sabato

Dan toch festivals deze zomer? De drive-in kent een revival

Als het van de evenementensector afhangt, wordt de drive-in deze zomer grootschaliger, diverser en vooral springlevender dan ooit. ©AFP

Goed nieuws voor liefhebbers van modder en muziek: her en der opent dan toch een festivalwei, weliswaar op maat van blikken dozen. Nu al is de drive-in dé eventhype van de zomer, goed voor een nostalgisch ritje richting rockabilly, neonborden en de all-American autocultuur.

Stranded at the drive-in,

branded a fool.

What will they say,

Monday at school?

John Travolta, in zijn onafscheidelijke leren jasje leunend tegen een veredelde racewagen. Op de achtergrond: nog meer vetkuiven in blinkende pronkauto’s, netjes opgelijnd voor een scherm met cartooneske reclame voor frisco’s en hotdogs. Uit de speakers: ‘Alone at a drive-in’, de sleutelsong van misschien wel de meest iconische musical aller tijden, alsook dé reden dat de autobioscoop gegrift staat in ons collectief geheugen. Ja, we hebben het over ‘Grease’: de twee uur durende nostalgiefabriek die ook anno 2020 nog stevig nazindert.

Nu ja, nostalgie: als het van de evenementensector afhangt, wordt de drive-in deze zomer grootschaliger, diverser en vooral springlevender dan ooit. Aansteker van dienst is - alweer - het coronavirus, dat zowel filmvertoningen als muziekfestivals genadeloos een halt toeriep. Niets voor festivalland België: naarstig gingen organisatoren op zoek naar alternatieven, met de drive-in als grote gemene deler.

John Travolta in de drive-in in 'Grease'

Zo plant het team achter het metalfestival Alcatraz samen met Studio Brussel een vijfdaags drive-inmuziekfestival in Kortrijk, met Belgische rock-, pop- en metalbands op het programma. Het feestje zou eind juni al plaatsvinden op de parking van Kortrijk Xpo, met plaats voor zo’n 400 wagens met telkens vier personen.

'‘Serveersters op rolschaatsen zorgen voor een retrogevoel, en bij wijze van applaus kunnen de bezoekers een beroep doen op hun claxon.'
Bernard De Riemacker
Woordvoerder Alcatraz

‘Dankzij de auto kan je op een veilige manier toch iets collectiefs beleven met je bubbel’, vertelt woordvoerder Bernard De Riemacker. ‘Serveersters op rolschaatsen zorgen voor een retrogevoel, en bij wijze van applaus kunnen de bezoekers een beroep doen op hun claxon. We willen het festivalgevoel zo goed mogelijk evenaren.’ (intussen werd bekendgemaakt dat dit evenement niet zal doorgaan doordat de organisatie geen vergunning kreeg, nvdr)

Nog grootser wordt het drive-inconcept Beat Park, dat eveneens vanaf eind juni op maar liefst negen locaties in België wil neerstrijken. Preregistreren kan al sinds begin mei op de website. ‘Het wegvallen van de festivalzomer is een zware klap voor de hele sector. Plots is onze agenda leeg. Hiermee willen we bands toch een podium geven’, aldus de organisatie. Festivalgangers kunnen de muziek rechtstreeks streamen op hun autoradio, met uitzicht op licht- en lasershows  door de voorruit.

Ook De Morgen, Radio Willy en Humo kondigden inmiddels aan de krachten te bundelen voor een viermalig drive-infestival op twee locaties, telkens goed voor 1000 à 2000 fans. En dan zijn er nog de vele kleinere gemeentes als Zottegem, Zelzate en Dranouter, die in allerijl een verlaten veld omdopen tot feestparking.

‘Vanuit ecologisch perspectief zijn dergelijke plannen gruwelijk’
Miguel Vertriest
Netwerk Duurzame Mobiliteit

Belangrijke sidenote: of al die evenementen ook zullen plaatsvinden, ligt voorlopig op tafel bij de Nationale Veiligheidsraad, met midden juni meer nieuws. Maar dat de goesting groot is, bewijst alvast de stormloop in de buurlanden: onder meer in Denemarken en de Verenigde Staten bleken autoconcerten tijdens de lockdown al een succes. En in het Duitse gehucht Schüttorf vond begin mei de allereerste drive-in-technorave plaats, waarvan een video viraal ging op het net.

‘Dit is het eerste festival waar ik mijn schoenen kan uitdoen!’, gilt een meisje boven de geluidswolk van beats en toeters. ‘Eindelijk nog eens een echt feestje’, joelt een andere bestuurder, lasertoorts in de hand. ‘Ik blijf tot de ochtend!’

Drive-in rave in Duitsland

Vetkuiven en bubbelgum

Het wonder is geschied: in een wereld zonder events is een nieuwe eventtrend alsnog gezet. En ook de bioscopen, waar het per slot van rekening allemaal begon, blijven niet achter. In Amerika bleven drive-incinema’s tijdens de coronacrisis gewoon open, de kassa’s rinkelend als nooit tevoren. In Vilnius werd de leeggelopen luchthaven omgetoverd tot een drive-inbioscoop.

In Teheran, waar openluchtbioscopen in 1970 verboden werden, opende in mei voor het eerst weer een driveincinema. In Amsterdam plant Cinetree een drive-intournee met hoopvolle films, in Londen volgt een van twee weken in elf steden. Ook bij ons staat de revival van de drive-incinema in de steigers: op dit ogenblik voert Kinepolis vergevorderde gesprekken met verschillende locaties.

Eind mei: cinemaliefhebbers in Madrid gaan massaal - maar veilig in hun eigen bubbel - kijken naar de iconische musical ‘Grease’. ©Getty Images

Al is revival misschien veel gezegd. Want, hoewel we drive-ins massaal beschouwen als een tijdmachine richting jaren 50 (inclusief rolschaatsen, liters haarlak en bubbelgum), is de kans dat onze grootouders er ooit voet (of wiel) in hebben gezet bijzonder klein. Studies van filmhistorici maken gewag van slechts één exemplaar in België: Drive-In Autokinema in het Kempense Zoersel, operationeel van 1961 tot 1996.

Alle andere drive-inherinneringen hebben we te danken aan de betere Amerikanisering: Danny en Sandy uit ‘Grease’, James Dean in een Cadillac Eldorado en de racebendes uit ‘American Graffiti’, scheurend in een oldtimer met hun liefjes op de slee.

‘Veel ging om het gezien worden met je nieuwe grote liefde: de auto.’
Leonard Maltin
Amerikaanse filmcriticus

Een sterk geromantiseerd beeld dat tegelijk opvallend dicht aanleunt bij de werkelijkheid, zo bewijst de documentaire ‘Drive-in movie memories’ van Kurt Kuenne (integraal te bekijken op YouTube). Daarin wordt de geschiedenis van de autobioscoop in Amerika belicht vanaf de eerste pionier begin jaren 30: ondernemer Richard Milton Hollingshead, die een projector op zijn autodak improviseerde omdat zijn zwaarlijvige moeder niet langer in de bioscoopstoeltjes paste.

Geld verdiende hij er nooit mee, maar zijn idee sloeg aan: mondjesmaat werden overal in Amerika schermen opgezet en oude filmrollen vertoond. Met de Hollywood-studiobonzen hadden die eerste drive-ins niets te maken - inkomsten kwamen vooral uit zelfgemaakte popcorn.

In de jaren 50 kwam de autocultuur helemaal tot leven in de VS en werd de drive-in een heuse rage. ©Hulton Archive / Getty Images

Pas in de jaren 50, met de opkomst van de autocultuur en een ongekende economische boom, werd de drive-in echt een rage. Op zijn hoogtepunt waren er meer dan 4000 in de Verenigde Staten, waarvan sommige tot wel 2500 auto’s verwelkomden. ‘Veel ging om het gezien worden met je nieuwe grote liefde: de auto’, vertelt de Amerikaanse filmcriticus Leonard Maltin in ‘Drive-in movie memories’.

‘Bovendien leidde de babyboom tot een groeiende suburbanisatie en een verlangen naar  familie-uitjes. In de jaren 50 en 60 bestond het publiek dan ook vooral uit jonge gezinnen. Ouders keken naar de film, kinderen konden slapen op de achterbank. Drive-ins verkochten zelfs luiers en flessenwarmers, en hadden vaak een wasdienst.’

Hotdogs en horrorfilms

Meer dan een scherm met hamburgerkraam groeiden drive-ins uit tot echte pretparken met een speeltuin, minigolf of zelfs kinderboerderij op dezelfde kavel. Plaats was er in ruraal Amerika sowieso genoeg, en veel ander entertainment kenden de uitgestrekte voorsteden niet.

Precies daarom werd de drive-in in België nooit echt opgepikt, vertelt filmwetenschapper Daniël Biltereyst: ‘Grond was bij ons toen al erg duur, en in ons sterk verstedelijkte land bestond er sowieso al een dicht netwerk van gewone filmzalen. Zelfs in de kleine dorpen kon je bijna te voet naar de film. Bovendien verscheen de auto pas massaal in ons straatbeeld in de jaren 60, en dan nog vooral als iets functioneels.’

In de jaren 50 bestond het publiek vooral uit jonge gezinnen. ©The LIFE Picture Collection via Getty Images

Wel gelijkaardig is de evolutie die zowel de Zoerselse Drive-In Autokinema als de Amerikaanse drive-ins doormaakten in de jaren 60 en 70. Dankzij de introductie van de kleurentelevisie bleven gezinnen met jonge kinderen vaker thuis voor de buis, in tegenstelling tot de rebelse tieners: het onschuldige familiepark werd een vrijplaats voor jongerencultuur.

Het binnensmokkelen van vrienden zonder toegangsticket in de koffer was een heuse sport, net als ongezien vrijen op de achterbank. Of zoals toentertijd geregeld werd gewaarschuwd op het scherm: ‘Hey young lovers, we’re glad the love bug caught up with you, but don’t allow his bite to affect your conduct while in this theatre!’

Met het publiek veranderde ook het filmoeuvre. Veelzeggend is de meest lucratieve film van Drive-In Autokinema Zoersel: ‘Ilsa, de wolvin van de SS’, waarin vrouwelijk naakt wordt getoond in de context van, tja, concentratiekampen. Ook op Amerikaanse buitenschermen domineerden steeds vaker de drie B’s van de B-film: borsten, bloed en beesten.

Horrorfilms waren voor verliefde tieners het perfecte excuus om zich in elkaars armen te storten, ‘Beach party movies’, met sterren als Annette Funicello en John Ashley, werden dan weer een drive-ingenre apart. Pas echt bergaf ging het in de jaren 80: vooral porno hield de drive-ins toen nog overeind, met een steeds negatievere connotatie van dien.

In de jaren 60 en 70 veranderde het onschuldige familiepark in een vrijplaats voor jongerencultuur. ©Getty Images

Fietsbioscoop

Vandaag blijven nog zo’n 330 van de 4000 drive-incinema’s in Amerika over, andere moesten door de gestegen vastgoedprijzen wijken voor winkelcentra of woonblokken. Al was er de jongste jaren ook een comeback, voortgestuwd door nostalgie en sinds kort dus het coronavirus.

Maar of dat een blijvende tendens wordt, is twijfelachtig. ‘Het is een moeilijk leefbaar inkomstenmodel. Mij lijkt het vooral een noodoplossing van een sowieso al zwaar getroffen sector’, aldus Biltereyst. Ook voor de muziekfestivals is het maar de vraag of artiesten iets verdienen aan een paar honderd auto’s, in plaats van een wei met duizenden festivalgangers.

Een vaste waarde waren de palen met audiospeakers aan een lange kabel, die je in je auto kon hangen voor een optimale geluidskwaliteit. ©Getty Images

Komen daarbij nog de vele praktische problemen: wat als er vlak voor je neus een potige SUV parkeert? Hoe buurtbewoners verzoenen met het toeterconcert? Wat met alcohol achter het stuur? En, veruit het meest prangend, valt een event geënt op de autocultuur überhaupt nog te verantwoorden in tijden van fijnstofpieken, fileleed en klimaatdoelen?

‘Vanuit ecologisch perspectief zijn dergelijke plannen effectief gruwelijk’, zegt Miguel Vertriest, expert bij het Netwerk Duurzame Mobiliteit. ‘Niet alleen vanwege de extra auto’s op de baan, maar vooral het principe dat je mensen vandaag nog aanmoedigt om de wagen te nemen naar een concert of film. En dat, terwijl festivals de jongste jaren net zo sterk het openbaar vervoer hebben gepromoot, wegens de enorme verkeersproblemen die ze veroorzaakten. Bovendien lijkt het me best asociaal: je blijft in je eigen cocon. Geef mij dan maar een straatconcert, of een livestream thuis. Daar kan je tenminste nog je ervaring met vrienden delen via chats.’

Vroeger was het allemaal beter, horen we u zuchten: James Dean kon nog onbekommerd zijn motor laten brullen, en geen haar op Sandy’s blonde hoofd dacht na over het dierenleed achter die hotdog. Tegelijk biedt de zomer van 2020 een waaier aan verse mogelijkheden. Een wilde suggestie: waarom niet eens een cycle-in voor e-bikes, in keurige rijtjes van telkens anderhalve meter afstand? En waar blijft dat tentenkamp van doorzichtige bubbels voor het podium, precies groot genoeg om telkens één gezinsbubbel te omhelzen? De jacht op alternatieven is geopend. 

6 bizarre weetjes over de drive-in

1. In de jaren 60 en 70 gingen heel wat drive-ins op zoek naar extra invullingen vóór zonsondergang, zoals vlooienmarkten, kermisattracties en… kerkdiensten. In totaal waren er zo’n tachtig drive-inkerken actief.

In de jaren 60 en 70 gingen heel wat drive-ins op zoek naar extra invullingen vóór zonsondergang: de VS telde tachtig drive-inkerken. ©Los Angeles Times / Getty Images

2. Drive-inuitbaters moesten voortdurend vechten tegen de weergoden, met allerlei uitvindingen van dien. Niet zo’n succes was de drive-in met airconditioning: de buizen waren een geliefkoosd nest voor ratten, waardoor geregeld een familie ongedierte in plaats van frisse lucht in de auto werd geblazen. Van horrorfilms gesproken.

3. Nog meer ongewenste gasten waren de muggen. Ter bestrijding kon je voor een habbekrats je hele auto laten onderspuiten met DDT, een giftig en inmiddels verboden insecticide.

4. Een vaste waarde waren de palen met audiospeakers aan een lange kabel, die je in je auto kon hangen voor een optimale geluidskwaliteit. Verstrooide gasten vertrokken weleens met de speakers nog in hun auto, waardoor de kabel brak. Tal van ‘intermissies’ waarschuwden voor dat euvel.

5. Legendarisch waren de ‘intermissies’ tussen de hoofdfilms door voor hamburgers, hotdogs en pizza’s van de lokale concessiestands. Reclamefilmpjes die er vaak miserabel uitzagen. Desondanks betekende de drive-in de doorbraak van de pizza onder de Amerikaanse bevolking.

6. Om het volk te lokken, pakten drive-ins uit met allerlei gimmicks. Zo waren er op een gegeven moment fly-ins, waarbij sportvliegtuigjes mochten plaatsnemen achter de rijen auto’s.

Lees verder

Advertentie
Advertentie