sabato

Michaël Verheyden: 'Mijn werk is meer punk dan je zou denken'

Alle leuningen en zittingen van deze fauteuil van Michaël Verheyden zijn in één stuk omwonden met een touw van 200 meter. ©Ophelia de Schrijder

Stiekem droomt hij er al jaren van. Maar deze week is het zover: de Limburgse productontwerper Michaël Verheyden debuteert met een meubelcollectie bij de Brusselse topgalerie Pierre Marie Giraud. ‘In de designwereld zijn er maar een paar zotten die werken zoals ik.’

‘Zie je die fauteuil staan? Aan één armleuning alleen al zijn we acht uur bezig’, zegt Michaël Verheyden terwijl hij ons door zijn atelier in Genk leidt. ‘Alle leuningen en zittingen zijn in één stuk omwonden met een stuk touw van 200 meter. Gelukkig is mijn medewerker Geoffrey een pietje-precies met veel geduld.’

Cord-fauteuil, Archetypes-collectie. ©Frederik Vercruysse

Geoffrey is nu de lederen zitting van een andere stoel met de hand aan het naaien. ‘Natuurlijk kunnen machines dat. Maar je merkt het gewoon als iets door een menselijke hand is gemaakt.’ De lowtechfauteuil laat zich omschrijven als een kruising tussen Jean-Michel Frank en Donald Judd. Maar hij heeft ook iets exotisch, door dat touw en de poten die op pythonvel lijken. ‘Dat is eikenhout, waar je met de hand kleine schilfers van gutst. Als je dat hout vervolgens beitst en dan weer voorzichtig opschuurt, krijg je dat artisanale slangeneffect.’

Ook voor de expo bij de Brusselse topgalerie Pierre Marie Giraud houdt Verheyden het bij eik, geborsteld aluminium, leder of touw: understated materialen in ongecompliceerde vormen. ‘Ik stel mij als ontwerper bescheiden op. Maar toch is mijn werk meer punk dan je zou denken’, aldus Verheyden. ‘Je hebt geen studs nodig om punk te zijn. Het gaat mij om de DIY-attitude. Ik trek me van niets aan. Alles kán. Deze keer durfde ik nóg zotter te gaan. Wat de materialen kosten en hoeveel tijd de productie inneemt, was geen issue. Ik wou een nieuwe stap vooruit zetten.’

Idioten

Ciub-stoel, Archetypes-collectie. ©Frederik Vercruysse

Uw tentoonstelling heet ‘Archetypes’. Betekent dit dat u op zoek gaat naar de oervorm van het meubel?
‘Ik ontwerp meubels zoals een kind die zou tekenen: als heel simpele archetypes. Form follows function is mijn mantra, ik denk niet in vergezochte concepten. De poten van de kaptafel die ik ontwierp, staan zo ver naar het midden, omdat ik twee juwelen-lades onzichtbaar in het frame heb verwerkt. Ik wil de kaptafel, de stoel of de paravent heruitvinden qua techniek, niet qua vorm. Daarom blijf ik dicht bij de oervorm, al is die eenvoud bedrieglijk.'

'Een van de redenen waarom ik samen met mijn vrouw Saartje, die opgeleid is als kunstenares, meubels en objecten creëer, is omdat we zelf heel kieskeurig zijn. We vinden niet wat we zoeken. Daarom leven we thuis ook tussen onze eigen ontwerpen. Rick Owens zegt het mooi: “We don’t buy, we make." We behoren tot dezelfde club idioten die geen lelijkheid kunnen verdragen. Wat er op de markt is, is vaak nét niet mooi genoeg gemaakt. Hoe langer je ermee bezig bent, hoe erger het wordt.’

Michaël Verheyden. ©Ophelia de Schrijder

Hoe verloopt het ontwerpproces bij jullie?
‘Ik maak zeer basic schetsjes in notitieboekjes. Soms zijn dat vormen, soms gewoon woorden. Saartje heeft een enorm gevoel voor materialencombinaties en styling. Ik ben meer een maker. Werkte ik alleen, dan vervaardigde ik alleen zwarte objecten.’ ‘Inspiratie komt bij ons vaak ’s avonds in de zetel, net voor we in slaap vallen. Of ergens onderweg op reis. Nooit overdag, want dan zijn Saartje en ik de bestellingen aan het organiseren.'

‘Veel mensen vinden gewoon iets mooi omdat hun buurman het ook mooi vindt.’

'Vergeet niet dat de meeste creatieve mensen overdag ook maar gewoon problemen moeten oplossen. Je moet je bezighouden met planning en leveranciers opvolgen. Erg vind ik dat niet. Creatief zijn kan je trainen. Ik geloof in de 100.000 urenregel: iedereen die vandaag succes kent, heeft er al waanzinnig veel uren voor gewerkt. Als je pas afstudeert, ben je nog geen goeie ontwerper. Die maturiteit heb ik nu pas bereikt.’

Limited edition

‘Form follows function’ is Verheydens mantra. Dat blijkt ook uit het object Segment 60 en de LST-bank. ©Michaël Verheyden

U debuteerde in 2002 met een collectie lederen accessoires, en evolueerde daarna naar high-end decoratieve objecten en meubels. Hoe bent u nu bij Pierre Marie Giraud terechtgekomen?
‘Het was mijn grote droom om met Pierre Marie te werken, de enige galeriehouder op dat niveau bij wie ik wil exposeren. Ik heb een cliënteel dat wil dat elk designstuk of kunstwerk in het interieur van de juiste galerie komt. Er moeten veel stempels in staan, zeg ik altijd. Pierre Maries klanten vonden ons misschien al goeie ontwerpers, maar zijn galerie is de ultieme smaakgids.’

Bij hem komt u in de top van de ontwerpersliga terecht, want Girauds galerie vertegenwoordigt ook namen als Joseph Dirand, Rick Owens of Martin Szekely. Voelt u zich tussen hen op uw plaats?
‘Ik kan me voortaan met de grote jongens meten, ja. Joseph Dirand was overigens al klant bij mij. En voor Rick Owens heb ik een tijdlang accessoires ontworpen. Nu staat mijn naam tussen hen. Nu pas ben ik daar klaar voor, ook financieel. Aan onze lederen tassenlijn die we 15 jaar geleden lanceerden, hebben we de eerste tien jaar niks verdiend. Hou dat maar eens vol. Toch bleven we koppig op kwaliteit en afwerking hameren. Uiteindelijk rendeert dat.’

Bond-sofa, Archetypes-collectie, Michaël Verheyden. ©Frederik Vercruysse

‘Als bedrijf zetten we kleine stapjes vooruit. We zijn verre van binnen, maar we hebben nu een stabiele financiële basis. De druk is eraf. Als er morgen een klant afhaakt, moeten de boeken niet toe. Al hebben we ook fouten gemaakt. De eigen boetiek in Antwerpen, samen met een investeerder, was een accident de parcours. Saartje was ertegen. Ik heb mij iets laten aanpraten door een financier.’

Giraud vertegenwoordigt vooral keramisten en glaskunstenaars: ambachtslui die unieke stukken maken. Voelt u zich kunstenaar?
‘Ik maak geen kunst, maar werk wel zoals een kunstenaar: wat ik doe, is even arbeidsintensief en compromisloos. Mijn profiel is apart, want ik ben tegelijk maker en ontwerper. In de designindustrie zijn er maar een paar zotten die werken zoals ik.’

Spectable-tafeltje, Archetypes-collectie. ©Frederik Vercruysse

Uw creaties zijn intussen wel te koop in een vijftigtal winkels, galeries en boetieks wereldwijd. Hoe exclusief is Michaël Verheyden nog?
‘De collecties zijn duidelijk opgesplitst: de ongelimiteerde stukken heten ‘Les Nécessaires’, de genummerde stukken brengen we onder in ‘Les Éditions’. En de collectie voor Pierre Marie Giraud, ‘Archetypes’, die zowel meubels, verlichting als objecten omvat, is nog een categorie apart, in een oplage van 12 of 24 stuks. Tegelijk lever ik maatwerk aan architecten, zoals lederen vuilnisbakjes of tissueboxen voor projecten van Vincent Van Duysen of Axel Vervoordt. Ik ben blij dat ze ons werk appreciëren en dat we op dat niveau meedraaien, maar we spelen toch een ondergeschikte rol in die samenwerkingen: ons logo staat er nooit groot op.’

‘Ik geloof in de 100.000 urenregel: iedereen die vandaag succes heeft, heeft er waanzinnig veel uren voor gewerkt.’

‘Steeds meer mensen willen met me werken, maar ik wil met steeds minder mensen in zee gaan. Mijn theelichtjes moeten echt niet overal in België te koop zijn. De klant wil ietsexclusiefs en unieks, dat niet overal gezien is. Wellicht zullen we in de toekomst het aantal nieuwe producten nog verlagen. En maar één keer per jaar deelnemen aan de vakbeurs Maison & Objet in Parijs. Ik denk er zelfs aan om daar een gesloten stand te nemen: er zijn te veel pottenkijkers. Grote bedrijven komen langs en zes maanden later duiken de goedkope kopieën op. Ik kan er intussen een boek mee vullen. Wel moedigt het ons aan om niet op onze lauweren te rusten. Daarom ontwerpen we nu complexere en duurdere stukken, zodat ze niet meer zo snel gekopieerd worden.’

Naïef en arrogant

U studeerde als productdesigner af in Genk met een kledingcollectie voor mannen. Waarom bent u geen modeontwerper geworden?
‘Op dat moment vond ik mode inderdaad interessanter dan design. Ik heb zelfs deelgenomen aan het toegangsexamen van de Antwerpse Modeacademie. Naïef en arrogantzei ik tegen Walter Van Beirendonck: “Ik kom me hier verbeteren, want ik denk dat ik al iets kan.” Hij keek eens naar mijn eindwerk en zei: “Voor ons kan je nog niks.” Ik ben dan ook niet toegelaten.’

Tube-tafeltjes in brons en Belgisch marmer. ©Michaël Verheyden

‘Je hoort weleens zeggen dat de opleiding in Antwerpen te hard is. Maar ik kan je verzekeren: de industrie is nog harder. Saartje en ik hebben veel geleerd door bruutweg in de zak gezet te worden. Je krijgt niks cadeau. Op creatief niveau zijn we wel nog even grote dromers, maar zakelijk en organisatorisch zijn we wel strak gestructureerd.’

Segment en Corner, beide in keramiek ©Michaël Verheyden

U werkte een tijd voor Rick Owens en ontwikkelde accessoires voor Ann Demeulemeester en Raf Simons. Heeft u een lijstje met mensen die u systematisch aanschrijft?
‘Neen, die mensen zijn niet benaderbaar. En ze willen dat ook niet. Je moet zelf met je product naar buitenkomen. Rick Owens zag mijn werk in het blad Wallpaper en stuurde me gewoon een mailtje: “Hi, I like your work. Where can I see more?” Saartje en ik waren net op vakantie in Zuid-Frankrijk en we stelden voor om op de terugweg langs zijn huis in Parijs te passeren. Toen vroeg hij of ik voor hem accessoires wilde ontwerpen. Goed werd dat niet betaald, maar ik mocht experimenteren in mijn tempo. “We kunnen van elkaar leren”, zei hij. Samen met interieurarchitect Vincenzo de Cotiis vind ik Owens de interessantste meubelmaker van nu. Alleszins die met de meeste punk. Een beeld waarbij hij in zijn eigen mond plast: wie durft dat? Rick Owens dus.’

‘Owens leerde me dat ik alleen moet maken waar ik zelf in geloof. Iedereen zit maar naar die grote namen te loeren, maar er is maar één Ann Demeulemeester. En die bestaat al. Je kan dus maar beter zo radicaal mogelijk je eigen ding doen als je origineel wil zijn. Nu kan ik radicaler dan ooit zijn: als ik een kast in onyx zou willen maken, dan doe ik dat gewoon. Dat vergt moed, ja, want klanten zijn traag en hebben bevestiging nodig van hun smaak. Als ze al een mening hebben. Vaak vinden ze gewoon iets mooi omdat hun buurman het ook mooi vindt.’ 

Archetypes, tot 4 december bij galerie Pierre Marie Giraud in Brussel

Lees verder

Advertentie
Advertentie