sabato

Topdecorateur Vincent Darré shaket etiket van Cointreau door elkaar

Vincent Darré werkte jarenlang voor onder meer Yves Saint Laurent en Moschino, maar richt nu wilde interieurs in. En hij bedacht een limited-editionfles. ©rv

Een Cointreau ben je in hart, nieren én lever. Alle leden van de familie worden gedoopt met wijwater, aangelengd met Cointreau. Zou dat verklaren waarom ze voor de 170ste verjaardag van hun merk de Parijse ‘over-the-top’-decorateur Vincent Darré hebben ingeschakeld?

Alfred Cointreau is zesde generatie van de gelijknamige sterkedrankenproducent. ©rv

Een oude, grijze Fransman met dikke neus en slecht te been: dat was het eerste beeld dat bij ons opkwam toen we zijn naam hoorden en men erbij vertelde dat hij ‘zesde generatie van het beroemde geslacht’ en ‘brand heritage manager’ is van de gelijknamige sterkedrankenproducent. In werkelijkheid blijkt Alfred Cointreau een jongeman van 33 met een tatoeage: een eigentijdse versie van Pierrot, de aan de commedia dell’arte ontleende mascotte die Cointreau van 1898 tot in de jaren 60 gebruikte.

Het patrimonium van het likeurmerk bewaren doet Alfred Cointreau sinds april 2011. Zeven maanden later overleed zijn grootvader Pierre, die het bedrijf van 1963 tot 1997 had geleid. Hij werd negentig. ‘Mijn grootvader kwam hier minstens één keer per week’, zegt Alfred. Monsieur Pierre noemde iedereen hem, en hij gold als streng en gereserveerd. ‘Dat was hij inderdaad, maar wel op een sympathieke manier’, relativeert de kleinzoon, die nu als ‘Monsieur Alfred’ door het leven gaat.

Eigen karakter

De zaal met 19 reusachtige koperen alambieken in de Cointreau-distilleerderij van Saint-Barthélemy-d’Anjou. ©rv

‘Ik hou ervan om ‘s winters om 6 uur in het donker naar hier te komen’, vertelt Cointreau. ‘Het is dan koud en muisstil. Met het opstarten van de ketels komen de geluiden, het wordt geleidelijk warmer, en de aroma’s van sinaasappel worden almaar sterker. Je ziet, hoort, ruikt en voelt Cointreau ontstaan. Ik wil graag barmannen naar hier brengen, maar die zijn moeilijk zo vroeg wakker te krijgen.’

Hier, dat is de zaal met 19 reusachtige koperen alambieken in de Cointreau-distilleerderij van Saint-Barthélemy-d’Anjou, een voorstad van Angers, ongeveer 300 kilometer ten zuidwesten van Parijs. De meeste dateren van de jaren 40 en 70, maar ook het exemplaar waarmee de sterkedrankenproducent naar de wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs trok, is present.

De warmte van de alambieken is aangenaam, de sinaasappelgeur intens. Hoewel hij in alle geledingen van de distilleerderij heeft gewerkt, kan Cointreau zelf geen distillatie van a tot z uitvoeren, erkent hij. ‘Het is niet: op een knopje duwen. Er zijn verschillende fasen, en de mensen die hier werken, weten voor elke alambiek precies wanneer hij aandacht vergt. Deze alambieken maken deel uit van het recept van Cointreau. Ze hebben elk hun eigen karakter. Koper leeft, net als hout.’

Geheim

Master-distilleerder Carole Quinton breekt de gedroogde schil van bittere sinaasappel in kleine stukken en houdt die onder onze neus. De witte onderschil (‘albedo’) geeft bitterheid. Uit het dunne, groene laagje dat ze ‘flavedo’ noemen, komen de fraîcheur en aroma’s: munt, florale toetsen en wat kruiden. ‘De schillen selecteren en mengen is een deel van mijn job’, vertelt ze. ‘De mix verandert voortdurend, afhankelijk van de oogst en de leverancier.’

De precieze behandeling van de schillen blijft geheim. ©rv

Cointreau koopt zijn sinaasappelen bij telers in Spanje, Tunesië en Brazilië, waar ze met de hand worden geschild. ‘Machinaal schillen is geen optie: dat gaat te hard, waardoor de aromaten eruit worden geduwd.’

De precieze behandeling van de schillen blijft geheim. We krijgen alleen te horen dat de avond voor de distillatie de assemblage van de gedroogde schillen in de alambieken wordt geweekt in alcohol van suikerbieten. Daarbij komen verse schillen van de zoete sinaasappel die al enkele weken hebben gemacereerd. Die blend wordt de volgende voormiddag gedistilleerd, waarbij de essentiële oliën en aromaten maximaal aan de schillen worden onttrokken. ‘Fraîcheur bewaren is de kunst van het distilleren’, zegt Quinton. Dat distillaat van 85 procent alcohol wordt vervolgens tot 40 procent alcoholvolume aangelengd met water en suiker.

Vierkante fles

De broers Edouard-Jean en Adolphe Cointreau begonnen destijds in Angers als confiseurs, snoepverkopers. In 1849, het jaar waarin ook de eerste treinlijn van Parijs werd aangelegd, begonnen ze aan de oevers van de Maine een distilleerderij. Hun eerste likeur was de ‘guignolet’, op basis van een kleine, zurige kers uit de regio - het drankje bestaat nog steeds. Er volgden ruim vijftig andere likeuren.

Over wie nu de echte uitvinder is van Cointreau bestaat enige animositeit.

Pas in 1875 bedacht Edouard, de tweede generatie, na veel reizen doorheen Europa een likeur op basis van een zoete sinaasappel. Hij noemde het resultaat Cointreau Triple-Sec, waarbij ‘triple’ verwees naar drie keer meer aroma en parfum, en ‘sec’ naar het sterk gereduceerde suikergehalte.

Dat is althans het verhaal dat we hier horen. Want over wie de echte uitvinder is, bestaat enige animositeit tussen Cointreau en het veel kleinere Combier, de producent die vlakbij zowat hetzelfde product maakt.

In 1885 liet Edouard zijn donkere, vierkante fles beschermen. Uit de vorm moest de ambitie blijken om zijn naam naar ‘les quatre coins du monde’ te brengen. Maar er was ook een praktische reden: bij het transport nemen vierkante flessen simpelweg minder plaats in dan ronde.

Prada en Lagerfeld

Het is die fles die, om de 170ste verjaardag van het merk te vieren, de Parijse topdecorateur Vincent Darré onder handen mocht nemen. Darré ontwierp een fles met - voor de eerste keer in de geschiedenis - drie afwijkende etiketten.

De iconische, vierkanten fles van Cointreau had ook een praktische reden. Bij het transport nemen vierkante flessen simpelweg minder plaats in dan ronde. ©rv

Darré, die jarenlang als stylist en creatief directeur voor Yves Saint Laurent, Moschino, Ungaro, Prada en Karl Lagerfeld werkte, richtte in 2008 een bureau voor interieurvormgeving op. Zijn Maison Darré staat ervoor bekend stijlen, tendensen en tijdgeesten te vermengen. ‘L’art du mix’, dat appreciëren ze ook bij Cointreau.

Booming

Cointreau koopt zijn sinaasappelen bij telers in Spanje, Tunesië en Brazilië, waar ze met de hand worden geschild. ©rv

Als puur digestief is Cointreau wat ingeslapen, maar in de boomende cocktailscene is de spirit niet weg te denken. Een bar zonder een fles Cointreau is ondenkbaar. ‘Cocktails shaken is mijn specialiteit’, zegt Alfred Cointreau. ‘Daar zit mijn echte passie. Ik bezoek cocktailbars wereldwijd en leg er uit waar de originele margarita, white lady en cosmopolitan vandaan komen. Wanneer, waar en hoe ze werden gemaakt en hoe de recepten evolueerden. Ik heb 200 cocktailboeken gedigitaliseerd.’

Mastodont

Vorig jaar verkocht Cointreau 14 miljoen flessen. Nochtans was het merk eind jaren 80 te klein om een distributienetwerk uit te bouwen. ‘Mijn grootvader kreeg een mooi overnamebod, maar weigerde. Als een mastodont ons kocht, was er geen garantie dat de distilleerderij in Angers zou blijven en de fles niet veranderde.

Een oom van me was getrouwd met een vrouw van de familie Renaud, de erfgenamen van het cognachuis Rémy Martin. Ook zij waren te klein voor een eigen distributienet. Beide bedrijven versmolten in 1989, de dag na het vallen van de Muur.’

Vandaag telt Rémy Cointreau wereldwijd 1820 medewerkers en heeft onder meer de topcognac Louis XIII, de rum Mount Gay en de whisky’s Bruichladdich en Westland Distillery in portefeuille.

De familie heeft nog steeds een belang in de beursgenoteerde groep, maar Alfred is de enige die een actieve rol speelt. Al blijft elk lid van de Cointreau-clan wel één traditie koesteren: ‘Mijn dochters zijn, net als iedereen van de familie, gedoopt in een vont waarin niet alleen wijwater zat, maar ook een scheut Cointreau.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie