sabato

Noord-Korea in pastelkleuren

©Oliver Wainwright

Brandschoon, geen kat te bespeuren en gedrenkt in zachte pastelkleuren. Het lijken wel filmsets à la Wes Anderson. In werkelijkheid zijn het de interieurs van de nieuwste gebouwen in het hypergesloten Noord-Korea, vastgelegd door de Britse journalist-fotograaf Oliver Wainwright.

‘Waar ís iedereen toch?’ Oliver Wainwright kon de vraag niet van zich afschudden tijdens zijn bezoek aan het 1 meistadion in Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea. De Britse fotograaf-journalist zag er bevreemdende taferelen. Alles was brandschoon. Er was geen kat te bespeuren. Het was onduidelijk op wie de in perfecte rij-tjes uitgestalde en perfect opgeblazen voetballen nu precies lagen te wachten. Het leek wel of niemand ooit één voet had gezet op de zalmkleurige linoleumvloer in de kleedkamers of het had aangedurfd met zijn of haar zitvlak nog maar in de buurt te komen van de turkooizen zitbanken.

©Oliver Wainwright

‘Precies alsof ik op de set van een film van Wes Anderson was beland’, zegt Wainwright, verwijzend naar de cineast achter de in pasteltinten gedrenkte film ‘The Grand Budapest Hotel’. ‘Het leek wel alsof niemand die kamers gebruikte. Een ruimte was er zogezegd voor journalisten en persconferenties. Maar er waren geen internetkabels of stopcontacten. De kamers waren decors van een toneelstuk.’

De grote regisseur van dat theater is Noord-Korea zelf. Het geïsoleerde en strenge communistische regime regeert er met harde hand. Vrijheid van meningsuiting of persvrijheid is er niet. Rapporten maken gewag van executies, ondervoeding en zelfs concentratie- en strafkampen. Maar uiteraard worden die helemaal uit beeld gehouden. Als bezoeker krijg je alleen een strak geregisseerde fata morgana te zien.

Maximaal een uur

Oliver Wainwright, fotograaf en architectuur- en designcriticus voor de Britse krant The Guardian, trok met zijn camera een week naar Noord-Korea met een officiële toergids, de enige manier overigens waarop je het land kunt bezoeken.

©Oliver Wainwright

Alles was minutieus geregeld’, zegt hij. ‘We werden niet binnengelaten in gewone huizen en mochten niet met mensen op straat praten.’ Met de groep, een dozijn westerse toeristen, bezocht de journalist zo’n tien verschillende sites per dag. ‘Je verlaat de minibus, wordt verwelkomd door een officiële gids, krijgt misschien een halfuur, maximaal een uur om foto’s te maken en kruipt dan weer in de minibus naar je volgende bestemming. That’s it.’

©Oliver Wainwright

Dat Wainwright in gemiddeld minder dan 60 minuten zo’n intrigerende beelden kon maken van de architectuur en het interieurdesign van de metro’s, bibliotheken en andere officiële gebouwen, is indrukwekkend. Vooral omdat hij tot voor kort vooral zijn brood verdiende met zijn pen, en foto’s nam als hobby of om zijn artikels te illustreren indien nodig. Maar de uitgeverij Taschen vond zijn werk impressionant en bundelde zijn foto’s in een boek, ‘Inside North Korea’. Het komt volgende maand uit in het Frans, Engels en Duits.

Rookgordijn

Hij is niet de enige fotograaf die zwicht voor Noord-Korea. Of toch voor het visuele rookgordijn dat de overheid er creëert. De Belgische Magnum-fotograaf Carl De Keyzer trok al vier keer naar Noord-Korea, wat resulteerde in het boek, ‘D.P.R. Korea - Grand Tour’, een breed portret tot in de uithoeken van het land.

De Nederlandse fotograaf Eddo Hartmann won met zijn reeks ‘Setting the Stage - North Korea’ de 2018 LensCulture Exposure Award. Terwijl onze landgenoot Max Pinckers in opdracht van het prestigieuze magazine The New Yorker het land onderwierp aan zijn nietsontziende flash. Wainwright, eerder getraind in architectuur dan in fotografie, zoomde er in op de gebouwen en vroeg zich af wat de architectuur hem over het land kon leren.

©Oliver Wainwright

Sciencefiction

Ik dacht dat Pyongyang er zou uitzien als Moskou: grote lanen, lichtjes fascistische gebouwen, je kent het wel. Maar de architectuur is er heel origineel en experimenteel.

De Architectuurbiënnale van Venetië is net geopend als we Wainwright aan de telefoon krijgen. Daarmee is de cirkel rond. Hier ontmoette Wainwright vier jaar geleden de Brit Nick Bonner, die al sinds 1993 toeristen door Noord-Korea leidt met zijn bedrijf Koryo Tours. Bonner cureerde destijds in Venetië een expo met werk van Noord-Koreaanse architecten. ‘Hij had hun gevraagd zich in te beelden hoe toerisme er in Noord-Korea zou kunnen uitzien. Het resultaat was te gek: retrofuturistische beelden van gigantische ronde hotels op kliffen, hovercrafts… Mijn mond viel open. Toen Nick me antwoordde dat dit niet zoveel verschilde van de gebouwen die ze er de jongste jaren neerzetten, was mijn interesse gewekt.’

Een jaar later vertrok Wainwright. ‘Ik dacht dat Pyongyang er zou uitzien als Moskou of andere door de staat aangelegde steden: grote lanen, gespierde en lichtjes fascistische gebouwen, monumenten, je kent het wel. Toen ik daar aankwam, besefte ik: hun architectuur is heel origineel en experimenteel. Nog verrassender: je vindt er heel veel groen en open ruimte.’

©Oliver Wainwright

Ook het cliché van de eindeloze rijen monotone, grijze blokken beton en brokkelend asfalt bleek vals. Of toch in de hoofdstad, waar de schone schijn extra wordt opgeblonken. ‘Pyongyang is een zeer kleurrijke stad, vol pastelkleuren: zalm, turkoois, mosterdgeel. Een van de meest kleurrijke steden die ik ooit heb bezocht.’

Kleine mier

Snoepjeskleuren als afleiding voor een minder vrolijke waarheid van honger, armoede, gebrek aan elektriciteit en vooral aan vrijheid. ‘De leider is groot, het individu is niets waard: dat is de bood-schap die de architectuur er uitstraalt. Neem Kwangbok, een 4 kilometer lange boulevard, omzoomd met gigantische gebouwen. Je kunt je er alleen een kleine mier voelen in vergelijking met al de grootsheid van de staat.’

©Oliver Wainwright

Al merkte Wainwright toch ook zeer geleidelijke veranderingen in het land. ‘We zagen mannen en vrouwen hand in hand lopen, kinderen op rolschaatsen, mensen in cafés. Niet zo lang geleden was dat alles nog compleet ondenkbaar. De mode wordt opnieuw kleurrijk. Idem voor de architectuur.’

Of hij ooit het echte Noord-Korea zal zien, hangt af van verscheidene elementen. Onder meer van het feit of de onderhandelingsgesprekken tussen de VS en Noord-Korea worden voortgezet en wat de gevolgen daarvan zullen zijn. Maar ook van de vraag of de Noord-Koreaanse overheid hem een tweede maal zal binnenlaten. ‘Ik ben niet zeker welke implicaties mijn boek zal hebben’, aldus de fotograaf. ‘Een Duitse architect publiceerde een tijd geleden een architectuurgids voor Pyongyang, inclusief een kritische analyse. Nu durft hij niet meer terug.’

‘Inside North Korea’ van Oliver Wainwright, 240 blz., komt uit op 24 juni bij Taschen, 40 euro. www.taschen.com

'Inside North Korea' ©Oliver Wainwright



Lees verder

Advertentie
Advertentie