sabato

Rafaël is al 500 jaar dood. Toch fotografeerde François Halard zijn interieur.

Anthony Gromley. High House Studios, Norfolk, 2018. ©François Halard

Zijn hele leven al reist hij de wereld rond, op zoek naar de woon- en werkplekken van Marc Jacobs, Dries Van Noten, Giorgio Morandi of Rafaël. Toch is namedropping het laatste waaraan de Franse fotograaf François Halard denkt als hij over de vloer komt bij die toppers. ‘Soms is het alsof ik in dialoog ga met een spook.’

De opvallendste naam in François Halards nieuwste boek? Renaissanceschilder Rafaël. Wat die doet tussen ontwerpers als Donald Judd, Eileen Gray of Marc Jacobs? ‘Voor een Duits magazine mocht ik een week lang in het Vaticaan wonen, op uitnodiging van de privésecretaris van de paus.'

François Halard ©rv

'Ze vroegen me mijn fotografische visie te geven op Rafaëls werk als architect en interieurarchitect. Zo kreeg ik de kans om Villa Madama te fotograferen: een woning op de Monte Mario in Rome die Rafaël vlak voor zijn dood in 1520 had getekend. Zo’n kans weiger je niet’, vertelt François Halard (58).

Behalve de fotoreeks van Rafaëls huis geeft het boek ook een inkijk in een twintigtal atelierwoningen, studio’s of huizen van personaliteiten als Rick Owens, Saul Leiter, Lenny Kravitz, Louise Bourgeois, Dries Van Noten, Antony Gormley, Luis Barragán en Eileen Gray. Wie louter voyeuristisch is, kan zich vergapen aan hun fascinerende huizen of ateliers.

Toch is het trofeegehalte van dit boek opvallend laag. Fotograaf Halard profileert zich hier expliciet als kunstfotograaf met interieurs als onderwerp. ‘Behalve Man Ray of André Kertész zijn er maar weinig fotografen die interieurbeelden maken als kunstvorm’, zegt Halard. ‘Mijn foto’s vertalen mijn gevoel over die plekken. Het zijn portretten van huizen of ateliers. Het omgekeerde van wat doorgaans in interieurmagazines of op Instagram staat.’

Rafaël. Loggia van het Apostolisch Paleis in Vaticaanstad. ©François Halard

Geduld

Dat het boek ‘A Visual Diary’ heet, en niet ‘Portraits of artists houses’ of zoiets, zegt eigenlijk alles. Het maakt het boek misschien wel Halards persoonlijkste tot nog toe. En niet alleen omdat zijn eigen woning in Arles - ‘het meest Italiaanse huis van de stad’ - erin staat. ‘Ik geef plekken een identiteit’, zegt de fotograaf.

‘Mijn foto’s zijn als een intieme autobiografie: ik probeer een visuele vertaling te maken van de persoonlijkheid van een huis of atelier. Het is mijn reflectie op het universum en oeuvre van een artiest. Ik probeer het te interpreteren en hun werk te incorporeren in mijn eigen beeldtaal. Zo kan ik dat werk misschien begrijpelijker maken voor mensen die niet de kans hadden om zo dichtbij te komen.’

Owens' verlepte badkamer. ©François Halard

Zijn geheim? ‘Analoge fotografie. En geduld. Als je bijna 20 jaar moet wachten om het huis van de Amerikaanse schilder en beeldhouwer Cy Twombly te fotograferen, dan maakt die ontwikkelingstijd niet meer uit. Analoog fotograferen is een lang proces. Tijd geeft mijn fotografie een andere kwaliteit. Door traagheid in te bouwen, kijk je anders.’

Bedankingsbrief

Afgaand op de inhoudstafel lijkt het boek onsamenhangend. Levende en dode artiesten staan door elkaar. Polaroids en analoge beelden zijn gemengd. Ateliers, huizen, studio’s, tuinen: we bladeren van New York naar Parijs, van het Vaticaan naar Lier (in Dries Van Notens geval). De enige rode draad is Halard zelf.

De meeste meubelen tekende Owens zelf. ©François Halard

De eerste 14 pagina’s zijn gevuld met collages uit zijn persoonlijke ‘carnets de voyage’. Rudimentaire plakboeknotities zijn het, waarop we woorden als ‘Karl in Rome’, ‘Casa Malaparte’ en ‘Casa Mollino’ kunnen lezen: huizen die hij jaren geleden fotografeerde voor andere boeken. We zien ook een bedankingsbrief van Calvin Klein, vliegtuigtickets, reproducties van kunstwerken: stuk voor stuk anekdotes uit Halards leven, dat hij zelf omschrijft als ‘een permanente zoektocht naar schoonheid’.

Marrakech

Al meer dan veertig jaar werkt Halard voor grote architectuur- en interieurmagazines zoals World of Interiors of AD. Als kind zag het er nochtans niet zo goed uit: de introverte Halard leed aan hemiplegie, een hersenletsel dat hem taalproblemen opleverde. ‘Ik was altijd alleen op mijn kamer. Boeken, foto’s of schilderijen waren mijn enige contact met de buitenwereld. Pas toen ik die kamer onophoudelijk begon te fotograferen met mijn vaders toestel, ging mijn wereld open’, schrijft hij in het boek.

Bij Marc Jacobs. In zijn appartement in Parijs mixt de modeontwerper de kunststijlen à volonté. ©François Halard

Toen hij op zijn 16de de Giardino Giusti bij Verona fotografeerde, ontdekte hij niet alleen zijn passie voor Italië en de antieke oudheid, maar voelde hij ook hoe fotografie hem rust bracht. Hij mocht aan de slag gaan voor Vogue en Vanity Fair en raakte zo als prille twintiger binnen bij de Franse modeontwerper Yves Saint Laurent en diens (zaken)partner Pierre Bergé. Het contact was zo warm dat hij sindsdien - vaak in wereldprimeur - hun woningen overal ter wereld in beeld bracht. In dit boek herinnert de reeks over hun Villa Oasis in Marrakech aan die ontmoetingen.

Familiealbum

Rafael is al 500 jaar dood. Ook de artiest van het coverbeeld, Giorgio Morandi, is er al een poos niet meer. Net als Saul Leiter en Louise Bourgeois, die hun New Yorkse woningen maar heel sporadisch openstelden voor fotografen. Halard schrikt er niet voor terug om plekken van overleden artiesten in beeld te brengen.

‘Voor mij is het alsof ze elk moment kunnen binnenlopen’, zegt hij. ‘Toen ik twee dagen in Morandi’s atelier mocht rondlopen, had ik het gevoel dat hij er ook was. Die reeks is heel bijzonder voor mij. Het is mijn blik op zijn ascetische woon- en werkplek. Maar het is evengoed een antwoord op een legendarische fotoreeks van Luigi Ghirri, gemaakt in 1989-1990 in de studio. Mijn ouders hadden boeken over Morandi in hun bibliotheek. Al sinds mijn tiende ken ik dat werk.’

Halards boek zit vol zulke persoonlijke bruggetjes. Villa E-1027 van de Ierse meubeldesigner en architecte Eileen Gray wou hij al heel zijn leven fotograferen. Van de Mexicaanse architect Luis Barragán heeft hij bijna alle boeken thuis, zelfs de allervroegste monografieën. Zijn kleerkast hangt vol met Dries Van Noten, zijn lievelingsontwerper. Fotograaf Saul Leiter, bekend om zijn straatfotografie vol expressieve kleurvlakken, woonde in dezelfde straat als Halard in New York.

‘Al ben ik nooit bij Saul thuis geweest toen hij leefde. Maar toen ik er rondliep, fotografeerde ik meteen het uitzicht dat hij uit zijn raam had. Alsof ik eventjes met zijn ogen kon kijken. Dat ik hem nooit heb ontmoet, is niet belangrijk. Ik ken zijn werk goed, omdat het me al lang inspireert. Toen ik zijn huis fotografeerde, hing zijn persoonlijkheid er nog steeds. Het is alsof ik in dialoog ging met een spook. Van alle artiesten die in het boek staan, apprecieer ik hun werk zonder uitzondering. Het voelt aan alsof ik me al fotograferend een nieuwe familie heb aangemeten. Het is een soort familiealbum.’ 

‘A Visual Diary, volume 2’, François Halard en Beda Achermann, Rizzoli, 85 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie