sabato

Villa Van Wassenhove van Juliaan Lampens wordt kunstzinnige B&B

De villa van architect Juliaan Lampens uit 1973 is volledig van beton gemaakt. ‘Je ziet er de hand in van de architect, maar ook van zijn bouwvakkers.’ ©Thomas Debruyne

Dankzij een mecenas en het Museum Dhondt-Dhaenens wordt een brutalistisch icoon van architect Juliaan Lampens een bed & breakfast annex artiestenresidentie. Voor wie volgend jaar wil overnachten in deze modernistische grot van beton en glas: romantiek níét gegarandeerd.

Villa Van Wassenhove is Lampens' 'grand cru'. Of moeten we zeggen: 'brut'? Met niets anders dan glas, beton en hout creëerde de Oost-Vlaamse architect in 1973 deze brutalistische 'grotwoning'. Radicaler dan Villa Van Wassenhove kan een huis niet worden. Primitief is het bijna, die ramen die zonder profiel in het beton zijn gegoten. En dan die muren, gemaakt van bekist beton met zichtbare houtnerf. Het kille materiaal combineert Lampens met sobere elementen in hout: legplanken, inmaakkasten, bureaubladen.

Intimiteit is ver te zoeken in deze robuuste seventiesbunker. De slaapkamer, badkamer, toiletruimte en keuken zijn gewoon open, zonder dak of deuren. Lampens (88) hield niet van afzonderlijke kamers voor afgelijnde functies. 'Slapen, eten, wassen en plassen moet in de open ruimte gebeuren, want achter gesloten deuren functioneert een gezin niet', aldus de architect. 'Het vergt een mentaliteitswissel, maar zodra je als gezin in zo'n open woonomgeving hebt geleefd, wil je niets anders meer.'

©Thomas Debruyne

Zwevend altaar
Meneer Van Wassenhove was een vrijgezel én kluizenaar. De wiskundedocent uit de Leiestreek werd van zijn sokken geblazen toen hij Lampens' Onze-Lieve-Vrouw-Kapel van Kerselare (in Edelare) bezocht. Het betonnen icoon uit 1963 is een van de weinige publieke gebouwen van de architect. Van Wassenhove wou per se in een huis van Lampens wonen, ook al moest hij daar zijn hele leven voor afbetalen. Dus contacteerde hij hem begin jaren 70 en gaf hem carte blanche voor een nieuwbouw in Sint-Martens-Latem. De opdracht: ontwerp een radicaal huis in de spirit van de kapel in Kerselare.

De vrijstaande villa heeft inderdaad iets sacraals. De scherpe betonnen luifel lijkt zelfs sterk op die van Kerselare. En de trapoverloop refereert aan de preekstoel in de kapel. De keukentafel is een zwevend altaar in massief beton. Lampens wou het blad niet ondersteunen, maar Van Wassenhove was bang dat het beton ooit zijn tenen zou verbrijzelen. Dus tekende Lampens er later een kloeke tafelpoot onder. Overal komen simpele geometrische vormen terug. De driehoek zit in de afzuigkap, de dakoversteek, het bureau en de regenpijp. Cirkels duiken op in de voordeur, de regenwaterput en de slaapkamer. Die laatste is tot het strikte privacyminimum herleid: een overhellende houten cilinder van 1 meter hoog. Een spartaanse slaaparena zonder intimiteit.

©Thomas Debruyne

Boeken en rommel
Van Wassenhove woonde van 1974 tot aan zijn dood in 2012 in het modernistische meesterwerk van Lampens. Nu ziet de woning er zeer leeg uit, maar op oude foto's zie je het interieur van de wiskundige vol boeken en rommel. 'Villa Van Wassenhove is Lampens pur sang', zegt Tanguy Eeckhout, medewerker van Museum Dhondt-Dhaenens. 'Het is een van zijn beste realisaties uit zijn sleuteljaren. Hier zijn zo weinig toegevingen gedaan dat je Lampens' woonideeën helemaal uitgewerkt ziet. Het is zeldzaam dat een architect voor een privéklant zo ver kan gaan in zijn esthetiek. Het huis is in veel overzichtswerken over modernistische architectuur opgenomen', zegt hij.

Na zijn dood schonk Van Wassenhove zijn villa aan de Gentse Universiteit. Die wou de woning eerst verkopen, maar de vakgroep Architectuur protesteerde. En dus gaf de universiteit de villa in langdurige bruikleen aan het vlakbij gelegen Museum Dhondt-Dhaenens. 'Een dependance van het museum kon dit niet worden, want dit is een woonzone', zegt Tanguy Eeckhout. 'Tijdelijke tentoonstellingen organiseren lukt evenmin. Je kan hier toch geen gaten in de muren boren? We wilden de residentiële functie van het pand behouden. De villa zal deels dienst doen als verblijf voor artiesten, schrijvers of studenten. Ze kunnen er in volstrekte rust aan hun werk sleutelen. En in één adem Lampens' monumentale architectuur ervaren. Totale afzondering gegarandeerd. Met die dikke betonmuren zal mobiel bellen lastig zijn. Behalve de artiestenresidenties willen we de villa volgend jaar ook verhuren als bed and breakfast. Er zijn genoeg internationale architectuurtoeristen die in zo'n modernistisch meesterwerk willen slapen.'

Het Brusselse verzamelaarskoppel Miene en Philippe Gillion. ‘Toen we de Lampens-woning zagen, voelden we meteen: dit is erfgoed dat gered en opengesteld moet worden.’ ©Thomas Debruyne

Onzichtbare waterdichting
Maar eerst moet de villa serieus worden opgefrist. En daarvoor zijn centen én expertise nodig. Die vond Monique Famaey, mecenaatsverantwoordelijke bij het Museum Dhondt-Dhaenens, bij Philippe en Miene Gillion: een Brussels verzamelaarskoppel. Miene werkte bij het veilinghuis Pierre Bergé & Associés en richtte mee de bistroboekhandels Cook & Book op. Philippe is een telg van het bekende bouwondernemersgeslacht Gillion, dat teruggaat tot 1919. 'Eigenlijk zocht het museum fondsen voor de verbouwing van een andere villa tot externe bibliotheek. Maar toen we de Lampens-woning zagen, voelden we meteen: dit moeten we ondersteunen. Dit is erfgoed dat gered en opengesteld moet worden. Een passiefwoning zullen we hiervan niet kunnen maken, met al dat beton. We willen deze villa tonen zoals Lampens ze ooit bedoeld heeft.'

Philippe Gillion is zelf aannemer, dus hij heeft expertise in huis om de villa perfect te herstellen in haar oorspronkelijke staat. 'Het dak is ooit gerepareerd met roofing en zink, die zichtbaar zijn op de grond. Lampens wou dat niet. Hij wou dat de betonnen daklijn de lucht raakt. Dus moeten we een nieuwe onzichtbare waterdichting bedenken. Dat zal een serieuze kostenpost worden', aldus Philippe Gillion. 'In Lampens' bekist beton zie je soms menselijke foutjes. Dat maakt dit huis zo ongelofelijk sterk. Je ziet er de hand van de architect in, maar ook die van zijn bouwvakker.'

Villa wordt bibliotheek
Het Museum Dhondt-Dhaenens uit Deurle heeft om praktische en budgettaire redenen de verbouwing van het museum en de kantoren - gepland voor dit najaar - uitgesteld.
Intussen zoekt het museum ook naar geld voor de verbouwing van Villa DD: een woning in de buurt die kunstenaar Hans Op de Beeck zal verbouwen tot artiestenresidentie. De bibliotheek van Jan Hoet zal eveneens in de Villa DD worden ondergebracht.
www.museumdd.be

'We financieren de restauratie van de villa uit liefde voor de architectuur, voor het dynamische team van Museum Dhondt-Dhaenens én voor de kunst', zegt Miene Gillion. 'We zijn als koppel sinds 2008 beginnen te verzamelen. Toen we deze woning zagen, beseften we: dit is ook een kunstwerk. Dit huis is geen hoop bakstenen, het is laag per laag geboetseerd met een bekisting. Net als een beeldhouwwerk in brons of gips.'

Er loopt beton door de aderen van de familie Gillion. Philippes overgrootvader René was een van de eerste bouwondernemers die met gewapend beton werkten in België. In 1936 lanceerde hij een ontwerpwedstrijd voor architecten: de winnaar mocht zijn ontwerp realiseren in beton. Op de wereldtentoonstelling in 1958 realiseerde zijn bedrijf zelfs het Russische paviljoen in beton. Van dat futuristische paviljoen is niets overgebleven, de robuuste Villa Van Wassenhove is nog in prima staat. En dankzij achterkleinzoon Philippe zullen we er volgend jaar zelfs in kunnen overnachten.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie