sabato

Mondmaskerproof: snelcursus gesticuleren zoals de Italianen

Handen uit de mouwen: gesticuleren kan je leren.

Nu mondmaskers grotendeels ons gezicht bedekken, moeten onze handen de verloren mimiek overnemen. En daarvoor kijken we het best naar de Italianen. De ideale gids? ‘Speak Italian’ van kunstenaar Bruno Munari.

In elke Italiaanse koffiebar en op ieder Italiaans plein zie je ze: heftig gesticulerende gesprekspartners. Ruzie hebben ze niet. En ook die vijfde espresso of het aperitivo-uur heeft er weinig mee te maken. Italianen praten nu eenmaal met hun mond én hun handen. Gesten zijn even belangrijk als woorden. En helaas ook even onbegrijpelijk als je de Italiaanse (gebaren)taal niet kent.

Een voorbeeld: als een Italiaan met de bovenkant van zijn vingers langs de onderkant van zijn kin strijkt, zegt hij dat het hem geen bal kan schelen. Veegt hij met zijn duim van zijn oor richting zijn kin, dan vindt hij dat je een clevere opmerking maakte. Inderdaad: begrijpe wie begrijpen kan.

Italiaans gesticuleren

Daarom maakte de Italiaanse kunstenaar Bruno Munari (1907-1998) zijn ‘Supplemento al dizionario italiano’. In dit visueel woordenboek uit 1958 worden de vijftig meest voorkomende Italiaanse gebaren verklaard in het Italiaans, Engels, Frans en Duits. Ideaal voor onbegrijpende toeristen zoals u en ik.

Het boekje was eerst niet te koop, tot uitgeverij Muggiani Editore het in een licht aangepaste versie in 1963 op de markt bracht. In 1999 kwam er opnieuw een heruitgave, dit keer bij Corraini. Toen in 2005 het Amerikaanse Chronicle Books het opnieuw uitgaf, plakten ze er een nieuwe titel op: ‘Speak Italian. The fine art of the gesture’.

Bruno Munari

Bruno Munari is zonder twijfel de meest eclectische Italiaanse kunstenaar-designer ooit. Een artistieke en speelse ‘uomo universalis’. Peter Pan meets Da Vinci. Picasso beschreef hem als ‘the new Leonardo’. Want Munari was behalve schilder en beeldhouwer ook grafisch ontwerper, fotograaf, filmmaker, textieldesigner, dichter en docent. Hij schreef tientallen (kinder)boeken, maakte reclameaffiches en ontwierp talloze gebruiksobjecten, van asbakken tot koffiemachines, bedden en speelgoed. Zijn productiviteit was enorm.

Bruno Munari ©Mondadori via Getty Images

In de late jaren 20 was hij samen met Filippo Tommaso Marinetti een van de spilfiguren van de Italiaanse futuristen. Na WO II brak hij met die beweging wegens de fascistische connotaties en koos hij de weg van de geometrische abstractie. Fameus uit die periode zijn Munari’s mobiles, die hij ‘macchine inutili’ noemde, oftewel nutteloze machines.

Noem Munari een kunstenaarskunstenaar. Niet alleen Picasso was een groot bewonderaar, bij nagenoeg elke ontwerper staat zijn boekje ‘Design as art’ in de kast. Toch kreeg hij nooit de naamsbekendheid van landgenoten als Lucio Fontana of Michelangelo Pistoletto. Ten onrechte, want zijn werk werd en wordt wereldwijd geëxposeerd: van de Biënnale van Venetië tot het New Yorkse MoMA. Zijn hele leven bleef hij experimenteren, ontdekken en de heersende regels aan zijn laars lappen. Zijn speelse oeuvre vol humor, verbeelding en inventiviteit werkt tot op vandaag aanstekelijk.

Gebarentaal

Het zou ons niet verbazen als er binnenkort een nieuwe druk van Munari’s gebarenboekje van de persen rolt. Want in coronatijden is zijn dik zestig jaar oude geschrift plots relevant. Doorgaans houden wij Belgen onze ledematen stevig in bedwang als we praten. Maar nu we massaal mondmaskers dragen, zouden we ons beter wat Italiaanse gesten aanmeten.

‘Een gebaar zegt meer dan duizend woorden. En Italianen zijn meester in deze onuitgesproken kunst.’
Bruno Munari

Door onze neus en mond te bedekken, gaat meer dan de helft van onze gezichtsuitdrukkingen verloren. En dat is een probleem. Want onze emoties drukken we vooral uit met ons gezicht. En veel minder met onze lichaamshouding of onze gebaren. Afhangende mondhoeken, een brede glimlach, een pruillip, trillende neusvleugels: allemaal communicatiesignalen die je ogen en wenkbrauwen niet (helemaal) kunnen compenseren.

Als we elkaar deze zomer goed willen begrijpen - en misverstanden willen beperken - moeten we dus letterlijk de handen uit de mouwen steken. Of zoals Munari het zegt in zijn boek: ‘Een gebaar zegt meer dan duizend woorden. En Italianen zijn meester in deze onuitgesproken kunst.’

Non-verbale communicatie

Niet dat Munari het warm water heeft uitgevonden. De allereerste bundeling van gebaren dateert al van 1832. ‘La mimica degli antichi investigata nel gestire napoletano’ (Italiaans voor: De mimiek van de klassieke oudheid en de Napolitaanse gebaren) is het allereerste handboek over lichaamstaal. Het telt 380 pagina’s en werd geschreven door de Italiaanse kanunnik Andrea de Jorio (1769-1851).

Hij bestudeerde onder meer handgebaren op oude vazen, schilderijen, bas-reliëfs en archeologische sites als Pompeï. Ook Jorio’s boek is al meermaals heruitgegeven en nog altijd te koop. Munari verwijst er ook naar en gebruikt er enkele illustraties en inzichten uit, zoals over de oorsprong van deze handgebaren.

Die gaan namelijk terug op de oude Grieken en Romeinen. Eeuwen geleden werden deze antieke gebaren vooral gebruikt in Napels, niet toevallig een belangrijke stad van de Oude Grieken. Maar doordat de Napolitanen zich mettertijd over heel Italië verspreidden, werden de gebaren deel van de nationale taal. Sommige schopten het zelfs tot wereldschaal. Denk maar aan de duim naar boven of beneden: van de gladiatoren tot Facebook.

Lees verder

Advertentie
Advertentie