sabato

Legendarische Peter Saville pakt nu ook je interieur aan

Peter Saville, de legendarische platenhoesdesigner van Joy Division en New Order, ontwerpt gordijnen en zetelstoffen voor Kvadrat. ‘Een nieuwe generatie herontdekt mijn werk’, zegt de Brit, die samenwerkte met Raf Simons, Burberry en Stella McCartney.

Ja, er zijn wel eens albums te laat gereleaset, omdat Peter Saville de deadline voor het hoesontwerp miste. Het is hem vergeven, want met die legendarische platencovers voor Joy Division, New Order, Roxy Music en Duran Duran bepaalde hij mee het gezicht van de postpunk in de jaren 1980. Hij bleef gelukkig niet hangen in die newwavetrip. Met zijn huisstijlen voor Burberry, Stella McCartney, Dior, Calvin Klein en Kvadrat zette hij de jongste tien jaar de grafische standaard voor internationale luxemerken.

©Technicolour

Dat een van de invloedrijkste grafische vormgevers van onze tijd zijn jeugdzomervakanties doorbracht op een boerderij in f*cking Wales zou je de energieke Londenaar nooit aangeven. Maar die kinderjaren lieten hun (verf)sporen na. ‘Mijn vriend Jason en ik waren cracks in doen alsof we meehielpen op de boerderij’, gniffelt hij. ‘Wat me daar toen opviel: die schapen waren getagd met een spuitbus. Het leek wel een geheimcode die alleen veehandelaars begrepen. Een goeie platenhoes werkt net zo: het is een gesofisticeerde visuele code die de juiste mensen snappen.’

‘Als 66-jarige voelt het logischer om een stoffencollectie te bedenken dan een platenhoes.’
Peter Saville
Grafisch ontwerper

Vijftig jaar later snapt Saville die boerengraffiti nog steeds niet. Maar hij gooide de herinnering aan die geverfde schapen wel op tafel bij de Deense stoffenproducent Kvadrat. En ook daar bleef het beeld hangen. ‘We vroegen ons af wat er zou gebeuren als we die gekleurde wol gewoon zouden meeweven met de rest. Dat concept leidde uiteindelijk tot ‘Technicolour’, een collectie met gordijnstof, zetelbekleding en tapijten. Je merkt het eerst niet, maar er zitten overal kleine kleurenpixels doorheen het textiel geweven. ‘Technicolour’ is een mix van urban graffiti en het rurale plattelandsleven. We halen buiten naar binnen.’

Joy Division

Peter Saville stak in 1978 zijn neus voor het eerst aan het muziekvenster. Hij was nog niet eens afgestudeerd aan de Manchester Polytechnic School, of hij had al mee Factory Records opgericht. ‘Platenlabel is een groot woord, het was meer een hobbyproject voor Tony Wilson, Alan Erasmus en mijzelf. Omdat ik grafische vormgeving studeerde, mocht ik als artdirector de platenhoezen ontwerpen voor onze bands.’ Joy Division was er een van. Voor hun debuut, ‘Unknown pleasures’, kreeg Saville in 1979 van frontman Ian Curtis een diagram van de signalen van de eerste pulsar: de elektromagnetische ster CP 1919. ‘Ik kon gelukkig de studio gebruiken van een lokaal magazine, waar ik mocht experimenteren met doordrukpapier, een camera en druktechnieken. Na een nacht proberen had ik die hoes in elkaar geflanst. Het was het beste wat ik toen kon. Meer had ik echt niet in mijn mars. Had Ian een cover in kleur gewild, het was me nooit gelukt.’

Op zijn 66ste komt de iconische Britse platenhoesontwerper Peter Saville voor het eerst naar buiten met een volwaardige textielcollectie. ©Technicolour

Wat maakt dat ontwerp – in al zijn knulligheid – dan zo goed? ‘Ik ontwierp gewoon een hoes die ik zelf had willen hebben. Platencovers zijn visuele communicatie: een codetaal voor een bepaalde subcultuur. In de jaren 1960 en 1970 kwam heel onze visuele cultuur van platenhoezen. In Manchester waren er helemaal geen galeries voor hedendaagse kunst. Een platencover was een canvas waarmee je, in het presocialemediatijdperk, kon connecteren met gelijkgestemden van Oslo tot Barcelona.’

Belgische minnares

De rest is design- en muziekgeschiedenis. Na ‘Unknown pleasures’ trok Saville naar Londen. Die iconische hoes was zijn entreeticket bij de platenfirma’s waar hij aanklopte. Ook Joy Division kwam naar Londen om hun tweede en laatste album ‘Closer’ te maken. ‘Toen de band me een voorstel voor de hoes vroeg, toonde ik een foto van een klassieke beeldengroep op een familiegraf in Genua. Nu lijkt dat profetisch, omdat Ian nog vóór de release zelfmoord pleegde. Maar toen ik dat ontwerp voorstelde, wist ik absoluut niet hoe diep Ian zat. De enigen die dat wisten, waren zijn vrouw Deborah en zijn Belgische minnares Annik Honoré. Honoré had de songteksten gelezen die hij ’s nachts schreef. Toen ze bezorgd belde naar platenbaas Tony Wilson, kreeg ze geen gehoor. Een paar maanden later was Ian dood. Ik kan nog steeds niet naar het nummer ‘Isolation’ luisteren zonder aan die tragedie te denken.’

Voor de ‘Technicolour’-collectie van het Deense Kvadrat haalde Saville inspiratie uit schapen die zijn getagd met een spuitbus. ©Technicolour

In de jaren 1980 was Saville een veelgevraagd coverontwerper. Onder meer voor OMD en Roxy Music, maar ook voor Wham, Peter Gabriel en New Order: de band die de overgebleven leden van Joy Division oprichtten. ‘Het verschil is: met een frontman is er een duidelijke hiërarchie. Hij beslist over de cover, punt. Zonder Ian waren de bandleden het maar over één ding eens: dat ze het nergens over eens waren. Dus koos ik de covers autonoom. Ik kon volledig mijn zin doen. Ik ben er zeker van dat New order de hoes van ‘Blue Monday’ in de platenwinkel voor het eerst heeft gezien’, zegt hij.

In geldnood

Naarmate Saville de 35 naderde, begon zijn werk in de muziekbranche wat te wringen. ‘Als tiener en twintiger ontleen je je identiteit aan de subcultuur waartoe je wilt behoren. Platenhoezen ontwerpen is dan zowat het coolste wat je kunt doen. Of in een band spelen natuurlijk. Vanaf mijn dertigste zag ik meer en meer vrienden bankier, regisseur, ondernemer of verloofd worden. De platenhoezen die ik ontwierp, communiceerden nog wel met de youngsters. Maar ik was er zelf geen deel meer van. De speeltijd was voorbij’

Meer zelfs: Factory Records ging in 1992 failliet, de cd overklaste de lp en de Londense graficus kwam in geldnood. ‘Ik trok naar New York om een paar jaar voor de Pentagram Group te werken, een bekend ontwerpbureau. Voor het eerst in mijn leven had ik een mentor van wie ik veel opstak. Maar ik zag ook hoeveel oninteressante opdrachten zo’n bureau moest binnenhalen om de medewerkers en hun families te kunnen voeden. Alles wat ik niet wilde.’

Peter Saville Installatie op de Salone Del Mobile 2021. ©Matteo Girola

Na New York probeerde Saville het in Los Angeles, omdat David Bowie ‘mij geleerd had dat je jezelf continu kunt heruitvinden’. Maar LA bleek een veredeld kuststadje. ‘Je voelt je daar zo op vakantie dat je vergeet te werken en de hele tijd in short rondloopt of aan het zwembad ligt. Het is verleidelijk om te denken: hé, zo zou ik altijd kunnen leven. Maar als je er te lang blijft plakken, voelt een serieuze metropool als Londen of New York op de duur heel intimiderend. Je schrikt dat mensen er pakken dragen in plaats van korte broeken.’

Raf Simons

‘Als ik heel eerlijk ben: tussen mijn 35 en 55 heb ik heel lastige jaren gehad. Ik zat nooit compleet zonder werk: voor artiesten als Pulp, Suède en Goldie maakte ik in de jaren 1990 nog wel albumhoezen. Maar ik had geen zin om ‘communication designer’ te zijn voor grote merken waar ik niet om geef’, zegt Saville.

‘De kentering kwam er zo’n tien jaar geleden. Er stond een generatie op die opgegroeid is met Joy Division, New Order en Roxy Music. Enkele van hen waren decision makers geworden in hun vakgebied, van mode tot politiek, film, design of sport. Zij kenden mijn oude werk. En zij klopten bij mij aan voor nieuwe samenwerkingen. Dat heeft alles veranderd.’

‘In de jaren 1960 en 1970 was een platencover hét canvas waarmee je, in het presocialemediatijdperk, kon connecteren met gelijkgestemden.’
Peter Saville
Hoesontwerper

De Belg Raf Simons was een van die sleutelfiguren. ‘Raf en ik liepen al jaren rond in dezelfde ‘interzone’: een fictief gebied tussen mode, kunst, fotografie, film, muziek en grafische vormgeving. We wisten van elkaars bestaan af. Dat moest in 2003 wel leiden tot een eerste samenwerking.’ Voor zijn wintercollectie 2003-2004 mocht Raf Simons Savilles bekendste platencovers samplen. Later schakelde de Belgische ontwerper Saville ook in voor de visuele rebranding van Dior en Calvin Klein. ‘En ik introduceerde Raf vervolgens bij Kvadrat’, zegt de Brit. ‘Hij zit nu bij Prada in Milaan, maar daarvoor belde hij me nog niet.’

Ook Riccardo Tisci herontdekte hem en liet hem een nieuw logo en monogram voor Burberry ontwerpen. En zelfs de Engelse nationale voetbalploeg polste Saville: hij mocht in 2010 hun nieuwe truitjes ontwerpen voor Umbro.

Onzichtbaar vierkant

Peter Saville kreeg in 2004 al zijn allereerste opdracht van Kvadrat: de visuele identiteit herwerken van typisch Scandinavisch familiebedrijf naar internationale smaakmaker. ‘Kvadrat is een heritage brand, dat werd opgericht in 1968’, aldus Saville. ‘Maar zelfs hun heilige logo, het rode vierkantje, heb ik laten sneuvelen. Begin jaren 2000 was er in elke grote stad wel een Red Dot Café of een designbedrijf dat een Red Dot Award had gewonnen’, zegt hij. ‘Ik werd aan boord gehesen door Anders Byriel, de zoon van de oprichter. Natuurlijk wilde die zijn stempel drukken en innoveren. Maar om zijn vader niet te choqueren, moest ik dat vierkant subtiel een andere invulling geven. Beetje technisch misschien, maar ik ontwierp een grid van onzichtbare vierkanten, waarop ik alle visuele communicatie uitlijnde. Het vierkant was er nog, je zag het alleen niet meer.’

Savilles textielcollectie is nogal conceptueel: de gemêleerde kleuren in de Kvadrat-stof zie je pas als je van heel dichtbij kijkt. ©Casper Sejersen

©Casper Sejersen

De rebranding werd een succes. ‘Sindsdien zijn ze zo galant om me als consultant aan boord te houden’, lacht Saville. En nu komt dus de bekroning: zijn eerste volwaardige textielcollectie ooit voor het stoffenlabel. Eigenlijk komt Saville rijkelijk laat met die eerste collectie stoffen. Want al sinds Yohji Yamamoto’s minimalistische catalogus in 1985 werkt hij samen met modeontwerpers. ‘Maar zelf een lijn bedenken: nee, zover was het nooit gekomen’, zegt hij. ‘Ik groeide nochtans op in de textielstad Manchester. Thuis hadden wij een bourgeois interieur met gestoffeerde zetels, antiek meubilair en victoriaanse schilderijen. Als 66-jarige voelt het logischer om een stoffencollectie te bedenken dan een platenhoes.’

Op huizenjacht

De revival leverde de ontwerper dit jaar de CBE-prijs op: hij is nu Commander of the order of the British Empire. Het onvermijdelijke is gebeurd: Saville is nu zelf een heritage brand. Is het dan op zijn 66ste eindelijk tijd om aan dat zwembad in LA te gaan liggen? Of wordt het een boerderij in Wales?

‘Ik kan nu heel selectief zijn in mijn opdrachten, ja. Maar ik ben zo dom geweest om nooit vastgoed te kopen in Londen. Mijn vriendin Anna en ik woonden tot nu in mijn vroegere ontwerpstudio, maar daar moet ik uit. Ik moet dringend een huis zien te vinden dat ik kan betalen.’ De gordijnen en zetelbekleding zijn al geregeld.

Saville’s Row: Les pochettes de disques les plus célèbres de Peter Saville.

‘Unknown pleasures’, Joy Division, 1979, Factory Records

Quand Peter Saville est chargé de concevoir la pochette du premier album de Joy Division, le groupe lui confie un dossier avec du matériel d’inspiration, dont une image des ondes radio d’un pulsar, tirée d’une publication de Cambridge sur l’astronomie. Ian Curtis voulait une pochette blanche ornée de ce graphique, mais Saville a estimé que le noir serait plus puissant.

‘Closer’, Joy Division, 1980, Factory Records

Pour le deuxième et dernier album de Joy Devision, sorti après le suicide de son chanteur et leader Ian Curtis, Peter Saville a choisi une photo de Bernard Pierre Wolff représentant une sculpture décorant un caveau familial au cimetière de Gènes, une image qui s’est révélée prophétique.

‘Power, corruption & lies’, New Order, 1983, Factory Records

En cherchant un tableau de la Renaissance qui aurait convenu au titre du deuxième album de New Order, à National Gallery de Londres, Peter Saville est tombé sur cette toile de l’artiste français Henri Fantin-Latour (1890). Raf Simons l’a reprise dans sa collection hiver 2003, "Closer", et la marque de streetwear Supreme pour sa collection été 2013.

Orchestral Manoeuvres in the Dark, 1980, Dindisc

La pochette orange et bleue du premier album d’Orchestral Manoeuvres in the Dark (OMD) est inspirée d’une porte perforée conçue par l’architecte d’intérieur Ben Kelly, un collaborateur de Saville. À travers les découpes de la pochette bleue, on voit la pochette orange. Ce travail révolutionnaire leur a valu un prix.

‘Technique’, New Order, 1989, Factory Records

Qu’il s’agisse de typographie, de peinture ou de sculpture, Peter Saville aimait intégrer des références à l’histoire de l’art dans ses pochettes. Pour "Technique" de New Order, il voulait faire une pochette "à la Yves Klein". Chez un antiquaire de Pimlico Road, il a trouvé une sculpture de chérubin, qu’il a photographiée de manière conceptuelle.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie