Futureproof | Binnenkijken in het ondergrondse huis van Kurt Stallaert

Wie midden in de natuur wil wonen zonder visuele overlast moet het lagerop zoeken, ondergronds. Futureproof bovendien, want klimaat- en planeetvriendelijk.

| Wat? | Architect Maarten Van de Voorde ontwierp een onzichtbare, ondergrondse woning, bereikbaar via een tunnel onder een schuur.
| Waar? | Op een afgelegen perceel in Asse, met uitzicht op het Pajottenland.
| Voor wie? | Het gezin van reclamefotograaf Kurt Stallaert.

Kurt Stallaert? Die ken je wellicht van zijn Rode Duivels-portretten. Hij was zelfs mee op het dramatische WK, vorig jaar in Qatar. De Belgische reclame­fotograaf is ook partner van Jaegher, een Belgisch merk voor op maat gemaakte race- en gravelbikes. ‘We wonnen zopas nog drie awards op de belangrijke fietsbeurs ­Bespoked in Bristol, Engeland’, zegt hij trots. Maar minstens even trots is hij op zijn ondergrondse huis in Asse. Dat mag – wat ons betreft – de award voor ‘best verstopte woning van het Pajottenland’ winnen.

Advertentie
Advertentie
De veelgevraagde reclamefotograaf Kurt Stallaert wilde zo neutraal mogelijk wonen, ‘uit respect voor de weides, bossen en heuvels uit mijn jeugd’.
©Julie Hoste / Courtesy of Kurt Stallaert

Aardbeienplantage

Vanaf het hobbelige wegeltje waarlangs je zijn afgelegen perceel oprijdt, merk je werkelijk niets van zijn huis. Wel stoot je op een stoere schuur in zwartgeblakerd hout. Pas als je vanuit het raam in de schuur naar de vallei kijkt, zie je een vreemd vijfhoekig gat in de grond: de lichtput voor de patio van Stallaerts ondergrondse ‘Pentagon’. ‘Dit is het landschap van mijn jeugd. Mijn grootoom had hier een aardbeienplantage. Als kind kwam ik hier vaak plukken’, vertelt hij. ‘Al heel lang was het mijn droom om hier te komen wonen. Het is een magische plek. Zonder zweverig te doen: hier hangt een soort sacrale energie. Niet voor niets staan hier zoveel veldkapelletjes.’

Video | Kijk binnen in Inge Onsea’s (Essentiel Antwerp) duplex vol kleur
Advertentie
Advertentie

Toen Stallaert enkele jaren geleden de kans kreeg om de schuur met een aanpalend stuk bouwgrond te kopen, contacteerde hij verscheidene architecten. ‘‘Breek die schuur af en bouw hier een grote nieuwbouwwoning’, stelden de meesten voor’, zegt hij. ‘Maar ik wilde helemaal geen opdringerig huis. Ik zocht net naar een manier om zo neutraal mogelijk te blijven, uit respect voor de weides, bossen en heuvels uit mijn jeugd.’

Bij het afgraven van het terrein stootte Stallaert op pure leemgrond. Vandaar de keuze om de muren binnenin ook met leem te bezetten.
©Julie Hoste / Courtesy of Kurt Stallaert

Zwemvijver als watertank

De doorbraak kwam er toen hij in contact kwam met Maarten Van de Voorde. De architect en landschapsarchitect uit Asse werkt al 25 jaar voor West 8: een bekroond internationaal bureau dat wereldwijd urbanistische en landschappelijke projecten doet. ‘Laat die schuur staan, maak er een trap in naar een ondergrondse tunnel en graaf je huis in het ­landschap in’, was zijn voorstel. Daar had Stallaert wel oren naar.

‘Non-architectuur’: zo noemt Maarten Van de Voorde dat, omdat zijn ‘egoloze’ ingreep nagenoeg onzichtbaar is. Maar om zo’n ondergrondse woning te realiseren, moet je natuurlijk eerst het landschap ferm beschadigen. ‘Een groot stuk is afgegraven en gedraineerd om er een betonnen plateau in te kunnen gieten. ­Boven op de dakconstructie werd een laag teelaarde voorzien voor de daktuin, die intussen weer visueel blendt met het landschap’, zegt Stallaert.

De tuin rondom zijn ‘holwoning’ liet hij bewust zo wild mogelijk. Zo lijkt het alsof de omliggende weilanden en bossen gewoon doorlopen tot aan zijn achterdeur. ‘Soms komen wilde reeën uit de bosjes water drinken aan onze zwemvijver’, zegt hij. ‘Die doet ook dienst als watertank. Ons huis functioneert voor 95 procent op regenwater en bronwater, waarvan hier dagelijks zo’n duizend liter opborrelt in onze vijver. Ik zal eerlijk zijn: eerst wilde ik een infinitypool in mijn tuin. Maar dat bleek te duur. Nog een geluk, want het zou als een tang op een varken hebben geslagen in dit landschap.’

In zijn interieur koos Stallaert vooral voor organische vormen en natuurlijke materialen.
©Julie Hoste / Courtesy of Kurt Stallaert

Geen geitenwollensokkentype

Bij het afgraven van het terrein stootte Stallaert op pure leemgrond. Vandaar de keuze om de muren binnenin ook met leem te bezetten. ‘Normaal zou er nog een gepleisterde afwerkingslaag op komen, maar we lieten de leem in zijn natuurlijke tint. Ik kan me niet voorstellen dat de muren hier wit en strak gepleisterd zouden zijn’, zegt hij. ‘Leem is een natuurproduct waarmee men al duizenden jaren bouwt. Het is ademend, reguleert het vocht en houdt de temperatuur onder controle.’

Dankzij hun natuurlijk isolerend, aarden jasje zetten ‘down-under’-woningen puike energieprestaties neer. Een niet te verwaarlozen voordeel in tijden van klimaatverstoring met meer hete zomers en onzekere energieprijzen.

‘Waarom zou je zoveel plaats en groen opofferen als je compacter kunt ­leven? Ik geef die oppervlakte liever terug aan de natuur dan dat ik ze bewoonbaar maak’, zegt Stallaert.
©Julie Hoste / Courtesy of Kurt Stallaert

‘Mee dankzij de grond die een constante temperatuur heeft van 12 °C, wordt het hier nooit warmer dan 20 °C. Ook niet in het heetst van de zomer’, zegt Stallaert. ‘Ik ben geen geitenwollensokkenman, maar ik sta wel achter de principes van ecologisch bouwen. We verwarmen ons huis met een warmtepomp. Aangevuld met zonnepanelen kunnen we het energiepeil bijzonder laag houden. Ik wilde nu al verder gaan dan de huidige energetische voorschriften, zodat dit huis futureproof is.’

Wonen in een zwevende glazen doos met hangende tuin boven Brussel

Ook het formaat van de woning was een keuze met het oog op de toekomst. ‘Ik zie het genoeg bij vrienden en kennissen: als de kinderen het huis uit zijn, is hun woning plots veel te groot. Ik wilde geen ‘oversized kot’ bouwen, want over tien jaar heeft iedereen hier het nest verlaten. Dit huis is opgevat als een appartement van 110 vierkante meter, waarin je perfect met twee kunt leven. Oké, voor een diner met vijftien man is het hier wat krap, maar geef nu toe: hoe vaak doe je dat in een jaar? Je moet een huis nooit ontwerpen voor uitzonderlijke gelegenheden. Trouwens, ik vind ruim wonen niet meer van deze tijd. Waarom zou je zoveel plaats en groen opofferen als je compacter kunt ­leven? Ik geef die oppervlakte liever terug aan de natuur dan dat ik ze bewoonbaar maak’, zegt hij.

©Julie Hoste / Courtesy of Kurt Stallaert

Open lay-out

Als hij geen carrière als fotograaf had uitgebouwd, dan was Kurt Stallaert naar eigen zeggen interieurarchitect geworden. Gepassioneerd vertelt hij over de atypische ruimtelijke en esthetische keuzes die hij maakte. ‘Er staan bijna geen wanden in ons huis, tenzij van glas. Het zou zonde zijn om dat uitzicht af te blokken met muren’, zegt hij. ‘Alle ruimtes en functies lopen hier in elkaar over. Maar dankzij die tussenliggende patio, waarin een Japanse esdoorn groeit, hebben we toch privacy in de badkamer, het bureau en de slaapkamer. Waarom zou je alles in afgescheiden hokjes moeten opdelen, als je ook in een open lay-out kunt wonen?’

In zijn interieur koos Stallaert vooral voor organische vormen en natuurlijke materialen. Tot en met het kleurrijke keukeneiland in keramiek en messing, een creatie van de Latemse studio Nestor & Rotsen. ‘Het keukenwerkblad en de kastfronten zijn afgewerkt in leemfinish’, zegt hij. ‘Als je zo’n uitzicht hebt, dan heb je geen inrichting nodig die dat ‘overpowert’. We wilden zo discreet mogelijk blijven ten opzichte van de natuur en het landschap.’

Tot en met het kleurrijke keukeneiland in keramiek en messing, een creatie van de Latemse studio Nestor & Rotsen.
©Julie Hoste / Courtesy of Kurt Stallaert
Advertentie