Advertentie
sabato

Juwelen voor je huis: in gesprek met meubelmaker Peter van Cronenburg

©Laurence Vander Elstraeten

Peter van Cronenburg maakt in zijn Gentse atelier raamklinken, deurkrukken, kasttrekkers en kranen voor de internationale jetset. Een verhaal over bohemian billionaires, showrooms van New York tot Melbourne en de ‘Yes we can’-attitude.

Het contrast kan niet groter zijn: op een inspiratieloos industrieterrein aan de Wondelgemse Meersen in Gent maakt van Cronenburg raamklinken, deurkrukken, kasttrekkers en kraanwerk voor het exclusiefste cliënteel ter wereld. ‘Architectural hardware’ heet van Cronenburgs niche in Amerika. ‘Ironmongery’ in Groot-Brittannië, ook al is lang niet alles in gietijzer gemaakt. ‘Hang- en sluitwerk’ of ‘architecturaal beslag’ in lelijk Nederlands. ‘Zelfs de woorden ‘klink’ of ‘kruk’ klinken weinig inspirerend. We moeten dringend een meer poëtische term vinden’, zegt oprichter Peter van Cronenburg. 

Aristocraten en royalty

Het orderboek van van Cronenburg klinkt al een pak beter. Het is doorspekt met privéprojecten voor ronkende namen, die anoniem moeten blijven. Neem het van ons aan: het zijn captains of industry, aristocratische families, royalty, filmsterren, topfiguren uit Silicon Valley en smaakmakers uit de kunstwereld. En die wisten allemaal de weg naar het Gentse atelier te vinden. ‘Hypermodern, traditioneel, excentriek: we ontwerpen en produceren hier hardware in heel uiteenlopende stijlen’, zegt van Cronenburg.

Peter van Cronenburg samen met zijn vrouw Régine Yvergneaux. ©Laurence Vander Elstraeten

Dat merken we meteen als we in het atelier rondneuzen. We zien deurbeslag liggen met een cannabisbladmotief. En deurknoppen met hallucinogene paddenstoelen. Of met doodskoppen, met ogen van amethist. ‘Bedoeld voor een project voor Amerikaanse ‘bohemian billionaires’, die gefascineerd zijn door sjamanisme’, zegt van Cronenburg.

‘Bestellingen met zes cijfers voor deur- en raambeslag zijn niet uitzonderlijk bij ons. Sommige van onze klanten wonen in huizen met honderden ramen, deuren en kasten. Anderen willen een zeer hoge graad van personalisering en afwerking, waardoor ons R&D-team soms maandenlang stukken moet ontwikkelen, vaak in kostbare materialen.’

Op verweerde planken liggen liefst 20.000 historische stukken bouwbeslag, van de middeleeuwen tot de art deco. ©Laurence Vander Elstraeten

In Churchills handen

Peter van Cronenburg en zijn vrouw Régine Yvergneaux verwelkomen ons eerst in de bibliotheek van hun bedrijfsgebouw. Een stemmige ruimte, waar op houten legplanken honderden naslagwerken over architectuur en design, antiquiteiten en wonderkamerobjecten staan opgesteld. ‘Zie je die 16de-eeuwse Ottomaanse Iznik-tegel staan? Dat stuk uit onze privécollectie werd de inspiratie voor het beslag van een Moorse slaapkamer bij een Amerikaanse familie’, zegt Yvergneaux. ‘De twee 17de-eeuwse Venetiaanse leeuwen in brons zijn museumstukken. We maakten er deurkrukken van voor een ander privéproject.’

‘Bestellingen met zes cijfers aan deur- en raambeslag zijn niet uitzonderlijk bij ons.’
Peter van Cronenburg
Meubelmaker

Klanten mogen ook rondneuzen in de historische collectie op de eerste verdieping. Daar is een ruimte aangekleed met een houten gebinte en verweerde planken. Daarop liggen maar liefst 20.000 historische stukken bouwbeslag, gerangschikt van de middeleeuwen tot de art deco. ‘Heel dat archief is een eerbetoon aan de duizenden uitzonderlijke ambachtslieden die ons zijn voorgegaan. We kopen heel geregeld oude krukken, trekkers of kranen bij antiquairs en op veilingen. Ook stukken uit renovatieprojecten liggen in deze schatkamer’, zegt Yvergneaux. ‘Deze originele deurkruk van Templeton House in Londen heeft Winston Churchill nog vastgehad. Hij heeft daar gewoond.’ Voor dat restauratieproject mocht van Cronenburg alle beslag leveren. Net als bij Folly Farm en Plumpton Place, twee privéwoningen ontworpen door architect Sir Edwin Lutyens.

In New York werkten ze – op initiatief van Rob ‘Capco’ Heyvaert – mee aan de restauratie van ‘54 Bond Street’: een 19de-eeuws monument met iconische gietijzeren gevel, waar Heyvaert ook zelf woont.

In het atelier zien we deurbeslag met doodskoppen met ogen van amethist. Voor bohemian billionaires die gefascineerd zijn door sjamanisme. ©Laurence Vander Elstraeten

En zeggen dat Peter van Cronenburg eigenlijk farmacie wilde studeren. ‘Ik ben al sinds mijn 16de enorm geïnteresseerd in kruiden en planten. Aan de universiteit kregen we daar in het eerste jaar helaas geen enkele les over. Dus stopte ik ermee. Ik overtuigde mijn ouders ervan dat ik ‘iets met mijn handen wilde leren’, en liep stage bij ‘Fonske’, een oldskool meubelmaker. Dat boeide me zodanig dat ik in avondonderwijs meubelmakerij bijstudeerde. Ik kon er uiteindelijk mijn beroep van maken’, vertelt van Cronenburg.

Vanaf 1988, toen hij zich al stevig had ingewerkt in de geschiedenis van de meubelkunst, deed hij restauratieprojecten, bijvoorbeeld in de Sint-Pietersabdij van Gent. ‘Maar ik maakte – op bestelling – ook nieuwe meubels in historische stijlen. Zoals een Lodewijk XVI-dressoir voor de Concert Noble-balzaal in Brussel. Ik heb in die periode wel met vijftig verschillende houtsoorten gewerkt’, vertelt hij.

Van Cronenburg bleek een zeldzaam talent: hij was nauwkeurig, had gevoel voor compositie én had historische bagage. Het was een kwestie van tijd tot klassieke hedendaagse architecten, zoals Stephane Boens en Bernard De Clerck, hem begin jaren 1990 wisten te vinden voor privéprojecten. ‘Zij ontwierpen voor hun klanten vaak nieuwbouwmanoirs of kastelen in Franse of Engelse stijl. Ik maakte daar dan de bijpassende lambriseringen, binnendeuren of bibliotheken bij. Ik hechtte zoveel belang aan historisch correcte details en verhoudingen dat ik op den duur carte blanche kreeg van de architecten en hun privéklanten. Uit oude boeken haalde ik inspiratie voor motieven en verhoudingen, die ik met de hand tekende. Mijn ontwerp werd nooit bepaald door wat de machines al konden maken of wat de computer me voorkauwde. Omdat het proces zo tijdrovend was, was ik duurder dan de meeste van mijn collega’s. Maar mijn klanten moedigden me aan om mijn vakmanschap almaar te verfijnen.’

AD100

Tot van Cronenburg besefte dat er nauwelijks deur- of raamkrukken op de markt waren die in zulke interieurs stilistisch pasten: ze waren ofwel te modern ofwel te gesofisticeerd. Dus begon hij historische stukken te verzamelen. Maar die voorraad was natuurlijk beperkt, zeker toen hij ze begon te verkopen. ‘Ik zocht een manier om er meer te maken. In 1997 stootte ik op een artisanale gieterij uit Gent, die voor mij beslag op bestelling kon maken. Na twee jaar was ik de grootste klant. En na tien jaar wilde de eigenaar dat ik zijn bedrijf overnam.’ Ook al was van Cronenburg houtbewerker en geen metaalbewerker, toch waagde hij in september 2008 de sprong. Samen met zijn vrouw Régine Yvergneaux, een econome, gewezen businessconsultant én antiquair. Hun skills bleken complementair om een bedrijf in raam- en deurbeslag in minder dan 15 jaar uit te bouwen tot een nichebedrijf met een mondiale renommee.

©Laurence Vander Elstraeten

In 2009 debuteerde van Cronenburg op de Parijse interieurbeurs Maison & Objet. Belgen als Axel Vervoordt en Vincent Van Duysen moesten niet meer overtuigd worden. Maar er werden toen wel contacten gelegd met de ‘AD100’: de lijst met de meest invloedrijke architecten en designers ter wereld. Via smaakmakers als de Britse Rose Uniacke, of avant-gardisten als de Amerikanen Nicole Hollis en Ken Fulk haalden ze privéprojecten binnen voor de groten der aarde. ‘Namen mogen we niet noemen. Maar in Engeland mochten we recent beslag leveren voor de grootste privé-eengezinswoning van de jongste 125 jaar: een landgoed met bijgebouwen, compleet opgetrokken in 18de-eeuwse georgiaanse stijl’, zegt van Cronenburg.

Juwelen voor het huis

Twee jaar geleden verhuisde het bedrijf naar een nieuwe locatie in het Gentse havengebied. ‘We wilden een atelier met veel licht en ruimte voor onze 25 werknemers’, zegt van Cronenburg als we tussen de machines en draaibanken stappen. ‘We werken hier op dit ogenblik ongeveer honderd bestellingen tegelijkertijd af. Kleine en grote, maar hoofdzakelijk voor privéprojecten. Voor retail of hotels is ons product doorgaans iets te exclusief. Tenzij de hotelier echt een perfectionist is met een welbepaalde visie, zoals in Heckfield Place in Hampshire, The Newt in Somerset of The Claridge’s in Londen.’

©Laurence Vander Elstraeten

Wat maakt van Cronenburgs kwaliteit dan zo premium? ‘Hardware is als een juweel voor je woning. Het lijkt een detail, maar het bepaalt de signatuur van je huis. Er zit zoveel stijl, smaak, geschiedenis en technisch vernuft in’, zegt van Cronenburg. ‘Je moet eens zo’n deurkruk in je handen nemen: ons beslag is massief messing, ijzer of brons. Het wordt met de hand gepolijst, geciseleerd en gepatineerd. Die vaardigheid is zo zeldzaam dat we continu zelf mensen moeten opleiden.’

‘We hebben een ‘Yes we can’- attitude: alles is mogelijk, zelfs de zotste projecten.’ 
Peter van Cronenburg
Meubelmaker

‘We blijven innoveren’, vult Yvergneaux aan. ‘Behalve onze eigen collectie verzorgen we ook exclusief maatwerk voor klanten. Peter en ik zijn niet door geld gedreven. We hebben een ‘Yes we can’-attitude: alles is mogelijk, zelfs de zotste projecten. Soms moeten we de meest complexe oplossingen uit onze hoed toveren, die niemand voor mogelijk achtte. Zoals scharnieren die er compleet arts-and-crafts uitzien, maar waarin kabels kunnen lopen om een kogelwerende deur te bedienen. Net daarom werken we ook zonder dealers: die zouden te snel zeggen dat een project niet haalbaar is. Of ze zouden misschien de verkeerde modellen aanraden. Raam- en deurbeslag is als een avondkleed: het moet perfect passen bij het silhouet en bij de gelegenheid, anders flatteert het niet.’

Faunatoren

Van Cronenburg heeft een eigen showroom in San Francisco, Melbourne en New York (pal boven de Rizzoli-boekenwinkel op Broadway). ‘Maar grote projecten uit dat topsegment halen we meestal binnen via mond-tot-mondreclame. Dat werkt het best voor ons’, zegt Yvergneaux.

Op de nieuwe locatie in het Gentse havengebied is er een ruim atelier met veel licht voor de 25 werknemers. Alle knowhow is geconcentreerd op één plek. ©Laurence Vander Elstraeten

Ze neemt ons mee naar de achterkant van het bedrijf, waar – as we speak – een nieuwe gieterij wordt geïnstalleerd. ‘We willen hier ons beslag kunnen gieten met de verlorenwastechniek. Het doel is om zoveel mogelijk circulair te zijn. Alle knowhow en design is geconcentreerd op één plek. Er zijn al genoeg copycats.’

Die holistische aanpak merk je ook aan de tuin rond het bedrijf. De apotheker slash herborist in van Cronenburg vond er een uitlaatklep. ‘We wilden het betonnen gebouw verzachten met een stukje natuur’, zegt hij. Dus plantten ze er twee jaar geleden een groene oase aan met tientallen kruiden en zelfs een zeskantige faunatoren van 4,5 meter hoog. ‘Er zit een egelverblijf, een insectenhotel, een schuilplaats voor vlinders, een mezennest en een voederplank voor vogels in. Zo maken we hier een hotspot voor de lokale fauna’, zegt van Cronenburg. ‘Régine en ik willen op dezelfde manier omgaan met de natuur als met ons personeel en onze klanten. Het kost echt niet veel meer om een locatie te maken met mooie materialen, veel licht en veel groen. Al die elementen passen in onze bedrijfsvisie. Het hoort bij onze definitie van succes.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie