Wonen in een zwevende glazen doos met hangende tuin boven Brussel

Thomas de Wouters d’Oplinter, de oprichter van de nieuwe Blan Fondation voor hedendaagse kunst, woont in een zwevende glazen doos boven een hangende tuin in Brussel. Sabato mocht binnen.

‘Ik stond op het dak, keek omhoog en zag de twee zijmuren van de buren twintig meter omhoogschieten. En ik dacht: daar in de lucht, tussen die twee muren, daar wil ik wonen. In een zwevende glazen doos. Met een hangende tuin eronder.’

In een flits wist Thomas de Wouters d’Oplinter (53) wat hij wilde doen. Van een timing gesproken: het weekend ervoor had hij nog maar net zijn woning in Genval verkocht. En drie dagen later was hij al hardop aan het dagdromen over een nieuw project: een kunststichting met een glazen adelaarsnest erboven. Hij deed een bod op het imposante herenhuis aan de Generaal Jacqueslaan, eigendom van drie bouwpromotoren die er een bouwproject op wilden realiseren. Twee dagen later was het aanvaard. ‘Ook al wist ik toen niet of ik ooit een vergunning zou krijgen voor zo’n crazy architecturaal project. Laat staat wat het zou kosten om het pand te verbouwen tot een stichting’, zegt hij. ‘Een businessplan heb ik nooit gemaakt. Had ik alles vooraf berekend, dan had ik het wellicht niet gedaan. Maar ik ben een avonturier. En dit is een avontuur waarvan ik niet weet waar het toe leidt. Toch ben ik ervan overtuigd dat het mijn pad is. Ik geloof erin. Het is die positieve energie die ik ook in de Blan Fondation wil laten voelen.’

Advertentie
Advertentie
‘Ik doe dit project niet voor mezelf, maar voor de stad en voor de mensen.’
©LUC ROYMANS

Cirque du Soleil

Die stichting opende vorige week de deuren with a bang. Met een concert van de Belgische rapper Scylla, een diner voor zeventig personen én een acrobaat. Die buitelde Cirque du Soleil-gewijs langs touwen naar beneden in de zeven meter hoge holte tussen de Wouters’ glazen woondoos en zijn zwevende tuin eronder. Waar nu die daktuin is, was vroeger de zolder van het ‘hôtel de maître’ dat de Wouters in juli 2019 kocht. Bijna vier jaar later – corona fietste er nog tussen – is het gebouw eindelijk klaar voor zijn nieuwe bestemming als polyvalente expo- en eventruimte.

Advertentie
Advertentie

‘De Brusselse multidisciplinaire kunstenaar Stephan Balleux is de eerste die carte blanche krijgt om de ruimtes van de Blan Fondation in te palmen’, zegt de Wouters. ‘Op zijn solo ‘Artificialia’ toont hij onuitgegeven werk, van schilderijen tot overschilderde foto’s en reliëfs in marmer. Al hangt zijn grootste werk – een doek van acht bij zeven meter – net onder mijn zwevende loft. Ik ken Stephan goed, maar het is niet dat ik hier alleen vrienden zal laten exposeren. Kwaliteit primeert’, zegt de Wouters als hij ons rondleidt. Zelfs in de kelders, waar binnenkort vier artiestenateliers zullen komen, toont Balleux nieuw werk. ‘Kijk nog maar eens goed naar de mooie tegeltjes op de vloer, binnenkort zitten die dus vol verfspatten van de residenten.’

In de kelder vallen ook meteen de gigantische stalen pilaren op. In en onder de woning moest de Wouters – zelf burgerlijk ingenieur – een indrukwekkende nieuwe draagconstructie voorzien. ‘Veertig extra wortelpilaren zijn vijftien meter diep in de grond geboord. Puur om de daktuin met 52 ton opgevoerde aarde, het zwembad van twintig ton en het zwevende glazen huis te kunnen dragen.’

Bruxhattan

Voor alle duidelijkheid: wie de Blan Fondation bezoekt, mag niet tot boven in het kraaiennest van Thomas de Wouters d’Oplinter, die Umani Family Office leidde, gespecialiseerd in successieplanning voor gefortuneerde families. Zijn ‘glass house’ is privé. Als je aan de voordeur van de stichting staat, kun je de kubus eigenlijk niet goed zien. Maar van aan de overkant van de Generaal Jacqueslaan heb je een beter uitzicht op zijn doorzonduplex. Veel verbeelding heb je niet nodig om te snappen dat het uitzicht op zijn beide terrassen spectaculair is. ‘Je kijkt van het Terkamerenbos tot Koekelberg, van Brussel Noord tot de bollen van het Atomium’, zegt hij als hij ons even van het panorama laat genieten. ‘‘s Avonds, als overal de lampjes branden, is dat mijn Bruxhattan.’

De Wouters’ duplex – getekend door de Zuid-Franse architect François Roux – is resoluut hedendaags. Maar in het interieur zijn de twee eyecatchers wel vintage designiconen, die de allure van een kunstwerk beginnen te hebben. Rechts de ‘Gyrofocus’, een legendarisch haardmodel van de Fransman Dominique Imbert, ontworpen in 1968 en ooit geëxposeerd in het Guggenheim. Links de helicoïde draaitrap van Roger Tallon uit 1962, de enige designtrap in de collectie van het MoMA. ‘Op een zondagmorgen gevonden op de vlooienmarkt van Saint-Ouen in Parijs’, aldus de Wouters.

Via de trap van Roger Tallon beland je in de slaapkamers en het bureau van Thomas de Wouters d’Oplinter.
©LUC ROYMANS

Tussen beide Franse designklassiekers in hangt een dubbelhoge pêle-mêle met zo’n veertig schilderijen en tekeningen, veelal van bevriende kunstenaars. Onder wie Stephan Balleux, Gaston Bertrand, Stéphane Mandelbaum, Juan Muñoz en Francis Tondeur. ‘In mijn vorige huis in Genval heb ik, dankzij mijn toenmalige vriendin, veel kunstenaars persoonlijk leren kennen. We organiseerden daar ook soms expo’s, net zoals we hier zullen doen.’

Waarom hij zich met zoveel kunst wil omringen, als er in de stichting – in de verdiepingen onder hem – ook al zoveel hangt? ‘Kunstwerken zijn als personaliteiten in je interieur. De collectie is het resultaat van mijn persoonlijke ontmoetingen en ontdekkingen. Ik wil die graag rond mij’, zegt de Wouters. ‘Alle werken samen aan mijn muur vormen een zelfportret. Het verraadt dat ik de tegenpool ben van minimalistisch. Hoe mooi ik dat ook vind, zo één abstract werk op een grote witte muur, het past niet bij mijn karakter. Ik ben barok, eclectisch en een tikkeltje zot. Ik leef ongeremd, ben gepassioneerd en sta gulzig in het leven. Mijn collectie toont mijn curiositeit, mijn zin voor avontuur en mijn honger naar ontdekkingen.’

Levende plek

De zwevende doos toont dan misschien zijn zin voor avontuur, maar met zijn stichting en – vooral – zijn glazen kubus maakt Thomas de Wouters d’Oplinter een statement. Is het geen pretentieuze en opzichtige manier om ruimte te consumeren? Verheft hij zich met dat unieke penthouse niet boven de rest? En vooral: heeft hij geen schrik voor de reacties?

‘Très franchement, je m’en fiche wat ze over mij zeggen. Ik ben op een leeftijd gekomen waarop ik niks meer te bewijzen heb. Er zal altijd kritiek zijn. Als je daar bang voor bent, moet je niks ondernemen in het leven. Kijk, ik weet wat de beweegreden is van mijn project. En ik kan je zeggen: ik doe dit niet om gezien te worden. Maar natuurlijk zit in zo’n grote geste altijd een stukje ego. Dat ontken ik niet. Als je een spoor wil achterlaten in de wereld, dan moet je een beetje een ego hebben, al dan niet disproportioneel. Maar dat staat volgens mij altruïsme niet in de weg. Ik doe dit project niet voor mezelf, maar voor de stad en voor de mensen.’

Architect François Roux integreerde naadloos Roger Tallons iconische draaitrap uit de sixties. De wand is een pêle-mêle met tientallen schilderijen en tekeningen, veelal van vrienden.
©LUC ROYMANS

Met zijn Blan Fondation wil de Wouters zijn persoonlijke visie op hedendaagse kunst delen, maar de ruimtes ook openstellen voor artiestenresidenties, debatten en concerten. ‘Ik wil dat dit een levende plek wordt. Mijn ambitie is dat de stichting meetelt in het artistieke landschap van Brussel. Het is geen hobbyproject, en ook geen privémuseum. Mijn doel is om mensen een andere kijk op kunst te geven. Misschien klinkt het aanmatigend, maar Blan Fondation wil een nieuwe stem zijn. Een stem die complementair is met wat er in Brussel al bestaat.’

Volgens de Wouters moet de stichting ook onafhankelijk van hem én autonoom kunnen draaien. ‘Ik ben de stichter en mecenas. Maar omdat we zonder subsidies werken, moeten we wel inkomstenbronnen uitwerken, bijvoorbeeld locatieverhuur.’

Levenswerk

Thomas de Wouters d’Oplinter noemt het project ‘een levenswerk’. En dat kun je wel letterlijk nemen. De Blan Fondation komt er namelijk op een keerpunt in zijn leven. Zopas verkocht hij zijn Umani Family Office. ‘Helemaal weg ben ik niet, ik ben nog aandeelhouder en ik hou contact met de families die klant waren.’ Tegelijk recupereert hij van een hersentumor, waarvan hij al twee keer is hervallen, in 2018 en 2020. ‘Ik leef er eigenlijk al acht jaar mee. De eerste keer zat er een tumor ter grootte van een steak in mijn hoofd. Ik heb al geluk gehad, ja. Mijn leven is al een paar keer serieus in gevaar geweest. Maar ik leef niet elke dag in angst.’

‘Weet je, tot je veertigste voel je je onoverwinnelijk. Niks kan je gebeuren, alle mogelijkheden liggen nog open. Intussen kijk ik toch anders naar het leven. Het liefst zou ik tien levens hebben, maar ik heb er maar één’, zegt hij. ‘Ik denk altijd dat ik niet genoeg tijd zal hebben om alles te doen wat ik wil. Daarom is deze stichting ook een levenswerk. Er was een soort urgentie, die me stuwde om het onmogelijke mogelijk te maken.’

De doorzonduplex, met de ‘Gyrofocus’-haard én een fenomenaal uitzicht op de Brusselse skyline.
©LUC ROYMANS

Rugzaktoerist

Je merkt er niet veel van als je hem ontmoet, maar Thomas de Wouters d’Oplinter groeide op in adellijke kringen. ‘Als mensen zich daarin wentelen, vind ik dat triest’, zegt hij. ‘Wie alleen met gelijken omgaat, kan nooit open-minded worden. Mijn familie heeft me nooit tegengehouden om mijn eigen weg in te slaan. Na mijn studies burgerlijk ingenieur ben ik in 1993 twee jaar lang de wijde wereld ingetrokken met mijn rugzak. Gsm, mail en Google Maps bestonden nog niet. Ik was 23. Zonder dat ik het goed besefte, riskeerde ik mijn leven, zeker toen we gevaarlijke gebieden van de Rode Khmer in Cambodja en de Farc in Colombia doorkruisten.’

Tijdens die wereldreis is zijn passie voor fotografie ontstaan. De Wouters is een autodidact: hij leerde de stiel door de handleiding van zijn camera goed te lezen. De voorbije jaren maakte hij documentaire fotoreportages in conflictgebieden zoals Oekraïne, Congo en Libanon. En die kon hij publiceren in onder meer The New York Times, The Washington Post, Le Monde en Courrier International.

Thomas de Wouters d’Oplinter is burgerlijk ingenieur, maar leidde jarenlang een ‘family office’, gespecialiseerd in successieplanning voor gefortuneerde families.
©LUC ROYMANS

Maar sinds zijn hersentumor is hij niet meer op missie vertrokken. ‘Ik heb het geluk dat ik niet van dat beroep moet leven. Ik kan alleen die onderwerpen fotograferen die me boeien, in mijn eigen tempo’, zegt hij. ‘Ik ben een verhalenverteller. Alles vertrekt vanuit de empathie voor de mens.’ Beneden in de stichting hangt een kleine presentatie van zijn fotowerk. Maar in zijn loft boven zijn geen foto’s te zien uit zijn reportages. ‘Zo’n ego heb ik niet. Ik omring me hier liever met het werk van anderen.’

Balleux’ primeur

De eerste kunstenaar die exposeert bij Blan Fondation is Stephan Balleux. De Brusselaar werkt in verschillende media, maar is vooral bekend om zijn postsurrealistische doeken met samengestelde beelden, geschilderd in kille grijswaarden. Zijn werk stelt niet alleen de grenzen van de schilderkunst in vraag. Het draait vaak ook om de psychologische perceptie van beelden: waar komen ze vandaan? Wat doen ze met een mens? Hoe reageer je erop? Wat kun je er mentaal mee? Balleux ziet schilderkunst niet als een medium, maar ‘als een levend wezen’, een ‘personage’ met een scheppende activiteit en een bewustzijn.

Expo ‘Artificialia’

| Artiest | Stephan Balleux
| Wanneer | Tot en met 1 juli
| Waar | Blan Fondation, Generaal Jacqueslaan 26, Brussel
| Website | fondationblan.org

Advertentie