Advertentie
sabato

Pauline D'Haenens: de 'ladyboss' achter de Belgische luxekaarsen Mon Dada

Pauline D’Haenens richtte Mon Dada op met 5000 euro spaargeld. ©GBL Studio

Toen Pauline D’Haenens haar werkvisum voor de VS verloor, richtte ze in de garage van haar ouders een eigen kaarsenlabel op. Mon Dada is vandaag te koop in 400 winkels in zo’n 40 landen. En voor haar nieuwste collectie strikte ze architect Glenn Sestig.

Je laat een warm bad vollopen. De lichten zijn gedimd. Op de achtergrond speelt een rustgevend muziekje. Je schenkt jezelf een glas wijn in en zakt weg in een genereuze hoeveelheid badschuim. Dat daar het zachte geflakker van enkele kaarsen bijhoort, weet Pauline D’Haenens (33), oprichtster van het luxekaarsenlabel Mon Dada, als geen ander. ‘Toen ik drie jaar geleden kaarsen begon te maken in de garage van mijn ouders verklaarde iedereen me gek’, vertelt ze. ‘Mijn moeder heeft me talloze keren aangeraden om toch op zoek te gaan naar een ‘normale’ job. Maar ik bleef doorzetten.’

Ze bewees dat de nay-sayers ongelijk hadden. Haar geurkaarsen zijn vandaag te koop in 400 winkels in zo’n 40 landen. Vorig jaar werd Mon Dada door Unizo uitgeroepen tot ‘beloftevolle kmo van het jaar’. Haar jongste tour de force? Een negendelige kaarsencollectie samen met architect Glenn Sestig. ‘Zelfs mijn moeder is intussen bijgedraaid’, lacht D’Haenens. ‘Ze is nu zelfs verantwoordelijk voor de productie. Het is een echt moeder-dochterverhaal geworden.’

‘We hebben bijna nooit voorraad. Vaak grappen we dat we alleen ‘verse kaarsen’ verkopen.’ ©Mon Dada

Grootste order ooit

‘Dit is ons grootste order tot nog toe’, zegt D’Haenens trots als ze in haar atelier in Harelbeke stopt bij een rij van elf pallets. Elke pallet bevat 150 houten kistjes met evenveel kaarsen. ‘Het is moeilijk om de orders bij te houden, dus we hebben bijna nooit voorraad. Vaak grappen we dat we alleen ‘verse kaarsen’ verkopen.’

We wandelen verder door wat de best ruikende loods van het land moet zijn. Vijf medewerkers zijn druk in de weer met het gladschuren van Mon Dada’s kenmerkende, betonnen potten. Fijn, wit stof dwarrelt door de lucht. ‘Ons productieteam mengt het beton zelf en giet het dan in de vormen’, zegt D’Haenens. Na het schuren worden de ruwe potten gevuld met kaarsenwas, die ze ter plekke in grote ijzeren tonnen smelten.

Alle ‘Mon Dada’-interieurkaarsen zijn gemaakt van natuurlijke kokosnoot- en sojawas, een ideetje dat Pauline D’Haenens in New York opdeed. ©GBL Studio

Glenn Sestig

In de nieuwe collectie ‘60’ van Glenn Sestig zijn geen betonnen potten te bespeuren. Wel donkere, sculpturale houders van mondgeblazen glas. Ze zijn verkrijgbaar in vier verschillende formaten en als diffuser. ‘60 One’, de allereerste drop van de collectie, heeft alvast een zwoele, elegante geur. Met hints van leder, bergamot en rozen. ‘Ik bewonder Glenn Sestig al heel lang’, vertelt D’Haenens. ‘Dus trok ik mijn stoutste schoenen aan en contacteerde hem via Instagram om te vragen of hij een collab zag zitten. Hij bleek gecharmeerd door ons verhaal en geïnteresseerd in een samenwerking.’

Telefonisch laat Sestig weten dat hij D’Haenens persistentie bewondert. ‘Ze heeft een paar keer aan mijn mouw moeten trekken voor ik toezegde. Wat me overtuigde, is dat ze ons op creatief vlak volledig carte blanche gaf. Hoe hoog onze eisen ook waren, Pauline zorgde ervoor dat het lukte.’

De nieuwste tour de force van Mon Dada: een negendelige kaarsencollectie samen met architect Glenn Sestig.

Van New York naar Moen

Het idee om een kaarsenlabel te lanceren kreeg D’Haenens in New York, waar geurkaarsen van natuurlijke kokosnoot- en sojawas – waarmee ze al haar interieurkaarsen maakt – al langer een hype zijn. Ze woonde vier jaar in de Big Apple. ‘Ik werkte daar als brandmanager voor Domaine Select Wine & Spirits, een Amerikaans bedrijf dat wijn importeert. Ik deed die job heel graag en was een echte workaholic. Ik was altijd de eerste op kantoor en de laatste die vertrok.’

Dat veranderde toen de Trump-administratie besloot ‘O-1’-werkvisums, voor gespecialiseerde professionals, af te schaffen. ‘Ik kon niet anders dan terugkeren naar België. Plots was ik dertig, had ik geen baan meer en woonde ik weer bij mijn ouders.’

De kaarsen van Mon Dada in hun betonnen potten. ©GBL Studio

Ladyboss

‘Ik speelde al langer met de idee om een bedrijf op te richten. Om een ‘ladyboss’ te worden, zoals ze dat in de VS noemen. Met 5000 euro spaargeld ben ik begonnen. Natuurlijk was het eerste jaar zwaar. Ik keerde mezelf geen loon uit. Elke verdiende cent stopte ik weer in Mon Dada.’ Intussen staat ze er niet meer alleen voor. Haar team is nu acht personen groot. ‘Dat het allemaal vrouwen zijn, is toevallig. Maar het geeft wel een fijne, gemoedelijke sfeer.’

Ook op privévlak heeft D’Haenens geleerd om meer te investeren in vrienden en familie. ‘Toen ik terugkwam van New York moest ik mijn sociaal leven helemaal opnieuw opbouwen. Tijdens het eerste jaar van Mon Dada was dat moeilijk, omdat er zoveel werk was. Nu let ik erop dat ik ’s avonds en in het weekend echt stop met werken, en tijd neem voor mezelf en mijn omgeving.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie