sabato

Op zoek naar zwart marmer in de laatste mijn van België

Noir de Golzinne, Belgiës beroemdste zwart marmer. ©Luca Beel

Het beroemdste zwarte marmer ter wereld wordt ontgonnen in de laatste mijn van België. ‘Noir de Golzinne’ vind je van de Taj Mahal tot in het Kasteel van Versailles. Wij doken we de mijnschacht in.

Of we, voordat we de mijn ingaan, zeker de aansprakelijkheidspapieren willen tekenen. Mocht er een ongeval gebeuren. ‘Bijvoorbeeld een val, verstuiking, verplettering, botsing, verdrinking of elektrocutie’, lezen we op het contract. ‘En de lijst is niet exhaustief.’

Zelfs met een ‘gilet jaune’ aan en een veiligheidshelm op zijn we voorzichtig in de laatste actieve mijn van België. Je weet nooit. Maar eerlijk gezegd: we voelen ons geen moment in gevaar. Zelfs niet op 70 meter diepte in de donkerste spelonk van Golzinne. Dat godvergeten dorp tussen Waver en Namen is de enige plek ter wereld waar het beroemde zwarte marmer nog ondergronds ontgonnen wordt.

‘Vroeger daalden we af in deze kooi’, zegt mijnchef Mario Mottini. Hij wijst naar een roestige open cabine, die al jaren in onbruik is. ‘In de mijnschacht 66 meter naar beneden zakken aan dikke kabels: dat was een spectaculaire ervaring. Nu is de toegang een pak minder claustrofobisch.’

Noir de Golzinne

De mijn betreden heeft iets van grafschennis. Als we tussen ontgonnen marmerblokken een pad naar beneden lopen, zien we plots een gat in de rots. Het lijkt een immense tombe. Zo een waar in de Bijbel - rond deze tijd van het jaar - een enorme steen voor gerold lag. ‘Deze ingang van de mijn is rond 1870 uitgehakt. Met de hand, ja. Zonder ventilatie, verlichting of kranen waren de werkomstandigheden binnenin erg ongezond.’

In de mijn van Golzinne, een godvergeten dorp tussen Waver en Namen, wordt, als enige plek ter wereld, het beroemde Belgische zwarte marmer nog ondergronds ontgonnen. ©Luca Beel

Lange tijd maakten ze met buskruit bepaalde lagen los. Tijdens de pauzes, terwijl de mijnwerkers hun boterhammen aten, kon het stof neerdwarrelen. Maar sinds de treinaanslagen in Madrid in 2004 is die springstof streng gereguleerd.

‘Nu gebruiken we vooral diamantkettingzagen met een arm van anderhalve meter’, zegt Mottini. ‘Een mijnramp is hier gelukkig nooit gebeurd. Omdat we absoluut willen vermijden dat de mijn instort, is de entree deels gebetonneerd. Ook binnen hebben we het plafond op bijna 1000 plaatsen chemisch verankerd. Als een kraan per ongeluk ergens tegen rijdt, klapt de boel niet ineen.’

Uniek marmer

Mottini is nog niet uitgesproken of uit een onderaardse gang zien we de koplampen van een groene Caterpillar opdoemen. De kraan puft en knarst om een blok van drie bij één meter te torsen, goed voor zo’n zeven ton. ‘Dat is echt het maximum dat we hier kunnen tillen. Vooral Amerikaanse klanten willen graag nog grotere marmerplaten. Wie hier komt, snapt dat wij die gewoon niet naar boven krijgen. Architecten en ontwerpers moeten daar rekening mee houden.’

Als je met de hand schuurt, ziet het marmer eruit als een iPhonescherm.
Pierre De Valck
Designer

Wat meteen opvalt: het ontgonnen rotsblok is niet zwart. Veeleer onbestemd grijs. ‘Pas als je het marmer helemaal polijst, komt die gewilde zwarttint naar boven’, zegt Mottini. ‘Het beste resultaat krijg je als je met de hand schuurt. Dan ziet het marmer eruit als een iPhonescherm.

Het zwart heeft een ongelooflijke diepte: het lijkt alsof je in de materie kunt duiken. Een vierkante meter manueel schuren duurt gemiddeld een uur. Machinaal polijsten gaat een stuk sneller. Maar is ook veel delicater bij geaderd marmer, want je ziet de kleinste slijpsporen. Het is echt carrosseriewerk.’

De ontgonnen rotsblokken zijn niet zwart. Veeleer onbestemd grijs. Pas als je het marmer helemaal polijst, komt die gewenste zwarttint naar boven. ©Luca Beel

Designer Pierre De Valck

Pierre De Valck (29) weet wat hem te wachten staat: schuren, schuren en nog eens schuren. De jonge Gentse designer werkt samen met Atelier Ecru (Gent) en Galerie Philia (New York & Genève). Vandaag is hij in Golzinne, omdat hij absoluut een stuk Belgisch zwart marmer wil kiezen. ‘Ik wil dat verwerken in een wandkast. Die toon ik vanaf 3 april op Prelude in Gent: een initiatief van Belgium Art Design Fair. Eind mei presenteer ik een kast met Noir de Golzinne op de beurs Collectible in Brussel. En dat stuk reist dan door naar mijn debuut op het Salone del Mobile in Milaan’, zegt hij.

Een wandkast van Pierre De Valck met een stuk zwart marmer erin verwerkt, is vanaf dit weekend in Gent te zien.

‘Modern Antiquities’ noemt hij zijn werk graag. Zijn aluminium meubels zien er minimalistisch uit, maar hij monteert er altijd een ruwe brok natuur in. ‘Ik probeer miljoenen jaar oude geologische processen te vangen in een hedendaagse vorm. De stenen of mineralen die ik met de hand verwerk, hebben een historische betekenis. Bijvoorbeeld lapis lazuli of jaspis: allebei olieverfpigmenten sinds de Vlaamse primitieven. Noir de Golzinne wordt ook al eeuwen gebruikt, dat materiaal overstijgt de hypes in de natuursteenwereld moeiteloos.'

'Door die historische verwijzingen krijgen mijn meubels iets tijdloos. Ze hangen tussen twee tijdperken in, als getuigenissen van ons collectief geheugen’, vertelt hij terwijl we in de mijn lopen. ‘Mijn creaties passen eerder in de traditie van meubelmakers die hun ‘craftsmanship’ wilden etaleren in exceptionele materialen. Denk maar aan ‘pietra dura’-tafels met inlegwerk van kleurrijke stenen en mineralen. Ik beeld me in: mochten die ambachtslui van toen nog leven, wat zouden zij nu maken?’

Designer Pierre De Valck komt in de mijn in Golzinne zoeken naar een geschikt stuk zwart marmer voor zijn meubelcollectie. ©Luca Beel

Familie De Medici

Noir de Golzinne is historisch nogal beladen: daar heeft Pierre De Valck absoluut een punt. Het zwarte marmer wordt hier al sinds de tijd van de Romeinen ontgonnen en uitgevoerd. Zij kapten het toen nog bovengronds en maakten er vooral mozaïeken mee.

Het Belgische marmer heeft de fijnste korrel ter wereld. Het heeft de perfectie van een industrieel materiaal.
Pierre De Valck
Designer

Vanaf de Italiaanse renaissance werd het – dankzij de familie De’ Medici – een echt luxemateriaal voor trappen, dambordvloeren, tombes, schouwen, sokkels of sculpturen. De bloeiperiode duurde tot in 1929, toen de wereldwijde vraag instortte na de financiële crisis. De mijn in Golzinne sloot in 1934 en heropende pas in 1970.

‘Die doorstart gebeurde met een bang hart, want de mijn was intussen volgelopen met water. Toen we begonnen te pompen, kwamen mensen uit het dorp vertellen dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog lijken van Duitse soldaten in de mijn waren gedumpt. We hadden kadavers, kogels of sporen van geweld verwacht. Maar we hebben uiteindelijk niets gevonden.’ 

Noir de Belgique

Over het Belgische zwarte marmer circuleren nóg veel misverstanden. De naam bijvoorbeeld. ‘Vroeger ontgonnen we in het dorpje Mazy, vandaar dat de naam ‘Noir de Mazy’ nog zo courant is. Sinds de mijn er uitgeput is, werken we in het naburige dorpje Golzinne. Internationaal circuleren ook namen als ‘Nero Belgio’ of ‘Noir belge’ of ‘Noir de Belgique’. Allemaal natuursteen uit deze mijn.’

Het is ook een fabel dat het zwarte marmer bijna op is. ‘Bij dit exploitatietempo hebben we op deze locatie nog voor 40 tot 50 jaar natuursteen over’, zegt Mottini. ‘Ik zit safe tot aan mijn pensioen.’ En nee, over 50 jaar is het ook niet over en uit in Golzinne. Ook dat is een misverstand: het Belgische zwarte marmer is niet superzeldzaam. ‘In 1928 kocht het bedrijf Merbes-Sprimont een lot van 115 hectare in Golzinne. Van dat perceel is momenteel nog maar vijf hectare ontgonnen.’ Pierre De Valck hoeft zich dus niet te haasten.

Belgisch zwart marmer kom je op de meest prestigieuze plaatsen ter wereld tegen. ©Luca Beel

Van de Taj Mahal tot het Louvre

Als je erop begint te letten, is het waanzin: Belgisch zwart marmer kom je op de meest prestigieuze plaatsen ter wereld tegen. In de Taj Mahal in India of in het Waldorf Astoria Hotel in New York ligt het op de vloer te glimmen van trots. De zuilen van de nieuwe Qatar-petroleumtoren zijn bekleed met ons zwarte goud. Het Antwerpse huis van Inge ‘Essentiel’ Onsea heeft vloerpatronen in Noir de Golzinne. Recent restaureerde architect Wouter Callebaut de Predikherenbibliotheek in Mechelen met zwarte marmertegels.

‘Sindsdien vragen internationale interieurarchitecten me naar ‘dat materiaal uit Mechelen’, zegt Mottini. ‘Ook in Westminster Abbey, de Notre-Dame, het Louvre, het Kasteel van Versailles en het Château de Vaux-le-Vicomte ligt er Noir de Golzinne. En in alle Capitolen in Amerika, niet te vergeten. Recent hebben we nog de vloer van het Capitool in Sacramento in Californië gerestaureerd. We mogen trots zijn op dit unieke Belgische exportproduct. Het hoort in het rijtje van Manneken Pis en Belgische chocolade.’ 

Nu ja, uniek. Wereldwijd zijn er nog wel een paar groeves en mijnen waar zwart marmer wordt ontgonnen. In Zimbabwe bijvoorbeeld, of in Mexico en in Marokko. ‘Het Belgische marmer heeft de fijnste korrel ter wereld, amper twee micron. Het heeft de perfectie van een industrieel materiaal, maar dan door de natuur gemaakt, zo’n 330 miljoen jaar geleden’, zegt Mottini. Ook uit China wordt tegenwoordig zwart marmer ingevoerd, tegen een derde van de prijs dan nog. Dat werd wereldwijd in de markt gezet als ‘New Belgian Black’. Misleidend, want de korrel is veel grover.

‘En het ergste van al: ze kleuren er de platen chemisch met zwarte autolak. Je merkt het bijna niet. Maar na enkele jaren loop je die laag er gewoon af. En blijkt het arduin te zijn’, aldus Mario Mottini.

©Luca Beel

Laatste mijn van België

Twee uur lang leidt hij ons rond in de mijn. Vrij rondlopen is geen optie, voor de veiligheid. Hij toont ons een tiental ‘galeries’, kamers waar het zwarte marmer momenteel wordt ontgonnen. Meestal met kettingzagen, soms ook met hamer en beitel om de natuursteen eerst manueel te splijten. ‘Tot 1982 liep hier een treinspoor. Maar we hebben de vloer van de mijn moeten uitdiepen, om onze nieuwe machines te kunnen laten draaien. Nu is de mijn 3,85 meter hoog.’

Omdat de marmerader naar beneden loopt, helt de vloer van de mijn overal tussen 13 en 17 graden. Hoe dieper je afdaalt, hoe minder je dat merkt. Tot we helemaal achteraan een galerie ontdekken die onder water staat. ‘Aan de waterpas te zien, staan we al een paar uur serieus scheef’, lacht Pierre De Valck. ‘Zonder referentie van de horizon heb je dat totaal niet door. Dit is echt een wereld apart.’

‘Je zou denken dat het leven in deze onderwereld onmogelijk is’, zegt Mario Mottini. ‘Maar in deze donkerste krochten van de mijn houden verschillende soorten vleermuizen hun winterslaap. Die maffen gewoon door het lawaai van de machines heen. En in de lente verlaten ze goed uitgeslapen en hongerig de mijn.’

‘Vroeger ontgonnen we in het dorpje Mazy, vandaar de naam ‘Noir de Mazy’. Er circuleren ook namen als ‘Nero Belgio’, ‘Noir belge’ of ‘Noir de Belgique’.’ ©Luca Beel

Noir de Golzinne is de laatste actieve mijn van België. De steenkoolmijnen stopten in 1992 en ook de zinkmijnen in de Oostkantons zijn inmiddels allemaal gesloten. Van de resterende marmergroeves in ons land is Noir de Golzinne de enige ondergrondse.

‘De overheid lijkt onze mijn vergeten. Sinds de regionalisering van de bevoegdheden is er geen wetgevend kader meer. Daarom volgen wij nu de mijnwetgeving uit Frankrijk, waar natuursteen wel nog ondergronds gewonnen wordt. Al onze veiligheidscontroleurs komen uit Frankrijk’, aldus Mottini.

Belgische marmerindustrie

De situatie was ooit anders: tussen 1850 en 1915 telde België zo’n 175 marmergroeves. Op de wereldtentoonstelling van 1897 in Brussel was er zelfs een compleet paviljoen gewijd aan de Belgische marmerindustrie. Nu wordt maar een viertal soorten Belgisch marmer meer ontgonnen, omdat er 30 jaar geleden forse concurrentie kwam van goedkopere marmervarianten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Merbes-Sprimont, opgericht in 1779, is nog de enige Belgische marmerproducent. De familie Kezirian is sinds 1993 meerderheidsaandeelhouder. Merbes-Sprimont is eigenaar van enkele groeves en mijnen, waaronder het kroonjuweel in Golzinne: de enige plaats ter wereld waar de ‘Noir belge’ opgediept wordt.

‘Vroeger waren er meerdere mijnen in de streek, waar het zwarte marmer werd ontgonnen. Maar die raakten uitgeput of gingen failliet. In de mijn in Golzinne werkten ooit 50 mensen, nu nog zes. De productie is heel beperkt: tussen 80 en 250 kubieke meter per jaar, dus tien tot dertig vrachtwagens. Samen zo’n 250 tot 750 ton per jaar.’

Door dat monopolie (plus de hoge ontginningskosten) is de prijs zo fors. ‘Noir de Golzinne behoort tot het duurste segment van de marmersoorten. Maar we zijn goedkoper dan bijvoorbeeld statuario-marmer, het meest exclusieve witte marmer uit Italië. Terwijl onze exploitatie duurder is’, zegt Mottini.

‘Niet alles wat we in Golzinne bovenhalen, belandt in luxepaleizen wereldwijd. De marmerader is twaalf meter breed, maar we kunnen maar vier meter ontginnen. Dan nog is er veel verlies, omdat er barsten of onzuiverheden in de blokken zitten. In de mijn kunnen we ook niet alles uitgraven. Om de zoveel meter laten we forse pilaren staan. Een ingenieur stelde ooit voor om die zuilen te vervangen door gewapend beton. Maar het gesteente bleek vijf keer sterker. Dus staan die pilaren er nog.’ Een geluk. Onze veiligheidshelm was zeker geen garantie geweest.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie