Interieurarchitecte Kim Mupangilaï | ‘Er was niks glamoureus aan mijn eerste maanden in New York’

Vijf jaar geleden belandde ze zonder plan in de VS, volgende week staat ze met haar werk tussen wereldtoppers op Design Miami. Wie is interieurarchitecte Kim Mupangilaï?

Het lijkt erop dat de Belgische Kim Mupangilaï als New Yorkse interieurarchitecte haar American dream zal kunnen realiseren. Volgende week exposeert ze op Design Miami, de hoogmis van het collectible design. Ze toont er in wereldprimeur een voorsmaakje uit haar eerste meubellijn, waarmee ze in mei 2023 solo zal uitpakken tijdens de New York Design Week. ‘Ik ben zelf nog nooit naar Design Miami geweest. Het moet nog een beetje doordringen wat voor eer het eigenlijk is’, geeft ze toe. ‘Toen ik op Instagram postte dat ik aan een eigen designcollectie werkte, kreeg ik meteen reactie van een galeriehouder uit New York. Ik had een interessant gesprek met hem, maar hij verwees me meteen door naar galerie Superhouse. Die stelde me een solo voor in New York én een groepstentoonstelling op Design Miami. Zot dat ze daarmee afkwamen, want ik had toen nog maar één meubel af, een stoel in raffia, teak en steen. Behalve renderings en schetsen had ik helemaal niks te tonen.’

©Gabriel Flores
Advertentie
Advertentie

Zoektocht naar zichzelf

De collectie vertrekt vanuit het traditionele craftsmanship, voor haar de basis van de Afrikaanse kunst en geschiedenis. ‘Ik tekende heel bewerkelijke interieurobjecten en losstaande vormen in steen en hout. Best complexe stukken, zoals de kronkels in mijn hoofd’, lacht ze. ‘De collectie bestaat voorlopig uit een stoel, een daybed, een lamp, een kast en een roomdivider van ruim honderd kilogram. Het is die paravent die ik in Miami wil tonen in een slaapkamersetting waarvoor ook drie andere jonge designers – de Amerikanen Ellen Pong, Ryan Decker en Sean Gerstley – stukken zullen maken’, zegt ze.

Mupangilaï noemt haar debuutcollectie zelf ‘een transcultureel zelfportret’: de osmose van haar Belgische en Congolese kant. ‘Ik ben geboren en getogen in België, en ben dus compleet westers opgevoed. Maar op school kreeg ik wel vaak opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd, waardoor ik me wat minder thuis voelde. ‘Wat scheelt er met jou: je bent niet blank en niet zwart? Wat ben je dan wel?’ Voor dit project was het vooral zoeken naar mijn Congolese roots. Ik bestudeerde veel Afrikaanse kunstobjecten. Maar ik dook ook in de geschiedenis van mijn vader, die uit Kinshasa afkomstig is. Een vreemde ervaring was dat, want het riep meteen duizend vragen op die ik niet kon beantwoorden. Tegelijk was het alsof ik mijn gemengde identiteit eindelijk een beetje beter begon te begrijpen. De puzzel begon te kloppen. Aan die zoektocht naar mezelf wilde ik mijn hele collectie ophangen. Ik wilde niet gewoon in een magazine bladeren en wat willekeurige invloeden samengooien, zoals wel vaker gebeurt. Het moest echt iets persoonlijks worden, anders had het geen zin.’

Advertentie
Advertentie
Mupangilaïs eerste interieurproject in New York: bar-restaurant Ponyboy in de wijk Greenpoint. ‘Ik had toen nog geen enkele realisatie.’

Barn in Hudson

Al drie jaar werkt Kim Mupangilaï in stilte aan haar debuutcollectie. ‘Maar nooit fulltime natuurlijk, want de huur in New York is zo hoog dat je moet overleven met jobs die wél iets opbrengen’, zegt ze. Momenteel is ze bezig met een gigantisch privéproject: de renovatie en inrichting van een oude schuur van 370 m². ‘Midden in de pandemie kocht een jong koppel – een businessprof aan Columbia University en een psychologe – een barn in Hudson, zeg maar de Ardennen van New York. Ze vroegen me of ik de eerste verdieping van die schuur wilde aanpakken. Ik was toen nog voltijds studio- en productiemanager van beeldhouwster Simone Bodmer-Turner. Maar ik kon die opdracht niet laten schieten. Dus werkte ik daar ’s avonds aan, na mijn uren. Tot het niet langer combineerbaar was. Ik besloot om voluit te gaan voor mijn eigen projecten, zowel interieur als meubilair. Zo evolueerde alles wat sneller.’

Intussen is één verdieping van die schuur af: een mix van doorleefde stukken en veel hout, zoals Mupangilaïs eigen appartement. De eigenaars waren zo tevreden over de samenwerking dat ze haar intussen ook de gelijkvloerse verdieping lieten aanpakken. ‘Weliswaar in een andere stijl: stoerder, met meer metaal en brutalistische elementen. Opnieuw vertrouwen ze mijn smaak blindelings. Op een bepaald moment gaven ze me zelfs gewoon hun creditcardnummer. ‘Bestel maar wat je mooi vindt’, zeiden ze. Zo heb ik onder meer vintage stoelen gekocht bij Goldwood by Boris in Antwerpen. De prijzen voor design zijn in Amerika zo hoog dat het vaak de moeite loont om een container te vullen vanuit België.’

©Gabriel Flores

Wie Kim Mupangilaï (33) in België wil treffen, moet geduld én geluk hebben. De interieurarchitecte en grafisch vormgeefster woont al vijf jaar in New York. En als ze eens terug is, is het drummen in haar agenda tussen de vele mensen die haar willen ontmoeten. ‘Het was van 2019 geleden dat ik hier nog eens was’, zegt ze als we haar – met een gelukje – treffen op een Gents terras. ‘Ik ben intussen officieel ‘resident of the United States’. Maar een Amerikaans paspoort hoeft voor mij niet. Wie is autochtoon in een stad waar toch iedereen is aangewaaid? New York is één grote ‘melting pot’ van allerlei nationaliteiten, die er zich allemaal proberen thuis te voelen. Inclusief ikzelf en mijn vriend Gabriel Flores, een videast en fotograaf. Hij heeft Italiaans, Spaans en Mexicaans bloed, maar hij woonde tot 2010 nog in Arizona, voor hij zich in New York installeerde. Daar leerde ik hem kennen.’

Toen ze in 2018 in New York kwam wonen, kreeg Mupangilaï best wat jaloerse reacties. ‘Maar ik kan je verzekeren: er was niks glamoureus aan mijn eerste maanden daar. Ik verbleef in een casco winkelpand in Manhattan, zonder verwarming. Het was afzien, omdat het net winter was’, herinnert ze zich. ‘Ik leefde echt als een zwerver, met een matras op de grond, zonder keuken of badkamer. Om het toch een beetje leefbaar te houden, schafte ik mezelf het duurste fitnessabonnement aan, zodat ik tenminste kon gaan douchen. En zo bleef ik ook fit.’

Haar interieur leest als een multiculturele tijdreis, die naar Afrika leidt. Maar evengoed naar Japan, zoals dat lage bed en die Noguchi-lamp.
©Gabriel Flores

Ponyboy als doorbraak

Mupangilaï kon gratis in het pand wonen dankzij een van de eigenaars. Ze had die – ook al met een gelukje – ontmoet op een backpacktrip door Australië, nadat ze in 2016 was afgestudeerd als grafisch vormgever en interieurarchitect in Gent. ‘Als je ooit naar New York wil komen, kan ik je een verblijfplek regelen’, had die man toen gezegd. Die belofte bleek dus een leegstaand horecapand, waar aanvankelijk Ponyboy in zou komen: zijn bar-restaurant waarin ook concerten en events plaatsvinden. ‘Die renovatie ging niet door, dus kon ik er tijdelijk crashen. Toen hij maanden later een ander horecapand vond in Greenpoint, vroeg hij me of ik het interieur wilde ontwerpen. Ik was verrast, want ik had toen nog geen enkele realisatie op mijn palmares. Het interieur van Ponyboy moest een funky mix worden van retro seventies- en ninetieselementen. Enorme stress had ik over mijn eerste project, want ik wist niet goed waaraan ik begon. Ik moest letterlijk álles nog uitzoeken. Zelfs het omrekenen van centimeter naar inch was een uitdaging. En ik werkte toen ook nog voltijds bij het bureau Crème Jun Aizaki Architecture & Design. Gelukkig is het goed gekomen.’

Mupangilaïs appartement in Crown Heights, een opkomende multiculturele buurt in Brooklyn. Ze werkt en eet aan een ‘Data Table’ van de Brugse ontwerper Thomas Serruys.

Ponyboy is opgeleverd in 2018 en bestaat nog, wat een wonder is in New York, waar alles snel verandert. ‘Het interieur wordt gesmaakt. En het is nog niet in elkaar gestort’, lacht Mupangilaï. ‘Het leidde alleszins al tot veel exposure. Dus ik ben er best trots op.’

Het leverde al zeker één nieuwe opdracht op. Want vlak voor ze in september terug naar België vloog om haar visum te vernieuwen, kreeg Mupangilaï nóg een leuk telefoontje. Of ze de tweede vestiging van Ponyboy in Manhattan ook wilde inrichten? ‘Die zal een stuk groter worden dan de eerste’, zegt ze. ‘Ik heb meteen toegezegd. Ook al werk ik nog altijd alleen, vanuit mijn appartementje. Misschien zal ik toch versterking nodig hebben in de toekomst.’

De originele lambrisering combineerde Mupangilaï met primitieve kunstobjecten, keramiek, houten sculpturen en doorleefde vintage.
©Gabriel Flores

Geen modellencarrière

Dat ‘appartementje’ in Crown Heights, een opkomende multiculturele buurt in Brooklyn, is de wereld rondgegaan toen Mupangilaï de coverreportage van het Franse magazine Milk Decoration haalde, in mei 2022. Ze kon er haar persoonlijke universum voor het eerst in volle glorie tonen. Haar ‘moody’ en ‘crafty’ appartement in een typische New Yorkse brownstone van rond 1900 sprong eruit door zijn sensuele palet van bruintinten en gebroken witten. De originele sierlijsten en lambrisering in arts-and-craftsstijl combineerde ze met primitieve kunstobjecten, keramiek, houten sculpturen en doorleefde vintage.

Haar interieur leest als een multiculturele tijdreis, die uiteraard naar Afrika leidt. Maar evengoed naar Japan (dat lage bed en die Noguchi-lamp), naar het Mexico van architect Luis Barragán en naar de tijd van de Shakers. En naar België, want de raffiavaas op de tafel is van haar grootvader. ‘En ik werk en eet aan een ‘Data Table’ van de Brugse ontwerper Thomas Serruys’, zegt ze.

De interieurcollectie van Kim Mupangilaï bestaat voorlopig uit een stoel, een daybed, een lamp en een roomdivider van ruim honderd kilogram. ‘Het is die paravent die ik in Miami wil tonen in een slaapkamersetting.’

‘De coverstory in Milk was een deur­opener. Maar tegelijk was het wennen om dat kleine meisje uit Puurs op de voorpagina te zien staan in al die magazinewinkels’, zegt ze. Nochtans is Mupangilaï de camera’s gewoon. Haar vriend Gabriel Flores beschouwt haar als zijn muze en fotografeert haar vaak. En dankzij haar ravissante looks wordt ze ook geregeld gevraagd als model voor campagneshoots van mode- en beautymerken. ‘Maar ik zeg alleen toe voor merken waar ik achter sta en als ze een degelijk bedrag betalen’, zegt ze. ‘Ik doe dat alleen om wat bij te verdienen. Model zijn is mijn passie niet. Het mag mijn carrière niet in de weg zitten.’ Eerlijk gezegd, over die carrière zouden we op beide oren slapen.

Kim Mupangilaï

| Kim Mupangilaï exposeert op stand C04 op Design Miami, van 30 november tot en met 4 december in galerie Superhouse.

Nel Verbeke

Nog een andere Belgische vrouw debuteert op Design Miami: Nel Verbeke (1989). De conceptuele designer, bekend van het collectief Brut, is uitgenodigd door de New Yorkse Emma Scully Gallery. ‘Emma organiseert een groepstentoonstelling met werk van vrouwelijke designers’, zegt Verbeke. ‘Voor de expo ‘Reflecting Women’ vroeg ze om een spiegel te herinterpreteren. Die creaties hangt ze samen op één muur van haar stand.’

Verbeke maakte een spiegel in lensvorm die aan de binnenkant – op antieke wijze – is verzilverd. Als je door de spiegel kijkt, zie je een brandende kaars.

Advertentie

| Nel Verbeke debuteert op ‘Reflecting Women’, de groepsexpo door de Emma Scully Gallery op stand C02 op Design Miami.

Advertentie