Advertentie
sabato

Brullende leeuwen en vliegende vrouwen: 10 verhalen uit het Knoks fotoarchief

Het vernieuwde erfgoedmuseum Sincfala in Heist heet voortaan 'Hey'. Sabato dook in de gigantische museumcollectie en maakte een plakboek met 10 verrassende pareltjes uit Knokke-Heist. Of wist je misschien dat er ooit een zoo was in Heist?

01 | Lippens op automatische piloot

Gravin Suzanne Lippens (1903-1985), de moeder van Leopold en Maurice Lippens, was in 1930 de eerste vrouw met een pilotenbrevet in België. Ze was ook wereldrecordhoudster zweefvliegen voor dames. Op deze foto staat ze bij haar vliegtuig tijdens de inauguratie van het vliegveld in Knokke op 18 juli 1930. Dat vliegveld lokte al snel Belgische, Engels en Nederlandse golf- en goktoeristen, want zowel Sabena, Hillman’s Airways, KLM als British Continental Airways vlogen op Knokke. In de Tweede Wereldoorlog was de luchthaven bezet door de Duitsers.

In 1947 beperkte de toenmalige burgemeester Léon Lippens (de man van Suzanne) het vliegterrein tot 42 hectare, omdat hij vlak ernaast het natuurreservaat het Zwin aanlegde. Daardoor konden geen grote toestellen meer landen, iets waar ze in het Zoute niet rouwig om waren: er was namelijk geen lawaaihinder meer. De ingreep fnuikte het succes van de luchthaven danig. Toen de concessie van het vliegveld in 1960 afliep, werd die niet meer verlengd. Inmiddels is van de landingsbaan geen spoor meer. Het is nu een grasvlakte langs de Graaf Leon Lippensdreef.

02 | Vergaste apen in Heist

Het verhaal is weinig bekend, maar van 1958 tot 1965 was er een heuse zoo in Heist. Die lag aan het Lac van Heist-Duinbergen, een waterplas die Grégoire Vandenabeele exploiteerde als recreatiedomein. Je kon er onder meer vissen, bootje varen en waterskiën. Op de omliggende terreinen maakte hij een pretpark en een privézoo.

Zijn dierencollectie was best groot: er waren 15 apensoorten, een witte beer, drie bruine beren, Tibetaanse buffels, Indiase koeien, lama’s, vossen, wilde honden, kamelen en herten. Maar ook een dingo, zeboe, een vogelkooi met flamingo’s, kraanvogels en maraboes.

Vooral de leeuwen leidden tot overlast: elke morgen hoorde men die brullen tot in het dorp van Heist. De zoo moest helaas sluiten, toen er op 3 maart 1963 brand uitbrak in de apenkooi. De 41 apen zijn toen allemaal vergast. Het park kwam de klap niet meer te boven en moest twee jaar later sluiten. De kameel verhuisde naar het Meli-park in De Panne, de vernieuwde apencollectie naar de Zoo van Antwerpen.

De familie Vandenabeele verkocht in 1966 de gronden. Op de plaats van de zoo vind je nu het appartementencomplex Laguna Beach. Wat rest van de zoo, zijn prachtige affiches en schattige familiekiekjes van schaars geklede bezoekers die – zoals op blz. 133 – de leeuwenwelpjes mochten strelen. Van het bezoek van de Franse zanger en acteur Charles Aznavour met zijn jachtluipaard vonden we helaas geen beelden.

03 | Topcoureur wordt wellnesskoning

In de zijvleugel van hotel La Réserve opende in 1976 het Instituut voor Thalassotherapie Louison Bobet: een wellnesscentrum waar ze spabehandelingen deden met zeewater. Heel heilzaam, al zien de voorzieningen er – met hedendaagse ogen – meer uit als een carwash. Louison Bobet (1925-1983) was een Franse wielrenner die drie keer de Ronde van Frankrijk won. Hij stopte met koersen na een ernstig auto-ongeval.

Vanaf 1964 begon hij een keten van centra voor thalassotherapie, onder meer in Le Touquet, Vichy en Knokke. In 1971 richtte hij zelfs zijn eigen vliegtuigmaatschappij op, Thalass Air, die zijn jetsetklanten invloog naar zijn wellnesscentra.

La Réserve werd in 2008 afgebroken, maar het nieuwbouwhotel heeft op de 6de verdieping wel een wellness. Wat de nieuwe hoteleigenaars Marc Coucke en Bart Versluys daarmee precies van plan zijn, is niet geweten.

04 | Architectuurparel voor flaminganten

Het is zonde dat het Noordzeehotel van architect Huib Hoste (1881-1957) afgebroken is. Op de foto zie je het nauwelijks, maar de kleurrijke bakstenen, het glas-in-lood en het avant-gardistische maatmeubilair maakten het hotel uniek in Knokke.

De modernistische parel op de Lippenslaan 12-14, dicht bij het station, ging open in maart 1924. Het pension met 46 kamers richtte zich vooral op Vlaamsgezinde badgasten. Het gebouw diende ook als Vlaams-cultureel centrum met grote toneelzaal met 500 plaatsen.

Een van de initiatiefnemers achter het gebouw was de Vlaamsgezinde dokter Reimond De Beir. Hij organiseerde in het hotel vaak voordrachten voor het Katholiek Vlaams Verbond. Maar ook schrijver Stijn Streuvels en schilder Albert Saverys werden er wel eens gespot.

Net na de bouw van het Noordzeehotel werkte De Beir opnieuw samen met Hoste aan zijn dokterswoning op de Dumortierlaan. Die woning, het Zwart Huis, staat er nog, het Noordzeehotel werd in 2003 na veel protest afgebroken. Op dezelfde plaats staat nu een inspiratieloos appartementsgebouw met op de gelijkvloerse verdieping Knokke Scooters.

05 | Koosjer hotel voor Holocaustoverlevers

Dit is een affiche voor Grand Hôtel de Knocke, het eerste hotel van Knokke. Louis Van Bunnen bouwde het in 1889 op de hoek van het Van Bunnenplein en de Lippenslaan. In 1902 logeerde schrijver Joseph Conrad er.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het Grand Hôtel overgenomen door een Joods consortium, dat Mordechai ‘Motke’ Weinberger (1914-2002) in 1952 aanstelde als directeur. Het hotel groeide uit tot het eerste naoorlogse vakantieoord voor Joden in België. 

Motke, een Slovaakse Jood, was in 1925 geëmigreerd naar Antwerpen en begon als patissier in het Grand Hôtel. Hij overleefde de Tweede Wereldoorlog en hielp als verzetsstrijder zelf zo’n driehonderd Joden de Franse grens naar Zwitserland oversteken. In haar recente boek ‘Overleven na de Holocaust’ vertelt Rosine De Dijn de historie van Motke en zijn koosjere familiehotel.

In 1986 is het Grand Hotel afgebroken. Op die plek staat nu ‘de roze olifant’: een monstrueus appartementsgebouw met winkelgalerie en het cinemacomplex Beverly Screens, dat de familie Noseda recent verkocht aan projectontwikkelaar Bart Versluys.

06 | Nellens’ groot licht

Op deze promofoto voor het Knokse casino toont een elegante dame hoe immens de grootste kroonluchter ter wereld is, die toen in de Magrittezaal hing. Het pronkstuk was besteld door Gustave Nellens en in 1952 ontworpen door de Antwerpse architect Jozef Selis. Bijna 7 ton weegt het gevaarte in murano­glas, rechtstreeks geïmporteerd uit Italië.

Tijdens de kerstperiode worden de 2000 witte lampjes vervangen door gekleurde. Een immense klus, maar klein bier vergeleken met een schoonmaakbeurt: elk jaar kost het tien man drie weken tijd om de 16.000 onderdelen tellende luchter proper te maken.

In 1952-1953 maakt René Magritte in opdracht van Nellens de panoramische muurschildering ‘Le Domaine Enchanté’ in de zaal waar de luchter hangt. Meteen het grootste werk uit zijn oeuvre: 72 meter lang en 7 meter hoog. Maar omdat de lichtsculptuur van 8,5 meter doorsnede het uitzicht op Magrittes 360°-kunstwerk in de rotondezaal belemmert, belandt de luchter in de hall van het casino.

Er zijn in 2022 vergevorderde plannen om het casino opnieuw te verbouwen of te restaureren, afhankelijk van de winnaar van de internationale architectuurwedstrijd. Tegen 2025 hoopt men de werken te kunnen aanvatten. Dus zal de luchter nog eens opgeborgen en geïnstalleerd moeten worden. We hebben nu al medelijden met die montageploeg. 

07 | Verdwenen Haring

‘12 u. Naar het casino om aan de muurschildering te beginnen. De muur is ongeveer vier bij vijftien meter. Ik teken met zwarte acrylverf een zeer gedetailleerde gokscène. Dikke borstel, het gaat behoorlijk snel. Om 15.30 u. ben ik klaar en krijg ik applaus’, schrijft Keith Haring in zijn dagboek op 20 juni 1987.

In één dag tijd maakt hij een gigantisch werk op canvas voor het casino van Knokke. Hij schildert heel spontaan trippy casinotaferelen, waarin hij ook scènes uit René Magrittes casinofresco uit 1952 verwerkt. Nellens betaalde Haring er 2 miljoen Belgische frank (omgerekend zo’n 50.000 euro) voor. Het fresco was de ‘prequel’ voor zijn grote soloshow die op 28 juni 1987 zou openen in het casino. Maar het werk op doek uit het casino is spoorloos verdwenen.

Haring was zeker dankbaar voor al die aandacht voor zijn soloshow in Knokke. Maar diep vanbinnen voelde hij zich triest: hij kreeg diezelfde week namelijk te horen dat hij sero­positief was. En dat schemert door in zijn dagboek op donderdag 25 juni. ‘Terwijl ik de grote muurschildering in het casino maakte, had ik het gevoel dat ik misschien wel mijn laatste tentoonstelling zou maken.’ 

08 | Gekiekt op het strand

Lang voor de selfies kon je je vroeger op het strand of op de zeedijk laten fotograferen. Er liepen best wat amateurfotografen rond die voor Photo Hall werkten. Werd je gekiekt, dan kreeg je een voucher waarmee je enkele uren later in een Photo Hall-winkel de ontwikkelde foto kon gaan ophalen en betalen. Veel dagjestoeristen die nog zelf geen camera hadden, hebben zich zo laten vereeuwigen. Eerst in zwart-wit, later in kleur.

In 2011 organiseerde (toen nog) Sincfala een prachtige expo over de Photo Hall-beelden, gemaakt tussen 1933 en 1980. Na een oproep stuurden honderden mensen hun Photo Hall-foto’s in. Ook ex-Photo Hall-fotograaf Benny Fonteyne diepte zijn schitterende strandfoto’s op, die we je niet willen onthouden.

09 | Celebrity’s en royals op de green

De Royal Zoute Golf Club heet niet voor niks ‘royal’: Leopold II, Boudewijn en prins Laurent kwamen er vaak een balletje slaan. Ook sterren die in het casino optraden, zoals Maurice Chevalier of Joe Dassin, kwamen er golfen.

De Golf van Knokke is rond 1900 ontstaan dankzij Engelse toeristen die daar hun sport wilden beoefenen. Vanaf 1928 was er eventjes een tweede golf, ingehuldigd door prinses Marie-José van België.

Dat terrein heeft echter niet lang bestaan, want de Duitsers legden er landmijnen op in de Tweede Wereldoorlog. En daarna is het deels verkaveld en deels opgenomen in het Zwin.

Momenteel zijn er opnieuw concrete plannen voor een tweede golfterrein achter het station van Knokke.

10 Boeren uit het Zoute

Stephan Vanfleteren avant la lettre is dit. Geen foto’s weliswaar, maar tekeningen van de Oostenrijkse kunstenaar Karl Mediz (1868-1945). Tussen september 1889 en juni 1890 maakte hij deel uit van de internationale artiestenkolonie die in het ongerepte Knokke kwam werken. Hij maakte er fantastische potloodtekeningen van Knokse landbouwers en dorpsfiguren.

Zijn indringende portretten hebben door hun fotografische kwaliteit niets aan kracht ingeboet. Mediz’ werk is ook een uniek tijdsbeeld: toen was Knokke nog een boerendorp in een enorm duinengebied. En het Zoute was de armste wijk. In zijn ‘Gids van de Vlaamsche Kust’ uit 1888 beschreef Jean d’Ardenne het Zoute als een gehucht met enkele boerderijen en een ‘verwilderde buurt’. Er stond ook ‘een eigenaardige groep huisjes, uitpuilend van schaamte en miserie, zoals de arme krotten van de opgepropte buitensteden’. En d’Ardenne besluit: ‘Ik wil nog enkel de hoop uitdrukken dat de geest van vernieuwing niet zal raken aan ziel en uitzicht van het gebied. En dat het oude dorp Knokke naast het nieuwe element zijn landelijke charme, zoals er nergens nog een voorbeeld van bestaat, zal mogen bewaren.’ Hij zou eens moeten weten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie