het Bernadette-universum, dat traag maar gestaag aan het uitbreiden is: na kleding is er ook al tablewear. En daarna? ‘Er zijn nog heel veel plannen’, zegt Bernadette. ‘Ons idee is altijd geweest dat een vrouw haar hele dag kan doorbrengen in de Bernadette-wereld waar alles één plaatje vormt: ‘s ochtends in een zijden pyjama, koffiedrinken uit ons servies, tot een avond aan een mooi gedekte tafel in onze feestjurken.’

In amper tweeënhalf jaar tijd schreven moeder Bernadette en dochter Charlotte met hun luxelabel Bernadette een Belgisch succesverhaal. Na kleding is er nu ook tableware.
©Laure van Hijfte

Big in America

Het DNA van het merk komt helemaal overeen met de twee vrouwen die kletsen en lachen in hun lichtovergoten atelier in hartje Antwerpen: optimistisch, vrouwelijk, warm.

Advertentie
Advertentie

Charlotte: ‘Mijn moeder en ik zijn altijd heel close geweest, dat is de basis van alles. Ze heeft als single mama mijn broer en mij alleen opgevoed, we vormden een heel hecht gezin met ons drietjes. Ze is een zeer positieve persoonlijkheid, en kan als geen ander een warme sfeer creëren waarin iedereen zich goed voelt. Maar ze is ook heel ambitieus, met een open blik op de wereld en een feilloos stijlgevoel. Haar kleerkast is haar schatkist. Als kind al vond ik het fascinerend om te zien hoeveel zorg ze besteedde aan haar kleding, en wat een bron van plezier mode was in haar leven. Ze stalde haar kleren en schoenen uit als kostbare museumstukken.’

Bernadette: ‘Intussen zijn ze dat ook. Dat is mijn archief.’

‘Bij Net-a-Porter hadden we een meeting met twee mensen. Maar uiteindelijk werd het volledige team opgetrommeld om naar ons werk te kijken. We keken elkaar aan: wat gebeurt hier?’
Bernadette

Dat jullie merk het vooral in de Verenigde Staten zo goed doet, is geen toeval.

Bernadette: ‘Ik heb lang als aankoper voor Ralph Lauren gewerkt. Die stijl heeft me erg beïnvloed. Het was een van de eerste merken met een coherente sfeer en visie in kleding, interieur, winkelinrichting, parfums. Ik hou ervan dat het plaatje klopt tot in de details.’

Charlotte: ‘Dat Rachel van ‘Friends’ voor Ralph Lauren werkte, sprak ook tot de verbeelding. Mijn moeder heeft kleren uit die nine­tiesperiode, met die korte minirokjes, of een krijtstreeppak met bretellen, waarvan ik denk: heb jij dat echt gedragen?’

‘Het was geen bewuste strategie, maar blijkbaar hebben we onbewust veel van die ‘Amerikaanse’ stijl in ons opgenomen, en dat is typisch voor Bernadette: alles komt spontaan voort uit wie we zijn en wat we mooi vinden.’

Daarom geven jullie het publiek ook een inkijk in jullie leven. Jullie spelen zelf model in de campagnes, we zien stukjes van jullie interieur opduiken op je sociale media. Zelfs hond Maurice speelt af en toe een cameo.

Bernadette: ‘Terwijl wij heel gesteld zijn op onze privacy.’

Charlotte: ‘Ik heb moeten leren mijn verlegenheid te overwinnen. Hoe meer we van onze levens tonen, hoe sterker de reacties. Bernadette is een heel persoonlijk merk, en dat maakt de connectie met onze klanten zo sterk.’

Bernadette: ‘Zo tonen we ook dat het een merk is voor verschillende generaties.’

Charlotte: ‘We zijn begonnen met een fotoshoot waarvoor we een model hadden ingehuurd en een heel concept hadden bedacht. Omdat je denkt dat dat zo hoort, want andere merken doen het ook. Maar nu is onze identiteit als merk heel helder. Wat ons uniek maakt, is de band tussen ons tweeën, de ongedwongenheid en onze eigen stijl die in elk collectiestuk aanwezig is.’

De Amerikaanse Ralph Lauren-stijl is een sterke invloed. ‘Het was een van de eerste merken met een coherente sfeer en visie.’
©Laure van Hijfte

Veel van je privéleven tonen betekent ook: samen met je lief, kunstenaar Ben Sledsens, naar buiten treden.

Charlotte: ‘Mijn relatie is nochtans een deel van mijn leven dat ik wil koesteren en een beetje privé houden. Maar The New York Times vroeg om een interview te doen met ons beiden, dus dan zeg je niet zomaar nee. En natuurlijk is de band met Ben heel belangrijk, ook op werkvlak. We zijn twee heel ambitieuze mensen, en we stimuleren elkaar in alles wat we creëren. We hebben elkaar ontmoet toen hij afstudeerde aan de kunstacademie in Antwerpen en ik net mijn masterjaar begon. Het was meteen een match, ook omdat onze creatieve werelden sterk overlappen: we delen dezelfde voorliefde voor kleur en natuur. We leven samen, ik toon hem nieuwe prints en collectiestukken, en ik zie zijn werken tot stand komen. Het is heel bijzonder om die passie te kunnen delen met iemand, zeker omdat onze levens zo verweven zijn met wat we maken.’

