Modeontwerpster Marina Yee: 'Het heeft lang geduurd voor ik echt geloofde in mezelf'

Vrijheid is de rode draad in het leven van Marina Yee. Vrijheid in een modewereld die te dwingend is. Vrijheid om niet haar gezicht te tonen, omdat de aandacht naar haar ontwerpen moet gaan. Vrijheid om niet naar de pijpen van de commerce te dansen, en: vrijheid om nú pas het sterkste van zichzelf te laten zien met haar nieuwe collectie.

Ze is een van de legendarische Zes van Antwerpen, de meest mysterieuze van de bende. Na turbulente jaren van hoogtes en laagtes, van passie en teleurstellingen, heeft Marina Yee er na haar zestigste danig veel zin in, met – eindelijk – een gloednieuwe collectie. Want ze kan niet stoppen met ontwerpen, creëren, spelen. Maar wel op haar manier.

Wat een vrouw, denk ik, als ze de deur voor me openzwaait. Vuur in de ogen, kamerbrede lach en verbaal een vrolijk ongeleid projectiel. Al pleit ook ik schuldig aan een gedachtegang die stuitert en niet rechtlijnig is. We hebben dus blijkbaar beiden een eekhoorn in ons hoofd, een nieuwsgierig beest dat van de hak op de tak springt en vaak niet meer weet wat het kwam doen, op deze of gene tak. Ons bos is groot. De modegeschiedenis is een spannende plek met intriges, geruchten en schandalen. Ha! Onze eekhoorns hebben pret. Niet handig voor een interview.

Advertentie
Advertentie

Af en toe moet ik Marina Yee het zwijgen opleggen omdat we de draad kwijt zijn. Ze lacht, ze klatert, ze huppelt met meanderende zinnen een eind weg. Waar waren we gebleven? Gelukkig is het nog vroeg op de dag en drinken we water. Dat scheelt in de eekhoorncapriolen. Met beneveling zou het een fiasco zijn. Maar goed. Het is een heerlijke, lauwe zomerdag, de vernevelde geluiden van een stad in zomerstand spoelen over de vensterdorpels naar binnen. Gefladder van duiven, een zeldzame sirene, een autoportier, de vreemde afwezigheid van slopende drukte. Antwerpen strekt zich languit.

©Marleen Daniels

Gevonden voorwerpen

Twee hoog woont Yee in haar eigen Wonderland. Ze deelt de hele verdieping met haar zoon Tzara-David. Haar woon- en werkkamer is een curieuze kosmos van opeengestapelde rekjes, kisten, artefacten, sloophout, knipsels en foto’s. Ze maakt totems. Haar muren etaleren flarden van haar verleden en inspiratie voor een maakbare toekomst. Overal liggen en hangen trouvailles, met evenwicht georkestreerd.

Advertentie
Advertentie

Hier leeft geen modeontwerpster, maar een veelzijdiger kunstenaar die expressie nodig heeft om te overleven. Om de dingen van een andere kant te laten zien. Deze ruimte is een ontdekkingsplek, het is binnenkijken in haar hoofd. ‘Ik word aangetrokken door dingen waar niemand naar kijkt en die niemand nog wil’, zegt ze. ‘Door hun schoonheid, hun ‘weirdness’. Als kind had ik dat al. Mijn mama zei altijd: “Gij zijt zo’n raar kind.” Ze vond dat heerlijk, ook al snapte ze er niks van. Ze stimuleerde mij daarin. “Doe maar, meisje”, zei ze.’

Wat Yee zo bijzonder maakt, is net dát. Wat ze doet met het stoffelijke dat haar omringt. Het is curieus en onbenoembaar. In Engelse bladen werd Marina Yee al betiteld met ‘the most elusive of the Antwerp Six’. Letterlijk: de meest ongrijpbare, onbevattelijke. Ze is als kwikzilver. Haar geest is snel, ze associeert op een fluïde manier. Ze demonteert de werkelijkheid, ze ontrafelt de waan van de dag en ze maakt er iets anders mee. Iets wat bevrijd is van een keurslijf, wat wonderlijk tegen schenen schopt en bedrieglijk klassiek lijkt. Wat ze maakt, prikkelt en plaagt. Ze beschikt over een vormentaal van poëtische ironie en in haar mode over decennia ervaring en vakkennis.

©Alex Salinas

Midden in de ruimte staat een grote houten afgesloten kubus, een cel, waarin haar nieuwe collectie herfst/winter 2022-2023 op verscheping naar de winkels wacht. Aan de buitenkant hangt een witte lange trenchcoat die ze beschilderd heeft met olieverf, naar een kopie van een collage die ze ooit maakte.

‘Dat was een jas uit de collectie die vorig seizoen niet verkocht was’, zegt ze. ‘Ik dacht bij mezelf: ik doe er iets mee. Het is mijn eerste schuchtere poging om er een object van te maken. Het kledingstuk als louter canvas. Er hangt een tweede jas klaar om te beschilderen. Schilderen doe ik heel graag. Ik heb jaren geleden enkele doeken gemaakt, maar ik moet er nog veel meer in kunnen groeien. Ik heb nog wat te weinig eigenheid. Het moet goed zijn, en vrij zijn.’

Die vrijheid is als de rode draad in haar leven. Vrijheid in een modewereld die te dwingend is. Vrijheid om niet naar de pijpen van de commerce te dansen. Vrijheid om creatieve eigendom op te eisen. Vrijheid om haar liefdesrelatie met Martin Margiela, die haar letterlijk alleen verstomming bracht, ver achter zich te laten. Vrijheid om Parijs te ontvluchten. Vrijheid om in Brussel een koffiehuis te openen. Vrijheid om alleen een kind op de wereld te zetten. Vrijheid om voor een hele rist modemerken te werken. Vrijheid om theaterkostuums te ontwerpen. Vrijheid om als docent haar studenten het beste in zichzelf te laten ontdekken, in Doornik, in Den Haag en in Gent. Vrijheid om terug te keren naar Antwerpen. Vrijheid om tentoonstellingen te maken en zelf tentoon te stellen. Vrijheid om te blijven prutsen, zoals ze zelf zegt, om op haar eigen manier te scheppen. En nu: vrijheid om nú het sterkste van zichzelf te laten zien met haar nieuwe collectie.

Nieuw begin, valse start

De collectie van Marina Yee is een doorstart op eigen bodem, want ze verkoopt al een paar jaar haar kleren in Japan en enkele andere winkels in Zuidoost-Azië. Ze vertelt: ‘Alles is begonnen in 2016, met de winkel Laila in Tokio, Japan. De eigenaar had enkele unieke stukken van mij gekocht die in een veiling waren opgedoken. Ik wist niet wie hij was, maar de man verzamelde ook archiefstukken van Martin Margiela, van Raf Simons en van Helmut Lang. Hij had de tentoonstelling van de Zes in het MoMu gezien. Hij wilde dat ik ook kledingstukken maakte voor zijn winkel, een soort microcollectie. Ik dacht: oké, prima!’

Maar wat het begin was van een mooi nieuw verhaal, dreigt op zeker moment helemaal fout te lopen. Yee werkt hier samen met een nieuwe zakenpartner en verkoopt haar collectie in een showroom in Parijs, ook aan Europese winkels dus.

Maar de combo wringt. Ze gaat op haar eentje verder en stort de voorschotten van de inkopers terug. Ze neemt een seizoen pauze en zet een advocaat op de zaak. Niet getreurd, en avant! Yee: ‘Toen ben ik naar Marc Gysemans gestapt (zakelijk modementor en ontwikkelaar, nvdr.) om die kleine collectie voor Azië door hem te laten realiseren. Daarna heeft Laila Tokyo me met een agent in contact gebracht, die ook werkte voor Celine en Givenchy. Een fantastische man, heel pienter. Hij verkocht de collectie aan vijf belangrijke klanten in het Oosten. De bestellingen in Europa was ik kwijt, maar in mijn hart vond ik het fijn dat ik hier niet hoefde te verkopen, zodat ik nog wat veilig in de schaduw kon werken, in mijn eentje.’

Van schaduw naar geluk

De Japanse markt is voor Marina Yee een soort testterrein. Door het groeiende succes daar krijgt ze langzaamaan meer zelfzekerheid. ‘Het heeft lang geduurd voor ik echt geloofde in mezelf. Door het succes in Japan begon mijn zelfvertrouwen te groeien. Ik dacht: wow, die klanten willen mijn kleren echt.’

Een nieuwe boost komt er wanneer ze Rafael Adriaensens ontmoet, ook een alumnus van de Modeacademie in Antwerpen, die onder meer bij Ann Demeulemeester en bij Raf Simons werkte. Ze raken aan de praat en hij is danig gefascineerd door haar ideeën. Het klikt. Adriaensens wordt haar agent, haar pr-man en klankbord. Hij is de sidekick die ze nodig heeft om open te bloeien: ‘Ik heb lang zonder klankbord gewerkt en ben daar ook eenzaam in geweest. Ik zat onder mijn boom en keek wat er gebeurde met de anderen, met de wereld. Dat is nu helemaal anders.’

Patchworktop ‘Heloise’, ‘fold lapel jacket’ en ‘BB skirt’: uit de M.Y. Upcycled Couture Collection met handgemaakte unieke stukken, herfst-wintercollectie 2022-2023.
©Marie Monsieur

Haar nieuwe compagnon overtuigt haar om haar collectie uit te breiden, gebaseerd op wat ze zelf graag draagt, zonder rekening te houden met zogenaamde trends. ‘Raf stimuleerde mij om de collectie niet te beperken tot jassen, maar uit te breiden tot een soort basisgarderobe’, zegt Yee. ‘Ik had wat geld, niet veel, maar genoeg om iets verder te gaan en om hier in Europa en in Amerika op de markt te kunnen komen. Maar ik stelde wel een voorwaarde aan mezelf: als je meedoet in een systeem waar je niet zo tuk op bent, kies dan vanuit je eigen vraag. Wat wil je maken? Wat zijn jouw voorwaarden? Niet omgekeerd.’

Haar ervaringen met de wetten van de modewereld waren in het verleden niet bijster goed. Wat was het dan dat haar zo tegenstond? ‘Ik ben heel koppig’, antwoordt ze. ‘En heel eigenwijs. Mijn artistieke impuls kon vroeger het moderitme van de productie niet aan. Ik kon het evenmin aan om met een team van medewerkers te moeten werken. In het modesysteem heb je bovendien de dwingende houding van de winkeliers, de inkopers, waardoor ontwerpers soms slaven worden.

Vergeet niet: de winst van winkeliers is groter dan die van ons, ontwerpers. Een systeem van 60 procent voor hen en 40 procent voor ons vind ik niet fair. Ik hoorde vroeger vaak hoe collega’s onder druk stonden, van collecties, van werk. Ik kon me ook helemaal niet vinden in de stijl van de modemagazines. Ik dacht toen vaak: dat is niet wat een vrouw moet dragen. Maar wie was ik om daarover iets te zeggen, met een baby op mijn schoot? Ik ben nu ouder en niet meer zo brutaal, maar er zijn nog altijd zaken die me enorm tegen de borst stuiten en waarover ik me kan opwinden. Kijk, ík beslis nu, dit zijn mijn regels. Ik wil niet opgevreten worden. Ik zeg liever op voorhand, ook tegen mijn agent, wat ik wel wil en wat niet.’

‘Ik mag dan wel een blije flapuit zijn, ergens ben ik ook heel verlegen. Dat is mijn faalangst die me zolang parten heeft gespeeld.’
Marina Yee
Modeontwerper

What’s in a name?

Haar collecties hangen nu in de beste winkels ter wereld, in het hoogste segment, ook bij Louis in Antwerpen. ‘Ik ben zeer blij dat zoveel winkels ingekocht hebben, dat voelt aan als een echt cadeau’, zegt ze. Ik merk op dat haar productielijn simpelweg ‘M.Y. Collection’ heet, met slechts haar initialen. Waarom niet voluit Marina Yee, zoals iedereen haar kent, van de Zes? Is ze nog steeds te bescheiden? Ze haalt de schouders op, tikt de as van haar zelf gerolde sigaretje. ‘Ik vond het niet nodig om mijn naam voluit te gebruiken’, legt ze uit. ‘In 1986 had ik een collectie die ‘Marie’ heette, waarin ik helaas niet helemaal mezelf kon zijn.

Daarna heb ik anoniem gewerkt, voor Belgische merken en theaterproducties. Ik werkte voor Bassetti, voor Dirk Bikkembergs, voor Gruno et Chardin, voor het kindermerk Louis Voiture, voor Chine, voor Lena Lena, voor een interieurstoffenmerk. In opdracht van. Ik bleef in de schaduw werken. Al die tijd ben ik de anderen van de Zes wel van dichtbij blijven volgen. Zoals zij het deden, een collectie onder eigen naam uitbrengen, dat was bij mij niet aan de orde.

Ik mag dan wel een blije flapuit zijn, ergens ben ik ook heel verlegen. Dat is mijn faalangst die me zolang parten heeft gespeeld. We wisten al van in het begin dat Ann Demeulemeester en Dries Van Noten met de financiële backing van de familie en hun ondernemingszin succes zouden hebben. Ik twijfelde of ik zakelijk wel sterk genoeg stond, omdat ik meer een speelvogel was, en zoals mijn vader zei, een artiest, en dat ik van zaken geen verstand had. Later ben ik ook met een soort van trauma uit de Zes gestapt. Er is veel gebeurd in die periode. Het heeft me lange tijd, zo’n twintig jaar, heel ongelukkig gemaakt. Ik was woedend, gefrustreerd en verdrietig.’

Ik vraag haar hoe het komt dat ze nu eindelijk voet aan de grond heeft, na al die jaren. ‘Misschien is mijn potentieel nu pas rijp’, zegt Yee. ‘Ik heb geleerd uit mijn fouten. Ik weet wat afgunst is. Ik heb geleerd om te veranderen en om te gaan met pijnlijke dingen, met mijn eigen jaloezie. Als ik een conflict heb of als ik wrevel voel, dan vraag ik mezelf eerst af: oké, wat is mijn aandeel in dit? Kijk eens in de spiegel. Alles gaat moeiteloos nu. Ik heb veel minder schrik om te zijn wie ik ben, omdat ik als een soort kameleon werk. Ik doe verschillende dingen even graag en zie dat niet als mijn zwakte, maar als mijn kracht. Anderen hadden daar soms kritiek op. Ik voel me daar nu prima bij, al raak ik soms gefrustreerd als ik dat niet allemaal kan doen in 24 uur.’

Het atelier van Marina Yee is een ontdekkingsplek, het is binnenkijken in haar hoofd. 'Ik word aangetrokken door dingen waar niemand naar kijkt en die niemand nog wil', zegt ze.
©Alex Salinas

Opmerkelijke hoek af

Marina Yee is een speelvogel, zegt ze. Spelen is haar crea­tieve drive en out of the box denken kan ze heel goed. Haar nieuwe collectie die nu in de winkel hangt, is tot stand gekomen op drie verschillende manieren. Een deel werd ontworpen door Yee en van nul gemaakt in ateliers. Een ander deel werd gemaakt op basis van een bestaande stock. Een derde deel maakt ze zelf, op basis van bestaande vintage kledingstukken.

Haar methodiek van constructie na deconstructie geeft altijd een ander resultaat. Ze gaat steevast uit van iets heel klassieks, maar haalt er een hoek af. ‘Omdat die spanning zo mooi is’, zegt ze. Bij de creatie van haar nieuwe kledingstukken vertrekt ze louter vanuit de gedachte aan een klassiek stuk (een hemd, een rok, een chino, een anorak) en bouwt ze dat ‘klassieke’ basisstuk weer balsturig op. Het is een weerspannigheid in wonderlijk evenwicht. Marina plooit, draait, vouwt, tot het stuk iets geheel nieuws wordt.

Een kledingstuk dat in beweging lijkt, dat de wind heeft omgeplooid en neergelegd. Ingewikkeld, uitgewikkeld. ‘Maar soms een hel voor de mensen die de kleren moeten produceren’, lacht ze. In de tweede werkwijze koopt ze radicaal een kleine stock op van nooit gedragen basic kledingstukken, waar ze met haar eigen ingrepen een onconventionele, maar subtiele nieuwe vorm aan geeft. Dit seizoen is dat een oversized bomberjack dat werd ingesnoerd. Appropriation, next level.

Het derde onderdeel van de collectie is veel arbeidsintensiever en doet ze helemaal zelf. Dat is haar ‘M.Y. Upcycled Couture Collection’. Die heeft ze in Japan ontzettend goed verkocht. Daarbij haalt ze eerst een bestaand vintage kledingstuk uiteen en construeert het opnieuw, met onorthodoxe ingrepen. ‘Telkens zijn er maar een paar exemplaren van’, zegt Yee. ‘De maten en kleuren kunnen licht verschillen. Ik heb er jaren over gedaan om het juiste systeem op punt te zetten dat op alle vlakken goed werkte: basisinvestering, stomerij, handarbeid incluis. Voor mij moest het haalbaar blijven qua kosten, tijd en energie, voor de winkeliers qua marge. Het zijn dure stukken. Maar in Japan waren ze zeer geliefd. Ik heb voor mijn collectie nog altijd het ambachtelijke nodig als zuurstof, om weer in evenwicht te raken. Vandaar dat ik toch een aantal pièces uniques in de collectie heb gelaten.’

©Alex Salinas

Niemand gaat verloren

Marina Yee was al de pionier van de upcycle- en recyclemode, nog voor die termen goed en wel bestonden. Zo wil ze ook haar huidige collectie bewust klein houden. De wereld kreunt al genoeg onder de overproductie in de modesector. Niets mag bij Yee verloren gaan. Zo werkt ze met stofoverschotten die ze koopt bij een Italiaanse stoffenfabrikant. Van sommige geproduceerde stukken is er maar een kleine reeks, louter omdat ze er niet meer stof van heeft.

De schaarste is ook haar sterkte. Dat modecollectioneurs stukken van Marina Yee verzamelen, is geen rariteit. Het zijn artefacten waarvoor mensen vol overtuiging een investering doen. Niet alleen om de esthetische waarde en wegens de zeldzaamheid, maar ook om de historische waarde in het hier en nu van de mode, door een van de pioniers van de modegeschiedenis.

Is het kunst? Mode kan een sterke vorm van artistieke expressie zijn, volgens Yee. Ze wil de grenzen van de mode overschrijden. Er brandt vuur in haar ogen als ze haar plannen toelicht: ‘Ik heb een geheime collectie die ik nog niet heb uitgebracht omdat ik wacht op het goeie moment. Ik heb zes stuks die ik ‘M.Y. Intuitives’ noem. Die ‘Intuitives’ zijn grafisch heel mooi, met patchwork dat er laag na laag op is genaaid.

Bij die stukken voel ik me eerder kunstenaar dan ontwerper. Ik gebruik er overschotten voor van mijn couturestukken, oude stoffen, dingen die waardevol blijven voor mij. Daarmee begin ik te plooien, puur op buikgevoel. Maanden later verander ik iets, doe ik een deel weg, vind ik weer iets anders, tot het juist zit. Het zijn zonder meer unieke stukken, die hoeven voor mij ook niet langer draagbaar te zijn. Het kán, maar daarvoor dienen ze niet.’

Als ik haar vraag wat haar plannen zijn met haar prêt-à-portercollectie, dan blijkt ze nog stapels ideeën te hebben. Aan inspiratie geen gebrek, maar ze wil die slechts gedoseerd onthullen. ‘Met mijn ideeën wil ik zuinig zijn’, aldus Yee. ‘De modewereld is zo al een enorm buffet met gerechten die met veel te veel gulzigheid worden geconsumeerd. Mijn ego zegt daarover: niet met mij. Daarom ben ik spaarzaam met mijn ontwerpen.’

‘Ik ben nu ouder en niet meer zo brutaal, maar er zijn nog altijd zaken die me enorm tegen de borst stuiten en waarover ik me kan opwinden. Kijk, ík beslis nu, dit zijn mijn regels.’
Marina Yee
Modeontwerper

Ook al wil ze niet in een wurgend mode­systeem vastraken, ze wil er wel hard voor blijven werken, want ze heeft er plezier in. Rijk worden is nooit haar streven geweest, zegt ze. Ze is niet zo materialistisch ingesteld. ‘Ik wil gelukkig zijn, ik wil dat mijn kind gelukkig is, ik wil een goed mens zijn, ook al ben ik zeker niet perfect, maar er zijn waarden waarvan ik denk dat ik ze wil blijven hanteren, hoe klein ook. Roem maakt daar geen deel van uit. Zakelijk gaat het goed. Ik heb geen schulden, geen leningen. Ik sta nu stevig met mijn voeten op de grond. Ik ben blij met wie ik ben. Ik weet wat ik kan en ik ben er trots op. Mijn stukken verkopen goed omdat ze draagbaar en toegankelijk blijven. Ik heb nog altijd sterke principes, maar ik slaag erin om ze te handhaven. Mijn slogan blijft “Slow, low profile en silent”. Zoals ik ben. Nooit schreeuwerig. Vrij klassiek, maar toch een beetje underground.’

Marina Yee over de Antwerpse Zes (*)

(*) Pioniers van de Belgische avant-gardemode in de jaren 1980: Walter Van Beirendonck, Dirk Van Saene, Dries Van Noten, Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Marina Yee.

AMBITIE EN LIEFDE ‘Op de Modeacademie in Antwerpen, begin jaren 1980, konden we het uitstekend met elkaar vinden, ook al hadden we elk onze eigen stijl en ons eigen karakter. Walter en Martin Margiela zaten een jaar hoger dan wij, Dries, Dirk, Dirk, Ann en ik. We waren ambitieus en geloofden in onszelf. We bewonderden de mensen die vóór ons afgestudeerd waren, maar hadden het gevoel dat wij beter waren, omdat we de tijdgeest goed aanvoelden.’

FINANCIEEL GESTEUND ‘Het overheidsproject ‘Mode, dit is Belgisch’ of het ‘Textielplan’ heeft ons in de markt gezet. We mochten een magazine maken, kregen modeshows, kozen onze fabrikanten. Op een bepaald ogenblik zijn we naar Londen gegaan met ons zessen. Die legendarische trip doopte ons voorgoed om tot ‘The Antwerp Six’. We waren daar op het juiste moment. We hebben bovendien nooit iets moeten betalen.’

TEGEN DE TRADITIE IN ‘Wat ons bond, was de hunker naar iets nieuws, tegen een burgerlijke mode in, die tot dan gangbaar was. Traditionele mode, gemaakt met het idee dat alles afgewerkt moest zijn, dat alles moest passen. Yves Saint Laurent was de eerste die midden de jaren 1960 de prêt-à-porter bracht. Degelijk gemaakt, gebaseerd op een goed patroon, voor iedereen passend en functioneel. Daar gingen wij tegenin.’

DE GROTE INVLOED ‘Aan de andere kant van de wereld, in Japan, waren er een paar ontwerpers in wie wij die geest terugvonden. Rei Kawakubo van Comme des Garçons en Yohji Yamamoto waren allesbehalve traditioneel. Zij maakten bijvoorbeeld een trui met een gat in. Hun vrouwbeeld was niet bepaald sexy. Het ging niet langer over behagen, over féminin, maar kwam artistiek heel sterk binnen. Dat was een baanbrekende metamorfose.’

Advertentie