Advertentie
sabato

Binnenkijker: de Vlaamse versie van Frank Lloyd Wrights ‘Usonian Houses’

Met zijn brute bakstenen en verhoogde zitruimtes in beton toont het huis zijn leeftijd. Het werd in 1974 ontworpen door professor Jef Van den Broeck (1940-2019). ©Jan Verlinde

Met zachte hand renoveerde Arjaan De Feyter de bijzondere ouderlijke woning van Koen Hollanders in ’s-Gravenwezel. Een masterclass in beheersing en precisie, Frank Lloyd Wright achterna.

Je ouderlijke huis is als een midlifecrisis: vroeg of laat wordt iedereen ermee geconfronteerd. En dan moet je plots beslissen wat je ermee aanvangt. Wat doe je, als het leeg komt te staan: over je hart strijken en je jeugd verkopen aan de hoogste bieder? Of toch maar je broers of zussen uitkopen om er zelf in te trekken? Koen Hollanders en Kathleen Baert, zaakvoerders van een bouwtechnisch expertisebureau, kozen voor optie twee. Maar dan begon de grootste uitdaging pas. Want hoe geef je nostalgie een nieuw gezicht? Hoe hard druk je je stempel op je verleden?

Kathleen Baert en Koen Hollanders, zaakvoerders van een bouwtechnisch expertisebureau, keerden terug naar de ouderlijke woning van Hollanders, en besloten die te renoveren. ©Jan Verlinde

Je ouderlijke huis lijkt wel een Vlaamse versie van Frank Lloyd Wrights zogenaamde ‘Usonian Houses’: organische bungalows, gebouwd in natuurlijke materialen zoals hout en steen, met een opvallende dakstructuur. Waarom kozen je ouders voor dit soort architectuur?

‘Mijn ouders woonden lang in het toenmalige Zaïre (nu Congo), waar ik ook geboren ben. In 1976, toen ik vier jaar was, kwamen ze terug naar België, omdat hun nieuwbouw in ’s-Gravenwezel net opgeleverd was. Hun architect was een vriend aan huis, professor Jef Van den Broeck (1940-2019), die vooral car­rière maakte als docent en stedenbouwkundige. Hij woog decennialang op het ruimtelijke-ordeningsbeleid in Vlaanderen. Vooral het gezicht van Antwerpen veranderde hij voorgoed, want hij stak zijn schouders onder stadsvernieuwingsprojecten zoals Het Eilandje, Nieuw-Zuid en de heraanleg van de Scheldekaaien. Jef heeft maar één huis ontworpen in zijn carrière: dat van mijn ouders. Het interieur stond vroeger veel voller met souvenirs uit hun Afrikaanse periode. Ik ben daar selectief doorgegaan, maar er is nog wel wat over, als herinnering.’

©Jan Verlinde

Hoe ver kun je gaan in de renovatie, als je je roots én de smaak van je ouders wil respecteren?

‘Toen mijn ouders overleden zijn, verhuisden we met ons gezin weer naar hier. Dat was helemaal niet het plan, want we woonden eigenlijk in een heel leuk huis. Maar hier kleefden 45 jaar herinneringen aan de muren. Het huis liet me niet los. Al had het wel een update nodig. Met zijn brute bakstenen en verhoogde zitruimtes in beton toont het zeker en vast nog zijn tijd. Die karakteristieke elementen wilden we absoluut behouden. Maar we wilden er ook wel een huis voor ons gezin van maken. Dus het mocht niet ouderwets ogen.’

De belangrijkste ingreep was in de keuken, die vroeger afgesloten was met een kastenwand. ‘Die hebben we vervangen door een nieuw kastelement met slanke stalen legplanken.’ ©Jan Verlinde

Hoe heb je die evenwichtsoefening aangepakt?

‘Verscheidene architecten kwamen kijken en gaven hun visie. Een van hen stelde meteen voor om al die bakstenen muren binnen wit te pleisteren. Net wat we niet wilden. We zijn speciaal naar deze woning verhuisd om zijn unieke kenmerken te eerbiedigen. Dus wilden we met iemand samenwerken die het veel voorzichtiger aanpakte. Uiteindelijk kwamen we – via gemeenschappelijke kennissen – uit bij Arjaan De Feyter.’

De ontbijthoek, waar Koen Hollanders vroeger zijn huiswerk maakte. De stalen draaitrap, rechts vooraan in beeld, is een toevoeging van Arjaan De Feyter. ©Jan Verlinde

Als veelgevraagd interieurarchitect en als praktijkdocent inte­rieurontwerp aan de Faculteit Ontwerpwetenschappen in Antwerpen is hij een van de grootste talenten van zijn generatie. Maar paste deze opdracht wel in zijn oeuvre? Kon hij genoeg zijn stempel drukken?

‘Arjaan houdt van uitdagende opdrachten. Hij heeft hier eerst 45 minuten rondgelopen en rondgekeken. En dan zei hij: ‘Dit huis is eigenlijk al zoals het moet zijn. Alles wat je nog toevoegt, doet afbreuk aan het oorspronkelijke ontwerp.’ De paar ingrepen die hij deed, zijn heel subtiel. Je merkt ze bijna niet op, en dat is precies wat we wilden. Maar wij zien natuurlijk wel het verschil met vroeger.’

©Jan Verlinde

Waar zitten De Feyters secure interventies dan?

‘Een ruimte vooraan liet hij ruim een meter diep uitgraven om er een verzonken thuiskantoor van te maken, dat uitkijkt over het groen. Dat was een grote interventie, maar – behalve een extra draaitrap – had ze niet veel impact op de originele architectuur van de woning. De belangrijkste ingreep was in de keuken, die vroeger afgesloten was van de leefruimte met een dichtgemaakte kastenwand. Die hebben we eruit gehaald en vervangen door een nieuw kastelement met slanke stalen legplanken, ontworpen door Arjaan. Nu koken we op dezelfde plaats als vroeger, maar doorheen die legplanken hebben we wel connectie met de leefruimte. Al is nu het gevolg: als we gasten hebben, zijn ze niet meer uit de keuken weg te slaan. In de zithoek op de splitlevel zitten we nagenoeg nooit. Behalve met kerst of bij een verjaardag.’

De ingrepen die interieurarchitect Arjaan De Feyter deed, zijn heel subtiel. ©Jan Verlinde

Er zijn nogal wat details in notelaar uitgewerkt, ook al zo’n typisch warm materiaal dat Frank Lloyd Wright graag gebruikte.

‘De originele keuken, die we deels behouden hebben, was indertijd al in notelaar gemaakt. Vandaar dat we met dat materiaal voortgingen. Hier natuursteen of flashy materialen gebruiken zou niet werken. Voor de masterbedroom ontwierp Arjaan een nieuwe dressingkast in notelaar, die mooi opgaat in het geheel. Ook de verhoogde zithoeken in beton zijn authentiek. Al hebben we de zetels van mijn ouders opnieuw laten bekleden met een frisser stofje. Op hun vroegere betonnen plantenbakken liggen nu planken. Zo worden dat sokkels voor kunstobjecten. Ook de afgeronde ontbijthoek in notelaar is helemaal nieuw. Op die plek zat ik vroeger mijn huiswerk te maken. Maar de eethoek is nog volledig zoals ik hem vroeger gekend heb. De houten eettafel en de RAAK-lampen erboven zijn origineel uit de tijd van mijn ouders. Zelfs de houten vloeren en luchtverwarming zijn niet vervangen, alleen de verwarmingsketel is nieuw. Het dak aan de binnenkant isoleren was geen optie. Daar gyproc tegen schroeven zou de unieke latjesstructuur helemaal kapotmaken.’

De zithoek in notelaar in de uitgediepte werkruimte. Op de plaats van het grote raam zat vroeger een poort. ©Jan Verlinde

Het huis is dus niet alleen niet geïsoleerd, het heeft ook veel open ruimtes: dat lijkt problematisch in een tijdperk van piekende energieprijzen?

‘In het verleden is er wél al wat isolatie aan de buitenzijde aangebracht. De platte daken zijn bijvoorbeeld al goed geïsoleerd. Het pannendak kan nog worden verbeterd, wat in de toekomst ook zal gebeuren. Maar wel aan de buitenkant.’

Het huis uit 1976 lijkt wel een Vlaamse versie van Frank Lloyd Wrights zogenaamde ‘Usonian Houses’: organische bungalows, gebouwd in natuurlijke materialen, met een opvallende dakstructuur. ©Jan Verlinde

Tot slot: het enige wat niet helemaal in het plaatje past, is die goudkleurige wand.

‘Mijn vader heeft die bakstenen muur ooit geschilderd in witte glanzende lak. Minder geslaagd en vooral zonde, want die verflaag krijg je nooit meer helemaal weg. Tenzij je de muur zandstraalt, maar dat beschadigt de bakstenen dan weer te veel. Dus maakten we er maar een accentmuur van. In een warme, gloedvolle goudtint, zodat die wand meer opgaat in de architectuur.’

Het interieur stond vroeger veel voller, met souvenirs uit Afrika. ‘We zijn daar selectief doorgegaan.’ ©Jan Verlinde

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie