sabato

De mancave van fotograaf Serge Anton

In de Ali Baba-grot van de Brusselse fotograaf Serge Anton liggen berbertapijten, etnische deco-objecten, Congolese hoofdtooien, gesculpteerde wandelstokken, maskers en tribale juwelen. ‘Dit is mijn schatkamer.’ ©Serge Anton

Vergeet de fumoir, de privébar of de biljartruimte. Een eigen soek, sterrenwacht, discotheek of synthstudio hebben, dát is pas luxe. Serge Anton is een Brusselse interieur- en portretfotograaf die zopas zijn Afrikaanse-portrettenboek ‘Faces’ uitbracht. Als hij zich wil ontspannen, gaat hij naar zijn onderaardse Marokkaanse soek.

Dit is een plek waar ik geheimen cultiveer. Het adres van mijn privésoek moet absoluut onbekend blijven’, zegt de Brusselse fotograaf Serge Anton wanneer hij de deur van zijn onderaardse Ali Baba-grot tóch opent. Het heeft iets onwerkelijks: we bevinden ons in de betonnen kelderverdieping van een anoniem gebouw in Brussel. Overal liggen berbertapijten, etnische deco-objecten, Congolese hoofdtooien, gesculpteerde wandelstokken, maskers, tribale juwelen en hedendaagse materiekunstwerken: allemaal seminonchalant uitgestald als in een winkeltje in de medina van Marra­kech.

Deze ruimte heeft decennialang als archief­kelder gediend. Er hingen 180 neonlampen.

‘Dit is mijn schatkamer en archief. Ik verzamel al sinds mijn achttiende exotische objecten. Mijn vader was als tuinarchitect vooral actief in Afrika. Hij ontwierp nog mee de tuin van Mobutu. Van hem heb ik de reismicrobe. Ik trok al talloze keren naar Afrika en Azië voor reportages en boeken. Uit primitieve nomadendorpjes tegen de Algerijnse grens bracht ik prachtige tapijten mee. In Ethiopië vond ik stoelen en doopvonten, gehakt uit één forse boomstam. Aan elk object kleven persoonlijke verhalen.’  

©Serge Anton

Code
Zonder enig raam of een link met de buitenwereld lijkt de soek wel een speakeasy: het soort clandestiene bars die in Amerika tijdens de drooglegging opdoken. Maar hier aanbellen heeft zelfs geen zin: je geraakt er niet in zonder code of uitnodiging. ‘Onlangs was hier nog een vergadering met enkele Brus­selse museumdirecteurs, die discreet wilden praten over beveiligingskwesties. Geef toe, de perfecte omgeving daarvoor.’  

Serge Anton gebruikt zijn mancave niet als geheim café, maar als archief, privé-ontspanningsruimte, discrete ontmoetingsplek én clubhuis waar hij vrienden uitnodigt. ‘Je weet hier niet hoe laat het is. En je hebt hier bijna geen bereik, door al dat beton’, zegt hij. ‘Dat is ook weleens leuk.’

Hier aanbellen heeft geen zin: je geraakt er niet in zonder uitnodiging of code. En je hebt hier bijna geen bereik, door al dat beton.

Anderhalf jaar geleden vond Anton deze archiefkelder uit de jaren zeventig. Hij is maar liefst 300 vierkante meter groot en ligt op 5 minuten van zijn eigen woning. ‘Ik heb hem voor de prijs van twee garages kunnen kopen. De ruimte was eigeel geschilderd en telde zomaar even 180 neonlampen. Die hingen zo laag dat je het idee had dat de plafonds op je kop zouden vallen. Maar ik zag wel het potentieel: de bruut bekiste betonnen muren hadden de uitstraling van een ruwe bunker. Ik zocht al langer naar een externe ruimte, omdat mijn huis stilaan aan het dichtslibben was met allerlei boeken, objecten en reissouvenirs. Zelfs in mijn slaapkamer begon alles zich zodanig hoog op te stapelen dat ik bang werd. ‘Stel dat zo’n hoop ooit omdondert en ik eronder beland, wie zal me dan ooit vinden?’, dacht ik in een onbewaakt moment. Ik moest iets ondernemen. Gefrustreerd van het zoeken naar een extern depot op internet, klikte ik op Immoweb op de categorie ‘andere’. Daar vond ik toevallig deze parel. Ik ben niet religieus ingesteld, maar ik geloof wel in het lot. Vrienden noemen me weleens ‘MAR - Matière à Roman’: mijn leven zit vol met zulke toevallige verhalen en ontmoetingen.’

Serge Anton. ©Serge Anton

4 kilometer kabel
In een klein jaar tijd verbouwde Anton beetje bij beetje de duffe ruimte tot een subtiel verlichte kelderloft, met muren in antracietgrijsgroen en moody spotjes. ‘De neons zijn de deur uit. Nu lijkt het plafond veel hoger’, zegt hij. ‘Honderd stopcontacten en 4 kilometer elektriciteitskabels heb ik hier laten installeren. En alle lampen zijn dimbaar, om de juiste sfeer te kunnen maken in mijn grot.’

De ultieme inspiratie voor zijn excentrieke mancave vond Anton naar eigen zeggen bij wijlen Jean Delogne. De bekende Brusselse landschapsarchitect, voor wie Serges vader werkte, woonde in een huis in Sint-Gillis dat eveneens een grot van Ali Baba was. ‘Er lag rubber op de vloer, de deuren waren in cortenstaal en er bengelden lianen aan het plafond. Die plek maakte in mijn kindertijd zo een indruk op mij dat ik die sfeer hier op mijn manier hebt gecreëerd.’  

Serge Anton, Faces, 192 blz., uit bij Lannoo, 39,99 euro.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie