23-jarige Bernard Van Ormelingen verkoopt horloges tot in Hongkong

Nog maar 23 is hij en toch viert Bernard Van Ormelingen al de vijfde verjaardag van Bernies Watches, het Belgische horlogemerk dat hij zelf oprichtte. Zo’n 170 tot 200 horloges per jaar maakt hij, helemaal met de hand. En ze worden verkocht van Knokke tot Hongkong. ‘Wat mijn klanten snel overtuigt, is dat elk van mijn horloges uniek is. Ze lijken op elkaar, maar geen twee zijn dezelfde.’

‘Zolang je niet beeft en je ogen oké zijn, kun je dit je hele leven doen. Akkoord, op het eind van de dag heb je droge ogen van de microscoop en het licht, maar dit is geen afmattend beroep zoals metselaar of straatwerker. Ik zit warm en comfortabel, en er is niemand die me stoort. Ik kies de muziek die ik wil horen en vul mijn agenda in zoals ik dat wil. Soms arriveer ik hier om 4 uur ‘s morgens en werk ik als een gek door tot middernacht. Liever dat dan te wachten tot iemand me zegt wanneer ik wat moet doen. Daar ben ik wellicht te koppig voor. Wil ik een week niet werken, dan doe ik dat. Het levensritme van de artisan ligt me.’De 23-jarige Belgische horlogemaker Bernard Van Ormelingen is in de eerste plaats guillocheur. Zo zijn er nog 15 tot 20 op de aardbol, van wie hij met zijn 23 jaar by far de jongste is.

De 23-jarige Belgische horlogemaker Bernard Van Ormelingen is in de eerste plaats guillocheur. Zo zijn er nog 15 tot 20 op de aardbol, van wie hij met zijn 23 jaar by far de jongste is.
©Wouter Maeckelberghe
Advertentie

In zijn horlogeatelier in Houyet, hartje Ardennen, is Bernard Van Ormelingen aan een draaibank een ruwe wijzerplaat aan het guillocheren, van buiten naar binnen. Liefst 78 ragfijne, symmetrische, gebogen lijntjes vormen een golf die hij de ‘Bernies Swing’ noemt. Het volledige motief voor het horloge bestaat uit 93 dergelijke golven en komt terug in de hele collectie ‘Artis Arti’, die nu zes horloges telt. ‘Het verwijst naar de tijd die onverbiddelijk passeert’, zegt hij. ‘Carpe diem, dat is zowat de achterliggende gedachte.’

Afhankelijk van de complexiteit van een motief vergt één wijzerplaat vier tot twaalf uur geconcentreerd werk. ‘Als ik me na tien uur vergis, mag ik herbeginnen’, lacht hij. ‘Op honderd wijzerplaten verknoei ik er zeven.’ Voorlopig zijn alle wijzerplaten nog in zilver, maar hij test volop met titanium. ‘Dat is harder, en zeer licht, en we kunnen er alle denkbare kleuren aan geven. Dat horloge komt in het najaar. Op 21 juli komt er ook al een nieuw horloge, exclusief bij Maison De Greef in Knokke. In goud, en nog mooier afgewerkt. Dat zal 24.000 euro kosten. Dat ik die dag 24 word, is toeval’, lacht hij.

Wapentuig

Guillocheurs zoals Van Ormelingen zijn een uitstervend ras: er zijn er nog maar 15 tot 20 op de aardbol, en hij is by far de jongste. De guillocheermachines in zijn atelier dateren van het begin van de 20ste eeuw en wegen 300 tot 400 kilogram. ‘Tijdens de wereldoorlogen werden dergelijke machines ontmanteld om het metaal te gebruiken voor wapentuig’, vertelt hij. ‘Ik haalde ze vooral uit schuren in de Verenigde Staten. In Zwitserland zijn ze nagenoeg onvindbaar: grote horlogegroepen zoals Richemont en LVMH kochten ze op en verbergen ze, ook als ze ongebruikt blijven. Om het ambacht moeilijk toegankelijk te houden.’Door de horloges van zijn moeder stuk te maken, leerde Van Ormelingen de basis van de horlogetechniek.

Advertentie
Advertentie
Door de horloges van zijn moeder stuk te maken, leerde Van Ormelingen de basis van de horlogetechniek.
©Wouter Maeckelberghe

De overblijvende guillocheurs werken bijna allemaal voor de grote manufacturen binnen die groepen. ‘Georges Brodbeck en ik zijn de enige uitzonderingen. Georges is 63 en gaat bijna met pensioen. Hij is nog een kop kleiner dan ik. Nadat ik hem op televisie had gezien, mailde ik hem, en twee jaar geleden heb ik hem voor het eerst opgezocht in Saignelégier, Zwitserland. Nu ga ik er zowat tweemaandelijks. Hij is ook al vaak hier geweest, met zijn kampeerwagen. Hij is een vriend geworden en helpt me veel.’

YouTube

Van Ormelingen begon al op zijn 18de. Waar het prille begin van zijn enorme begeestering lag? ‘Ik begrijp dat zelf niet goed, maar het lijkt alsof die er altijd geweest is’, zegt hij. ‘Al toen ik zeer klein was, wist ik dat ik de horlogerie in wilde. Mijn grootvader was automecanicien en ik ging hem vaak helpen. En toen ik zowat elf jaar was, hingen er in het kantoor van mijn moeder zakhorloges aan de muur, louter als decoratie. Af en toe nam ik er stiekem een weg, om uit elkaar te halen en te zien hoe dat werkte. Dat was ook mechaniek, maar piepklein. Als ik ze weer monteerde, werkten ze niet meer. Door ze stuk te maken, leerde ik de basis van de horlogetechniek. Later raakte ik mateloos geïntrigeerd door een zeer oud horloge met een thermometer van geblazen glas in de wijzerplaat. Zo begon ik dingen op te zoeken. Op YouTube zag ik wondermooie filmpjes. Ik heb ook altijd gehouden van luxe, en de bewerking van kostbare metalen sprak tot mijn verbeelding. Horloges zijn voor velen het enige mannenjuweel van betekenis.’

Maar hij komt allerminst uit een horlogefamilie. Moeder werkte in het bedrijfsleven, vader was commandant bij het Belgische leger. No way, klonk het thuis toen hij op de technische school horlogerie wilde studeren. ‘Ik moest de humaniora volgen op het Collège Saint-Guibert in Gembloux. Later wilden mijn ouders ook dat ik naar de universiteit ging, maar dat zag ik echt niet zitten. Nadat mijn moeder me had verplicht om eerst avondschool te volgen, begon ik op mijn 18de de horlogerieopleiding in Namen. Doordat ik mijn humaniora al achter de rug had, was ik daar vrijgesteld van de algemene vakken en had ik alleen op maandag, dinsdag en woensdagvoormiddag les. Dus volgde ik tegelijk les bij Alain Lovenberg in Durbuy. Hij is graveur. Guillochage is een onderdeel van de graveerkunst, maar met machines. Niet elke graveur is dus guillocheur. Alain graveert onder meer de jachtwapens van Lebeau-Courally. Maar hij kent ook de basis van guillochage. Wat hij me leerde, vertaalde ik naar de horlogerie, waar de motieven veel kleiner zijn. Ik hou erg van die nauwkeurigheid.’

Vervolgens specialiseerde Van Ormelingen zich verder tijdens stages in Zwitserland, onder meer bij Jaeger-LeCoultre. ‘Vrijwel meteen kreeg ik opdrachten van gereputeerde Zwitserse manufacturen. En met mijn salaris kocht ik de machines.’

Gechoqueerd

Aan guillocheren komt geen digitale technologie te pas, maar de behuizing van zijn horloges ontwerpt hij in 3D, en ook de productie ervan gebeurt computergestuurd in Zwitserland. ‘Niemand in België doet dat’, zegt hij. ‘Ook het binnenwerk is Zwitsers, maar compleet herwerkt. Ik demonteer het horloge helemaal, verwijder alle afwerking en oppervlaktebehandelingen, decoreer alles opnieuw, pas onderdelen aan en regel het horloge beter af. Ik heb dus een eigen recept voor mijn horloge. Vergelijk het met motortuning van een auto. Julien Tixier, een jonge Zwitserse horloger, is een onafhankelijke partner. Hij staat in voor de prototypes: de allereerste versies, ook van de rotor en de maanfase – mijn eerste complicatie. Daarna wordt elk horloge hier gebouwd. Lakwerk en afwerking van de wijzerplaten gebeuren in Duitsland – ook dat doet hier niemand.’

Iedere horloger droomt ervan zijn eigen horloge te maken. Dat deed Van Ormelingen al van meet af aan, maar vooral voor de fun: pièces uniques voor verzamelaars, zonder eigen binnenwerk. ‘Ik leefde van mijn werk voor die grote manufacturen. Tot er tijdens de pandemie geen bestellingen meer binnenkwamen. Toen ontwikkelde ik Artis Arti.’Een bernies Watch is er vanaf 6500 euro. Horloges met handgeguillocheerde wijzerplaten van de manufacturen beginnen bij 60.000 euro. 

Een bernies Watch is er vanaf 6500 euro. Horloges met handgeguillocheerde wijzerplaten van de manufacturen beginnen bij 60.000 euro.
©Wouter Maeckelberghe

‘Grofweg bestaat de horlogemarkt uit drie groepen’, legt hij uit. ‘Er zijn de industriële giganten en de luxegroepen; je hebt ook de kleine, onafhankelijke horlogers die unieke stukken maken – de Zwitserse meester-horloger Philippe Dufour bouwt er twee per jaar; en dan is er een tussencategorie, waarin ik me bevind. Dit jaar probeer ik af te klokken op 170 tot 200 stuks – eerder waren dat er twintig tot dertig.’

Hij mocht ervaren hoe moeilijk het is om zich in die markt te wurmen. ‘Als je aanklopt en zegt dat je een Belgische guillocheur bent, halen de Zwitsers hun schouders op. De eerste twee jaar was het aartsmoeilijk. Nu gaat het veel beter. Ik heb de machines, en een savoir-faire dat zij ook hebben, maar niemand anders. Mettertijd is er een vertrouwensrelatie gegroeid. Eerst waren ze wat gechoqueerd, denk ik. De grote groepen houden alles dicht – ik kan zelfs hun ateliers niet bezoeken. Maar kleine, onafhankelijke artisans delen hun kennis wél. Daarom blijf ik ook voor hen werken. Zij hebben mij destijds ook geholpen. Af en toe werk ik ook voor een individuele klant die een speciaal guilloche wil. Maar voor de grote manufacturen werk ik nog amper. Ik zeg niet dat ze me rotwerkjes gaven, maar de allermooiste waren het ook niet. En van hen krijg je veel druk en weinig respect. Maar wat vooral speelt: ik heb er gewoon geen tijd meer voor. De focus ligt nu bij Bernies, want de vraag is groot.’

Dubai

Ook boetieks overtuigen om zijn horloges in hun vitrines te leggen, was aanvankelijk moeilijk. ‘Zij willen zekerheden over de verkoop. Mijn prijzen waren een kernargument om hen over de streep te trekken: ze beginnen bij 6500 euro. Dat mag duur lijken, maar horloges met handgeguillocheerde wijzerplaten van de grote manufacturen beginnen bij 60.000 euro. Ik heb niet dezelfde vaste kosten, geen duizenden werknemers en geen eigen boetieks.’

Van Ormelingen heeft wereldwijd zes verkooppunten: drie in België en telkens een in Hongkong, Macau en Taipei, ‘Als alles goed gaat, zijn het er eind dit jaar tien. Recent tekende ik een mooi partnership in Dubai, en ook de VS komt erbij. Maar ik wil niet té groot worden.’ De verkoop aan eindklanten is wél makkelijk, zegt hij. ‘Wat hen snel overtuigt, is dat elk van mijn horloges uniek is. Ze lijken op elkaar, maar er zijn geen twee dezelfde. En als Rolex een miljoen horloges per jaar maakt, maak ik er 200. Bovendien ben ik totaal transparant. Bij Patek Philippe kun je niet aankloppen om te kijken hoe ze je horloge maken, bij mij wel. Ik heb niet één geheim. Horloges maken is mooi, ze verkopen nog mooier. En dat laatste doe ik ook door die passie te delen.’Ragfijne, symmetrische, gebogen lijntjes vormen een golf die Bernard Van Ormelingen de ‘Bernies Swing’ noemt. Dat komt terug in de hele collectie ‘Artis Arti’, die nu zes horloges telt, waaronder deze ‘Moonphase’. 

Ragfijne, symmetrische, gebogen lijntjes vormen een golf die Bernard Van Ormelingen de ‘Bernies Swing’ noemt. Dat komt terug in de hele collectie ‘Artis Arti’, die nu zes horloges telt, waaronder deze ‘Moonphase’.
©Wouter Maeckelberghe

‘Eerst verkocht ik alleen in het buitenland, vooral aan verzamelaars in Hongkong en Taiwan. Terwijl ik daar nog nooit geweest ben. Dat ging vooral via mond-tot-mondreclame en sociale media. Sommige van die mensen hebben honderden horloges, voor miljoenen euro. Eentje meer of minder maakt dan niet uit, en guillochage met de hand vinden ze speciaal. De finale klanten ken ik meestal niet, maar via de boetiek in Taiwan weet ik wel dat de lokale topman van Lego Group er een kocht. Ikzelf ben daar niet zo mee bezig.’ Met een kast van 39 millimeter diameter zijn de horloges van Bernies niet al te groot. ‘Ik verkoop er zowat tien procent aan vrouwen.’

Ambitie

Dat hij veel liefde in zijn horloges stopt, staat buiten kijf. ‘Elk horloge is een stuk van mij. Ik heb er uren en uren aan besteed en ik kan dat werk delen met mensen die geïnteresseerd zijn in wat ik doe. Met guilloches kan ik ook kleine sporen van mijn bestaan achterlaten, een bewijs dat ik er ben geweest.’Afhankelijk van de complexiteit van een motief vergt één wijzerplaat vier tot twaalf uur geconcentreerd werk aan de draaibank.

Afhankelijk van de complexiteit van een motief vergt één wijzerplaat vier tot twaalf uur geconcentreerd werk aan de draaibank.
©Wouter Maeckelberghe

‘Dit met plezier en passie blijven doen is mijn ambitie’, besluit Van Ormelingen. Toch reikt zijn ambitie vrij ver. ‘Over twee jaar wil ik een volledig intern, op eigen machines geproduceerd binnenwerk’, zegt hij. ‘Dan is dit dus een echte manufactuur, zoals Patek Philippe en Audemars Piguet. Dat bestaat nog niet in België. Het is zoals alle motoronderdelen van een auto volledig zelf bouwen. Ik ben ermee bezig.’

Advertentie