Voor een merk dat nog geen drie jaar bestaat, kennen jullie een droomstart. Jullie staan in Vogue, actrice Dakota Johnson droeg een Bernadette-peignoir toen ze te gast was in ‘The Tonight Show’ bij Jimmy Fallon, ook actrice Sandra Bullock werd gespot in een Bernadette-jurk… Op welk moment beseften jullie zelf: dit wordt groots?

Bernadette: ‘Al van het prille begin, nog voor de eerste collectie in productie ging. Op vrijdag belde ik naar een agentschap, en op dinsdag stonden we al in Londen voor een meeting met Net-a-Porter. We hadden één koffer bij met prototypes, en de reacties waren meteen laaiend enthousiast. Dat was een droomstart.’

Charlotte: ‘Ik zie me daar nog staan: ik stond half in mijn ondergoed, de kamer bezaaid met jurkjes. Er was geen tijd geweest om een model te boeken, dus trok ik zelf snel alle stuks aan.’

Bernadette: ‘We hadden een meeting met twee mensen, tegen het einde was het volledige team van twaalf aankopers opgetrommeld om naar ons werk te kijken. We keken elkaar aan: wat gebeurt hier?’

Charlotte: ‘Dat was eind 2018. Vanaf dat moment zijn we er gewoon met beide voeten in gesprongen. Dankzij de deal met Net-a-Porter kon de eerste collectie in productie gaan, en in november 2019 was de lancering.’

Bernadette: ‘Op die manier hebben we alles op eigen kracht kunnen doen, zonder externe financiering. We hebben alles zelf in handen, dat vinden we héél belangrijk.’

Als Charlotte inspiratie zoekt, gaat ze op bezoek bij haar moeder. ‘Haar interieur, de tuin, de mooi gedekte tafel… het is zalig om daar te vertoeven.’
©Laure van Hijfte

Charlotte: ‘We zijn ook streng, je moet een beetje lef hebben in deze sector. We werken nooit met consignatie. We verwachten dat winkels echt in ons merk geloven, dus moeten ze onze stuks inkopen. Anders draag je als klein merk alle risico’s.’

Bernadette: ‘We willen ook niet te snel groeien. We werken met een klein team, elk stapje zetten we heel behoedzaam. Het moet 100 procent juist zijn.’

Charlotte: ‘We moeten leren om af en toe wat uit handen te geven. We zitten vaak zelf dozen in te pakken voor leveringen.’

Intussen heeft Bernadette verkooppunten over de hele wereld. Wat is jullie favoriet?

Charlotte: ‘Het luxewarenhuis Bergdorf Goodman, zonder twijfel. Dat was zo’n bijzonder moment: ik was voor de allereerste keer in New York, liep op Fifth Avenue, en daar hingen onze kleren in de etalage.’

Veel modemerken lopen tegen problemen aan, omdat creatieve zielen de zakelijke en praktische kant niet goed of niet graag in handen nemen. Hoe is de rolverdeling bij jullie?

Bernadette: ‘Bij ons is dat anders, Char tekent de collecties, maar heeft ook al het zakelijke op zich genomen.’

Charlotte: ‘Als ik aan een nieuwe collectie begin, moet ik die knop omdraaien en me even terugtrekken. Dan kom ik niet naar kantoor en mag ik alleen bij noodgevallen worden gestoord. Dat is mijn favoriete periode, als ik de nieuwe prints teken en de collectie schets.’

‘Maar de rest van het jaar ben ik vooral een goede multi­tasker. Dat heb ik geleerd op de academie: je leert daar heel veel skills ontwikkelen in korte tijd: patronen tekenen, research doen, presentaties geven... Bij de lancering van Bernadette kwam daar nog een hoop bij, qua logistiek en productie. Oké, hoe regel je een levering van kleding aan Japan? Ik ben nogal hands-on, het is altijd goed uitgedraaid.’

Charlotte tekent alle bloemenprints, met moeders tuin als inspiratie.
©Laure van Hijfte

Bernadette: ‘Char heeft altijd alles onder controle, als student al. Ze weet wat ze wil, en krijgt dingen gedaan op een heel rustige manier.’

Charlotte: ‘Nachtjes doorwerken zoals veel medestudenten, dat deed ik nooit. Slaap is heel belangrijk voor mij. Nog altijd: ik bewaak mijn vrije avonden en weekends.’

Lopen jullie ooit in een lelijke legging rond als niemand het ziet?

Bernadette: ‘Een jogging, dat gebeurt wel eens. Maar alles moet elegant zijn: we kleden ons graag op, ik hou ervan om de tafel mooi te dekken, zet vaasjes met bloemen uit de tuin overal in huis… Dat soort dingen maakt het leven gewoon fijner, ik hou van details.’

Charlotte: ‘Ofwel draag ik een zijden jurk van Bernadette, ofwel ben ik héél sober gekleed in een jeans en wit T-shirt, of een wit hemd. Dat is zowat ons werkuniform.’

Voordat Bernadette het luxemerk ‘Bernadette’ werd, had moeder De Geyter al naam gemaakt met haar zelfgebreide cardigans, die intussen nog steeds ‘een bernadetje’ worden genoemd. Hoe kijk je terug op die hype?

Bernadette: ‘Ik zag het voor mij als een wolkje: ik had een idee in mijn hoofd voor een oversized, fluffy gebreide cardigan in zachte pasteltinten. Met een paar grove steken heb ik een prototype gemaakt, van ongeverfde, crèmekleurige wol. Heel snel, zonder patroon.’

Charlotte: ‘Je moet wel weten: mijn moeder kan heel goed breien.’

Bernadette: ‘Ik reed naar Antwerpen om het aan Char te tonen, zij trok het aan en was meteen enthousiast. Toen we naar een terrasje wandelden, werden we al drie keer aangesproken: waar heb je dat gekocht?’

‘Een winkel had mijn eerste vijf zelfgebreide stuks aangekocht, en nog voor ik thuis was, kreeg ik telefoon dat ze alle vijf verkocht waren. Of ik er tien nieuwe kon leveren. Het is een gigantisch succes geworden, bijna per ongeluk. Het haalde de voorpagina van de krant, en VTM Nieuws belde me om een reportage te draaien over de hype van het bernadetje. Daar ben ik te timide voor, dat heb ik vriendelijk afgeslagen. Maar het is leuk hoe één spontaan idee tien jaar geleden tot zo’n fenomeen is kunnen uitgroeien.’

Ook in het servies van Bernadette zijn de zelfgetekende bloemenprints de blikvanger.
©Laure van Hijfte

Intussen zie je overal namaak-bernadetjes. Vind je het erg dat jouw creatie zo veelvuldig gekopieerd wordt?

Bernadette: ‘Ik kan er weinig tegen beginnen, en dus probeer ik het als een compliment te zien. Ik heb al vaak gehoord dat in de winkel de labels uit ‘mijn’ stuks werden geknipt, omdat mensen die in hun eigen gebreid exemplaar naaien. Hoe zot is het.’

‘Al die namaak wordt ook ‘bernadetje’ genoemd, dus dat is goed voor de naamsbekendheid. Uiteindelijk willen mensen toch ooit een echte, van betere kwaliteit.’

‘In het begin breide ik elk stuk zelf met de hand, en ik kleurde ook zelf de wol,  want ik vond niet de kleuren die ik mooi vind. Een tijd maakte ik honderden stuks per jaar – pas daarna heb ik enkele andere mensen aan het breien gezet. Elk stuk wordt nog in België met de hand gemaakt, en het label ‘Made by Bernadette’ blijft op zich bestaan, los van ‘Bernadette’.’

Tot slot: wat vinden jullie elkaars beste en slechtste eigenschap?

Bernadette: ‘Ik leer nog elke dag bij van mijn dochter. Ze daagt me uit om iets meer te durven, een risico te nemen in een kleurcombinatie bijvoorbeeld. Ze kan heel wijs uit de hoek komen.’

‘Maar iets negatiefs over Char? Ik zou echt niks kunnen bedenken. Ik denk dat het grootste punt van kritiek uit onze omgeving zou kunnen komen: voor hen is het soms lastig dat wij altijd over het werk bezig zijn. Daar proberen we op te letten. Tijdens familie-etentjes moet af en toe die knop worden omgedraaid.’

Charlotte: ‘Mijn grootste inspiratiebron is nog altijd: thuiskomen bij mijn moeder. Als ik me moet herbronnen of inspiratie wil zoeken, moet ik gewoon even bij haar op bezoek. Haar interieur, de tuin, de mooi gedekte tafel… het is zalig om daar te vertoeven, alles ademt sfeer en gezelligheid bij haar.’

‘We zijn allebei bezeten met ons werk bezig. Ik vind dat helemaal geen slechte eigenschap, en we proberen ervoor te zorgen om ook nog leuke dingen te blijven doen. Vroeger vonden we bij elkaar vooral ontspanning en rust. Dan gingen we samen lunchen of terrasjes doen, of uitwaaien aan zee.’

Bernadette: ‘Dat is het liefste wat we doen, winter of zomer: even naar zee rijden voor een lange wandeling. En garnaalkroketten.’

Charlotte: ‘Door samen te werken kunnen we veel tijd in elkaars gezelschap doorbrengen. Mijn moeder is een heel grappige, optimistische vrouw. Ik ben van nature heel verlegen, en bij een stressvolle meeting voel ik me stukken beter met mijn moeder erbij. Elke situatie maakt zij lichter en leuker. Ik kan me niemand voorstellen met wie ik liever dit avontuur zou aangaan dan met haar.’

Advertentie