Binnenkijken in de kleurenexplosie van Smith House in de VS

Van een zithoek die eruitziet als een boksring tot een lamp die lijkt op een insectenkop. Deze Amerikaanse kunstenares brengt de Memphis Group weer tot leven in haar huis.

Tussen de statige stenen en bakstenen panden, aan de noordkant van het Forest Park in het Amerikaanse St.-Louis, staat een huis waar je onmogelijk naast kunt kijken. En dat is altijd zo geweest. De 48-jarige kunstenares Katherine Bernhardt, die een paar kilometer verderop in Clayton opgroeide, raakte meteen onder de indruk, toen ze als kind in het busje van haar ouders voorbij het hoekige pand reed: een woning met drie verdiepingen, een combinatie van meestal rechthoekige vormen en uitsparingen, met een witgepleisterde gevel en een architecturaal geraamte dat tot voorbij de leefruimtes reikt.

Vier jaar geleden verhuisde Bernhardt met haar nu twaalfjarige zoon Khalifa na meer dan twintig jaar New York opnieuw naar haar geboortestad. Deels om dichter bij haar ouders te zijn, maar ook omdat ze verandering in haar leven wilde. In een opwelling ging ze online kijken of het pand te koop stond. Amper zes maanden later kreeg ze de sleutels.

Advertentie
Advertentie
In de eetkamer staat de ‘Up 7 Foot’-bank van Gaetano Pesce op een ‘Sebastopole’-eettafel van Michele De Lucchi, samen met eetkamerstoelen van Milo Baughman. Aan de muur een schilderij van Bernhardt.
©Emiliano Granado

Miami Vice

Het 550 vierkante meter grote Smith House, zoals het nu heet, is ontworpen door Gary Glenn, die in de jaren 60 architectuur studeerde aan de universiteit van Washington. Tijdens zijn militaire dienst bezocht hij in Europa tal van beroemde, modernistische locaties, zoals het Bauhaus in Duitsland en het appartementencomplex Unité d’Habitation van Le Corbusier in het Zuid-Franse Marseille. Later werkte hij ook een tijd in de Deense hoofdstad Kopenhagen, in het kantoor van architect Arne Jacobsen.

Video | Kijk binnen in Inge Onsea’s (Essentiel Antwerp) duplex vol kleur
Advertentie
Advertentie

Na zijn terugkeer naar St.-Louis werkte Glenn voor verscheidene architectenbureaus, tot hij in 1979 zijn eigen kantoor oprichtte. Hij werkte toen geregeld samen met Marcia Smith, een binnenhuisarchitecte en eigenares van een boetiek met een gedurfde en eigentijdse smaak. In 1984 sloegen de twee de handen ineen om een huis voor Smith te bouwen. De dochter van de Smiths, Ashley Smith Baptiste, die op de middelbare school zat toen ze het jaar daarna samen met haar ouders en oudere broer naar het huis verhuisde, weet te vertellen dat haar leeftijdsgenoten de woning het ‘Miami Vice-huis’ noemden. Trouwens, ook rapper Murphy Lee nam in 2003 voor de villa de videoclip van het nummer ‘Hold Up’ op.

De ‘Royal’-bank van Nathalie du Pasquier voor Memphis.
©Emiliano Granado

Miss Piggy

Terwijl het gebouw zelf de ‘internationale stijl’ belichaamde die Le Corbusier en anderen in de jaren 20 en 30 populair maakten, werd het interieur gevuld met stukken die waren ontworpen voor de speelse stijl van de Memphis Group, het designcollectief dat in 1980 werd opgericht door de Italiaanse architect Ettore Sottsass. Toen Bernhardt er haar intrek nam, nadat de Smiths in 2002 waren verhuisd, was het neon-adresbord bij de ingang verdwenen. De inbouwkasten waren weggehaald, er was een muur opgetrokken tegen de open trap om er een groot televisiescherm tegen te monteren, en wat ooit zwart, wit of levendig was geweest, zoals de cilindervormige, tomaatrode dampkap in de keuken, was vervangen door grijstinten.

Vandaag, na een zeventien maanden durende renovatie, lijkt het alsof Bernhardt voorbestemd was om hier te komen wonen. Er zijn inderdaad heel wat gemene delers tussen de flamboyante schilderijen van de kunstenares en de 44 Memphis-stukken die ze kocht voor het interieur: van Masanori Umeda’s ‘Tawaraya’, een halfgesloten platform dat eruitziet als een boksring, maar eigenlijk bedoeld is om rustig te gaan zitten en bij te praten, tot de ‘Super’-lamp van Martine Bedin met wielen als die van een speelgoedauto, en naakte lampen op de gebogen rug van een stegosaurus.

In de woonkamer staan Sottsass’ ‘Carlton’-boekenrek en Masanori Umeda’s ‘Tawayara’, een zitplatform met tatamimatten dat lijkt op een boksring.
©Emiliano Granado

De schilderijen van Bernhardt zelf zijn vrolijke, maar licht abstracte versies van bekende objecten en iconen, zoals sigaretten, schijfjes meloen, toiletrollen, colablikjes, Doritos, Swatch-horloges, Bart Simpson, Miss Piggy of E.T. – haar recentste tentoonstelling bij galerie David Zwirner in Hongkong was er trouwens een met nieuwe versies van Pokémon-kaarten. Bernhardt heeft niet de ambitie om het alledaagse te verheffen tot het niveau van grote kunst, maar wil ons haar onderwerpen opnieuw laten zien, en ons laten glimlachen terwijl we ze bekijken.

Futureproof | Binnenkijken in het ondergrondse huis van Kurt Stallaert

Op diezelfde manier heeft Bernhardt een band met de Memphis Group. De filosofie van Sottsass, zoals hij dat duidelijk maakte toen hij zijn vrienden-designers uitnodigde voor wat de eerste bijeenkomst van de groep was (Bob Dylans ‘Stuck Inside of Mobile with the Memphis Blues Again’ speelde op de achtergrond), bestond eruit om radicale meubels te maken die in serie geproduceerd konden worden met bescheiden materialen zoals terrazzo of vinyllaminaat. En hoewel Sottsass noch Memphis ooit een grote naam werd in de Verenigde Staten, valt hun invloed vandaag niet te ontkennen.

Voor de masterbedroom kocht Bernhardt de ‘Plaza’-kaptafel van Michael Graves voor Memphis.
©Emiliano Granado

Lang voor Bernhardt ooit iets had gehoord over Memphis of de door Instagram gevoede revival van de groep, had ze al een obsessie voor Esprit, het modebedrijf waarvan de ontwerpen uit de jaren 80 deden denken aan het in Milaan gevestigde collectief, maar dan met een Californische touch. Bernhardt heeft nog altijd een kast vol oude Esprit-stukken, zoals een jasje bedrukt met lieveheersbeestjes. Ze bewaart die in een logeerkamer waar ook een vrijstaande kledingkast staat in de vorm van een van de ‘Superboxen’ van Sottsass.

E.T. in de douche

Eigenlijk beschouwt Bernhardt het hele huis als een soort container met spullen en voorwerpen uit de jaren 80. In de L-vormige hall wordt de bezoeker meteen geconfronteerd met een vloerlamp van Sottsass die doet denken aan een insectenkop. Vlak daarachter hangt een schilderij dat Bernhardt maakte van E.T. die een douche neemt. Links is de eetkamer, die net als in de tijd van de Smiths zwarte muren heeft en een asymmetrische barkar met glazen blad die Javier Mariscal maakte voor Memphis.

In Bernhardts huis hangt een schilderij dat ze maakte van E.T. die een douche neemt.
©Emiliano Granado

Rechts bevindt zich de woonkamer, waarvoor Bernhardt een replica liet maken van een bar met spoelbak die Marcia Smith had ontworpen in Memphis-laminaat. Voor de terrazzo­vloer van de woonkamer, gespikkelde witte tressen tegen ­gespikkeld zwart, liet de kunstenares zich inspireren door een tekening van Marco Zanini die op de cover staat van ‘Memphis: The New International Style’ (1981).

Ondernemers openen ultieme vakantiehuis met chef in de Ardennen

Op de tweede verdieping staat in Bernhardts slaapkamer – er zijn er vier in totaal – een ‘Ultrafragola’-spiegel met golvende randen, ook van Sottsass. De aangrenzende badkamer is betegeld in een ‘Southwestern’-motief en heeft een wenteltrap die leidt naar de derde verdieping en een bibliotheek die gevuld is met boeken over Memphis.

The Pink Panther, een personage dat vaak voorkomt in de schilderijen van Bernhardt, zit aan de ‘Madonna’-tafel van Arquitectonica voor Memphis in de slaapkamer van Bernhardts zoon.
©Emiliano Granado

Gedurfd eerbetoon

Keith Johnson, de bekendste Noord-Amerikaanse handelaar in Memphis-stukken, zegt dat het huis in Amerika misschien wel het grondigste en meest gedurfde eerbetoon aan de beweging is. Maar de woning van Bernhardt is veel meer dan een hommage. De meubels uit de jaren 80 staan er naast hedendaagse kunstwerken van, onder meer, Katherine Bradford, Rafael Ferrer, Marcus Jahmal, Eddie Martinez, Zéh Palito en Mary Weatherford.

Bernhardt aarzelde ook niet om af te wijken van hoe het huis er vroeger uitzag. Zo zette ze de keuken grotendeels in turquoise, net als die van haar ouders: noem het een knipoog naar zowel de Mexicaanse architect Luis Barragán als The Pink Panther, nog zo’n figuur die blijft terugkeren in haar werk. Zo schilderde ze de achterkant van het huis ook vooral in roze.

Bernhardt liet de achterkant van haar huis roze schilderen, een knipoog naar architect Luis Barragán. De tegels van de buitenkeuken zijn geïnspireerd op die in een metrostation in het Italiaanse Brescia.
©Emiliano Granado

Bernhardt ziet die roze muren trouwens vaak. Als ze ‘s avonds thuiskomt van haar atelier, een voormalige carrosseriewerkplaats in de wijk Midtown in St.-Louis, dan stapt ze niet zelden in het bubbelbad van het buitenzwembad, dat is omzoomd met betonnen platen die zo zijn geschilderd dat ze lange lijnen van afwisselende tinten creëren: lavendel en oranje, zwart en groen, rood en bruin.

Getest | ‘Private hotel’ in Zuid-Frankrijk van Brusselse ondernemers

Toen Glenn langskwam om te kijken wat Bernhardt met het huis had gedaan, en het goed vond, vertelde ze hem dat er ook een paar eenden het zwembad hadden ontdekt. Hij lachte even en zei: ‘Misschien houden ze wel van de kleuren.’

Met uitzondering van de roze kraan, de cilindervormige rode dampkap en andere accenten koos Bernhardt ervoor om de keuken turkoois te verven, net zoals die in het huis van haar ouders.
©Emiliano Granado

Copyright: The New York Times

Advertentie