sabato

Architect Charles Zana lanceert eerste meubelcollectie

Met zijn eerste meubelcollectie streeft Charles Zana naar een déjà-vugevoel. Een gesprek met de Franse smaakmaker over zijn Sottsass-collectie, zijn spookhuis en Odysseus. ‘De oude wereld is terug, maar slechter.’ 

De eerste keer dat we Charles Zana ontmoetten, leek de Franse architect wel met vakantie. Misschien lag het aan de timing, midden juni 2021. Misschien aan de locatie, Saint-Paul-de-Vence. In dat Zuid-Franse kunstdorp kwam Zana de laatste details bekijken van een bijzondere werf: de verbouwing van de Fondation CAB voor de Belgische vastgoedondernemer en kunstverzamelaar Hubert Bonnet.

Zana is al dertig jaar een vaste waarde in de Franse interieur- en architectuurwereld. Al beschouwt hij zichzelf meer als een ‘curator van ruimtes en objecten’ dan als een pure (interieur)architect. Na zijn studies architectuur aan de Ecole des Beaux-Arts in Parijs richtte hij zijn eigen bureau op, waar intussen 15 mensen werken. Hij realiseerde wereldwijd residentiële privéprojecten en hotels, zoals Hôtel Lou Pinet in Saint-Tropez of Hôtel Royal Opéra in Parijs. Kortom, een man die van vele markten thuis is.

Fondation CAB

Het interieur van Zana’s appartement op rue de Grenelle is een ode aan zijn Italiaanse meesters: stoelen van Afra en Tobia Scarpa, glaswerk van Ettore Sottsass en vazen in gips en berkenhout van Andrea Branzi. ©Matthieu Salvaing - Courtesy of Charles Zana

Toen we Zana in Saint-Paul-de-Vence ontmoetten, deed covid nog volop de ronde. En iedereen stond nog op de rem om zomerplannen te maken. Maar bij een glas rode wijn in Sol, het huisrestaurant van de Fondation CAB, durfde hij toch al vooruit te kijken. ‘Ik droom al jaren van een eigen meubelcollectie’, liet hij zich toen ontvallen. Op dat moment leek het een escapistisch corona-idee. Maar intussen weten we wel beter: de lijn bleek geen zoethoudertje, maar een volwassen collectie met zo’n zestig stuks. Waarvan de helft gloednieuw is: van sofa’s tot eettafels, van beddenhoofden tot wandspiegels.

‘Tijdens corona was er bijna niemand op kantoor. Een geluk, want zo kon ik me veel meer toeleggen op tekenen. Voor het eerst in mijn leven kocht ik een tablet, om digitaal te kunnen ontwerpen. Ik had plots zin in klassieke vormen: op een vreemde manier voelden die geruststellend aan’, vertelde hij.

Ook privé zocht hij naar vertrouwde paden. Tijdens de lockdown trok hij zelfs in bij zijn ex-vrouw. ‘Dat was beter dan allebei geïsoleerd leven. Het heeft ons en de kinderen weer dichter bij elkaar gebracht, als vrienden dan’, zegt hij.

‘Na een maand verlangde ik weer naar ritme en structuur. Elke morgen deed ik de moeite om een hemd en een nette broek aan te trekken. Ik vertrok naar kantoor, kwam ’s middags thuis eten en vertrok opnieuw. Ik wilde terug naar mijn oude gewoontes. Gelukkig haakten de klanten niet af. Het contract voor één hotelproject is zelfs getekend tijdens de lockdown. We werken nu aan twee grote Parijse hotelprojecten: een op de boulevard des Capucines, een ander op Place Saint-Michel.’

©Matthieu Salvaing - Courtesy of Charles Zana

Odysseus

Twee weken geleden, op 19 oktober, ontmoetten we Zana opnieuw. Dit keer tijdens de Parijse kunstbeurs Fiac. Een pak gejaagder komt hij deze keer over. Begrijpelijk, want de vernissage van zijn eerste meubelcollectie, ‘Ithaque’, is volop aan de gang. ‘Genoemd naar het eiland van Odysseus, de Griekse held die na een hele reeks omzwervingen weer thuis belandde. Nu Fiac eindelijk weer plaatsvindt, voelt het alsof we een cyclus hebben doorgemaakt. We zijn weer bij af. Net als Odysseus keer ik terug naar mijn roots: terug naar de essentie, terug naar de tekening, terug naar het classicisme, maar met een twist. Of zoals auteur Michel Houellebecq schreef: de oude wereld is terug, maar dan slechter.’

‘Net als Odysseus keer ik met deze meubels terug naar mijn roots, terug naar de tekening.’
Charles Zana
Architect

Zana’s pop-upmeubelexpo vond plaats in Hôtel de Guise, een vervallen 18de-eeuws ‘hôtel particulier’ van een verarmde adellijke familie. Een ‘paristocratisch’ spookhuis in de rue de l’Université, met vochtplekken op het plafond, afbladderend bloemetjesbehang en muren vol barsten. De poëtische plek vol texturen lijkt even bevroren in de tijd als het Palazzo Fortuny in Venetië.

De oude vloeren kraken onder de ruim 500 nieuwsgierigen die Zana’s eerste meubelworp willen zien. Onder meer ook François ‘Kering’ Pinault, diens kunstadviseur Caroline Bourgeois, maar ook topdesigner Pablo Reinoso en collega-interieurarchitecten zoals Jacques Grange. ‘Het doet me goed dat zij ook langskomen. We representeren allemaal de Franse stijl. We moeten ons profileren als groep, zoals de Franse couturiers of de Italiaanse designers. In Frankrijk is er nog een netwerk van exceptionele ‘artisans’, met wie we allemaal werken. Zij hebben een enorm savoir-faire. Dat moeten we koesteren.’

Charles Zana’s ‘Champel’-sofa en de bijzettafel ‘Edge 2’ in marmer en geborsteld ceder. Het intimistische schilderij is van Nathanaëlle Herbelin. ©François Halard

Déjà vu als leidraad

Dat tijdloze vakmanschap druipt van de collectie. Op twee atelierschragen, afgegoten in brons, ligt een tafelblad in roze travertijn uit Iran. Een op de arts-and-craftsbeweging geïnspireerde stoel heeft een zitting van lederen ‘straps’. Een Grieks geïnspireerde lampenvoet kreeg een rotan lampenkap die doet denken aan het werk van de Franse minimalist Jean-Michel Frank. Het mollige beddenhoofd heeft dan weer iets van de ‘Ours Polaire’-sofa van Jean Royère.

Ook al zijn de meeste ontwerpen nieuw – Zana maakte ook een paar aangepaste versies van meubels die hij voor residentiële projecten ontwierp – toch voelt de collectie heel vertrouwd aan. Alsof je ze al ergens gezien hebt. Alsof de vormen uit een denkbeeldig, gedeeld verleden komen.

‘Het déjà-vugevoel is heel belangrijk. Ik ontdekte dat principe toen ik tijdens mijn research in Palermo het museum voor Siciliaanse kunst bezocht, gerenoveerd door architect Carlo Scarpa. Het Palazzo Abatellis is zo ontroerend mooi dat ik tot tranen toe bewogen was. Ik heb wel zevenhonderd foto’s genomen. Elke wandkleur die Scarpa koos, komt vertrouwd over, omdat die terugkomt in een schilderij of in een ander detail. Het geeft een gevoel van comfort en sereniteit. Van harmonie tussen de architectuur en de kunst. Daarnaar ga ik op zoek als ik een woning, een hotel of een scenografie voor een expo ontwerp.’

Onzichtbare hand

Daags na de vernissage treffen we Zana, merkelijk opgelucht, opnieuw in Hôtel de Guise. Een pand dat een locatiescout voor hem vond. ‘Die stelde me eerst een ‘hôtel particulier’ voor dat tot in de puntjes was gerenoveerd. Compleet het tegendeel van wat ik zocht! Dit 18de-eeuwse huis had wél de povere esthetiek die ik wilde.’ 

Een eiken ‘Warton’-armstoel met lederen zitting, geflankeerd door een travertijnen ‘Ispahan’-tafel met bronzen schragen: topartisanaat op zijn Frans. ©François Halard

Hôtel de Guise is echt een huis waarin geesten zouden kunnen ronddwalen. En dat past goed bij Zana’s filosofie om tegelijk ‘aanwezig en afwezig’ te zijn. ‘Ik hou van huizen waar je de architect niet voelt. Vroeger zei ik vaak: het grootste compliment dat men mij kan geven, is dat mijn hand onzichtbaar is. Maar dat bleek niet het beste verkoopargument. Toch werk ik hard op onzichtbare zaken, zoals circulatie, perspectieven en scenografie, tot die vanzelfsprekend aanvoelen. Hoe evidenter, hoe meer research erachter zit.’

Een idee dat hij deelt met zijn goede vriend Andrea Branzi (°1938), zowat de laatste overlevende van de legendarische generatie naoorlogse architecten en designers in Italië. ‘Ik bewonder Andrea voor zijn poëtische designbenadering. Vooral aan zijn filosofie van de ‘Animali Domestici’ uit de jaren 1980 heb ik al veel gehad. Andrea vindt dat er al genoeg vormen bestaan. Volgens hem kun je maar beter objecten ontwerpen die als huisdieren zijn: een vertrouwde aanwezigheid, die stilletjes in de hoek van de kamer ligt, zoals een hond of een kat. Ook ik probeer een ruimte nooit te bruuskeren met onverwachte vormen. Alles moet bijdragen aan het welzijn van wie er rondloopt.’

Tunesië meets Italië

Charles Zana werd in 1960 geboren in Tunesië uit een Italiaanse vader en een Franse moeder. In de nasleep van de onafhankelijkheid – Tunesië was een Frans protectoraat tot 1956 – verkaste het gezin naar Frankrijk. ‘Maar er dwaalt zeker nog wat Tunesië in mij’, zegt hij. ‘Het gevoel voor gastvrijheid en generositeit van de Tunesiërs is ongeëvenaard. Dat probeer ik ook in mijn ontwerpen te stoppen.’ 

Veel presenter is het Italië van zijn vaders kant. ‘De ‘Ithaque’-collectie zit inderdaad vol Italiaanse invloeden. Het is een combinatie van Frans classicisme, de jarendertigspirit, toen in Frankrijk de grens tussen kunst, interieur en mode compleet vervaagde. En Italiaans naoorlogs design van Giò Ponti, Carlo Scarpa, Carlo Mollino, Andrea Branzi en – uiteraard – Ettore Sottsass.’

Zowel de kast als de totem is van Ettore Sottsass: de Italiaanse architect-designer-kunstenaar die Zana verzamelt. ©Matthieu Salvaing - Courtesy of Charles Zana

Opium

Zana verzamelt Sottsass al twintig jaar. ‘Niet zozeer zijn Memphis-periode uit de jaren 1980, wel zijn glas, keramiek en email uit de jaren 1960 en 1970. Ben je al naar de expo ‘L‘Objet magique’ geweest in het Centre Pompidou? Voor die soloshow van Sottsass heb ik veel collectiestukken uitgeleend.’

Sottsass is, zo meent Zana, de Bach van de designwereld. ‘Bach beschikte over dezelfde noten als iedereen, maar toch bedacht hij er geniale composities mee. Zijn inventiviteit was oneindig. Ook Sottsass, die ik weleens heb ontmoet, had een onuitputtelijke verbeelding. Hij werkte met de beste ateliers in keramiek en glas, zoals Bitossi, Sèvres of Venini. Wat hij bedacht, raakt voor mij aan het goddelijke en het magische. Ik hou van zijn werk uit zijn compleet vrije periode, waar hij meer kunstenaar dan architect of designer was. Aan zijn collecties uit die periode kun je zijn gemoed aflezen: zijn donkerste momenten (de ‘Tenebre’-reeks uit 1963) of zijn opiumperiode (de ‘Fumo’-reeks uit 1969).’

‘Weet je trouwens waar het idee voor zijn keramieken totems vandaan komt? Toen Sottsass in Palo Alto in Californië in behandeling was voor zijn nierziekte, moest hij zo veel pillen slikken dat hij ervan hallucineerde. Die totems zijn een stapeling van pillen, die reiken tot in de hemel.’

‘Ithaque’-meubelcollectie: te koop vanaf begin 2022.

Sottsass-expo ‘L’objet magique’: t/m 3 januari 2022 in Centre Pompidou. centrepompidou.fr

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie