sabato

Valery Lippens: ‘Papa nam zichzelf niet al te serieus.’

De Knokse burgemeester Leopold Lippens stierf op 19 februari aan leukemie. Zijn zoon Valery, kunstenaar en fotograaf, doet het relaas van de laatste maanden bij zijn vader, in woord en beeld.

Ook al is mijn vader er sinds februari niet meer, toch blijf ik graag in zijn huis wonen. Ik pendel tussen Knokke en Brussel. Als ik Knokke binnenrijd langs de Natiënlaan, heb ik nog steeds de reflex om hem te bellen: “Papa, ik ben er over 15 minuten.” Ook al loopt hij hier niet meer rond, toch is hij er nog. Ik zie sporen van hem in wolken, in een zonsondergang, in abstracte vormen in de natuur

Valery Lippens solo

Twee jaar geleden polste het Knokse Cultuurcentrum Scharpoord al bij kunstfotograaf Valery Lippens om er solo te exposeren. In november is de fototentoonstelling eindelijk een feit. ‘Ik hield eerst de boot af, omdat veel mensen denken: het is gemakkelijk om een expo te krijgen als je het zoontje van de burgemeester bent. Maar ze bleven aandringen. En toen papa ziek werd, ben ik beelden beginnen te maken van zijn Knokke. Beetje bij beetje voelde ik dat de expo in november impliciet een eerbetoon aan mijn vader en aan zijn Knokke zal worden.’ 

Ik ben niet spiritueel, maar ik geloof wel in die signalen uit de natuur. Zoals op een van de laatste dagen van zijn leven. Papa zat in zijn zetel naar de sneeuw te kijken, toen hij plots zei: “Valery, breng snel eens mijn verrekijker!” Onder zijn geliefde appelboom zat een houtsnip. Een zeldzame vogel, die normaal door zijn schutkleur vrijwel onzichtbaar is in het bos. De heilige graal voor jagers zoals hij. Terwijl mijn vader de snip zat te observeren, kwamen er eerst twee, dan drie en dan acht bij elkaar zitten. Op nog geen vijf meter van het raam, recht voor ons. Uniek, want urenlang zijn ze daar blijven zitten. “Dit heb ik nooit eerder gezien. Dit is de mooiste dag van mijn leven”, zei hij. Mijn vader, mijn zussen en ik samen met een verrekijker in de zetel: het is een van de laatste foto’s van hem.’

Rijkdom in de natuur

‘Papa’s tuin is een verborgen paradijsje. Als je hier rondloopt, besef je niet dat je in Knokke bent. En dat er hier zoveel raar volk rondloopt. Normaal is de tuin netjes onderhouden, maar sinds zijn dood laten we hem bewust wat verwilderen. Mijn vader kende de namen van fauna en flora uit het hoofd, in het Latijn. Hij was een enorme natuurliefhebber. Net als zijn vader Leon, die van het Zwin het eerste natuurreservaat van België maakte. Leon stierf toen ik 13 was. Maar ik herinner me nog dat hij me vogels leerde ringen in het Zwin. Hij leidde een eenvoudig leven. Geld betekende niks voor hem, alle rijkdom kwam uit de natuur. Van hem en van mijn vader heb ik de ‘gave van de verwondering’ geërfd. En die curiositeit helpt me als fotograaf. Ze hebben me ook geleerd om eenvoudig te leven. Ik hou van de natuur en van de zee. Ik heb geen Ferrari om de grote jan mee uit te hangen. Daarom voel ik me ook geen Zoutenaar of een tweedeverblijver, maar een Knokkenaar. Mijn roots liggen hier.’

De woning van oud-burgemeester Lippens, waar zijn zoon Valery nu woont. ‘Ik zie sporen van hem in de wolken, in een zonsondergang, in de natuur.’ ©Alexander D'Hiet

‘Mijn vader is vertrokken langs de achterdeur van het leven. Op 19 februari, om 11.58 uur, in het ziekenhuis van Brugge. Door de lockdown was er geen parade van allerlei mensen die afscheid konden komen nemen. Zo wilde hij het ook het liefst. Back to basics was zijn mantra van de laatste maanden. Terug naar de kern van het bestaan: je familie, je roots.'

► Ontdek onze speciale Knokke-la-Route format

©Sabato

'Het laatste anderhalf jaar, toen we wisten dat papa leukemie had, zijn mijn zussen en ik aan zijn zijde gebleven, hier in zijn huis in de Zoutelaan. Covid deed de ronde en papa mocht absoluut geen andere infectie opdoen. Die lockdown kwam eigenlijk nog goed uit: hij mocht toch niemand zien, behalve ons. We konden niet op restaurant, dus we kookten elke dag. We deden doodgewone dingen samen: wandelen, discussiëren en lachen. Want dat deed hij het liefst. Hij nam zichzelf niet al te au sérieux. Nog een trekje dat ik van hem heb.’ 

Voor een job in de politiek paste Valery Lippens consequent. Hij werd fotograaf, zoals zijn moeder, en woonde lange tijd in New York en Londen.  ©Alexander D'Hiet

Zoomen in het ziekenhuis

‘Tot twee dagen voor zijn dood is mijn vader blijven doorwerken. Via Zoom of Skype had hij de hele tijd afspraken. Ik was zijn IT-hulpje, als er weer iets misliep met zijn computer. Zelfs toen hij na zijn eerste behandeling 40 dagen in het ziekenhuis moest recupereren, bleef hij werken. De verpleegsters wisten op welke momenten ze hem niet mochten storen, omdat hij in een onlinevergadering zat. Zijn Zoom-meetings deed hij toen vanaf zijn ziekenbed in pyjama, met een kostuumjasje en das erboven.'

De verrekijker waarmee burgemeester Lippens op een van de laatste dagen van zijn leven nog acht snippen kon observeren in zijn tuin. ©Alexander D'Hiet

'En zelfs dan durfde hij nog aan zijn schepenen te vragen om eens recht te staan voor hun camera. Om te checken of ze niet in hun boxershort de gemeenteraad thuis meevolgden. Typisch voor hem, zo’n grap. Papa is burgemeester gebleven tot zijn laatste snik. De dag voor zijn dood liet hij aan de gemeente weten ‘dat hij 10 dagen vakantie zou nemen’. Was dat zijn laatste grap? Of durfde hij geen adieu te zeggen?'

'Hij wist dat zijn einde nabij was, want de behandeling was stopgezet. Of hij bang was om te sterven, weet ik eigenlijk niet. Hij had er alleszins nog geen zin in. Hij was sereen, maar op het einde werd hij wat ongeduldig. Het mocht snel gaan. Hij had geen zin om een week tussen leven en dood te hangen. Levenskwaliteit was voor hem belangrijker dan kwantiteit. En dat had dokter Selleslag heel goed begrepen. De brief die hij schreef na papa’s dood was heel aandoenlijk.’

‘Door covid mochten op zijn begrafenis maar
15 mensen aanwezig zijn. Zo’n intieme dienst, met alleen familie en zonder speeches, is zoveel emotioneler dan een dienst met 2000 man en een groot scherm. De rouwstoet is wel aan het gemeentehuis gestopt. Dat was ons covid-alternatief voor een grote dienst, omdat we het belangrijk vonden dat zijn medewerkers hem konden begroeten. Hij zei altijd dat hij niks was zonder zijn team.'

'Toch heb ik nooit in zijn ploeg willen zitten. Politiek is nooit mijn roeping geweest, al is het mij wel ontelbare keren gevraagd. Mijn vader was geen burgemeester, maar een burgervader. Drie op de vier Knokkenaars gaven hem hun voorkeurstem. Dat zijn cijfers voor een dictator. Daarom noemden mensen hem soms lachend ‘Fidel’. Of ‘sheriff’. Of ‘chef de village’. Ik hou het liever bij ‘chef d’orchestre’: een dirigent die zich heel goed kon omringen met een sterk team. Een leider die de nationale partijpolitiek het liefst zo ver mogelijk op afstand hield van zijn enclave.’ 

Valery Lippens: ‘Ik heb geen Ferrari om de grote jan mee uit te hangen. Daarom voel ik me ook geen Zoutenaar, maar een Knokkenaar.’ ©Alexander D'Hiet

Roodborstje

‘Momenteel doe ik wat iedereen doet die zijn vader verliest: rouwen en de administratie afhandelen. Foto’s zijn mijn therapie. Ik kijk naar die van mijn moeder, een professionele fotografe, die papa ontelbare keren portretteerde. Aan zee, tijdens kiescampagnes, op vakantie: het zijn ongeziene beelden van een man die zich enorm heeft geamuseerd in zijn leven. Ik maak zelf ook heel veel foto’s. Ik ga naar de plekken waar mijn vader als kind gespeeld moet hebben. Naar zijn geliefde polderzichten rond het Hazegras, waar hij ’s morgens vroeg ging wandelen met zijn hond. Op die plaatsen kom ik mijn vader soms onverwachts tegen. Ik voel zijn aanwezigheid in een boomstronk of in een patroon in een graanveld.’

‘Soms gebeuren die ontmoetingen heel onverwacht. Kort voor zijn dood hadden mijn vader en ik nog een gesprek over de roodborstjes en hoe pesticides hen bedreigen. Niet lang geleden zat ik hier op mijn kamer een boek te lezen, toen rond middernacht een roodborstje tegen mijn raam vloog. Ik schrok en ging kijken. Minutenlang keek dat vogeltje me recht in de ogen. Dan denk ik: papa is nog aanwezig.’ 

Master in het kaarten

‘De laatste maanden voor zijn dood heb ik geprobeerd om het leven van mijn vader nog te filmen. Maar het werd me te persoonlijk. En ik besefte dat hij niet één, maar zeven levens heeft gehad. Als kind belandde hij in pensionaten in Engeland en Nederland. Aan de universiteit was hij een verwoed kaarter. Hij heeft zelfs een jaar niet gestudeerd, omdat hij met het kaarten zijn inschrijvingsgeld moest terugverdienen. Zijn boezemvriend John Goossens zei altijd: Leopold heeft een master in kaarten. Tot een week voor zijn dood zat papa nog online te pokeren of te bridgen. En best goed zelfs: hij was vijfde in een toernooi met 6000 man.’

Een van de lievelingsplekken van oud-burgemeester Leopold Lippens: de Dijkgraafstraat, waar je een prachtig uitzicht hebt op de Hazegraspolders. ©Alexander D'Hiet

‘Al snuisterend in zijn papieren heb ik ook eindelijk de waarheid ontdekt over zijn wereldreis. Toen mijn vader acht jaar was, verloor hij zijn zicht aan één kant. Rond zijn 20ste verslechterde ook zijn andere oog. Dus stuurde zijn moeder hem op wereldreis. Ze wilde dat hij de wereld zag, voor het te laat was. Ik heb lang gedacht dat hij die reis verzonnen had, want dat kon hij goed: mensen iets wijsmaken. Maar tussen zijn papieren botste ik op zijn roadbook van toen.'

'En ik vond ook brieven die hij onderweg schreef naar zijn ouders. Pas toen besefte ik: hij is wel degelijk een jaar weg geweest, zelfs tot in Myanmar. Mijn vader is vroeg gescheiden van mijn moeder, maar ze bleven goeie vrienden. Ze verbouwden samen deze oude Knokse boerderij tot hun woon-huis in de natuur. Ook al waren ze geen koppel meer. Op haar sterfbed beloofde hij haar dat hij de bedevaart naar Compostella zou doen, als ze genas. Ze overleed helaas kort daarna aan kanker, in 2003, maar hij vertrok toch. Duizend kilometer stapte hij, als eerbetoon aan haar. Onderweg gebeurde het geregeld dat Belgen raar opkeken als ze plots de Knokse burgemeester herkenden langs het traject.’

©Alexander D'Hiet

Wereldburger

‘Die zin voor reizen herken ik ook bij mezelf. Als twintiger voelden Knokke en België al snel te claustrofobisch voor mij. Iedereen kent hier iedereen, je bent hier snel rond. Na mijn kandidatuur in de rechten studeerde ik politieke wetenschappen in New York. Tien jaar bleef ik er wonen. En daarna nog eens 13 jaar in Londen, waar ik een master in fotografie volgde. Ik dacht dat ik een wereldburger was, die zich overal kon settelen. Maar toen mijn moeder ernstig ziek werd, kwam ik vaak over en weer naar Knokke om voor haar te zorgen. Ik was dertig toen ze stierf. In die laatste dagen met haar besefte ik hoe essentieel het is om je roots te koesteren. Van Londen ben ik vier jaar geleden opnieuw naar België verhuisd. En ik voel me hier goed. Ik woon nu tussen Knokke en Brussel. Mijn valies maken om naar Knokke te vertrekken, kan ik in drie minuten. Mijn koffers pakken om hier te vertrekken, kost me een halve dag. Het valt me altijd zwaar.’

‘Ik mis mijn vader. Maar de reacties van de Knokkenaars op zijn dood waren hartverwarmend. De dag van zijn overlijden plantte één kind een papieren bloem op papa’s oprit. De dagen erna deden honderden mensen hetzelfde. Een prachtig symbool, dat zo goed bij hem past. We kregen ook honderden brieven. Met verhalen over hoe hij was. En welke herinnering mensen van hem meedragen. Ik besefte niet dat hij zo gedragen was door de inwoners. Zijn verhalen en herinneringen leven voort bij de mensen nu. Over honderd jaar is daar natuurlijk niks meer van over. Maar als hij een klein spoor heeft kunnen achterlaten, dan is zijn leven zinvol geweest. En ik voel me een deel van dat spoor.’

Valery Lippens solo, valerylippens.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie